advertentie

 

Clemence zat opgesloten in het Harmoniegebouw. Na sluitingstijd.

Student journalistiek Clemence Waller zat vorige week na sluitingstijd opgesloten in het Harmoniegebouw. Ze werd pas bevrijd nadat ze het alarm had laten afgaan.
Door Edward Szerekes

Insluitingen zijn zeldzaam

Gevallen van insluiting in RUG-gebouwen zijn zeldzaam, zeggen de veiligheidsmensen van de RUG. Portiers in het Harmoniegebouw maken het zo’n vier keer per jaar mee. De receptionist van de UB die de bewaker stuurde, heeft dertig jaar voor de RUG gewerkt. ‘Ik kan me in die tijd maar twee of drie van dit soort gevallen herinneren’, zegt hij.

Op de Zernikecampus gaat het nog beter. Veel gebouwen daar hebben laboratoria met planten en dieren die voortdurend moeten worden verzorgd. ‘We hebben hier eigenlijk nooit insluitingen. Er is altijd iemand in het gebouw die vastzittende studenten eruit kan laten. Zelfs met oud en nieuw’, zegt Jack Jager, hoofd van de bewaking van de Faculteit Science and Engineering.

Het was maandagavond, bijna tien uur, en Clemence Waller probeerde haar werk nog even snel af te maken. Ze zat in een werkhokje in de uithoek van het Harmoniegebouw dat gereserveerd is voor journalistiek studenten. De Franse studente typte zich een ongeluk om haar deadline te halen, toen ze werd opgeschrikt door de waarschuwing die iedereen aanspoorde het gebouw te verlaten wegens sluitingstijd.

Alleen in het donker

‘Ik begon mijn spullen te pakken en wilde vertrekken, maar toen ik bij de deur kwam die naar de receptie leidde, ging die niet open’, herinnert Clemence zich. ‘Ik spotte een bewaker aan het eind van de gang aan de andere kant. Maar hoe ik ook op de deur bonsde en schreeuwde: hij verdween.’

Clemence haastte zich naar de deur aan de andere kant van ‘haar’ gebied, maar ook die was op slot. Toen zonk de situatie pas goed in. ‘Het was grappig, heel grappig zelfs, maar het was ook tien uur ‘s avonds, ik had honger en ik wilde gewoon naar huis’, zegt ze.

Dat was het moment dat de veiligheidswaarschuwing weer klonk. ‘Ik ging in discussie met de stem. “Ik wíl wel weg, maar ik kán niet!”’

Het hielp ook niet om de receptie van de Harmonie te bellen. ‘Ik belde ze zes keer op en liet twee boodschappen achter op de voicemail. Niemand nam op’, herinnert ze zich. ‘Ik bonsde weer op de deuren, maar ik wist al dat er niemand meer in het gebouw was.’

Honger

Uiteindelijk ging ze terug naar de afdeling journalistiek, waar ze plotseling een piepend geluid hoorde – het alarm. ‘Het ging maar door en door, maar niemand kwam. Het was al tien uur geweest en pikdonker. Ik stuurde berichtjes naar mijn vrienden om hulp en een van hen stelde voor dat ik de bibliotheek belde.’

De receptionist van de UB verzekerde Clemence dat er een bewaker onderweg was, maar na een kwartier in totale duisternis, was er nóg geen glimp van een redder te zien. ‘Ik belde weer. Eindelijk zag ik een bewaker met een zaklamp.’

Clemence werd uiteindelijk om kwart over tien bevrijd. Ze noemt haar half uur in het donker een ‘coole ervaring’. ‘Ik was niet echt bang. Het ergste wat er kon gebeuren, was dat ik op een tafel in de collegezaal moest slapen. Ik voelde me bijna een rebel. Maar ik had wel honger.’

English

14 May 2019 | 14-5-2019, 18:12
advertentie