Zelfisolatie

Foto Reyer Boxem

Zelfisolatie

Columnist Gerrit Breeuwmsa had een rare droom over een zeker virus die werd afgebroken door een hoestbui. Nu ligt op advies van de dokter heel Huize Breeuwsma onder de dekens.
Door Gerrit Breeuwsma
4 maart om 9:38 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:19 uur.
maart 4 at 9:38 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:19 PM.

In Tilburg sta ik arm in arm met mijn vrouw op de plek waar de Schouwburgring overgaat in het Stadhuisplein, met haaks daarop de weg naar de Oude Markt, als wij in de verte de praalwagens van de carnavalsstoet zien naderen.

De eerste wagen heeft als thema Code Rood en is ongetwijfeld een parodie op het KNMI. D’n Opstoet in Kruikenstad is Afgelast, staat er met grote letters op de wagen, met daarop een hooggehakte personificatie van Annechien (niet echt stormbestendig, die hakken). Zij probeert het woord te geven aan een druk gebarende weerman, die echter wordt overstemd door het gekwetter van een groep mal uitgedoste vrouwen, waarschijnlijk tientjesleden van Omroep Max, die een bord ophouden met ‘Ik zag wel dègge noar mûn Cup kéék’.

‘Annechien, Annechien, loat oe Cup kéék effe zien’, zingt het publiek langs de straat, maar ik hecht er aan te benadrukken dat ik niet heb meegezongen (ik ben Ron Jans niet).

De tweede wagen is van het RIVM, met daarop zonder enige verdere versiering de tekst: Een mens lijdt dikwijls ’t meest, door ’t virus dat hij vreest, doch dat nooit op komt dagen. Zo heeft hij meer te dragen dan God te dragen geeft. Ik maak daaruit op dat het RIVM ons maant kalm te blijven. Aardig geprobeerd, maar of dat met carnaval gaat lukken?

Dan zijn we toe aan het echte werk, met eerst een enorme mesttank waarop dreigend ‘Oei. Boeren!’ staat. ‘Bij ons geen virus, maar wel gier dus’, zingt een koor van woeste agrariërs. Om hun punt kracht bij te zetten sproeit de mesttank een bruine derrie uit over het publiek, dat bekomen van de eerste schrik ontdekt dat het geen gier maar trappist is.

Dan, terwijl er een koude rilling door mijn vrouw lijkt te trekken, volgt er een wagen die een scène uit De stille kracht van Louis Couperus uitbeeldt. De wagen wordt geflankeerd door in slagorde marcherende oud-militairen van de KNIL, iets wat me historisch niet helemaal correct lijkt, maar vooruit, carnaval.

De mesttank sproeit een bruine derrie uit over het publiek, dat bekomen van de eerste schrik ontdekt dat het geen gier maar trappist is

Een en ander wordt muzikaal luister bijgezet door een duo dat ik mij meen te herinneren als The Flu Diamonds, die volcontinu hun populaire hit Corona zingen: Corona, I fear the day that you will stay. Corona, I bless the day you went away.

Dan, net als The Flu Diamonds voor de 54e keer willen beginnen aan hun wereldhit, komt er plotseling een groep demonstranten uit een zijstraat van de Schouwburgring. Zij positioneren zich tussen de mesttank en De stille kracht, waarna ze hun spandoeken ontvouwen: Kick out carnaval.

Even weten ze de populaire zangers te overstemmen met hun gescandeerde teksten, maar dan trekken de oud-KNIL-militairen hun blanke sabel en bestormen de demonstranten. Net als ik tegen mijn vrouw wil zeggen dat dit lelijk uit de hand loopt, krijgt zij een enorme hoestbui.

Op dat moment schrik ik wakker en blijkt dat ik alles gedroomd heb, behalve van die hoestbui.

In de ochtend toch maar even met de huisarts gebeld. Die vraagt naar de symptomen en of mijn vrouw in Tilburg is geweest. Ik zeg, tja, dat is een heel verhaal, waarna ik begin: ‘In Tilburg sta ik arm in arm met mijn vrouw…’. De huisarts reageert geïrriteerd en onderbreekt me. Hij stelt voor dat we een paar dagen binnen blijven. Zelfisolatie.

We hebben snel de kinderen opgehokt en zijn terug in bed gekropen. Met mijn vrouw gaat het inmiddels een stuk beter, dank u, maar voor de zekerheid blijven we nog een paar dagen langer in bed liggen.

Ik wist niet dat het bestond, zelfisolatie, maar het lijkt me de oplossing voor heel veel problemen.