Beter screenen op borstkanker

Dankzij het onderzoek van RUG-promovenda Xuan Anh Phí worden vrouwen in Nederland tegenwoordig beter gescreend op borstkanker. Ze ontdekte dat één scantechniek niet genoeg is als je toch al extra risico loopt.
Door Sara Penaguião

Borstkankerpreventie

Borstkanker is de op-een-na meest voorkomende kanker wereldwijd. Nederland heeft het op-drie-na hoogste percentage borstkankergevallen ter wereld.

Vroege diagnose heeft ertoe geleid dat borstkanker minder vaak fataal is, vooral in de wersterse wereld. Maar om het aantal doden verder terug te brengen, is meer preventie nodig. Het jaarlijkse bevolkingsonderzoek naar borstkanker heeft precies dat doel.

Haar eerste onderzoeksjaar was een strijd, bekent ze. ‘Het is niet gemakkelijk om een PhD te zijn. Je werkt in de weekenden, de avonden. Het was slopend en vreet tijd’, zegt ze. Maar toen begon haar onderzoek echt te lopen en alle opoffering bleek de moeite waard.

Phí onderzocht de verschillende technieken waarmee vrouwen worden gescreend op borstkanker. En dan ging het niet om zomaar een willekeurige vrouw, maar degenen die extra grote risico’s lopen om de ziekte daadwerkelijk te krijgen.

Iedereen herinnert zich Angelina Jolie, die in 2013 besloot een dubbele borstamputatie te laten doen – preventief. Ze had ontdekt dat ze een drager was van het BRCA1-gen. Haar eigen moeder was op 53-jarige leeftijd gestorven aan eierstokkanker, dus er was ook een familiehistorie. Deze factoren samen maakten dat ze een kans van 89 procent had om ook borst- of eierstokkanker te ontwikkelen.

Over dit soort risico’s gaat Phí’s onderzoek.

Alarmerend

Eén op de acht vrouwen in Europa ontwikkelt borstkanker. Maar de statistieken voor vrouwen met een hoog risico zijn veel alarmerender. Mensen met een familiegeschiedenis van borstkanker, vrouwen met dicht weefsel in de borsten, of vrouwen met de genmutatie BCRA1 of BCRA2 – zoals Angelina Jolie – vallen allemaal in deze categorie. Onderzoek geeft aan dat vrouwen met een genmutatie zeventig procent kans hebben om borstkanker te ontwikkelen op een bepaald punt in hun leven. En voor sommigen – zoals Jolie – is het risico nog hoger.

Natuurlijk worden vrouwen die extra risico lopen al goed in de gaten gehouden. Op dit moment worden MRI-scan of mammografie gebruikt om borstkanker op te sporen. Maar elke techniek heeft zijn tekortkomingen. En – nog problematischer – ze geven verschillende uitkomsten, voor verschillende types borsten. Het is bijvoorbeeld moeilijker om kanker te spotten in dichte borsten – waardoor mammografiën minder nauwkeurige resultaten geven. Maar een MRI geeft meer vals-positieven.

Eén techniek is niet genoeg

Phí vergeleek de verschillende technieken om erachter te komen hoe vrouwen met een hoog risico het best beschermd kunnen worden. Ze ontdekte dat het gebruik van één techniek – zoals de gewoonte was – niet genoeg was. Vooral niet als een vrouw de vijftig al is gepasseerd. Bovendien kwam ze erachter dat de screening moet worden aangepast, afhankelijk van de risico’s zoals genmutaties, familiegeschiedenis of de dichtheid van het weefsel.

Tot dan toe kregen BRCA-dragers een jaarlijkse MRI vanaf hun 25e. Na hun dertigste werd dat een mammografie. Maar Phí’s onderzoek liet zien dat mammografiën voor jonge BRCA-dragers niet nodig waren. Zelfs als ze ouder werden, bleek het nut van een mammo beperkt. Vandaar dat deze vrouwen nu ieder jaar gewoon een MRI krijgen. Pas wanneer ze de veertig passeren, schakelen ze over naar een mammografie.

Strategiën

Phí is blij dat ze de kans kreeg om een echt verschil te maken. Ze vindt dat vrouwen die risico lopen vaker gescreend moeten worden met verschillende technieken. ‘Hierdoor kunnen de preventiestrategiën effectiever ingezet worden.’

Op dit moment is ze alweer verder gegaan met haar onderzoek. Als post-doc nu. ‘Onderzoek stopt nooit, er is geen einde, maar altijd een nieuw probleem om op te focussen.’

English

06 November 2018 | 7-11-2018, 13:39