‘De echte schok in de wereldhandel komt nog’

De haven van Rotterdam is een goede graadmeter voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie.

Interview met RUG-econoom Marcel Timmer

‘De echte schok in de wereldhandel komt nog’

De wereldeconomie, en zeker de open Nederlandse economie, krijgt zware klappen door de coronacrisis, vreest RUG-hoogleraar economische groei en ontwikkeling Marcel Timmer. ‘Je kunt blindelings voorspellen dat de vraag naar goederen uit Nederland zal afnemen.’
Door Jurgen Tiekstra
2 april om 13:09 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:19 uur.
april 2 at 13:09 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:19 PM.

Zo besmettelijk als corona is, zo besmettelijk lijkt ook de economische schade te worden die het virus veroorzaakt. Landen steken landen aan en bedrijven steken bedrijven aan. Een van de economen die nu hard werkt om vat te krijgen op de situatie, is Marcel Timmer, RUG-hoogleraar economische groei en ontwikkeling.

Hoogleraar en CPB-directielid Marcel Timmer

Timmer heeft een dubbelfunctie. Kortgeleden werd hij adjunct-directeur van het Centraal Plan Bureau (CPB), dat beleidsadviezen schrijft voor de overheid. Die zijn nu hard nodig.

Het CPB bracht kortgeleden vier scenario’s uit voor de middellange termijn, waarbij in twee van de vier gevallen de werkloosheid in 2021 verder zal oplopen dan na de financiële crisis van 2008. Maar Timmer wil en kan niet zeggen welk van de vier scenario’s het waarschijnlijkst is. Want veel is nog onzeker.

Het coronavirus is een zogenaamde exogene schok voor de economie. Zijn er voorbeelden uit het verleden waarvan we kunnen leren?

‘Niet zoveel. Natuurrampen zijn de meest logische analogie. Denk aan de tsunami in Japan of de orkaan Katrina in Louisiana. De gelijkenis met een natuurramp is groter dan met het instorten van het financiële systeem in 2008, of de diepe crisis die we begin jaren tachtig hadden in Nederland.

Die laatste was een langdurige crisis die langzamer was in aanloop. Dat resulteerde uiteindelijk in een torenhoge werkloosheid van 10 procent en grote overheidsschulden. Nu hebben we voor de eurozone criteria die zeggen dat een staatsschuld van een land niet hoger mag zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp, de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten – red.). Slechts zeven landen in de eurozone voldoen daar aan.

Bovendien weten we uit de literatuur dat staatsschulden tot 100 procent zeer weinig invloed hebben op groei. Nu zit de Nederlandse staatsschuld op zo’n 52 procent. De grootste boodschap van de scenario’s van het CPB is dat zelfs in het zwaarste scenario, de overheidsschuld zal stabiliseren op 78 procent van het bbp, dus ver onder de 100 procent.’

Maar wat kunnen we leren van die eerdere crises?

‘Eigenlijk niet eens zoveel. Die natuurrampen waren lokale gebeurtenissen in een bepaalde regio van een land. En in een land kan een centrale overheid geld in die regio pompen en hulp bieden. In dit geval hebben we te maken met rampen die tegelijkertijd in verschillende landen plaatsvinden en waarop ieder land op zijn eigen manier reageert. Dat maakt het zo lastig.

Neem de situatie van Nederland: we hebben nu onze eigen aanbodschok (een snelle daling van het aanbod van producten en diensten), maar we blijven in de nabije toekomst ook te maken hebben met de vraag- en aanbodschok in het buitenland. Als je ziet wat er nu in Amerika gebeurt, dan kun je blindelings voorspellen dat de vraag naar goederen uit Nederland de komende maanden zal afnemen. Dat alles schept een pessimistisch beeld.’

En Nederland is natuurlijk een exportland.

‘Wij zijn zeer afhankelijk van de wereldhandel, wij zijn een van de meest open economieën in wereld. Dat is een van de grotere zorgpunten in de Nederlandse economie: hoe die wereldhandel zich ontwikkelt de komende maanden. De tekenen die we zien, tonen dat er nu een heel scherpe daling plaatsvindt, alleen missen we realtimegegevens. Die komen met vertraging binnen.

De echte schok in de wereldhandel zoals geregistreerd in de statistieken moet nog komen. De Wereldhandelsmonitor loopt met een vertraging van twee maand. Dus een scherpe daling in maart zou pas eind mei te zien zijn.

Dat is interessant nu: mensen proberen op basis van big data nieuwe indicatoren te ontwikkelen. Die zijn wel minder betrouwbaar dan officiële statistieken. Wij zijn zelf bijvoorbeeld in gesprek met het havenbedrijf in Rotterdam: kunnen zij nu al zien er wat gaande is? Zij zien realtime hun containers binnenrollen. Zo proberen we informatie te verzamelen.’

Hoogleraar Steven Brakman zei onlangs dat de verwachting is dat de wereldhandel nog meer zal krimpen dan na de crisis van 2008. Hoe verhoudt de coronacrisis zich tot de economische crisis die we net achter de rug hebben?

‘Ik ga niet zeggen welk scenario waarschijnlijker is. Maar onderschatten is sowieso nooit goed. Ik krijg ook niet veel signalen dat mensen dat doen. Als ik internationaal en nationaal lees wat banken, denktanks en instellingen als verwachtingen naar buiten brengen, dan ziet dat er zeer pessimistisch uit.

Al is dat nog op zeer weinig data gebaseerd. Het kan zijn dat ze elkaar allemaal napapegaaien, maar als je er even over nadenkt wat er op dit moment gebeurt in de wereld: gelijktijdig in veel landen vinden er heftige schokken plaats. Al zonder dat je de uitkomst daarvan weet, weet je dat dit in de naoorlogse geschiedenis een redelijk unieke gebeurtenis is.

De huidige schok trilt nog steeds door. Amerika heeft het einde nog niet bereikt, de vraag is ook of China het einde bereikt heeft of opnieuw gaat beginnen. Ook voor Spanje en Italië is het einde nog niet in zicht. Dus de grote onzekerheid blijft.’

English