Beurspromovendi positief over eerste jaar

Promotiestudenten zijn tevreden over het promotieonderwijs waarmee de RUG ruim een jaar geleden startte. Het Promovendi Netwerk Nederland blijft kritisch.
Door Thereza Langeler

Dat blijkt uit een eerste interne evaluatie. Eerstejaarspromovendi konden in een anonieme enquête hun mening geven. Het promotieonderwijs, dat sinds september 2016 aangeboden wordt aan de RUG, maakt deel uit van een landelijk experiment. De overheid wil ermee onderzoeken of een stelsel waarin promovendi de status van student hebben en een beurs krijgen, meerwaarde heeft naast het bestaande stelsel waarin promovendi een werknemer-status hebben.

De RUG heeft toestemming om de komende vijf jaar 850 van die beurspromovendi een plek te geven. Verder doet ook de Erasmus Universiteit in Rotterdam met vijftien plekken aan het experiment mee. De 850 Groningse plekken lijken met gemak vol te komen, want de belangstelling is groot. ‘We hebben in zestien maanden tijd al vijfhonderd promotiestudenten aangenomen’, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker.

Uitgeklede rechtspositie

Zij zijn positief, blijkt uit deze evaluatie. Promotiestudenten geven aan dat ze tevreden zijn met hun rechten en toegang tot voorzieningen, de begeleiding, en de inbedding in de onderzoeksgroep. Bakker: ‘Het is heel fijn dat de evaluatie zo positief uitpakt. Wij hebben altijd vertrouwen gehad in het project, maar dit is een mooie bevestiging van de weg die we ingeslagen zijn.’

Bij de start kreeg het project de nodige kritiek. Met name van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), dat vond dat de RUG promotiestudenten inzette als goedkope werkkrachten, met een uitgeklede rechtspositie ten opzichte van werknemerpromovendi.

‘Daar waren wij kritisch op, op het uitkleden van die rechten en plichten voor financieel gewin’, zegt PNN-voorzitter Rolf van Wegberg. ‘Tot mijn vreugde en verbazing lees ik in deze evaluatie dat die helemaal gelijk getrokken zijn: studenten krijgen uit hun beurs hetzelfde inkomen als werknemers uit hun salaris, ze hebben dezelfde sociale zekerheid.’

Wel of geen verschil?

Mooi, vindt Van Wegberg, maar er rijst wel een vraag bij hem. ‘Wat is nou nog het verschil tussen een promotiestudent en een werknemer? De universiteit moet zich in allerlei juridische en fiscale bochten wringen om een groep promovendi een aparte status te geven – terwijl ik het wezenlijke verschil eigenlijk niet zie.’

‘Hoe komt hij daar nu bij?’ reageert een verbaasde Lou de Leij, de dean van de Groningen Graduate Schools. Het promotietraject van de werknemer verschilt wel degelijk van die van de student, zegt hij. ‘Omdat promotiestudenten een beurs krijgen uit de eerste geldstroom, kunnen ze zelf hun onderzoek vormgeven. Ze kiezen zelf begeleiders en een onderwerp. Je ziet in de evaluatie ook dat een groot percentage daarvan gebruik heeft gemaakt.’

Verschil

En er is nog een belangrijk verschil: de studenten krijgen speciaal onderwijs aangeboden dat hen voorbereidt op hun latere carrière, de Career Perspective Series. ‘Werknemerpromovendi worden vooral opgeleid voor de academie’, zegt De Leij. ‘Maar bijna tachtig procent van de gepromoveerden gaat buiten de academie werken. Daar hebben we nu een gedegen opleidingstraject voor: voor als je de industrie in wilt, bijvoorbeeld, of de overheid of de wetenschapsjournalistiek.’

‘Ik kan me goed voorstellen dat die extra begeleiding en die extra cursussen worden gewaardeerd’, zegt Van Wegberg. ‘Maar biedt dan die Career Perspective Series ook aan werknemers aan. De enige échte distinctie die ik zie, is de financiële.’ En dat, herhaalt hij, is voor PNN niet genoeg.

De Leij betreurt de kritiek. ‘PNN is vanaf het begin al tegen dit experiment geweest. Ja, dat mag natuurlijk, maar er was een meerderheid voor in de Tweede Kamer en de Universiteitsraad heeft er unaniem mee ingestemd. We hebben breed draagvlak in Groningen en we geven het experiment op een goede manier vorm.’

21 December 2017