Grote woorden

Foto Reyer Boxem

Grote woorden

Toen de oma van columnist Bente van Leeuwen overleed, was ze 7 jaar en schreef ze een gedichtje dat niet rijmde. Haar overgrootvader overleed afgelopen weekeinde. ‘Nu moet ik grote woorden vinden. En grote woorden zijn moeilijk.’
Door Bente van Leeuwen
4 februari om 9:35 uur.
Laatst gewijzigd op 4 februari 2020
om 10:33 uur.
februari 4 at 9:35 AM.
Last modified on februari 4, 2020
at 10:33 AM.

Ik stond in de gangen van de Stadsschouwburg toen ik hoorde dat mijn overgrootvader was overleden. Met twee vriendinnen was ik naar Comedytrain on Tour geweest, de beste stand-upcomedyshow die ik in tijden heb gezien. Terwijl ik de kramp van het lachen nog in mijn wangen voelde, begonnen de tranen er al overheen te lopen. Als in een dramatische scène van een beetje slechte film.

Ik wou dat ik 7 jaar was, zo oud als ik was toen Oma overleed, en dat een lief gedichtje dat net niet rijmde met wat getekende roosjes ernaast de lading dekte. Iedereen, inclusief u, begreep precies wat ik bedoelde. Maar nu ben ik volwassen en moet ik grote woorden vinden. En grote woorden zijn moeilijk.

Zo stond ik, met een arm van mijn zus om me heen, naast zijn kist. Hij is 103 geworden en we hadden drie minuten voor een afscheidswoord. Onmogelijk, eigenlijk. Maar we vertelden hem hoe lief we hem vonden, hoe grappig en hoeveel we van hem hielden.

Hij was 103 en beresterk, mijn opa. Zijn grootste gezondheidsklacht was zijn loopneus. Hij is gaan slapen en daarna nooit meer wakker geworden. Het is niet verdrietig. Niet iets om over te huilen. Zijn leven was goed, het was mooi, het was lang. Maar juist daarom ook zoveel herinneringen om te ontroeren.

Hij was 103 en beresterk, mijn opa. Hij is gaan slapen en daarna nooit meer wakker geworden

De dagen erna waren raar. De dood zet alles in perspectief. De ruzie tussen mij en mijn zus van de dag daarvoor was direct vergeten. Dus we gingen samen troost-pyjama’s kopen. Opeens maakte het prijskaartje me niks uit. Heel veel maakte minder uit. Harde deadlines bleken zacht te zijn. Waar ik normaal geef om gezond eten, leek nu Thuisbezorgd de enige optie.

Bij rouwen hoort ook liefde. Je klampt je even extra vast aan degenen van wie je houdt. Maar ondanks die liefde, voelde het voor mij niet als gedeelde smart halve smart. Het werd niet minder, het werd meer. We vermenigvuldigden het juist. Ik voelde niet alleen mijn eigen pijn, maar ook die van mijn zus, en die van mijn moeder die haar opa verloor, en die van mijn Omi die nu geen vader meer heeft. Maar ik had het niet anders gewild, want de liefde vermenigvuldigde ook mee.

Ik vond het gek om er met anderen over te praten. Iedereen kent verlies. Ik voelde me haast schuldig om over het mijne te praten, door wat ik bij anderen opriep. Sorry, als ik ook nu weer een oud gevoel oproep, maar ik kon over niks anders schrijven.

De dood maakte alle andere onderwerpen eventjes onbenullig. Klein en stom, bevreemdend. Volgende week ga ik weer deadlines halen. Volgende week ga ik weer sporten, lezen, verslagen schrijven, presentaties geven en dingen plannen. Opruimen. Mijn troost-pyjama wassen.

Kleine, onbenullige dingen doen. Vrolijker columns schrijven wellicht. En misschien, maar ik beloof niks, bestel ik volgende week niet eens één keer pizza.