Bekentenissen

Tot zijn verrassing zag hij dat er met ‘RUG Confessions’ nu ook een Groningse variant is van een Facebookgroep waar mensen hun ziel en zaligheid laten zien. Maar echt spannend vindt UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma het niet.
Door Gerrit Breeuwsma

‘Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf’, zo begint de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) zijn boek Bekentenissen, waarin hij honderden pagina’s lang uitpakt over zijn leven, met al zijn fraaie en minder fraaie kanten.

Rousseau was in zijn tijd een spraakmakende figuur, die zijn hand niet omdraaide voor een ruzie meer of minder. Zelfs zijn beste vrienden moesten er vaak aan geloven, zodat Rousseau op het laatst geen vriendschappen overhield, maar bij het lezerspubliek van zijn tijd was hij populair.

Toen hij in Parijs voordrachten begon te houden, waarin hij lange passages uit zijn Bekentenissen voorlas, vreesden verschillende van zijn ‘kennissen’ voor hun reputatie. Ze begonnen te dreigen met rechtszaken, waarop Rousseau zijn lezingen moest stoppen. Uiteindelijk werden de Bekentenissen als boek pas na zijn dood gepubliceerd. Tegen een overledene is het lastig procederen.

Rousseau was misschien niet helemaal de eerste die over zichzelf schreef, maar niemand was daarin zo ver gegaan als hij. En mocht hij reputaties van anderen schaden, hij spaarde zichzelf al helemaal niet. Zo schreef hij onder andere over zijn vijf buitenechtelijke kinderen die hij had afgestaan aan een vondelingentehuis; nogal een pikant detail voor een man die als grondlegger van de moderne pedagogiek en ontwikkelingspsychologie wordt gezien.

Minstens zo pikant waren de ontboezemingen over zijn seksuele escapades: zijn homoseksuele ervaring, zijn overspeligheden, zijn masturbatie en zijn onbedwingbare behoefte zich in steegjes en donkere laantjes te ontbloten voor jonge meisjes. Een liefhebberij waar je nog steeds niet gemakkelijk mee wegkomt.

Rousseau mocht dan iets ondernemen dat vóór hem nog nooit zo openhartig was gedaan, maar dat hij niet zou worden nagevolgd was een voorspelling die er totaal naast zat. Openhartigheid bleek juist zeer aanstekelijk en Rousseau heeft vele navolgers gehad; mensen die in woord of geschrift publiekelijk hun ziel en zaligheid open en bloot op tafel leggen.

Tegenwoordig zijn we allemaal nazaten van Rousseau. De behoefte om onszelf vandaag de dag als mens te tonen, zoals we werkelijk zijn, is besmettelijker dan griep op een kinderdagverblijf. Iedereen flapt er in de krant, op tv, Twitter of Facebook van alles en nog wat over zichzelf uit en soms sneuvelen daarbij wel eens een paar reputaties, maar meestal kijken we er niet eens meer van op.

Tot mijn verrassing zag ik in UKrant dat er met ‘RUG Confessions’ nu ook een Groningse variant is. Beetje laat wellicht, maar Groningers zijn nu eenmaal wat beschroomd om het achterste van de tong te laten zien.

De kop van het berichtje ‘Ik masturbeer in de UB-wc’ maakte niet alleen duidelijk dat de bibliotheekpoortjes nog niet alles tegenhouden, maar duidt ook hier weer op een voorkeur voor het scabreuze in de bekentenissen. Een bezoekje aan de Facebookpagina van ‘RUG Confessions’ bevestigde dat beeld, maar verder viel het me allemaal nogal tegen.

De bedenker zegt in een interview dat hij ‘RUG Confessions’ uit verveling is gestart. Nou, die verveling wordt heel voelbaar gemaakt, want het zijn overwegend slaapverwekkende bekentenissen. Bovendien zijn ze op geen enkele manier te herleiden tot personen, waardoor er geen reputaties op het spel staan, zodat het op de keper beschouwd geen echte bekentenissen zijn.

Misschien is het iets om het te combineren met het meldpunt Yantai. Als er dan een bericht komt van een niet bij naam genoemde oud-universiteitsbestuurder, met de bekentenis dat hij niet 35 uur maar 35 procent van zijn aanstelling in Yantai heeft gestoken, maak me dan maar weer wakker.

27 November 2018 | 7-12-2018, 10:20