advertentie

 

Bezettingsgraadmeting

Bezettingsgraadmeting

Op de uni is structureel ruimtegebrek en daar komt columnist Gerrit Breeuwsma, die bij GMW werkt, nu ook achter. Ze kloppen steeds op zijn deur om te kijken of hij er is.
Door Gerrit Breeuwsma
12 november om 14:33 uur.
Laatst gewijzigd op 19 november 2019
om 10:47 uur.
november 12 at 14:33 PM.
Last modified on november 19, 2019
at 10:47 AM.

Vorige week werd er op mijn deur geklopt, wat ik, helemaal opgaand in mijn werk, natuurlijk niet hoorde. Totdat de deur openzwaaide en een mij verder onbekende dame me vriendelijk groette. Het is heel goed mogelijk dat ik haar met enige verbazing heb aangekeken, want er klonk iets geruststellends in haar stem toen ze zei dat ze ‘alleen maar even kwam kijken of ik er was’.

Dat liet zich gemakkelijk vaststellen, maar het deed mijn verbazing slechts toenemen. Ik werk al een eeuwigheid bij psychologie, mijn naam staat op de deur en ik krijg iedere maand mijn salaris. Dat zal toch ergens bekend zijn, zou je denken. Maar voor ik er in slaagde het te vragen, was ze er weer vandoor.

Ik bleef alleen achter, samen met mijn verbazing, en ja wat gebeurt er dan? Je gaat nadenken en dan word ik altijd filosofisch (Ik denk, dus ik ben er).

Ik vroeg mij af of het faculteitsbestuur de werkdruk zo serieus neemt, dat ze wil checken of wij er op onze kamer inmiddels niet onder bezweken zijn. Goed beschouwd weet je immers nooit zeker of iemand die zich in een gesloten ruimte bevindt nog leeft of niet, totdat je die gesloten ruimte opent (u weet wel, als bij Schrödingers kat). Maar ja, kwantummechanica, daar kom ik niet uit.

Liever dacht ik terug aan hoe ik jarenlang voor ik naar bed ging, altijd nog even langs de slaapkamers van de jongens ging om te kijken hoe ze er bij lagen. Als ze zich bloot gewoeld hadden, fatsoeneerde ik hun dekens, en als ik ze dan rustig hoorde ademhalen, was alles goed.

Toen was ik ineens weer mijn eigen vertrouwde paranoïde zelf, want waarom willen ze dat weten?

Ik kreeg ineens zulke warme gevoelens voor hen die over ons waken, dat ik eerst maar eens een extra raam heb opengezet. Toen de dame in kwestie later die dag echter nog een paar keer terugkwam ‘om te kijken of ik er was’, begon ik het toch een beetje raar te vinden.

Gisteren is er maar liefst vijf keer iemand langs geweest, met hetzelfde doel, maar inmiddels begrijp ik hoe het zit. Dankzij de berichtgeving op de site van GMW weet ik dat het gaat om een ‘bezettingsgraadmeting’. Die is, zo las ik, bedoeld ‘om inzicht te krijgen in het gebruik van de werkplekken, onderwijszalen en overlegruimtes’. Kijk, toen was ik ineens weer mijn eigen vertrouwde paranoïde zelf, want waarom willen ze dat weten, dacht ik?

GMW heeft al jaren een ruimtetekort. Dat kun je oplossen door bij te huren, maar je kunt ook redeneren dat het ruimtegebrek relatief is, want er is geen ruimte zo bezet of hij staat wel eens leeg (voor je een ruimte opent, kan hij zowel vol als leeg zijn, daarom kijken de bezettingsgraadmeters altijd in een gesloten kamer).

’s Ochtends om acht uur bijvoorbeeld tref ik maar een handjevol collega’s aan en ’s avonds na zessen zal het hetzelfde beeld geven, al weet ik dat niet zeker want dan ben ik meestal al weg.

De kamers staan dus vaak leeg en dat lijkt een perfecte rechtvaardiging om meer medewerkers op een kamer te plaatsen. Maar dat kamers vaak leeg staan betekent nog niet dat er werkruimte genoeg is, want hoe vaker ze leeg staan, des te drukker moet het er op andere momenten zijn.

Voor de zekerheid ga ik de komende weken lange dagen maken. Ik zorg dat ik voor achten op mijn werk ben en ga pas om half tien weer naar huis, zodat ik straks de hoogste bezettingsgraad weet te halen.

Nu alleen nog hopen dat mijn vrouw er door mijn langdurige afwezigheid thuis straks niet een extra man bij neemt.