BSA toch niet omlaag

Onderwijsminister Van Engelshoven komt terug op haar voornemen om de norm voor het bindend studieadvies te verlagen tot veertig studiepunten. Studentenbonden zijn teleurgesteld.
Door Thereza Langeler

Van Engelshoven stuurde donderdag een brief naar de Tweede Kamer waarin ze ingaat op de toegankelijkheid en kansengelijkheid in het hoger onderwijs. ‘We hebben een goed vertrekpunt’, volgens de minister. In Nederland kan iedereen met de juiste vooropleiding hoger onderwijs volgen, benadrukt ze, en bovendien relatief betaalbaar. ‘Ons hoger onderwijs is één van de meest toegankelijke stelsels in Europa. Daar kunnen wij trots op zijn.’

Toch ziet ze ruimte voor verbetering. Rendementsdenken heeft de afgelopen jaren teveel de overhand gekregen, vindt Van Engelshoven. Mede daarom kondigde ze vorige maand aan dat ze de norm voor het bindend studieadvies (BSA) omlaag wilde hebben.

Maximaal 40 punten

Studenten moeten in hun eerste jaar een bepaald aantal studiepunten halen. Lukt dat niet, dan krijgen ze een negatief bindend studieadvies en moeten ze met de studie stoppen. Het idee daarachter is dat studenten zo snel mogelijk stoppen als een opleiding slecht bij ze blijkt te passen – maar in de ogen van Van Engelshoven werkt het BSA nu veel te selectief. ‘Het kan niet de bedoeling zijn dat een talentvolle student uitvalt omdat één of twee vakken niet zijn gehaald.’

Bij de opening van het academisch jaar zei de minister een wettelijk maximum te willen stellen aan de BSA-norm van veertig studiepunten. Voor de meeste universiteiten en hogescholen betekent dat een verlaging: de RUG hanteert bijvoorbeeld 45 punten als minimum. Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam moeten eerstejaars zelfs 60 punten binnenslepen.

In de Kamerbrief komt Van Engelshoven toch terug op de verlaging. Ze zegt nu ‘in gesprek te gaan’ met het hoger onderwijs over de BSA-norm. Daarbij wil ze wel ‘meenemen’ dat iets rondom de 40 punten realistisch is, aldus een rapport van de Onderwijsinspectie uit 2010.

Lichtpuntje

‘De minister heeft studenten blij gemaakt met een dooie mus’, reageert Carline van Breugel, de voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). De bond was groot voorstander van het plan voor een wettelijk maximum aan het bsa. ‘Een negatief bsa zorgt ervoor dat studenten al hun behaalde studiepunten kwijt zijn, grote psychologische druk ervaren en een jaar onnodig hebben moeten lenen. De minister moet haar belofte waar maken en het BSA aan banden leggen’, volgens Van Breugel.

Ook bij het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) vinden ze dat de minister gewoon aan een verlaging vast moet houden, ‘zeker gezien de hoge druk op studenten in het eerste jaar’. Maar dat Van Engelshoven af wil van de focus op studierendement- en succes ziet het ISO als een lichtpuntje. ‘Studeren gaat niet alleen om colleges volgen en tentamens halen, maar gaat over jezelf ontwikkelen in de brede zin’, volgens ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘Dát is studiesucces.’

In 2019 verwacht minister Van Engelshoven met een wetsvoorstel over toegankelijkheid en kansengelijkheid in het hoger onderwijs te komen. Daarin werkt ze verder uit wat er met het BSA moet gebeuren. Ze gaat ook in op maatregelen voor numerus fixus, masterselectie en studentenwelzijn.

25 October 2018 | 25-10-2018, 15:25