Vol Leven

Vol Leven

Toen student-columnist Bente van Leeuwen afgelopen zomer van studie wisselde en in een dip belandde, stak haar moeder haar de helpende hand toe. Dat zijn herinneringen die je zelfs door de ergste winterdepressie halen, vindt ze.
Door Bente van Leeuwen
11 december om 9:56 uur.
Laatst gewijzigd op 11 december 2019
om 12:51 uur.
december 11 at 9:56 AM.
Last modified on december 11, 2019
at 12:51 PM.

De laatste tijd draag ik graag stippenpanty’s. Ze zijn compleet onpraktisch. Elke stip verhoogt de kans op scheuren. Nu de dagen killer worden, twijfel ik telkens weer of ze het waard zijn: de kou, de kans op een ladder en de kosten die daarbij komen. Toch draag ik ze. Ik draag ze en word blij, want ze doen me denken aan de zomer.

De winter is nog niet eens officieel begonnen, maar mijn jaarlijkse winterdip is al lang en breed van start gegaan. De zomer lijkt eindeloos ver weg. Dus in plaats van vooruit te kijken, kijk ik achterom. Terug naar afgelopen zomer.

Ik had net de dappere keuze gemaakt om van studie te wisselen, maar ik was er nog niet gerust op. Het is niet makkelijk om je toekomstbeeld over boord te gooien. Vrienden waren lief, studieadviseurs gaven goede tips, maar alles schoot tekort. Ik had mijn moeder nodig.

Mijn moeder is de beste. Ik heb niet alle moeders ontmoet, maar ik weet zeker dat zij wint. Toen ik twijfelde en bang was, boekte ze een herberg. We gingen naar ‘het Volle Leven’ en we leefden vol. Zoals Judith Herzberg – de schrijver van het gedicht naar wie de herberg is vernoemd – het omschrijft: verzorgd door een knecht, taart op bed.

De winter is serieus. De winter is voor warme truien, emotionele dipjes en studiepunten halen

We lazen, we schreven, we knuffelden een koe, een hond en elkaar. De hond had chagrijnige baasjes. Maar Mama keek niet naar de baasjes, zij zag alleen de hond. We droegen blauw met witte strepen en een knot in ons haar. Ik was mijn slippers vergeten, zij niet.

Zij liet een kussen vallen, ik pakte die dan weer op. Dat is mijn taak. Ik liep vast, zij pakte mijn hand. Dat is haar taak.

De herbergiers ruzieden, buiten, voor ons open raam. Haar zus probeerde het op te lossen. ‘Niet mee bemoeien Iet!’, zeiden zus en zwager in koor. Mama en ik gniffelden.

Wij begrepen elkaar. Het duurde maar drie dagen, maar drie dagen waren perfect. Dat wist zij al. Drie volle dagen. Drie dagen vol leven.

De zomer is onpraktisch. Vol details, ontbijtjes op bed en outfits die niet lekker zitten. De winter is serieus. De winter is voor warme truien, emotionele dipjes en studiepunten halen.

Maar je kan je verzetten tegen die sleur. Wat is jouw verzet? Wat brengt jou terug naar een herberg met je moeder? Ik verzet me door mijn stipjespanty koppig te blijven dragen. Vol onhandigheden en herinneringen. Vol leven.