Master psychologie krijgt mogelijk selectieprocedure (UPDATE)

Het Heymansgebouw in de Grote Kruisstraat.

Toelating niet meer gegarandeerd

Master psychologie krijgt mogelijk selectieprocedure (UPDATE)

Studenten met een bachelordiploma psychologie van een Nederlandse universiteit worden vanaf 2021 mogelijk niet meer automatisch toegelaten tot de master.
Door Candela Martínez
15 oktober om 9:51 uur.
Laatst gewijzigd op 17 december 2019
om 9:48 uur.
oktober 15 at 9:51 AM.
Last modified on december 17, 2019
at 9:48 AM.

In het huidige systeem worden alle psychologiebachelors toegelaten, maar hier komt misschien een einde aan omdat het aantal masterstudenten de afgelopen jaren snel is toegenomen. De afdeling psychologie wil de klassen klein houden om beter onderwijs aan te kunnen bieden. Een limiet stellen aan het aantal studenten is dan een van de opties.

Sommige trajecten zijn populairder dan andere, wat betekent dat het ene traject alle studenten zal toelaten, terwijl het andere studenten moet afwijzen. Ieder traject hanteert zijn eigen selectieprocedure. Studenten die volgend jaar of in februari 2021 aan de master beginnen, worden nog wel gewoon toegelaten.

Eerlijkste optie

Tweedejaars psychologiestudent Emily O’Shea maakt zich geen zorgen. ‘De selectiecriteria voor de bachelor van psychologie zijn behoorlijk laag, wat betekent dat mensen de kans krijgen zich te bewijzen. Maar ik vind dat mensen hun plekje in de master echt moeten verdienen.’

Medestudent Raili Engler, die ook in het tweede jaar zit, vindt een selectieprocedure ook de eerlijkste optie. ‘Ik denk dat studenten harder zullen werken om een plekje te bemachtigen.’

Hoe de selectieprocedures er precies uit zullen zien is nog niet duidelijk. De studenten kunnen meer informatie verwachten in de eerste helft van 2020, zodat ze zich kunnen voorbereiden als ze zich voor de master willen aanmelden.

Naschrift redactie: Dit verhaal is na publicatie aangepast. Er is nog geen definitief besluit genomen over het al dan niet selectief maken van de master. ‘In een zorgvuldig proces onderzoeken we momenteel de wijze om aan de ene kant de kwaliteit van de masters te kunnen garanderen en aan de andere kant de ruimte te bieden aan zoveel mogelijk studenten’, aldus de faculteit.

Een ton op je twintigste

Student Kim won Miljoenenjacht

Een ton op je twintigste

RUG-student Kim Hartjes won een ton in het tv-programma Miljoenenjacht. Concentreren op haar studie farmacie is sindsdien best lastig.
Door Anne de Vries / Foto Reyer Boxem
14 oktober om 14:05 uur.
Laatst gewijzigd op 14 oktober 2019
om 19:46 uur.
oktober 14 at 14:05 PM.
Last modified on oktober 14, 2019
at 19:46 PM.

‘Voorzichtig naar huis rijden in je nieuwe auto’, had haar moeder nog op een briefje geschreven, de ochtend dat Kim Hartjes naar de tv-opnames van Postcode Loterij Miljoenenjacht zou gaan. De dagen ervoor hadden ze vaker van zulke grapjes gemaakt, want winnen? Dat ging toch niet gebeuren. 

Het liep even anders. De 20-jarige farmaciestudent werd de jongste winnaar ooit van het tv-programma en ging naar huis met een ton. Na een week stond het geld op haar rekening; ruim 69.000 euro na aftrek van de kansspelbelasting. ‘Het voelt nu iets meer “waar”’, zegt Kim. 

Delfzijl naar Terneuzen

Kim ging naar de opnames van Miljoenenjacht met haar vriend Arno en andere inwoners van Winschoten die dezelfde postcode hebben. Van de vijfhonderd spelers gaf zij vervolgens het beste antwoord op de vraag wat de kortste afstand is tussen Delfzijl en Terneuzen. ‘Toen Linda de Mol 370 kilometer zei, dacht ik: dan komen ze zo bij mij, want ik had 372 ingevuld.’

Het leverde haar die nieuwe auto op, waar ze met haar moeder over had gegrapt. Maar ze besloot hem te laten schieten en door te gaan naar de volgende ronde. Daar speelde ze met gemak haar tegenspelers weg, al voelde dat voor haar niet zo. ‘Er waren alleen maar volwassen mensen, ik had er totaal geen vertrouwen in.’ 

Eenmaal in de finale, achter de desk naast Linda de Mol, koos Kim voor koffer 21. Daar hoefde ze niet lang over na te denken: het is haar verjaardag en ook de sterfdag van haar vader, die tien jaar geleden op 21 oktober overleed. Met een droge mond van de spanning maakte Kim de overgebleven koffers open, met daarin bedragen van één cent tot vijf miljoen euro. Tot ze een bod kreeg van honderdduizend euro op koffer 21: dat nam ze aan. 

Mond houden

In de auto terug naar huis hing Kim de hele rit aan de telefoon met haar moeder en haar twee zussen. Zij en Arno stopten even in Joure om te eten, maar Kim kreeg haar kipnuggets nauwelijks naar binnen. 

En daarna moest ze nog drie lange weken haar mond houden tegen haar vrienden, die natuurlijk nieuwsgierig waren. ‘“Ga maar gewoon kijken”, heb ik gezegd. Dus iedereen wist wel dat er iets was gebeurd. Op de avond van de uitzending zei ik tegen m’n neef: “Blijf maar kijken, komt goed!”’ 

Het eerste wat ze met haar prijs deed: haar moeder het collegegeld terugbetalen. Ze kocht ook nog een laptop voor haar. ‘Dat wilde mijn moeder natuurlijk niet, maar die duizend euro is niks op wat ik heb gekregen’, zegt Kim. 

Voor zichzelf bestelde ze een gloednieuwe, donkerblauwe Mazda 2. ‘Straks denkt iedereen dat ik in mijn moeders auto rijd, maar hij is van mij. Dat is toch heerlijk!’ En het restant? ‘Dat staat mooi op m’n spaarrekening en daar blijft het ook staan.’ 

Geen motivatie

Het winnen van zoveel geld gooide Kims leven flink overhoop. De weken na de opnames kon ze zich moeilijk op haar studie concentreren. ‘Ik had echt geen motivatie om naar school te gaan. Het was zo spannend dat ik geld had gewonnen, maar niemand wist het.’

Na de uitzending werd ze door RTV Noord gevraagd voor een live interview en ze werd zelfs in de bus herkend. Nog steeds lukt het haar niet echt om zich weer op farmacie te richten. ‘Ik was echt voorbereid om goed naar school te gaan dit jaar, maar dat werd verpest door die allereerste dinsdag.’

Waarom is mijn prullenbak een vrouw?

Genderdebat op de dames-wc’s

Waarom is mijn prullenbak een vrouw?

Het genderdebat aan de RUG concentreert zich momenteel op de prullenbakken in de damestoiletten in het Harmoniegebouw. Steekt de graffiti in de wc’s de gek aan met seksegebonden taalgebruik? Of is de vandaal echt pissig?
Door Matej Pop-Duchev / Vertaling Sarah van Steenderen
14 oktober om 12:28 uur.
Laatst gewijzigd op 14 oktober 2019
om 15:56 uur.
oktober 14 at 12:28 PM.
Last modified on oktober 14, 2019
at 15:56 PM.

Als de graffiti in de wc’s weergeeft waar RUG-studenten zich het meest druk om maken, dan is het gekras in het Harmoniegebouw een teken aan de wand: noem een prullenbak alsjeblieft geen ‘ladybin’.

Het concept van gender toepassen op een prullenbak lijkt misschien een onbelangrijke kwestie. Maar omdat veel mensen nogal gepassioneerd zijn over het onderwerp gender, plaatsten wij een foto van de graffiti in de toiletten op Instagram en vroegen jullie naar je onderbuikgevoelens, wetenschappelijke uittreksels en politiek incorrecte meningen.

Een van onze volgers zei het als volgt: ‘Waarom moet een levenloos ding überhaupt een gender hebben?’ RUG-wetenschappers zijn hierover verdeeld. Het kan verhelderend werken, denken sommigen. Door de prullenbak een ‘ladybin’ te noemen, begrijpen mensen dat die alleen voor maandverband en tampons gebruikt mag worden. Zoals iemand anders schreef: ‘Het heet een ladybin omdat mensen met een penis hem niet gebruiken.’

Het klopt dat alleen mensen met vrouwelijke voortplantingsorganen menstrueren. Maar een andere volger op Instagram kwam met het volgende goede punt: vrouwen zijn niet de enige mensen die ongesteld zijn of maandverband gebruiken. Door het een ‘ladybin’ te noemen worden transgender mensen uitgesloten.

Anderen vinden dat het, los van de vraag of je mensen uitsluit met deze term, onnodig is om een geslacht toe te kennen aan een prullenbak. ‘Het is gewoon een prullenbak voor maandverband’, zei een volger. Weer iemand anders stelde voor niet moeilijk te doen en het gewoon een prullenbak te noemen.

Een aantal lezers stelde een alternatieve naam voor: de hygiënebak. Goed idee? Het blijkt ontzettend moeilijk te zijn om de juiste naam te vinden voor een prullenbak. Als je het fout doet, raken mensen alleen maar in de war. Een volger dacht dat een ‘ladybin’ een soort chemobak was.

Er waren ook mensen die de hele discussie zat zijn. ‘Waarom houdt die criticaster zich niet met échte problemen bezig terwijl ze zit te plassen’, spotte een volger, terwijl iemand anders aangaf klaar te zijn met dat ‘gedram’. We zijn een stad van de wetenschap tenslotte, en we hebben wel belangrijkere dingen te doen terwijl we op de wc zitten!

Fikkie stoken voor de wetenschap

Studenten archeologie bouwen hun eigen haardkuil

Fikkie stoken voor de wetenschap

Bij archeologische opgravingen worden regelmatig haardkuilen uit de middensteentijd gevonden. Wat was het doel van die kuilen? Studenten bouwden er eentje na om dat uit te testen.
Paulien Plat
7 oktober om 13:57 uur.
Laatst gewijzigd op 9 oktober 2019
om 17:47 uur.
oktober 7 at 13:57 PM.
Last modified on oktober 9, 2019
at 17:47 PM.

Op een druilige vrijdagochtend staan drie archeologiestudenten bij elkaar op een stuk grasland nabij het Hunebedcentrum in Borger. De druppels tikken zachtjes op hun regenjassen. De drie zijn bewapend met scheppen, bijlen en een heleboel hout. Het plan? Fikkie stoken in naam van de archeologie.

Dit is de Werkgroep Experimentele Archeologie Groningen (WEAG), in januari opgericht door de studievereniging archeologie Bachur. De studenten willen uitzoeken wat de functie was van de haardkuilen uit de middensteentijd – de periode na het aflopen van de laatste ijstijd rond 10.500 v.Chr. – die archeologen regelmatig aantreffen. Werden ze gebruikt om vuursteen in te prepareren, fungeerden ze als een soort van prehistorische barbecue of werd er teer in gemaakt?

Teer

Dat laatste, denkt de werkgroep. In veel van de kuilen zijn namelijk resten van dennenteer gevonden. Teer werd teer destijds gebruikt om visnetten en boten te verstevigen, legt Jochem Dorrestein uit terwijl hij een gat in de grond graaft. Hij is de initiatiefnemer van WEAG. ‘Of als middeltje om op te kauwen tegen tandpijn.’ Het antibacteriële goedje wordt in de Turkse streek Anatolië nog steeds gebruikt tegen oorpijn en om wonden mee in te smeren, weet hij.

Met het experiment willen de studenten uitzoeken hoe je teer maakt en of het überhaupt mogelijk is om teer in een haardkuil te maken. ‘Het begint gewoon met wat aankloten’, zegt Jochem. ‘In de hoop dat het uiteindelijk wel wat wordt, natuurlijk.’

Het is niet de eerste keer dat ze op deze manier onderzoek doen. ‘In de zomer hebben we ook al hutten gebouwd en gerst gedroogd om bier van te brouwen.’

Het begint gewoon met wat aankloten, in de hoop dat het iets wordt

In de kuil die Jochem gegraven heeft moet dennenhout komen. ‘Ik ben hier om te hakken, niet om na te denken!’ roept Sandra Coenen, terwijl ze haar bijl in een stuk dennenhout slaat. De kleine stukjes worden onderin neergelegd. ‘Dit fungeert als een soort van zeef’, legt Jochem uit. ‘Zo kan het teer van de kolen gescheiden worden.’ Daar bovenop komen nog meer stukken hout, rechtopstaand ‘als een bos bloemen’.

Grassprieten en zoden sluiten de kuil af, zodat er een vuurtje op gestookt kan worden. ‘Flink hoog’, roept Jochem, terwijl hij tegen het net aangestoken hout blaast. Sandra knikt instemmend. ‘Scheveningen 2.0’, lacht ze.

Ondanks het natte weer wil het vuur goed branden, al zijn de studenten zelf wel flink doorweekt. ‘Zullen we maar even de regendans doen?’ stelt Jochem voor. De studenten beginnen enthousiast met scheppen op de grond te slaan.

750 graden

Na een tijdje – de regen is niet opgeklaard – meten ze de temperatuur van het vuur met een laserthermometer. ‘Gewoon richten en schieten’, zegt Jochem tegen Sandra. Bijna 750 graden blijkt het vuur te zijn. Maar de hitte moet door de graszoden heen om teer te produceren. Binnen in de kuil moet het tussen de 300 en 400 graden worden. En of dat gelukt is, weten ze pas als ze het vuur doven.

Nu is het een kwestie van wachten en af en toe een houtje op het vuur gooien. De doorweekte jassen en broeken worden bij het vuur gedroogd, de verkleumde handen worden opgewarmd.

Zo, hier is het vuur 270 graden

Een paar uur later is het zover. Jochem steekt zijn schep in de smeulende zoden en wipt een stuk omhoog. ‘Zo, hier is het 270 graden’, roept hij, de laserthermometer op de kuil gericht. Maar dat is nog te koel, en dus is er geen teer in de kuil te bekennen.

Toch heeft de werkgroep vooruitgang geboekt. ‘De vorige keer kwamen we maar tot 100 graden. De volgende keer gaat het misschien wel lukken’, zegt Jochem. Dan gaan ze het vuur nog langer opstoken. Voor nu ruimen ze het experiment op. De houtjes worden netjes opgestapeld, de smeulende kuil met zand bedekt. Op naar huis, daar wacht een warme douche. Volgende keer beter.

Geen verbod, wel maatregelen tegen lachgas

Strengere controle op straatverkoop

Geen verbod, wel maatregelen tegen lachgas

Er komt voorlopig geen lachgasverbod in Groningen, laat het college van burgemeester en wethouders weten. Wel neemt de gemeente maatregelen om het gebruik van de bij studenten populaire partydrug tegen te gaan.
Door Koen Marée
2 oktober om 14:45 uur.
Laatst gewijzigd op 2 oktober 2019
om 19:58 uur.
oktober 2 at 14:45 PM.
Last modified on oktober 2, 2019
at 19:58 PM.

Even een ballonnetje lachgas nemen tijdens het stappen? Dat blijft ook in de toekomst gewoon mogelijk. ‘Lachgas betreft een legaal product, waarvan aanbieden niet strafbaar is’, schrijven B&W in reactie op vragen in de gemeenteraad over een algeheel verbod.

Wel wordt de verkoop van lachgas bij evenementen in de openbare ruimte aan banden gelegd. Wie een vergunning aanvraagt voor een evenement op privéterrein moet aangeven welke maatregelen er getroffen worden om het gebruik van de drug te ontmoedigen. Zo verbood de KEI-organisatie de verkoop van lachgas al tijdens de KEI-week in augustus.

Handhaving

Verder gaat de gemeente strenger handhaven op ‘venten’, het op straat verkopen van lachgas. Dit is in de hele binnenstad al verboden. Horecazaken worden gecontroleerd op de naleving van de regels die gelden voor de opslag van het gas.

Mogelijk wordt in de toekomst alsnog een lachgasverbod ingevoerd. De resultaten van een onderzoek dat het ministerie van Volksgezondheid laat uitvoeren naar de gezondheidsrisico’s van de partydrug worden in november verwacht.

Boekenweek: wat leest RUG-huisdichter Sofia Manouki?

Boekenweek! Goed moment om een boek te kopen. Maar welke? Vijf bekende RUG’ers geven hun ultieme leestip. Vandaag: Sofia Manouki, huisdichter van de RUG.
Door Mella Fuchs

Slaughterhouse-five, Kurt Vonnegut

Slaughterhouse-Five (Slachthuis Vijf) is een antioorlogsboek over Billy Pilgrim, een krijgsgevangene die in Dresden in een slachthuis dwangarbeid moet verrichten. Doordat hij daar is, overleeft hij het bombardement op Dresden, dat de historische stad grotendeels verwoest.

‘Kurt Vonnegut maakte dit bombardement zelf mee als krijgsgevangene’, zegt RUG-huisdichter Sofia Manouki. ‘Ik denk dat hij daardoor zo’n enorm begrip heeft van de menselijke aard. Het is geen oorlogsboek dat je geschokt en beduusd achterlaat, op een vreemde manier was het zelfs een verzachtend boek.’

‘Want hoewel de protagonist verschrikkelijke dingen meemaakt, gaat de schrijver daar op humoristische wijze mee om. Hij maakt geen ellenlange beschrijvingen van de verschrikkingen van oorlog, dat hoeft niet. De titel zegt al genoeg over de krankzinnigheid van oorlog. En de oorlog overleven als krijgsgevangene in een slachthuis… een sterkere beeldspraak is er eigenlijk niet.’

Aliens

In het boek komen ook aliens voor, in de vorm van omgekeerde gootsteenontstoppers. Ze hebben een vierde dimensie van tijd en ervaren het heden, het verleden en de toekomst tegelijkertijd. Er is geen oorzaak en gevolg, alles loopt door elkaar.

Zij weten bijvoorbeeld ook al hoe de wereld zal vergaan. Daar hebben zij geen invloed op, het zal gebeuren, het is aan het gebeuren en het is al gebeurd. ‘Zij focussen zich op de goede dingen’, legt Sofia uit. ‘Als ik een karakter uit het boek moest zijn, zou ik een van de aliens zijn.’

Just survive

‘De boodschap van het boek is voor mij: het is oké om half crazed te zijn, maar ga door! Just survive. Er zal altijd trauma zijn, er zullen altijd dingen zijn die je niet begrijpt, je zult altijd fouten maken, maar je moet door. Misschien ben je getraumatiseerd, misschien ben je halfgek, maar je kunt altijd nog een geweldig boek schrijven.’

Bij All Ears kun je anoniem je hart luchten

Heb je iets op je lever en wil je anoniem je verhaal kwijt? Er is nu een plek waar studenten hun hart kunnen luchten: All Ears.
Door Eva van Renssen

Dat er hulp nodig is, is overduidelijk, vindt vicevoorzitter Berend Roorda van de Studentenkoepel voor Levensbeschouwelijke Organisaties (SKLO). ‘We konden de berichten over gestreste en eenzame studenten niet negeren.’

Zelf werd hij opgeschrikt toen een huisgenoot uit zijn eigen studententijd een aantal jaar geleden zelfmoord pleegde. ‘Ik merkte niet dat hij het moeilijk had, terwijl achteraf bleek dat die dingen hem als student ook al bezig hielden. Iedereen laat altijd maar de mooie dingen zien.’

‘Binnen verenigingen kunnen studenten hun verhaal wel bij iemand kwijt’, zegt Roorda. ‘All Ears is er ook voor andere studenten, bijvoorbeeld internationals. Studieadviseurs en de studentpsychologen zijn er voor specifieke problemen, maar vaak hebben zij ook wachtlijsten.’ De ‘luisterende oren’ van All Ears zijn geen psychologen of studieadviseurs, maar zijn wel professionele studentenwerkers, van organisaties die onder het SKLO vallen.

Het maakt niet uit wat studenten willen vertellen, net zoals bij een biecht. Alleen die naam heeft een beetje een bijsmaak gekregen, zegt Roorda. ‘Maar het idee dat je anoniem bent, dat je niet veroordeeld wordt om wat je vertelt, is eigenlijk heel mooi. Ons doel is niet om onze eigen ideeën uit te dragen, maar om te luisteren.’

Soms heftig

Een van die luisterende oren is Hendrik Timmer (32), studentenwerker van IFES (International Fellowship of Evangelical Students). Hij ziet dat veel internationale studenten kampen met de stress die het leven in een andere cultuur met zich meebrengt. ‘Voor zulke dingen is weinig ruimte binnen studies,’ zegt Timmer. ‘Het is ook niet direct studiegerelateerd. Maar kleine dingen waar je niet over kunt praten, kunnen uitgroeien tot een groter issue.’

Het luisteren en het bewaren van geheimen noemt Timmer ‘Soms heftig, maar niet moeilijk’. ‘Ik ben vooral blij dat iemand het niet meer voor zichzelf hoeft te houden.’

‘We kunnen op veel manieren meedenken. Heb je een dierbare verloren? Misschien is de rouw en verliescursus van het GSp iets voor je. Mis je als moslimstudent contact met gelijkgezinden? Ga eens kijken bij ISV Deen. Worstel je met de combinatie tussen je religie en je geaardheid? Dan is Jonge Vlinders misschien een plek waar je heen kunt.’

Pilot

All Ears is echter geen vervanging voor een psycholoog met een behandelplan. De studenten met grotere problemen worden verwezen naar de studentenpsycholoog. Andersom zullen studieadviseurs en het Student Service Center wijzen op All Ears.

Het project is nog een pilot, maar ze krijgen van studieadviseurs en het Student Service Center al positieve reacties,’ zegt Roorda. De pilot duurt tenminste tot na de zomervakantie. ‘Juist de eerste maanden van het studiejaar zijn heftig, vooral voor eerstejaars’, weet Roorda uit zijn ervaring als rechtendocent.

Wanneer is de pilot geslaagd? ‘Dat is lastig te zeggen,’ zegt Roorda. ‘Een handvol studenten helpen is al mooi. Of al is het er maar één… Als dat nou precies iemand is zoals mijn voormalig huisgenoot, dan kun je al niet meer van een mislukking spreken.’

All Ears zit elke woensdag van twee tot vier in Onder de Bogen in het Harmoniegebouw en via de website kun je een afspraak maken voor een ander moment.

Taede Tillema: ‘Files bestrijden is te gemakkelijk’

Jöran Maaswinkel

Vijf vragen over bereikbaarheid

‘Files bestrijden is te gemakkelijk’

De Randstad slechter bereikbaar dan Delfzijl? Dat valt reuze mee, stelt bijzonder hoogleraar transportgeografie Taede Tillema dinsdag in zijn oratie. Je moet immers niet alleen kijken naar de hoeveelheid files. Ook voorzieningen om naartoe te rijden zijn van belang.
Door Christien Boomsma

U werkt in Den Haag! Dat is vast moeilijk bereikbaar?

‘Nou, dat valt dus reuze mee. Ik woon immers ook in Den Haag en hoef maar tien minuten op de fiets. Maar ja, ik moet nu ook een keer per week naar Groningen en dán ben ik wel drie uur bezig.

Het is maar hoe je het bekijkt. Voor de mensen in de stad is Groningen juist heel bereikbaar en er zijn veel voorzieningen op korte afstanden. Maar dat is weer anders voor mensen uit de Ommelanden, zelfs al zijn er geen files.’

Dus die Randstad is helemaal niet zo moeilijk bereikbaar?

‘Wat opvalt is dat je ook in de Randstad nog altijd sneller bent met de auto dan met het openbaar vervoer. Openbaar vervoer concurreert dus alleen op de grote afstanden tussen steden.

Het is belangrijker om te kijken naar het aantal voorzieningen dat mensen binnen hun bereik hebben. In een dorp heb je misschien één supermarkt per anderhalve kilometer, terwijl dat er in de stad wel twaalf zijn. En die is dan misschien heel gezellig, maar ook nog eens duurder. Wat heb je minimaal nodig? En wat vind je belangrijk? Die factoren moet je meewegen. Het is niet voor niets dat mensen allemaal naar de Randstad gaan.’

Gebruiken we het begrip ‘bereikbaarheid’ dan verkeerd?

‘Er is een soort trend waarbij alleen wordt gerekend met reistijdverlies. Investeer je alleen in wegen waar het toch al druk is, dan profiteren alleen de mensen die een auto hebben en er gebruik van maakten.

Mensen die elders wonen of niet autorijden, hebben daar veel minder voordeel van. Dat vergroot de ongelijkheid. Tussen de Randstad en het Noorden bijvoorbeeld, maar ook tussen autobezitters en niet-autobezitters. Het risico bestaat dat je een zelfversterkend systeem in het leven roept. Helemaal omdat extra wegen voor extra vraag zorgen, waardoor je weer meer files krijgt.’

U pleit voor minder focus op asfalt?

‘Tja, het lastige is, files bestrijden is ook heel makkelijk. Het alternatief – waarbij je dat bredere, ruimtelijke begrip van bereikbaarheid gebruikt – levert ook ethische vraagstukken op. Wat zijn de voorzieningen waar iedereen recht op heeft? En voor hoeveel mensen moet je dat in stand houden?’

Gaat u nu op zoek naar een oplossing?

‘In de komende jaren wil ik onderzoeken hoe mensen in de Groningse Ommelanden dit beleven en hoe we met slimme oplossingen de bereikbaarheid van de buitengebieden kunnen vergroten, ook als het openbaar vervoer onder druk staat.

Je kunt denken in openbaar vervoer langs “gestrekte lijnen”: dus een busverbinding met minder haltes, maar wel hoogfrequent. Dan kom je misschien minder diep in de dorpen, maar het systeem kan goedkoper. En dan kun je je afvragen wat de rol van de fiets – met name de elektrische fiets – kan zijn. Of een zelfrijdende bus, zoals die nu getest wordt bij het ziekenhuis in Scheemda. Ik wil gaan uitzoeken of mensen dat zien zitten en waar dat van afhankelijk is.’

PhD’s kennen hun rechten niet

Verlof, vergoedingen, parttime of fulltime werken: promovendi weten nauwelijks waar ze precies recht op hebben. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) gaat dat veranderen.
Door Thereza Langeler

Sinds vrijdag 22 februari houdt PNN samen met wetenschapsvakbond VAWO voorlichtingsbijeenkomsten, waarin ze PhD’s bijpraten over de arbeidsvoorwaarden. Volgens de promovendiorganisatie leidt het gebrek aan kennis tot ‘misstanden en mentale problemen’.

‘Wat wij zien is dat met name internationals – maar ook Nederlanders – vaak niet goed weten wat normaal is en wat niet’, vertelt voorzitter Anne de Vries van het PNN. ‘En dat kan tot allerlei problemen leiden.’

De Vries hoort bijvoorbeeld wel eens dat promovendi onder druk gezet worden om fulltime te werken, terwijl ze eigenlijk liever een aantal dagen zouden inleveren. ‘Tenzij er gegronde bezwaren tegen zijn, is parttime werken gewoon een recht. Het is heel raar dat promovendi daar soms geen gebruik van kunnen maken.’

Verlenging

In de nieuwste cao voor universiteiten, die sinds juli vorig jaar van kracht is, is de positie van PhD’s sterk verbeterd. Zo is vastgelegd dat je verlenging kunt krijgen voor je onderzoek als je ouderschapsverlof opneemt. Maar dat krijg je alleen als je daar zelf om vraagt. ‘Dat moet je dus wel weten. Voorheen werd die verlenging vaak helemaal niet gegeven. Inmiddels is het goed geregeld in de cao, nu de praktijk nog.’

Datzelfde geldt voor de duur van een promotietraject – die moet volgens de nieuwe cao vier jaar zijn, dus niet korter – en voor het recht op een transitievergoeding. Die moeten universiteiten uitbetalen aan alle medewerkers die na minstens twee jaar uit dienst gaan. Ook aan promovendi, dus. Maar ook daarover is in de praktijk maar weinig bekend.

Bijeenkomst RUG

De eerste voorlichtingsbijeenkomst is inmiddels geweest, aan de universiteit van Wageningen. Later dit jaar bezoekt het PNN andere universiteiten. ‘De bijeenkomst aan de RUG wordt nog gepland’, laat De Vries weten.

Wel is al bekend dat de voorlichting in Groningen een iets ander karakter krijgt dan elders, vanwege de vele beurspromovendi aan de RUG. Die lopen tegen heel specifieke problemen aan, weet De Vries.

‘We horen vaak dat ze wel onderwijs geven, maar daar niet voor betaald worden omdat ze officieel student zijn. En vaak weten mensen gewoon de verschillen niet tussen de rechten en plichten van een medewerkerpromovendus en die van een student.’

‘Liever wedstrijd winnen dan Sporttalent van het Jaar’

Student Lonneke Uneken racet dinsdag direct na college naar MartiniPlaza voor het Sportgala. Ze is genomineerd voor Sporttalent van het Jaar. Niet dat het haar uitmaakt of ze de prijs wint, zegt ze. ‘Een fietswedstrijd winnen is belangrijker.’
Door Mella Fuchs

Fietswedstrijden wint de achttienjarige student International Business vaak; ze zette al negen wedstrijden op haar naam. De mooiste wedstrijd die ze won? Die eindigde op een overvolle Vismarkt in Groningen. Voorafgaand aan het gala is Lonneke niet zenuwachtig, zegt ze: ‘Op deze uitslag heb ik geen invloed.’

Als genomineerde heeft ze haar eigen plek vooraan op de tribune. De zaal stroomt vol met trotse ouders, broertjes, trainers en de andere genomineerden; die voor Sporter- of Sporttalent van het Jaar en de leden van teams die ‘strijden’ om de titel Sportploeg van het Jaar. De uitbundige presentator van het programma wordt geassisteerd door vijf jochies van Kids United, het G-team van FC Groningen.

Na de verkiezing van de Sporter van het Jaar is Lonneke aan de beurt. Ze staat – keurig gekleed in zwart en bordeauxrood en op bescheiden hakken – naast de twee andere genomineerden: judoka Marin Visser en basketballer Rienk Mast. De basketballer sleept de prijs in de wacht, maar daar treurt Lonneke niet om. Ze kennen elkaar bijna allemaal en de gunfactor is hoog. Dat ze genomineerd is vindt ze al een hele eer.

Gebroken sleutelbeen

Lonneke begon met wielrennen als achtjarig meisje. Daarvoor schaatste ze, want de racefiets weigerde ze aanvankelijk aan te raken. Haar vader had zijn sleutelbeen gebroken tijdens de afdaling van de Mont Ventoux.

Uiteindelijk durfde ze het toch en begon ze bij wielervereniging Stormvogels in Veendam. Al snel ging ze wedstrijden fietsen, werd in 2014 Nederlands kampioen en in 2017 begon ze bij de junioren in de nationale selectie. Sindsdien is ze niet meer van het podium af te slaan.

Heeft ze ooit getwijfeld of ze het topsportersleven eigenlijk wel wil? ‘Tja, als het een keer tegenzit, denk je wel: waarom doe ik dit nou? Maar een dag later weet je alweer waar je het voor doet en waarom je het zo leuk vindt.’ Op momenten dat haar benen zo verzuren dat ze eigenlijk niet meer kan, helpt haar winnaarsmentaliteit haar over de finish heen.

Mentaliteit

Die mentaliteit heeft ze bij spelletjes ook, zegt ze, maar minder bij haar studie. ‘Ik wil gewoon mijn vakken halen en het zo goed mogelijk doen, maar ik hoef niet per se achten te halen.’ Bij de RUG heeft ze een speciale topsportstatus en hoeft ze minder vakken per blok doen. Inmiddels haalt ze meer vakken dan menig student.

Drie dagen per week zit ze in de collegebanken en zes dagen per week op haar fiets, onder begeleiding van haar trainster Renate Groenewold, oud-schaatster en -wielrenster, van wie ze ook veel leert over het leven als topsporter. Zou ze weleens een normale student willen zijn die gewoon elke dag naar college gaat en af en toe op stap kan? ‘Nee. Ik vind fietsen veel leuker,’ zegt ze breed lachend.

Liever geen man

In september 2018 tekende Lonneke een contract bij het Noorse UCI-Womensteam Hitec-products, waarmee ze bij nationaal overstapte van de junioren naar de Elite Dames. Of ze opnieuw aan de top zal komen vindt ze lastig in te schatten.

‘Bij de junioren ben je gewend om altijd voor de overwinning te koersen en heb je koersen van 70/80 kilometer, maar nu moet ik koersen rijden van 150 kilometer of meer, en de tegenstanders zijn van een veel hoger niveau, dus ik heb geen idee waar ik sta.’

Lonneke ervaart de wielerwereld niet als mannenwereld. ‘Maar dat komt natuurlijk doordat ik altijd aan de vrouwenkant sta. Voor een buitenstaander kan ik het wel begrijpen. Gelukkig is het vrouwenwielrennen wel heel erg in opkomst.’ Denk je soms niet: was ik maar een man geweest? ‘Nee, dan moet ik nog verder fietsen,’ lacht ze.

Americans Talking About a ‘Superb Owl’; Dutch Baffled

Abandoned as an infant high in the mountains of Colorado, James was taken in and raised by a family of marmots. They trained him in the art of satire, but warned him: ‘With great power comes great responsibility.’ He didn’t understand the truth of their words until his adopted rodent brother, Donald Trump’s hair, turned to the dark side.

James could only sit by and watch, helpless and appalled, as his evil brother meme’d his way to the White House. Forever changed by what he had seen, James fled to The Netherlands and vowed to always use his powers for good.

An epidemic of mild confusion has swept the Netherlands over the course of the past two weeks. Anyone who has an American friend has most likely heard them talk about ‘the superb owl’, and come away feeling a little perplexed.

‘As far as I understand it, the owl’s some sort of real estate mogul,’ said Jan Dutchman, a local. ‘It has all these yards? And Maroon 5 is performing for it? I think it’s something like that turkey thing they do in November.’

So, what’s so great about this owl? We at the UKrant polled our American staff to find

Q: So tell us about this ‘superb owl.’

A: Uh, well I don’t really watch it, but I hear the Rams are playing.

Q: There are Rams too? Rams are quite large, wouldn’t the superb owl get hurt?

A: Like, wouldn’t the people playing get hurt? Yeah, there’s kind of a controversy about concussions at the moment. The league was suppressing studies about it.

Q: I see. Will the owls be there with the Rams and the people?

A: Maybe? Like I said, I don’t really watch, so I don’t know all the teams. Are they like the Ravens? I’d imagine they’d be there, and if they’re not there they’ll definitely be watching.

Q: Ok, so the owls, which are superb, watch the people play with the rams-

A: You mean the Patriots and the Rams.

Q: The patriots? Well, I suppose they might be patriotic. Isn’t that kind of weird though?

A: The Patriots? Not really, the Rams getting there is the real wonder.

Hopefully this will straighten everything out.

In other owl related news, an owl was found in the cockpit of an Indian Boeing 777. Authorities removed it after it was discovered that it had failed its flight exams earlier that year.

RUG-student wint start-upprijs

RUG-informaticastudent Julius van Dijk heeft afgelopen week een prijs gewonnen met zijn start-up Circle of Parents, een online platform voor tweedehands kinderkleding.
Door Eva van Renssen

Van Dijk (de middelste op de foto) volgde de minor Entrepreneurship aan de Universiteit van Amsterdam en zette daarvoor met twee medestudenten een bedrijfje op. Het was de beste van dat jaar, vond een jury van ondernemers en investeerders.

Wat is Circle of Parents?

‘Kinderkleding wordt vaak binnen de familie doorgegeven. Maar heb je niemand in je netwerk, met kinderen van de juiste leeftijd, of zijn de doorschuivertjes wel mooi, maar niet jouw smaak, dan biedt Circle of Parents een aanvulling.

Bijna alle kinderkleding kan nog wel een ronde mee. Denk aan van die kleine merkschoentjes. Baby’s lopen niet eens. Dat kan duurzamer en goedkoper, vinden we. Ouders bieden via ons platform alleen mooie, goede kleding aan. Mocht er iets kapot of vies zijn, dan vergoeden we dat. Wij willen tweedehands kinderkleding de nieuwe standaard maken.’

Hoe is de start-up ontstaan?

‘Op de UvA. Met de minor Entrepreneurship leer je je eigen start-up op te zetten. Eerst dachten we aan swap-voetbalschoenen; kindervoeten groeien razendsnel. Dat werd het niet, maar de gedachte bleef dat kinderen hun kleren gauw ontgroeien.

We hebben daarna op basisscholen ouders aangesproken om te onderzoeken of er animo was voor een online kinderkledingplatform. Vaak hoorden we dat de betaling en het ophalen van de kleding ingewikkeld is. Die bezwaren wilden we opheffen. Zo gaat de betaling bij ons via iDeal en bepalen ouders hoe ze de kleding opsturen.

In de minor word je begeleid door vrijwilligers uit het bedrijfsleven die start-ups leuk vinden. Verder krijg je workshops, bijvoorbeeld over logo’s ontwerpen. Een kerngedachte was: fail fast, fail often. Ik kan dat credo niet meer horen, maar het was een goede aanpak. Je test alle ideeën meteen, en ontdekt zo snel mogelijk wat werkt. We probeerden bijvoorbeeld verschillende Facebookadvertenties uit. Klikken mensen op ‘duurzame kinderkleding’ of op ‘snelle bezorging’?’

En, levert het wat op, zo’n start-up?

Julius lacht: ‘Nou, voorlopig niks. Circle of Parents is geen webshop, maar een platform. We rekenen maar tien procent commissie. We investeren dagelijks evenveel als wat we in het hele semester hebben verdiend. Kleding van webshops, waar we ook mee samenwerken, is niet duurder maar zij vragen vaak zestig procent commissie, dus ouders houden minder over.

Nederland geeft jaarlijks rond een miljard uit aan kinderkleding. Om rond te komen moeten we zo’n 100.000 kledingstukken per jaar verkopen. Dat is minder dan één procent van de markt, best haalbaar.

Eigenlijk denken we liever in gebruikers dan in euro’s. We hebben al vierhonderd ouders bereikt.’

Maar jullie wonnen wel een prijs

‘Ja! We wonnen duizend euro, dus we kunnen weer even door. In de finale stonden we voor een jury van investeerders en ondernemers. We hielden een pitch van vijf minuten. Een koud kunstje, na zo’n minor ondernemerschap. Spannend wordt het pas als de jury vragen stelt. Je moet je informatie en cijfers paraat hebben.

En nu?

‘We ronden eerst onze bachelor af, voordat fulltime werken aan ons platform een optie wordt. We ontdekten dat er op Instagram veel speelt rondom tweedehands kinderkleding. Daar willen we binnenkort meer mee doen. Nu we de prijs hebben gewonnen, hebben we er nóg meer zin in. Het geeft echt energie.’

RUG-vrouwen genomineerd voor mediaprijs

Drie RUG-hoogleraren zijn genomineerd voor de provinciale Vrouw in de Media Award:  Stynke Castelein, Janka Stoker en Iris Vis. Stemmers bepalen wie zich het afgelopen jaar het beste heeft geprofileerd in de media.
Door Tamara Uildriks / Foto’s Michel De Groot en Peter van der Sijde

Vorig jaar ging Jojanneke Bruins, onderzoeker bij Lentis Research, er met de provinciale prijs vandoor. Annemarie Heite, woordvoerder van het project De Stille Beving en boegbeeld in de strijd tegen de aardbevingspolitiek, won de landelijke award.

De award is een initiatief van sprekersbureau ZijSpreekt en mediaplatform VIDM. Ze willen deskundige vrouwen extra onder de aandacht brengen en meer op de voorgrond laten treden. Naast een provinciale en een landelijke award is er de aanmoedigingsprijs You Go Girl.

Stemmen kan tot en met 31 januari op vidm.nl (eerst je landelijke favoriet kiezen, dan ga je naar de provinciale verkiezing).

De drie Groningse hoogleraren zijn vanwege hun onderzoek veel in regionale en nationale media geweest. Alle drie vinden zij het van groot belang hun onderzoek toepasbaar te maken.

Stynke Castelein

Hoe herstel je van een ernstige psychische aandoening? Stynke Castelein, hoogleraar herstelbevordering en hoofd onderzoek van ggz-instelling Lentis, heeft er een vernieuwende blik op. Ze dook daarmee het afgelopen jaar vaak op in de media.

In haar oratie vertelde ze over een brede aanpak van herstel, als toevoeging op de huidige symptomatische aanpak. ‘Je kunt wel genezen, maar als je nog steeds thuiszit en niet de dingen doet die je anders deed, dan ben je er nog niet. Voor een goed herstel moet je oog hebben voor meer dan de symptomen alleen.’

Herstel is een vernieuwend en populair gebied binnen de psychologie, waarvoor Castelein, als eerste hoogleraar op dat gebied, het gezicht van Nederland is. ‘Er komen steeds meer inzichten dat de brede aanpak van herstel belangrijk is. Aandacht voor iemands maatschappelijk herstel en ook voor persoonlijk herstel is belangrijk; een stukje zingeving en empowerment. Het gaat om het besef dat je niet je aandoening bent en begint na te denken over je toekomst.’

Psychische aandoeningen

‘Trouw was erg geïnteresseerd in de bevindingen die ik besprak in mijn oratie. In januari stond ik met een twee-pagina interview in de krant. Daarna volgden het NOS journaal, 3FM, Radio1 en het Nederlands Dagblad. Die oratie maakte best wat los.’

Castelein is niet verbaasd over de interesse in het onderwerp. ‘Psychische aandoeningen raken iedereen. Een op de vier mensen maakt er iets van mee in de directe omgeving of heeft zelf klachten. Dat maakt het veld populair.’

De nominatie benadrukt weer dat haar werk en het werk van haar onderzoeksgroep goed zichtbaar is. ‘Het is een beetje buiten mijn comfortzone, maar ik ben blij met de erkenning.’

Janka Stoker

In haar boek Goede leiders zweven niet – dat ze schreef met Harry Garretsen – gebruikt Janka Stoker actuele onderzoeken om ‘effectief leiderschap’ in organisaties en de maatschappij te beschrijven.

Stoker: ‘Niet alleen UKrant.nl schreef over ons boek, ook landelijke kranten als AD en NRC. Zo kwam ik het afgelopen jaar veel in de media.’

Mensen zweven graag achter grote alomvattende ideeën over leiderschap aan, vertellen ze in het boek. Vaak zijn die ideeën gebaseerd op trends: het ene jaar is agile zijn hot, terwijl later juist koersvastheid wordt geprezen.

Evaluatie

Belangrijk is vooral analyse vooraf, en evaluatie achteraf. ‘Als je een nieuw idee toepast, moet je na een paar jaar wel kijken of dat zin heeft gehad. Zo wordt een bepaalde leiderschapsfilosofie geen doel op zichzelf, maar blijft het een middel om de organisatie te verbeteren.‘

Stoker, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering en directeur van expertisecentrum In the LEAD, vindt het belangrijk dat wetenschappers van zich laten horen als trends over leiderschap of management populair zijn, maar niet door empirie worden ondersteund.

Als hoogleraar vindt Stoker extra aandacht voor vrouwen nodig om stereotypen te vermijden: mensen vinden het nog steeds bijzonder als een vrouw hoogleraar, kickbokser of bestuurder is. ‘Het is nog steeds zo dat vrouwen veel minder zichtbaar zijn in de media dan mannen.’

Iris Vis

Physical Internet klinkt nog onbekend, maar wordt nu al genoemd als standaardvorm van goederentransport voor 2050. Iris Vis, hoogleraar Industrial Engineering, is gespecialiseerd in het onderwerp en organiseerde in juni het vijfde internationale Physical Internet Congres.

Waar de standaard supply chain objecten verplaatsen via een vast traject, bestaat Physical Internet uit verbonden netwerken waarin magazijnen, terminals en het transport worden gedeeld.

Zoals mensen voor zichzelf de snelste route bepalen door af te wisselen tussen trein, auto of fiets, werkt ook dit systeem efficiënter. Vis: ‘Volledig verbonden logistieke netwerken zoals deze kunnen een grote bijdrage gaan leveren aan het verduurzamen van goederentransport.’

Kinderen

Vis pakte de organisatie van het congres breed aan. ‘Niet alleen werden gasten uit de wetenschap, overheden en bedrijfsleven uitgenodigd, rondom het congres organiseerden we een challenge duurzame stadslogistiek voor leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs in Groningen.’

De activiteiten voor leerlingen waren veel in de media, ‘Studenten begeleidden kinderen met het bedenken van slimme ideeën voor de levering van goederen. Het is leuk en belangrijk om op deze manier ontwikkelde kennis breed beschikbaar te maken en te delen.’

‘De nominatie is een compliment voor het hele team dat hieraan heeft bijgedragen’, zegt Vis. ‘Het is goed te zien dat ons onderzoek opvalt.’

De regionale prijswinnaars worden in de eerste week van februari bekendgemaakt, op 11 februari die van de landelijke en van de aanmoedigingsprijs.

Ruimte voor rustmomentjes is open

Sinds een paar dagen is-ie geopend: de reflectieruimte in de UB. Vanaf nu kan elke student zich even terugtrekken om tot rust te komen in een periode van stress.
Door Remco van Veluwen

‘Reflectieruimte?’ klinkt het vragend vanachter de servicebalie. Bij de UB moeten ze er duidelijk ook nog een beetje aan wennen. Na navraag blijkt hij inderdaad sinds vorige week vrijdag in gebruik te zijn, op de eerste verdieping in kamer 1.01.

Donker en verlaten, zo ziet het er van buiten uit. Maar doe je de deur open en het licht aan, dan tref je comfortabele zitkussens en eenvoudige bankstellen aan.

Op een tafeltje staat een bord waarop is uitgelegd waar de ruimte voor bedoeld is. Eigen attributen meenemen mag, mits je ze ook weer opruimt.

Geen gebedskleedjes

Daarin verschilt de reflectieruimte van bijvoorbeeld de kamer op de zevende verdieping van de Linnaeusborg, waar gebedskleedjes en korans terug te vinden zijn. Dit was dan ook expliciet de bedoeling van de ruimte in de UB: het is geen religieuze ruimte, maar een plek die voor iedereen toegankelijk is en zo neutraal mogelijk is ingericht.

Premasterstudente Nederlands recht Saloua is blij dat de ruimte er is. Zij gebruikt hem voor het gebed. ‘Ik zit vaak hele dagen in het Harmoniegebouw om te studeren. Ik woon in Emmen, dus het is voor mij onmogelijk om tussen colleges door naar huis te gaan om te bidden.’

Ze is van plan om ook na de tentamenperiode de ruimte te blijven gebruiken. ‘Door mijn gebeden op tijd te verrichten kan ik me de rest van de dag met een gerust hart focussen op mijn studie.’

Dat de ruimte neutraal ingericht is, begrijpt ze wel. ‘Het is een ruimte voor iedereen en niet alleen voor een groep van een bepaalde religie dus dat is prima. Het is natuurlijk ook fijn om op momenten van stress een plek te hebben waar studenten zich even in stilte terug kunnen trekken. Ik vind het alleen jammer dat je er niks mag laten liggen, bijvoorbeeld dat je er geen gebedskleed mag neerleggen waar iedereen gebruik van kan maken.’

Pilot

Henrieke Polinder die voor Lijst Calimero in de universiteitsraad zit, is blij dat de ruimte open is. Zij was betrokken bij de totstandkoming van het initiatief door verschillende studentenpartijen. ‘Ik ben zeker tevreden. Heel mooi dat dit zo met vereende krachten voor elkaar is gebokst. Nu is het afwachten wat de gebruikers van de ruimte vinden, en dan kunnen we in juli evalueren of de ruimte zijn doel vervult.’

Omdat de RUG benieuwd is naar het gebruik van de reflectieruimte, kun je op een lijst op de deur laten weten dat je er gebruik van hebt gemaakt. Je kunt daarbij ook aangeven waarvoor, en voor hoelang.

Het komende jaar zal de reflectieruimte in gebruik blijven als pilot. Na een jaar wordt besloten of de ruimte definitief blijft. Mocht je er tijdens de tentamentijd even helemaal doorheen zitten, dan heb je nu dus een rustig plekje waar je terecht kunt om even te ontsnappen aan de stress.

Mocht je suggesties of opmerkingen over de reflectieruimte hebben, dan kun je die delen met de RUG via het e-mailadres communicatie-bibliotheek@rug.nl.

Techniek gaat ons niet redden

Foto: RO Photography

Uitstoot CO2 blijft toenemen

Techniek gaat ons niet redden

Elektrische auto’s en bijstoken met biomassa moeten ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag gaat. Maar dat gaat niet gebeuren, concludeert Jan Hessels Miedema in zijn proefschrift.
Door Christien Boomsma

Hij was zo optimistisch. Toen Miedema zes jaar geleden begon met zijn studie naar de impact van technische innovaties op de reductie van broeikasgassen, was hij op zoek naar oplossingen. Hoe gaan we het probleem fixen? Maar in de loop van zijn onderzoek zakte de moed hem in de schoenen. ‘De mogelijkheden van de techniek worden chronisch overschat’, zegt hij.

Hij nam drie technieken onder de loep waarop Europa – en ons eigen kabinet – volop inzet om de opwarming van de aarde te beperken: lithiumbatterijen voor elektrische auto’s, het bijstoken van biomassa in kolencentrales en het vergassen van biomassa om groen gas voor huishouden te produceren.

Van het tweede punt heeft het kabinet zelf al begrepen dat dat niet handig is – weliswaar leidt het stoken van biomassa tot minder CO2-uitstoot, maar voor je de brandstof op zijn plek hebt, ben je je milieuwinst alweer kwijt. ‘Als je alles meeneemt, zit je misschien zelfs in de negatieve cijfers.’

150 miljoen

Lithiumbatterijen voor auto’s lijken een beter idee. Niet voor niets wil het kabinet elektrisch rijden stimuleren. Maar daar duiken andere problemen op. Tot 2050 – het jaar waarin de uitstoot nul moet zijn, volgens het klimaatakkoord van Parijs – komen er zo’n 150 miljoen auto’s bij in Europa alleen, berekende Miedema.

Maar er is simpelweg niet genoeg lithium in de wereld om zoveel batterijen te maken. Zeker 50 miljoen zullen op andere technieken moeten rijden – waterstof bijvoorbeeld. Maar de auto’s van nu zijn er dan ook nog. Kortom: we gaan zoveel meer rijden dat er nog altijd meer uitgestoten wordt.

Laatste hoop was ‘groen gas’, geproduceerd door biomassavergassing. ‘Maar met de tijd die je nodig hebt om de nieuwe technieken te implementeren, is het niet voor 2035 of 2040 interessant’, zegt Miedema. ‘Het is geen oplossing voor onze structurele problemen.’

‘We stevenen af op een materialencrisis’, zegt Miedema. ‘Onze hele maatschappij is gebaseerd op koolstof – niet alleen om op te stoken, maar ook in plastics, medicijnen, overal. We kunnen ons niet veroorloven het simpelweg te verbranden. Ook voor andere technieken, zoals zonnepanelen en windmolens zijn grondstoffen nodig, en die kunnen we niet snel genoeg produceren. Prijzen zullen stijgen en dat kunnen wij hier in Europa misschien nog wel betalen, maar dit is een mondiaal probleem.’

Legitimatie

Miedema heeft slechts drie technieken doorgerekend, geeft hij toe. Maar hoe hij ook puzzelde met andere innovaties, het beeld bleef hetzelfde. Elke winst wordt teniet gedaan door de zucht naar economische groei.

‘De verbrandingsmotor deed honderd jaar geleden 1 op 3. Nu misschien 1 op 30. Maar zo’n efficiëntieverbetering zal niet nog eens gebeuren. Toch blijven we doen alsof we de consequenties van ons gedrag voor kunnen zijn en dat creëert een legitimatie om door te gaan.’

Dus we lossen dit probleem niet op voor 2050, zegt hij. Toch wil hij niet fatalistisch zijn. In zijn nieuwe baan als docent milieufysica aan Hogeschool Van Hall Larenstein stortte hij zich op de vraag hoe we om moeten gaan met de gevolgen van ons consumptiegedrag. ‘We moeten naar een ander systeem toe’, zegt hij. ‘We moeten alles gaan hergebruiken en al bij het ontwerp nadenken over een tweede, derde, vierde leven.’

Groei afleren

En groei? Die moeten we echt afleren, want groei betekent dat er iets bij moet. En dát kan niet meer. Nadenken over wat we willen, wat we echt belangrijk vinden, is zinniger. ‘We kunnen best met minder toe en nog altijd heel tevreden zijn.’

Hij droomt hardop over een diensteneconomie. Zolang Philips geld verdient met gloeilampen, loont het om die lampen snel kapot te laten gaan. Maar als een fabrikant licht gaat ‘verhuren’ voor een klein bedrag, kun je gloeilampen verwachten die wel twintig jaar meekunnen.

Maar hij maakt zich zorgen. ‘De discussie duurt veel te lang en nergens wordt echt doorgepakt. Maar de vraag is hoeveel tijd we nog hebben om erover te praten.’

De aaibaarste expositie ooit

Het is de meest aaibare expositie ooit: in het Universiteitsmuseum kun je universiteitskatten van over de hele wereld bewonderen.
Door Lidian Boelens

Heb je nog geen genoeg van Doerak en zijn katachtige studiegenootjes? De expo over het fenomeen universiteitskat loopt tot en met zondag 6 januari.

 

Dichten als medicijn

Naar het ziekenhuis gaan is niet leuk, zeker niet voor kinderen. Promovendus Nicole Dijk maakte dinsdag, samen met dichter Kasper Peters, de wachtkamer van de Beatrix Kinderkliniek in het UMCG een beetje fijner. Ze gingen dichten met de kinderen.
Door Sisi van Halsema

In de felverlichte wachtkamer zitten vijf kinderen met hun ouders te wachten tot ze naar de dokter mogen. Aan een grote ronde tafel, bezaaid met kranten en tijdschriften, zitten dichters Dijk en Peters, klaar om met de patiëntjes aan de slag te gaan.

‘Hoi, ik ben Kasper, heb je misschien even tijd?’ Een beetje timide kijken de kinderen hem aan. ‘Schrijf je weleens gedichten?’ De jonge patiënten moeten duidelijk worden overgehaald om mee te doen.

Nicole Dijk studeerde geneeskunde aan de RUG en promoveerde bij kindergeneeskunde. Afgelopen week verdedigde ze haar proefschrift over astma. Daarnaast ze is huisdichter van de Beatrix Kinderkliniek.

Heilzaam

Dichten werkt heilzaam, vindt Dijk, die vroeger altijd al een boekje bij zich had waar ze verhalen in schreef. Daarom wilde ze gaan dichten met de zieke kinderen. ‘Door te dichten, kun je je gedachten even uitzetten. Je kunt vluchten uit de realiteit.’

De dichters gaan naast een van de kinderen zitten. ‘Wat vind je nou écht leuk om te doen?’ vragen ze om de patiëntjes op gang te brengen. ‘Voetballen’, zegt Janine (13). Rustig vraagt Dijk door. Janine begint te vertellen, duidelijk op haar gemak gesteld door de warme uitstraling van Dijk.

Rijm

‘Wil je graag dat het gedicht rijmt?’ vraagt Dijk. Janine vindt het niet nodig. En dan gaan ze los; de ene na de andere zin komt moeiteloos op papier.

Spelen in vrijheid
Meiden onder 17
Komen om te winnen
Altijd met de bal aan de voet
Rennen rennen
Net als Jackie Groenen
Richting het doel
Een wereldgoal

Janine is blij met het resultaat. Ook Dijk geniet zichtbaar. ‘Hier kan geen doctorstitel tegenop.’

Peters, voormalig stadsdichter, helpt ondertussen Ashanti (11) met haar gedicht Normaal Bijzonder. ‘Heb ik dat gemaakt?’ vraagt ze glunderend na afloop.

Ik teken als ik luister
En naar iets kijk
Iets heel normaals
En ik vraag me af
Wat er bijzonder aan is
Er is altijd wel een reden
Ik maak plaatjes van verhalen
Hou van spelletjes aan tafel
Op avonden in de winter
En aai mijn kat op schoot
Er zijn genoeg avonden
Die altijd bijzonder en normaal blijven

Ook Stan (11) schreef een gedichtje. Hij dicht niet zo vaak, alleen af en toe op school. Maar daar voelt het als een verplichting. Met Nicole dichten is veel leuker, want nu mag Stan over alles schrijven wat hij wil. Over zijn oma bijvoorbeeld, die kort geleden overleed.

Je was heel lief
En aardig
De beste oma die ik me ooit kon wensen
Samen appeltaart eten
Met opa vissen
Helaas de eerste kerst nu zonder jou
Met je haar altijd geverfd
Druk werkend in de moestuin
Je was de beste oma ooit

Met toestemming van de kinderen worden de gedichten ingestuurd naar een wedstrijd van het Poëziepaleis. De prijs: een plekje in een echte dichtbundel.