Bubbel

Zit UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma in een linkse bubbel? Dat weet hij zelf ook niet precies. Maar wie uit zo’n bubbel wil stappen, moet de boeken van Michel Houellebecq lezen, raadt hij aan. ‘Je kunt proberen vrienden te maken op Facebook, maar vijanden maken is veel lucratiever.’
Door Gerrit Breeuwsma

Het zou maar zo kunnen dat ik ook in een linkse bubbel zit. Hoe ik daar ooit in verzeild ben geraakt, weet ik niet precies. Ik ben geen lid van een politieke partij, identificeer me niet met een partijprogramma, loop bepaald niet warm voor Jesse Klaver en kan me niets voorstellen bij mensen die uitbundig juichen als hun partij een zetel meer heeft gekregen dan werd voorspeld (ik voel dan iets dat het meeste weg heeft van plaatsvervangende schaamte, waarom weet ik ook al niet precies).

Als ik echter afga op mijn stemgedrag (dat heel stabiel is) en het gegeven dat ik me zorgen maak om het klimaat (dat juist niet stabiel is), dan valt het moeilijk te ontkennen dat ik tot de ‘linkse kerk’ behoor (doe je je best om je aan de kerk te onttrekken, praten ze je er toch weer in).

Best mogelijk dat ik me dus ook schuldig maak aan linkse indoctrinatie, met misschien als verzachtende omstandigheid dat ik in ieder geval de intentie heb om ruimdenkend te zijn. We hoeven niet perfect te zijn, maar we kunnen er wel naar streven het te worden. Zoiets.

Van mij mag Paul Cliteur dan ook zeggen wat hij wil (ook al vind ik het voornamelijk onzin), als filosoof, maar ook als representant van het Forum voor Democratie. Al was het maar om een beeld te krijgen van wat ze nu eigenlijk willen, want het helpt natuurlijk niet als de mensen die anderen een bubbel verwijten, zelf niet met naam en toenaam naar buiten durven te treden, zoals onlangs in UKrant enkele jongeren van FvD. Wie zit er dan eigenlijk in een bubbel?

Omdat ik ook wel eens aan mijn bubbel wil ontsnappen, lees ik bij voorkeur het werk van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Vanaf zijn eerste roman uit 1994 is hij in Frankrijk een hype en al gauw waaide die over naar Nederland. Ik had al veel kwaads over hem gehoord toen ik in 2002 zijn roman Platform in handen kreeg; na het lezen van de eerste alinea was ik verkocht. Sindsdien heb ik alles gelezen wat in vertaling verscheen (mijn Frans reikt niet verder dan Le Petit Prince).

Hij schopt alle heilige huisjes van weldenkend links omver… Toch bevallen zijn boeken me

De meest hypes kun je veilig naast je neer leggen, maar Houellebecq slaagt er zo goed in de vinger op de zere plek van onze tijd te leggen dat je hem bijna niet kunt negeren. Hij schopt alle heilige huisjes van weldenkend links omver. De manier waarop hij zich uitlaat over moslims, vluchtelingen, kleurlingen (‘negers’) en vrouwen (‘sletjes’) is altijd controversieel en beledigend, soms verwerpelijk. Toch bevallen zijn boeken me.

Zijn ideeën schuren tegen een bedenkelijk soort rechts aan. Je kunt zijn werk echter ook opvatten als een literair-sociologische kritiek op de neoliberale vermarkting van alles wat het leven de moeite waard zou kunnen maken: liefde en seks, kunst en werk. Maar in plaats van utopische vergezichten te schetsen, breekt hij façades af om te laten zien hoe lelijk alles eigenlijk is.

‘Wek afkeer op, dan zit je goed’, zegt hij ergens. En dat is hem gelukt.

In de aanloop naar de verschijning van zijn laatste roman Serotonine schaarde Houellebecq zich pesterig achter Donald Trump en diens kritiek op de leugenpers. Succes verzekerd. Je kunt proberen vrienden te maken op Facebook, maar vijanden maken is veel lucratiever.

Tja, je kunt dus als brave geschiedenisstudent uit je linkse bubbel proberen te stappen door een avond in stadscafé Pronk met anonieme fans van Thierry Baudet te praten. Maar je had ook een avond Houellebecq kunnen lezen.

Ik had het wel geweten, maar dat zal niemand meer verbazen.

16 April 2019 | 16-4-2019, 13:47