Lezen

Foto Reyer Boxem

Lezen

Columnist Gerrit Breeuwsma liep als student psychologie vaak warm voor een theorie en diens bedenker. Maar als hij zijn eigen studenten vraagt naar hun favoriete wetenschapper, blijft het angstaanjagend stil.
Door Gerrit Breeuwsma
10 december om 10:45 uur.
Laatst gewijzigd op 10 december 2019
om 16:42 uur.
december 10 at 10:45 AM.
Last modified on december 10, 2019
at 16:42 PM.

In een van mijn colleges ga ik in op de vraag in hoeverre een psychologische theorie gerelateerd is aan de biografie van de bedenker daarvan: lopen theorie en leven in elkaar over of zijn het strikt gescheiden gebieden?

Dat laatste lijkt vanuit het standpunt van wetenschappelijke objectiviteit het meest wenselijk, maar is in de praktijk vaak onmogelijk. De psycholoog is zelf partij in zijn uitspraken over gedrag (ze hebben ook betrekking op hem) en hij verzeilt daarmee gemakkelijk in de positie van de Kretenzer die opmerkt dat alle Kretenzers leugenaars zijn.

Sigmund Freud, die er een handje van had om in alle langwerpige voorwerpen die mensen zoal in hun mond steken (een sigaret of zuurstok) een fallussymbool te zien, kreeg eens voor de voeten geworpen dat zijn excessieve roken van sigaren wellicht een fallische fixatie verried, waarop Freud gevat reageerde: soms is een sigaar gewoon een sigaar.

Er valt veel af te dingen op Freud, maar ik houd van zijn werk. Ik vraag mijn studenten ook regelmatig naar hun favoriete psycholoog (of andere favoriete wetenschapper), vanuit de gedachte dat de voorkeur voor een bepaalde theorie of theoreticus vast iets over jouzelf zegt. Zo’n zelfinzicht wil ik niemand onthouden.

Eerlijk gezegd heeft mijn vraag in de loop der jaren zelden iets opgeleverd. Een keer kwam iemand met de cognitieve gedragstherapie aanzetten, maar nog nooit heb ik iemand een gloedvol betoog horen afsteken over een favoriete psycholoog. Studenten lijken die vandaag de dag niet te hebben.

Ik vind dat jammer en goed beschouwd een gemis. Zelf liep ik als student en promovendus regelmatig warm voor een theorie en diens bedenker. Meestal gaf dat mijn studie een flinke boost. Ik ging zijn (of haar) oorspronkelijke werk lezen, maar nam ook kennis van allerlei (auto)biografische wetenswaardigheden, de historische context daarvan, concurrerende opvattingen, en zo verder.

Volgens mij doe je jezelf tekort als je tijdens de studie nooit eens ergens echt warm voor loopt

Sommige liefdes waren van voorbijgaande aard, anderen zwakten af tot een kalme vriendschappelijkheid en enkele wetenschappers reken ik tot op de dag van vandaag tot mijn grote liefdes, al gaat dat dan wel altijd, zoals bij Freud, gepaard met veel ambivalentie. Ik ben er inmiddels achter dat dat wel iets over mij zegt.

Volgens mij doe je jezelf tekort als je tijdens de studie nooit eens ergens echt warm voor loopt. Maar je zou ook kunnen verdedigen dat wij onze studenten tekort doen, want het studieprogramma dat we ze voorleggen, laat ook maar weinig ruimte voor geestdrift.

Een jaar of tien geleden heb ik mijn studiegids uit 1980 eens vergeleken met die van 2008. Wat meteen opviel was dat ik tijdens mijn studie nog veel originele boeken, van spraakmakende psychologen, moest lezen. Die gaven je de psychologie als het ware uit de eerste hand.

Die originele teksten waren in 2008 echter vrijwel volledig uit de studiegids verdwenen. Er stonden voornamelijk (Amerikaanse) tekstboeken, inleidingen en overzichtswerken op het programma, meestal speciaal voor het onderwijs geschreven.

Met lezen hebben die boeken niets te maken. Ze bieden informatie, die al voor je is geordend, met hun gebruikelijke boxen, cartoons, vetgedrukte kernbegrippen en studievragen, die het leren ongetwijfeld vergemakkelijken, maar die na een tijdje toch wel erg uniform en geestdodend zijn.

Het gaat steeds slechter met het leesbegrip van Nederlandse scholieren, zo liet een recent Pisa-onderzoek naar schoolprestaties zien. Aangezien veel scholieren naar de universiteit gaan, zal het daar ook wel bergafwaarts gaan. Daar moet van alles aan worden gedaan, maar misschien kunnen we beginnen door aan de universiteit per semester (gedurende de hele studie) weer minstens één belangrijk origineel boek op te nemen in het programma.

Wie de kerstvakantie alvast wil beginnen, mag altijd langskomen voor suggesties.