Peiling: Bijna de helft van de studenten heeft CoronaMelder al

Bijna de helft van de studenten heeft de corona-app al

Veel RUG-studenten hebben de nieuwe overheidsapp CoronaMelder al gedownload, blijkt uit een peiling van UKrant. Maar ruim een kwart van de internationals weet niet eens dat hij bestaat.
Door Sara Rommes
13 oktober om 15:42 uur.
Laatst gewijzigd op 14 oktober 2020
om 11:16 uur.
oktober 13 at 15:42 PM.
Last modified on oktober 14, 2020
at 11:16 AM.

Van de 166 studenten die de peiling invulden had in totaal 44 procent de app gedownload. Wel is er een duidelijk verschil zichtbaar tussen de 117 Nederlandse respondenten en de 49 internationals: van de eerste groep had 47 procent de app op zijn telefoon staan, terwijl dat bij de tweede groep maar 22 procent is. 

Dat is niet zo gek: 27 procent van de ondervraagde internationals weet überhaupt niet dat de app bestaat. ‘Maar het klinkt als een goed idee’, zegt een van hen. Ook opvallend: géén van de Nederlandse studenten geeft aan de app niet te kennen. 

Mark Dijkhuis, woordvoerder van de Veiligheidsregio Groningen, erkent dat de peiling een signaal is. De GGD, RUG en Hanze werken samen om te zorgen dat alle studenten op de hoogte worden gebracht van de app, zegt hij. Ook zijn er gesprekken met ESN, de grootste internationale studentenvereniging van Groningen. ‘Zij kunnen internationals vaak veel beter bereiken dan campagnes van de Nederlandse overheid.’

Privacy

Studenten die de app nog niet hebben geïnstalleerd, geven in veel gevallen aan dat ze er simpelweg nog niet aan toe zijn gekomen. De app is pas een paar dagen landelijk beschikbaar. Ook blijkt dat veel van de respondenten zich zorgen maken om hun privacy. ‘Ik ben bang dat de app de hele tijd bijhoudt waar ik ben’, zegt een van de ondervraagden. 

Op de vraag of studenten vinden dat iedereen de app moet downloaden lopen de antwoorden uiteen. De meesten zijn het hier wel mee eens, omdat ze denken dat de app zal bijdragen aan de bestrijding van corona. Maar ze zijn het niet eens met de stelling dat de overheid de app moet verplichten. ‘Het moet toch een vrije keuze blijven.’

Huurders steeds meer de klos op Nederlandse woningmarkt

Huurders steeds meer de klos op Nederlandse woningmarkt

De toekomst voor huurders ziet er somber uit, constateert onderzoeker Carla Huisman. Niet alleen worden tijdelijke huurcontracten de norm, ook heeft de politiek nauwelijks aandacht voor de nijpende situatie waarin zij zich bevinden.
Door Felien van Kooij
13 oktober om 9:55 uur.
Laatst gewijzigd op 13 oktober 2020
om 9:58 uur.
oktober 13 at 9:55 AM.
Last modified on oktober 13, 2020
at 9:58 AM.

Er is iets grondig mis met de situatie op de woningmarkt. De huizenprijzen stijgen en de schulden voor studenten en andere starters groeien. Dat maakt het steeds moeilijker om een huis te kopen. Maar het alternatief – huren – wordt ook steeds moeilijker.

Tot de jaren negentig hadden huurders de zekerheid van een vast contract en konden ze niet zomaar uit hun huis worden gezet’, zegt Huisman. Maar aan de rechten van huurders wordt in toenemende mate gemorreld. En, stelt de ruimtelijk wetenschapper die deze maand promoveert op een onderzoek naar de huurmarkt, het ergste moet nog komen. 

Campuscontracten

‘Het begon allemaal met het instellen van tijdelijke huurcontracten voor studenten’, zegt ze. De nog steeds veelgebruikte campuscontracten dwingen studenten om binnen een half jaar na het afstuderen te verhuizen. En dat is behoorlijk stressvol, omdat er te weinig betaalbare (huur)woningen zijn. ‘Daarbovenop komt nog eens dat door de huidige crisis nog meer mensen gaan huren omdat een koopwoning te duur is’, zegt Huisman. 

En de wetsaanpassingen stopten niet bij de campuscontracten. De politiek ziet de ‘vernieuwende woonvorm’ als een oplossing voor de schaarse voorraad aan betaalbare woningen. ‘Maar er zijn geen cijfers over hoeveel mensen een tijdelijk contract hebben en wie het als een probleem ervaart. De registratie is slecht’, zegt Huisman. ‘De regels zijn steeds verder verruimd, zonder dat politici inzicht hadden in de gevolgen voor huurders.’

Daarnaast steekt de overheid steeds minder energie in het actief beschermen van de rechten van huurders. Ze verwijst liever naar de instanties als de Huurcommissie, waar huurders zelf naartoe moeten stappen om te hoge huur of slechte woningkwaliteit aan te kaarten. ‘De verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de rechten is bij de huurder komen te liggen, maar huurders zijn vaak niet op de hoogte van wat hun rechten precies zijn.’ 

Rechten afdwingen

Ze vindt dat huurders beter geïnformeerd moeten worden over hun rechten, maar ziet tegelijkertijd dat deze moeilijk af te dwingen zijn. ‘Studenten betalen bijvoorbeeld vaak te veel huur, maar het is lastig om tegen de huurbaas in te gaan, vooral als dit ook niet wordt gestimuleerd door de overheid’, zegt ze. ‘De huurbaas kan genoeg andere studenten vinden die jouw plek willen nemen overnemen.’

Commerciële bedrijven, zoals het juridisch adviesbureau Frently in Groningen, sprongen in het gat. Het bedrijf helpt bij het uitrekenen van de maximale huurprijs en neemt uit jouw naam contact op met de huurbaas of zet een proces bij de huurcommissie in gang. ‘Maar in theorie kun je dit ook heel goed zelf doen’, zegt Huisman. ‘Het feit dat een bedrijf hiervan kan bestaan, geeft aan dat er wat mis is met het systeem.’

Zomaar op straat

En het ergste moet nog komen. ‘Kijk maar naar Engeland. Dit is in feite ons voorland, zij begonnen twintig jaar eerder met het toestaan van tijdelijke huurcontracten.’ 

Koopwoningen zijn daar niet meer te betalen, de huurprijzen stijgen de pan uit en huurbazen kunnen je zomaar op straat zetten. ‘Je mag er ook nog eens bijna niks in je woning aanpassen, terwijl je van je woning een eigen plek moet kunnen maken.’

Sommige Engelse woonwebsites zijn volledig gewijd aan mogelijkheden dit wel te doen, binnen de beperkte mogelijkheden. ‘Bijvoorbeeld door behang op spaanplaten te plakken en die tegen je muur aan te zetten. Huurwoningen zijn daar niet van jezelf en ik vraag me af wat dit voor psychologische gevolgen heeft’, zegt Huisman.

Duitsland

Dat het ook anders kan, laten onze oosterburen zien: ‘Huren wordt in Nederland als iets negatiefs gezien, het is iets tijdelijks tot je een koophuis hebt kunnen bemachtigen’, zegt Huisman. ‘In Duitsland huren de meeste mensen juist. Het is er ook beter gereguleerd, waardoor de huizen van betere kwaliteit zijn. Blijkbaar is het dus niet nodig om in een welvarend westers land een markt te hebben waar iedereen een koopwoning zou moeten hebben.’

Slaagt de nieuwe koffieleverancier van de RUG voor de smaaktest?

RUG-personeel oordeelt over leverancier

Slaagt de nieuwe koffie voor de smaaktest?

De koffie van Douwe Egberts maakt op de RUG plaats voor de biologische fairtrade bonen van Maas. Tenminste, als die bakjes leut een beetje smaken. Medewerkers van de universiteit mochten afgelopen week zelf proeven en oordelen.
Door Sara Rommes
12 oktober om 17:30 uur.
Laatst gewijzigd op 13 oktober 2020
om 9:18 uur.
oktober 12 at 17:30 PM.
Last modified on oktober 13, 2020
at 9:18 AM.

Terwijl de regen buiten met bakken uit de hemel komt, staan er in de voormalige Openbare Bibliotheek aan de Oude Boteringestraat dampende kopjes koffie klaar. Ze zijn bereid door de barista’s van Maas, het bedrijf dat – als alles goed gaat – de nieuwe koffieleverancier van de RUG wordt. 

Afgelopen juni moest de universiteit de aanbesteding voor de koffieautomaten nog intrekken, nadat de huidige leverancier Douwe Egberts en een tweede bedrijf zich teruggetrokken hadden. Door corona was de hoeveelheid koffie die geschonken werd sterk afgenomen en kon de RUG geen grote omzetten meer garanderen.

Toch is het dus gelukt een nieuwe partij te vinden die warme dranken wil gaan leveren. De koffie van Maas voldoet aan alle eisen die de RUG heeft opgesteld. Nu moet alleen de smaak nog goedgekeurd worden. Alle medewerkers van de universiteit kregen afgelopen week de kans om de nieuwe koffie te proeven en beoordelen. De koffietest is ‘een belangrijk onderdeel om te bepalen of de RUG uiteindelijk een deal zal sluiten met Maas’, laat het inkoopteam weten. 

Gemalen bonen

In de grote zaal waar de smaaktest plaatsvindt staan twee moderne koffiemachines. De eerste schenkt instantkoffie. Van de nieuwe apparaten zal 10 tot 15 procent deze soort schenken. De tweede machine vertegenwoordigt de andere 85 tot 90 procent en maakt koffie van gemalen bonen. ‘Mensen willen graag betere kwaliteit koffie’, legt koffie-expert Frank van Loon van Maas uit. 

Andere trefwoorden: duurzaam, lokaal en verantwoord. Maas gaat biologische koffie schenken die ook fairtrade is. De bonen komen van de Groningse brander Tiktak en het zwarte goud wordt bereid door zuinige machines die zichzelf kunnen in- en uitschakelen wanneer nodig. Voor cappuccino’s en latte macchiato’s wordt magere melk gebruikt. ‘Dat is om gezondheidsredenen besloten’, licht salesmanager Jean-Max Fijen toe. ‘Zo zitten er geen onnodige calorieën in je cappuccino.’ 

Vier cijfers

Nadat ze de koffie uitgebreid geproefd hebben mogen alle deelnemers een cijfer geven, maar alleen een 0, 5, 7 of een 10. Er klinkt wat verbazing: ‘Wat nou als ik een 6,5 wil geven?’ Van Loon legt uit dat je de cijfers eigenlijk moet ziet als ‘niet te drinken’(0), ‘net te drinken’ (5), ‘lekker’ (7) en ‘uitmuntend’ (10). 

Dat vertekent het beeld natuurlijk wel een beetje. De kans dat je een 0 geeft is klein en dus valt de keuze al snel op een 7 of een 10. Daar komt nog bij dat je koffie van Maas moet becijferen in vergelijking met de oude koffie, die van Douwe Egberts dus. Fijen legt uit dat de beslissing om op deze manier cijfers te geven door de RUG is genomen. ‘Maar we krijgen van meerdere kanten de feedback dat het handiger was geweest om meerdere keuzes te geven.’ 

Daar is nu niets meer aan te doen. Op het briefje waar de cijfers worden bijgehouden staan vooral zevens en tienen en een enkele vijf. Dat zal dus wel goedkomen met dat testoordeel. Maar de definitieve witte rook – of stoom, wellicht – laat nog even op zich wachten: in de loop van deze week wordt de uitslag gepubliceerd op My University.  

‘Echt koken’: Gewoon wat twee studenten ’s avonds eten

‘Echt koken’: Gewoon wat twee studenten ’s avonds eten

Video door Rianne Aalbers
7 oktober om 17:08 uur.
Laatst gewijzigd op 8 oktober 2020
om 11:37 uur.
oktober 7 at 17:08 PM.
Last modified on oktober 8, 2020
at 11:37 AM.

Echt koken. Zo heet het kookboek waar vrienden Joy Machool (23, student econometrie) en Sebbe Poll (24) het afgelopen jaar hard aan hebben gewerkt. Inhoud: 52 recepten voor studenten. Speciaal voor UKrant showden de mannen hoe je hun befaamde cashewnotencurry bereidt.

Joy en Sebbe zijn echte hobbykoks. Ze maakten een tijdje vlogs van hun kookkunsten. Daar kwamen zoveel positieve reacties op, dat ze een boek besloten uit te brengen. De inhoud varieert van lunchgerechten tot borrelhapjes en hoofdgerechten. Vis, vlees en vega? Het komt allemaal aan bod.

Interesse in het boek? Tot 11 oktober kun je het voor 17 euro bestellen via crowdfundingplatform voordekunst.nl.

Seksuele voorlichting blijkt vooral iets voor meisjes

Onderzoek: Jongens wordt passieve rol aangeleerd

Seksuele voorlichting is vooral voor meisjes

Seksuele voorlichting is erop gericht om meisjes te leren hun grenzen te bewaken. Jongens hoeven bijna niets te doen, ontdekte Jelle Wiering in zijn promotieonderzoek naar seksuele gezondheid in Nederland.
Door Sara Rommes
7 oktober om 9:02 uur.
oktober 7 at 9:02 AM.

Het lijkt zo logisch. Meisjes zijn de kwetsbare partij als het gaat om seksuele gezondheid. Zij lopen het risico om zwanger te worden, zij zijn vaker slachtoffers van seksueel geweld. Dan lijkt het niet meer dan vanzelfsprekend dat je meisjes moet leren om grenzen te bepalen: als zij nee zegt, dan bedoelt ze nee.

Maar, ontdekte antropoloog Jelle Wiering, dat levert onbedoelde gevolgen op. ‘Jongens krijgen op deze manier aangeleerd dat de vrouw de actieve rol op zich neemt en om af te wachten tot er grenzen worden opgesteld’, zegt hij. Als gevolg daarvan leren ze nauwelijks na te denken tot ze tegen zo’n grens aanlopen. ‘En dan krijg je een situatie waarbij het heel makkelijk is om je verantwoordelijkheid te vermijden.’

Observeren in de les

Wiering kwam tot zijn inzichten toen hij zelf seksuele voorlichting ging geven op middelbare scholen als onderdeel van zijn promotieonderzoek naar seksuele gezondheid in Nederland. ‘Als antropoloog probeer je hetgeen te doen dat je onderzoekt’, zegt Wiering. Zo kon hij precies observeren wat er gebeurt tijdens dergelijke lessen.

Hij stuitte op talloze powerpoints en filmpjes over wensen en grenzen, het belangrijkste onderwerp binnen de lessen. Daarbij ontdekte hij dat er heel veel aandacht was voor hoe een meisje moet aangeven wat ze niet wil en wat ze niet fijn vindt. Maar die focus op vrouwen zorgt er dus ook voor dat je een rolverdeling creëert waarin jongens passief zijn en meisjes actief. 

Dat terwijl jongens juíst hun verantwoordelijkheid moeten pakken. ‘Maar daar worden ze niet in getraind. In plaats daarvan wordt het jongens heel moeilijk gemaakt om actief mee te doen aan een gesprek over seksualiteit. En het is al zo’n lastig onderwerp, want je zegt al zo snel iets verkeerd. Je kunt als man haast geen fouten maken’, zegt Wiering. 

Allemaal vrouwen

Bovendien waren bijna alle voorlichters vrouwen. ‘Het viel echt op dat ik een man was. Er kwam zelfs een keer in de les een jongen naar mij toe. Hij vroeg: “Waarom ben jij eigenlijk geen vrouw?”’ zegt Wiering. ‘Dan wordt de norm pijnlijk duidelijk.’

Ook viel het Wiering op dat veel mensen in het veld het met elkaar eens zijn. Zo vindt iedereen dat preutsheid ongewenst is en dat we taboes moeten doorbreken. ‘Aan de ene kant is dat absoluut waar,’ zegt Wiering, ‘maar als je vastzit in dat idee, ga je ook aan een heleboel andere dingen voorbij.’

Onhandig gedrag

Juist door zijn frisse blik kan hij met nieuwe inzichten komen, denkt hij. ‘Ik zie normen die mensen in het veld niet zo snel zullen zien en die kan ik aankaarten.’ En dat is essentieel, zegt hij. Want hoewel er natuurlijk ook heel veel goed gaat met seksuele voorlichting, is het zijn taak als wetenschapper is om kritiek te leveren. ‘Om verder te komen, heb je kritiek nodig.’ 

Bovendien, zegt hij, kunnen we hierdoor misschien iets vergevingsgezinder zijn naar de mannen die onhandig gedrag vertonen en daar gemakkelijk bakken kritiek op krijgen. Ze zijn immers het slachtoffer van een patroon dat hen is aangeleerd. ‘Maar door de kritiek die ik lever kunnen we kijken of we het eigenlijk wel willen op deze manier. Ik hoop dat we daarover gaan nadenken.’

‘De kans dat je hier besmet raakt, is kleiner dan in de supermarkt’

GGD-medewerkers in de corona-teststraat in Veendam.

Coronatesters bij de GGD

‘De kans op besmetting is kleiner dan in de supermarkt’

Wie zitten er toch verborgen onder die plastic schorten en spatbrillen op de testlocaties van de GGD? Veel studenten die in de afgelopen maanden hun werk kwijtraakten hebben een nieuwe bijbaan gevonden: coronatester.
Door Sara Rommes
6 oktober om 10:16 uur.
Laatst gewijzigd op 6 oktober 2020
om 15:10 uur.
oktober 6 at 10:16 AM.
Last modified on oktober 6, 2020
at 15:10 PM.

‘Ik werkte in de horeca, maar dat lag door corona grotendeels stil’, vertelt Inge (19). Dus ging ze op zoek naar een andere bijbaan: liefst een die bij haar opleiding bewegingswetenschappen aansloot en waarmee ze tijdens de crisis iets kon betekenen. Nu is zij degene die coronatesten afneemt bij de GGD. ‘Ideaal’, vindt ze. 

Inge werkt er nog niet zo lang. Zij maakt deel uit van de flinke groep studenten die de GGD in korte tijd aannam om de testcapaciteit uit te breiden. Van tevoren kreeg ze een uitgebreide training, waarbij de werknemers op elkaar oefenden hoe je de testen afneemt. En ze leerde hoe je alles netjes en schoon moet houden. 

In het diepe 

Philippien (21) en Anna (20), die beiden geneeskunde studeren, werkten al in het UMCG, maar ook hun bijbaantjes stopten van de ene op de andere dag. Ze besloten te gaan helpen met het testen. ‘Ik wilde niet de hele dag thuiszitten, maar wat structuur aanbrengen in mijn leven’, zegt Anna. 

Zij maken het testen op corona al vanaf maart mee. Hun eerste ervaringen deden ze op met het testen van het ziekenhuispersoneel. Dit organiseerde het UMCG zelf. ‘We werden in het diepe gegooid’, vertelt Anna. In de eerste weken was niks elektronisch en moesten ze formulieren met de hand invullen. Spullen waren continu op. Maar gaandeweg vond iedereen zijn weg en werd het routinewerk voor de meiden. ‘Je wordt gebrieft, trekt een blauw pak aan, pakt een bril, masker en handschoenen en gaat naar de kamer’, vertelt Philippien.

De studenten staan door hun werk middenin de crisis en worden vaak geconfronteerd met zieke mensen. ‘Vooral dat benauwde is heel beangstigend’, zegt Anna. ‘Dan denk ik wel: dit moest niet mijn opa of oma zijn.’ Ook zijn mensen vaak bang en moeten ze gerustgesteld worden. ‘Er gaan ook zoveel horrorverhalen rond over het testen’, zegt Inge. Terwijl dat echt meevalt, vinden ze alle drie. 

Besmet

Bang om zelf besmet te raken zijn ze niet. ‘Soms heb je wel mensen die recht in je gezicht niezen of hoesten, dan schrik je wel even’, zegt Anna. ‘Maar je bent goed beschermd’. Ook Inge vertrouwt op de speciale kleding en de procedures die ze aanhouden. ‘De kans dat je hier besmet raakt is kleiner dan in de supermarkt’. Wel houdt ze iets meer afstand van anderen na een dag werken. ‘Maar dat is uit mezelf. Ik vind dat ik gewoon een verantwoordelijkheid heb.’ 

Het aantal besmettingen nam de afgelopen week flink toe en het werd steeds drukker op de testlocaties. De uitslagen lieten soms lang op zich wachten. ‘Ik zag opeens met mijn eigen ogen gebeuren wat je bij de NOS ziet in cijfers’, zegt Inge. In het begin testte ze veel mensen van middelbare leeftijd, maar dat verschoof. ‘Bijna iedereen die nu langskomt is student’, volgens Inge, al ziet de GGD die observatie niet als zodanig terug in de cijfers.

Verstandig

Toch klonk er de afgelopen weken veel kritiek op studenten. Ze zouden zich niet voldoende aan de coronamaatregelen houden. ‘Er zijn nu eenmaal veel studenten met corona, dus ik snap de kritiek wel’, zegt Philippien. ‘Ze nemen het niet serieus’, vindt Anna. Maar ze begrijpen hun medestudenten ergens ook wel. ‘Zeker als je geen medische opleiding doet ben je er gewoon niet zo mee bezig’, zegt Anna.

‘Ik denk vooral: wees verstandig’, zegt Inge. ‘Mensen van onze leeftijd hebben een eigen verantwoordelijkheid.’ Ze wil iedereen op het hart drukken om die verantwoordelijkheid ook te nemen. Het is jammer dat je sociale leven er anders uitziet, dat snapt ze heus. ‘Maar je moet je er bewust van zijn dat jij mogelijk een gevaar vormt voor andere mensen.’ 

Zelf krijgen de drie studenten vaak positieve reacties. ‘Wat knap dat jullie dit doen’, horen ze. ‘Mensen zijn heel blij dat we daar staan’, zegt Anna. Maar ze zijn ook vaak verrast, vertelt Inge lachend. ‘Ze verwachten niet dat doodgewone studenten dit werk uitvoeren.’

‘Iedereen die zo hard werkt is docent van het jaar’

Stephan Schleim. Foto Elsbeth Hoekstra

Psycholoog zegt ‘nee’ tegen nominatie

Opinie: ‘Iedereen die zo hard werkt is docent van het jaar’

Psychologie wilde universitair hoofddocent Stephan Schleim nomineren als ‘Docent van het Jaar’. Maar die verkiezing geeft het verkeerde signaal en dus aanvaardt hij de nominatie niet, schrijft hij. ‘Hebben we geen belangrijkere opdrachten?’
Door Stephan Schleim
1 oktober om 8:56 uur.
Laatst gewijzigd op 19 oktober 2020
om 13:34 uur.
oktober 1 at 8:56 AM.
Last modified on oktober 19, 2020
at 13:34 PM.

Toen de ‘intelligente lockdown’ begon, was ook mijn vak theory of science voor tweedejaars psychologiestudenten net van start gegaan. We mochten per ommegaande niet meer naar de collegezaal. Hoe moesten we de 568 studenten goed opleiden?

Ik besloot dat een livestream – voor zo’n groot aantal studenten sowieso een technisch risico – weinig zou toevoegen: een stel slides met daarnaast een klein venster waarin je een mannetje thuis achter zijn computer ziet zitten. Daarom nam ik iedere maandag een podcast op waarin ik de studenten door de slides heen praatte.

Op dinsdagmiddag, tijdens de reguliere collegetijd, volgde een live sessie waarin studenten vragen konden stellen. En in plaats van het multiplechoicetentamen aan het einde van het blok kregen studenten wekelijks groepsopdrachten.

Hoogtepunt

Het vak geef ik sinds 2010 elk jaar, maar deze keer was het heel anders. Zonder persoonlijk contact, maar mét opdrachten die wekelijks werden opgestuurd. Ik keek ze samen met twee student-assistenten na: telkens 96 groepen maal twee bladzijden.

Sommige studenten stuurden enthousiaste mails dat ze al naar de podcast van de volgende week uitkeken. Iemand noemde het zelfs zijn ‘hoogtepunt van de week’. De positieve feedback was ook duidelijk in de evaluatie te zien.

De persoonlijke prijs die ik hiervoor betaalde was echter hoog: van half april tot half juni werkte ik zeker zeventig uur per week. Het blok viel helaas samen met een aantal deadlines voor publicaties, waaronder mijn volgende boek. Aan het einde had ik zes weken lang zware rsi-klachten met pijn in mijn nek, schouder, arm en hand. Ik voelde het aankomen, maar besloot bewust door te zetten.

Ziek

Natuurlijk verheugde het me toen ik half september een mail ontving van de directie van het instituut psychologie dat ik vanwege mijn goede prestaties genomineerd zou worden voor de titel ‘Docent van het Jaar’. Maar nadat ik er een nacht over geslapen had zei ik ‘nee’. Toevallig verscheen op diezelfde dag een stuk van UKrant over onderzoekers die de universiteit verlaten

Dit stelsel is ziek. Hoe hard we ook werken, de politici bedanken ons ieder jaar weer met nog meer bezuinigingen. Alleen op nieuwe bureaucratische regels zijn ze nooit zuinig! Zo moeten we ieder jaar met minder middelen meer presteren. We hebben de afgelopen jaren gediscussieerd, gedemonstreerd, geprotesteerd en sommigen hebben zelfs gestaakt. Wat heeft het opgeleverd? Het is rampzalig.

Gladiator

De verkiezing ‘Docent van het Jaar’ behoort volgens mij niet tot de taken van een universiteit. En na de nominatie van het instituut is het nog lang niet klaar: zoals gladiatoren in de arena moet je tegen collega’s strijden om dé docent van je faculteit te worden. Daarna volgt een ronde voor de hele universiteit. Gaat dit door tot ‘Teacher of the Universe’? Hebben we geen belangrijkere opdrachten? In deze tijden waarin wij, zoals werd berekend, samen al ruim tienduizend onbetaalde overuren draaien per week?

Er wordt vaak gezegd dat het in de wetenschap om samenwerking gaat. Ook het statuut dat de universiteiten zichzelf hebben gegeven, de Magna Charta Universitatum, benadrukt één verbonden gemeenschap. De RUG heeft dit in 1989 ondertekend – samen met inmiddels bijna 900 universiteiten uit 88 landen. Er wordt trouwens ook in uitgelegd dat universiteiten politiek en financieel onafhankelijk moeten zijn. Daarvoor zorgen lijkt me een essentiële taak. Docenten en onderzoekers in aparte groepjes splitsen juist niet. Voor mij is iedereen die zo hard werkt Docent van het Jaar.

Stephan Schleim is universitair hoofddocent theorie en geschiedenis van de psychologie aan de RUG. 

In een eerder versie van dit artikel stond dat Stephan Schleim genomineerd was voor de verkiezing van Docent van het Jaar. De faculteit heeft die verkiezing echter inmiddels afgelast.

Faystje

Foto: Reyer Boxem

Faystje

Gerrit Breeuwsma roept met zijn columns weliswaar niet zulke heftige reacties op als Famke Louise en Fay, maar hij waant zich toch een beetje een influencer. Wie helpt hem aan meer dan acht likes?
Door Gerrit Breeuwsma
29 september om 15:46 uur.
Laatst gewijzigd op 29 september 2020
om 15:46 uur.
september 29 at 15:46 PM.
Last modified on september 29, 2020
at 15:46 PM.

Het was hartje corona, ergens begin juni, toen ik thuis in het tv-programma M (van Margriet van der Linden) viel, waarin een moeilijk kijkend meisje een poging tot zingen deed, terwijl Wibi Soerjadi achter de piano een en ander behoedzaam probeerde te maskeren met zijn spel en een enorme bos haar (zo te zien had zijn kapper de lockdown niet overleefd). 

‘Gatver, wat doet dat meisje?’, vroeg ik geschrokken. 

‘Zij zingt, pap’, zei de jongste zoon. 

‘Ja, dat zie ik ook wel, maar ze kan helemaal niet zingen’, meende ik tegen te moeten werpen. 

‘Het is Famke Louise, pap’, zei hij, alsof daarmee het hele raadsel was opgelost.

‘Famke wie?’

‘Famke Louise, zij is een bekende influencer’, legde hij uit.

‘Toch kan ze niet zingen’, probeerde ik nog maar eens.

 ‘Ze heeft een miljoen volgers, pap’, zei hij, alsof dat het enige argument was waar autoriteit aan te ontlenen viel en waarschijnlijk is dat ook zo. In ieder geval, met een miljoen volgers doet een ouwe zeurkous meer of minder er niet toe, zoveel was wel duidelijk.

Nee, het is maar goed dat ik kinderen heb, anders was ik al lang niet meer van deze wereld. In mijn wereld maken Bach en Beethoven, Beatles en Brian Wilson nog de dienst uit, terwijl mijn favoriete sociale medium het papieren boek is. Nou, dan snap je het wel: ik loop hopeloos achter. 

Met twee zoons in de studentikoze leeftijd, weet ik echter dat er daarbuiten nog een wereld is en dankzij hen meen ik enig zicht te hebben op wat de jeugd van tegenwoordig bekoort: Boef en Brainpower, Bizzey en Brownie Dutch. 

Hoe intelligent is het eigenlijk om de domme haar domheid flink in te peperen?

Ik begrijp dan ook best dat de jeugd, in tijden van corona, aan de ene kant de luxe heeft van een goede gezondheid (dus niet klagen), maar dat ze aan de andere kant zaken moet ontberen die aan het jongzijn juist hun speciale kleur geven: uitgaan, wisselende contacten, festivals en feestjes. Van die dingen dus. 

Nu ik wist wie Famke Louise was, bleek ik helemaal up-to-date toen de afgelopen week de halve wereld over haar heen viel, naar aanleiding van de hashtag #ikdoenietmeermee. Haar tv-optreden was me deze keer bespaard gebleven, maar ik begreep uit de reacties erop dat het nogal beschamend was geweest. Het was te dom voor woorden, daar kwam het op neer. Zo dom, dat ze er zelf kennelijk ook van was geschrokken en ondertussen al niet meer achter haar eigen woorden stond. 

Maar hoe intelligent is het eigenlijk om de domme haar domheid flink in te peperen?

Inmiddels heeft UKrant haar eigen Famke Louise in de persoon van student-redacteur Fay, die met een lange jammerklacht over de gevolgen van de coronamaatregelen voor haar recht op geluk, doeltreffend haar eigen glazen ingooit (ze heeft in een week meer feestjes dan ik in een jaar en ziet haar kater voor een virus aan). 

Was het niet Descartes die ooit schreef dat niets ter wereld zo rechtvaardig is verdeeld als de domheid? Nou ja, hij noemde het ‘gezond verstand’. Het is in de vele reacties op Fays jeremiade dat het gezonde verstand met emmers vol over ons uit wordt gegoten. Dat stemde mij niet vrolijk. 

‘Als columnist ben ik ergens ook een influencer’, probeerde ik thuis wat aandacht te trekken.

‘Je had acht likes op je laatste column, pap’, zegt zoonlief nadat hij de Facebookpagina van UKrant heeft geraadpleegd.

Daar moet ik in de slipstream van Famke Louise en Fay deze keer toch wel bovenuit kunnen komen. 

O ja, en bij meer dan een miljoen likes geef ik een feestje (voor maximaal drie gasten).

Kun je de problemen met AFAS nog afdoen als kinderziektes?

Opinie

Kun je de problemen met AFAS nog afdoen als kinderziektes?

De invoering van AFAS is een moeizaam proces, stelde UKrant twee weken geleden vast. Programmamanager Erwin Boelens legde uit hoe dat kon gebeuren. Maar Miralda Meulman, clustercoördinator bij de Faculteit der Letteren, heeft nog wat vragen.
Door Miralda Meulman
29 september om 14:20 uur.
Laatst gewijzigd op 30 september 2020
om 13:01 uur.
september 29 at 14:20 PM.
Last modified on september 30, 2020
at 13:01 PM.

Als gebruiker van AFAS herken ik alle problemen die in het UKrant-artikel ‘10,6 miljoen aan frustratie’ van 16 september geschetst worden. Het is de reactie van de heer Boelens die mij verwondert. Er zijn veel dingen in dit proces die ik moeilijk te begrijpen vind, in willekeurige volgorde:

Graag zou ik met hem het gesprek aangaan over de problemen waar mijn collega’s en ik tegenaan lopen. Erkennen dat dit programma de naam ‘Best Practice 2020’ onwaardig is en oprechte waardering tonen voor al die medewerkers die, net als ik, met tranen van frustratie achter hun pc zaten én zitten, zou al een positief effect kunnen hebben op het moreel.

‘Ik word gestraft voor het gedrag van mijn huisgenoten’

Overlastboetes voor studentenhuizen

‘Ik word gestraft voor het gedrag van mijn huisgenoten’

De gemeente heeft 135 studentenhuizen die overlast geven per brief de wacht aangezet. Vanaf nu staan ze onder extra toezicht en worden er bij nieuwe klachten meteen boetes uitgedeeld. Wat vinden de bewoners daar zelf van?
Door Sara Rommes
29 september om 12:18 uur.
Laatst gewijzigd op 30 september 2020
om 19:17 uur.
september 29 at 12:18 PM.
Last modified on september 30, 2020
at 19:17 PM.

‘Wij hebben gelukkig niks gehoord’, zegt Stijn (20), die in de Jozef Israëlsstraat woont. Zijn buurvrouw heeft diverse keren melding gemaakt van overlast, maar kwam pas onlangs bij het studentenhuis aan de deur klagen, vertelde hij drie weken geleden. ‘Daarna hebben we ook aanpassingen gedaan’, zegt huisgenoot Bas (21). ‘We zorgen nu dat we niet buiten roken, en we houden de deuren dicht.’ 

De twee studenten snappen de burgemeester wel. Maar dat ze gelijk je geluidsinstallatie in beslag nemen? ‘Dat is heftig’, zegt Stijn. 

Raquel (20) en Annika (23) wonen een paar huizen verderop. Ook zij hebben geen brief ontvangen, maar ze begrijpen wel ze naar een aantal huizen in de buurt zijn verstuurd. ‘Iedereen heeft wel eens wat te vieren, maar als je constant doorgaat, dan is het ook een keer klaar’, zegt Raquel.

Huisfeesten

Sinds de coronacrisis uitbrak worden er meer huisfeesten gegeven en is het aantal overlastmeldingen enorm toegenomen in de Schildersbuurt en de Korrewegwijk. Voor burgemeester Koen Schuiling is de maat nu vol. ‘Er is niks mis met gezelligheid’, schrijft hij in zijn brief aan de bewoners van de overlastgevende huizen. ‘Dit verandert als deze gezelligheid gepaard gaat met overlast voor andere bewoners van je wijk/straat.’ 

Bij psychologiestudent Ruben (22), die met twintig man in de H.W. Mesdagstraat woont, plofte er afgelopen week zo’n brief op de mat. Zelf veroorzaakt hij nooit overlast, zegt hij. ‘We wonen eigenlijk in drie losse huizen. Boven mij zitten zes kamers die heel veel gedoe veroorzaken. Op mijn verdieping gebeurt er niks.’ 

Huisbazen

Maar ja, de registratie van de overlast staat nu op zijn adres. En dat betekent dat ook Ruben een boete krijgt als er een nieuwe melding komt. Hij vindt daarom dat er beter per situatie gekeken kan worden wat er moet gebeuren, bijvoorbeeld door huisbazen meer verantwoordelijkheid te geven. ‘Zij hebben een veel beter beeld van de verhoudingen in huis dan de politie of handhaving’, zegt Ruben. 

Huisbazen zouden het probleem gerichter aan kunnen pakken door alleen de verantwoordelijken aan te spreken, denkt hij. ‘Nu voelt het alsof we allemaal worden gestraft voor het gedrag van maar een paar mensen.’

Trut

Foto Reyer Boxem

Trut

Student-columnist Bente kreeg vorige week allerlei verwensingen naar haar hoofd geslingerd. Door wildvreemden. ‘Wat haal je eruit door naar te doen tegen iemand die je niet kent?’
Door Bente van Leeuwen
28 september om 13:26 uur.
Laatst gewijzigd op 29 september 2020
om 11:38 uur.
september 28 at 13:26 PM.
Last modified on september 29, 2020
at 11:38 AM.

‘Je bent een dierenbeul, dit kan je niet maken! Trut!’ Ik fietste gister al ruimschoots op de Nieuwe Ebbinge, maar hoorde het duidelijk, zo luid werd ik nageroepen door een vrouw vanaf een bankje bij het Noorderplantsoen. Laika kwispelt als ik mijn fiets pak en rent zo lang ze het volhoudt harder dan ik fietsen kan. Als ze moe wordt mag ze voor in het mandje. Maar kennelijk maakt mij dit een dierenbeul. En een trut. 

‘Hee schatje, woon je hier?’ vroeg afgelopen weekend een man aan me toen ik naar buiten liep. In de steeg die van mijn huis naar de straat leidt. 

Vorige week bakte ik veganistische eierballen bij RTV Noord, als een vrolijke uitdaging. Onder het Facebookbericht hierover reageerden 645 mensen. Het overgrote merendeel boos en ontdaan. Dat ik van hun cultureel erfgoed af moet blijven. En dat veganisten moeten stoppen met het namaken van vlees- en zuivelproducten. En dat ik dom ben. 

Trut. Schatje. Dom. 

Oké, overduidelijk had ik pech afgelopen week. Maar situaties als deze zijn geen uitzondering. En waarom? Ik begrijp er totaal niks van. 

Noem me geen trut en niet dom en ook geen schatje: ik ben het geen van drieën

Ik zou zelf veel sneller uitvallen naar iemand die ik ken dan naar een wildvreemde. Mijn omgeving kan wel een stootje hebben, daar zeg je sorry tegen of die begrijpen je. Soms moet het gewoon even, dan heb je de ontlading nodig. Maar wat haal je eruit door naar te doen tegen iemand die je niet kent? Er heeft denk ik nog nooit een gedragsverandering gevolgd na het roepen van ‘Trut!’. Anderzijds, dat was ook vast niet het doel van de trut-roeper. 

Waarschijnlijk was er geen doel. Grote kans dat zij het snel na het incident weer vergeten was. Net als degenen achter het ‘schatje’ en het ‘dom’. Maar ik vergeet het niet. 

Ik probeer me te focussen op alle lieve opmerkingen die ik en Laika krijgen, en op de Facebookreacties die wel positief waren. Maar het negatieve heeft een grotere impact. En dan gaat het me niet om een kritische opmerking. Je mag tegen me zeggen dat je vindt dat honden niet mogen rennen aan de fiets of dat een veganistische eierbal stom is, maar noem me geen trut en niet dom en ook geen schatje. Want ik ben het geen van drieën. 

Het is niet eens dat het me écht raakt. Het is allemaal niet persoonlijk. Maar juist dat onpersoonlijke maakt me boos. Je kent me niet, laat me! Ik was eerst vrolijk en nu niet meer. Door jou. Door iemand op wie ik niet boos kan worden, want ik ken je niet. Jij bent mijn buitenwereld en met jouw opmerking maak je die een stukje stommer. Laat mij en de wereld met rust. Als je boos bent, dan bel je je moeder maar. 

Why Fay should not go to parties

Photo by Polina Tankilevitch from Pexels

Op-ed

Why Fay should not go to parties

Students who claim the right to go to parties are dead wrong, says student of international relations Mathias Matzen. ‘Going to parties right now is like peeing your pants because it is cold – it might feel good in the moment, but it will only end up making everything worse.’
By Mathias Matzen
24 september om 16:39 uur.
Laatst gewijzigd op 30 september 2020
om 16:58 uur.
september 24 at 16:39 PM.
Last modified on september 30, 2020
at 16:58 PM.

Dear Fay,

On the 23rd of September, UKrant published an article in which you discuss why you still go to parties. You say you want your life back, that you personally are not at risk and that you’ve obeyed all the rules so far. You find it unfair that these rules interfere with your lifestyle. You’ve decided to break them and take your chances.

But dear Fay, going to parties because you want your life back is like peeing your pants because it is cold – it might feel good in the moment, but it will only end up making everything worse. When you go out to party, you are independently deciding to no longer follow the guidelines that are there to ensure the safety of everyone.

Six months

Let me first say that I also miss the life we had before this, but the only way we can get that life back is if you stop thinking of your own immediate desires and instead focus on what is best for everyone. For six long months you claim to have upheld the regulations, but now it’s enough. You want to party… TO LIVE!

But Fay, do you not see how wrong you are? You say you miss is your social life and going to university. You are sad that you have online classes, and even worse, you feel are being blamed for spreading the virus. Do you not see the irony here? You complain about being blamed for spreading the virus, while knowingly breaking the rules that are aimed at preventing you from doing so.

Whenever you go to a party, you put yourself at an increased risk of attracting the very virus you want to get rid of.

Regulations

You are angry that others do not seem to care about the regulations as you do. They bump into you in the street. Why are people blaming you, who is not at risk, while the ones in danger are the very same people breaking the rules? It sounds like you want everyone else to obey the rules just so you can break them.expecting everyone to uphold the regulations, so that you can break them.

Your article is a moral justification for why it is okay for you to go out and party. But Fay, while you yourself may not be at enhanced risk of the virus, others around you are. You might be okay to return to university when it reopens, even with the risk of being infected, but many others are not. You tell yourself that it is okay to break the rules because even if you do get sick, your symptoms won’t be that bad.

Fay, we have these regulations to safeguard those for whom getting infected would be a serious matter. You write that you don’t visit your grandmother; what about the grandmother who stands next you in a store when you don’t know you are contagious? What about the healthcare worker who has to call in sick because you infected them? Your whole moral justification is that they should be avoiding you because you might be contagious, when it should be that you should try and not get infected at all.

Punishment

You are afraid of the punishment for your actions. You don’t want to get fined for partying, which means you are aware that what you’re doing is wrong. And while you refuse to take responsibility for your own actions, you do feel the world is giving its responsibilities to you. You say that you will be ‘left to try and find jobs after this, pay tuition, solve the climate crisis’.

Do you believe you and your peers are the only ones who are affected? This crisis impacts so many others. Right now, your biggest concern seems to be that you cannot party. All the while, you continue to party. How much worse a situation would we be in right now if everyone acted like you?

I hope you can see how wrong your actions are, and I believe you and UKrant owe an apology to everyone who is affected by this crisis and all those who continue to follow the rules. When you write and publish these words with no disclaimer, you help condone, normalise, and encourage others to follow in your selfish, irresponsible footsteps.

Mathias Matzen is a student of international relations at the UG.

‘We kunnen niet een hele generatie laten opbranden voor ze beginnen’

‘Laat studenten niet opbranden voor ze beginnen’

Veel studenten kampen met psychische klachten door de hoge werkdruk die zij ervaren. En dat is de verantwoordelijkheid van de universiteit, stelt sociaal filosoof Toske Andreoli in haar boek ‘De mooiste tijd van je leven?’.
Door Sara Rommes
23 september om 10:06 uur.
Laatst gewijzigd op 23 september 2020
om 10:06 uur.
september 23 at 10:06 AM.
Last modified on september 23, 2020
at 10:06 AM.

Twee jaar geleden trok Toske Andreoli al aan de bel over de worsteling van studenten met hun steeds drukker wordende leven. Haar standpunt: de psychische problemen van de student worden grotendeels veroorzaakt door hun veeleisende omgeving. Met de masterscriptie die ze hierover schreef won ze in 2019 de scriptieprijs van de Landelijke Studentenvakbond.

Nu is de RUG-alumna terug met nieuwe inzichten én mogelijke oplossingen. Die deelt ze in haar boek De mooiste tijd van je leven?, dat vorige week uitkwam. 

Gemeenschappelijke factor

‘Om mij heen zag ik veel studenten die overspannen, somber of overwerkt waren’, licht ze haar interesse in het onderwerp toe. ‘Hoewel dat allemaal verschillende  problemen lijken, is het belangrijk om te kijken naar hoe ze ontstaan. Daarvoor moet je nagaan wat al deze studenten gemeen hebben. En dat is, met name, de universiteit.’

Maar het zijn nou precies de universiteiten die de problemen van studenten verkeerd benaderen, stelt Andreoli. ‘Zij zien dit soort klachten altijd als een persoonlijk probleem, en vinden dat de student daar zelf iets aan moet doen. Ze bieden daarom ook allerlei cursussen aan voor mindfulness, burnoutpreventie en timemanagement, om aan jezelf te werken. Maar ik vind die aanname onjuist.’

Constant opgejaagd

Volgens de sociaal filosoof moeten we juist beter kijken waar het misgaat. ‘Studenten hebben weinig tot geen ritme in hun leven. Het staat zelden vast wanneer ze wat doen. Zo is het bijvoorbeeld lastig om elke dag op hetzelfde moment een pauze in te lassen, of om op een bepaalde tijd de boeken dicht te doen. Om zo’n ritme te creëren heb je discipline nodig. Maar in plaats van dat studenten daar hulp bij krijgen, worden ze constant opgejaagd om te voldoen aan harde eisen, zoals het bindend studieadvies en de aanwezigheidsplicht.’

Universiteiten zouden moeten zorgen voor meer contacturen en andere gelegenheden waarbij studenten en docenten elkaar beter kunnen leren kennen. Dan heeft een docent eerder door wat er aan de hand is, zegt Andreoli, en kunnen problemen eerder geconstateerd en verholpen worden.  

Gemeenschappelijk probleem

‘Discipline en ritme moet je kunnen uitbesteden aan de groep om je heen. Maar dat is nu niet het geval’, vindt ze. ‘Studenten staan er heel alleen voor. Iedereen heeft zijn eigen leven, verplichtingen en activiteiten. Daardoor is er weinig sociale cohesie. Je ziet nu met corona dat dit soort problemen nog groter wordt.’ 

Het is niet alleen voor de student fijn als dit wordt aangepakt, benadrukt ze. ‘We moeten onthouden dat dit een probleem is voor ons allemaal. We kunnen niet een hele generatie laten opbranden, nog voordat ze echt beginnen. Daar gaan we als samenleving en op de arbeidsmarkt de gevolgen van zien.’

Goedkoop

Foto Reyer Boxem

Goedkoop

Als arme student houdt columnist Bauke van der Kooij wel van een goede deal. Maar hij is niet de enige, en dus kwam hij in de supermarkt ongemerkt in een ratrace voor afgeprijsd eten terecht.
Door Bauke van der Kooij
22 september om 15:13 uur.
september 22 at 15:13 PM.

Ik ben een student, en daarnaast ook nog een Nederlander. Het is dan ook geen wonder dat ik van goedkoop houd, helemaal als er ook nog eens korting op zit.

Toen ik een tijdje terug in een supermarkt kwam met een bak vol afgeprijsde producten op de houdbaarheidsdatum, kon ik mijn geluk niet op. In de weken die volgden, at ik als een koning, maar betaalde ik als een student. Het werd een vast patroon: elke ochtend ging ik even langs om te kijken wat er te halen viel in deze supermarkt (laat ik om de hoeveelheid sluikreclame te beperken het erop houden dat het een ‘gele’ supermarkt betreft).

Complete maaltijdpakketten voor 2,50 euro een doos sushi voor een euro en voor vijftig cent een grote bak Griekse aardbeienkwark. Met twee vrienden aten we voor minder dan 6 euro een broodje shoarma en tegen een veganistische vriend kon ik trots vertellen dat ik voor een schijntje een maaltijdpakket met quinoa en zoete aardappel had gegeten (best een aanrader, trouwens).

Ik belandde in een stille strijd met mijn onzichtbare concurrenten

Maar steeds vaker merkte ik dat de bak al grotendeels leeg was als ik in de supermarkt kwam. Langzaamaan belandde ik gevoelsmatig in een stille strijd met mijn onzichtbare concurrenten: voor de goede dealtjes moest ik steeds wat eerder in de supermarkt zijn. Was ik in een ratrace beland voor afgeprijsd eten?

Opeens besefte ik waar ik mee bezig was. Was dit het waard? Voor het besparen van een paar euro een uur vroeger opstaan, in de hoop dat er iets eetbaars tussen zit? Ik ben goedkoop, maar niet gratis, en realiseerde me dat een uur extra slaap me toch meer waard is.  

Een week terug moest ik voor een verplichte afspraak vroeg opstaan. Snel ging ik nog even langs de supermarkt voor een ontbijtje, en in mijn ooghoek zag ik een bijna lege bak. Aangekomen bij de kassa stond voor mij een vrouw. Toen ik even een blik wierp op haar boodschappen, lag daar de inhoud van ongeveer de hele kortingsbak: meerdere verpakkingen vlees, vis, soep en salade. Even had ik oogcontact met haar, waarna ze snel haar boodschappen inpakte en wegliep. 

Tegenwoordig ga ik maar naar een blauwe supermarkt, dat zul je wel begrijpen.

Groningers gaan veel te laks om met corona, vinden internationals

Verbaasd en bezorgd om Groningse omgang met corona

Internationale studenten maken zich zorgen om de nonchalante omgang met het coronavirus in Groningen. Terwijl hun families elders in de wereld met strenge maatregelen te maken hebben, lijken de Stadjers zich niet druk te maken. ‘Het is alsof corona hier nooit bestaan heeft.’
Door Alessandro Tessari
22 september om 14:05 uur.
Laatst gewijzigd op 22 september 2020
om 14:17 uur.
september 22 at 14:05 PM.
Last modified on september 22, 2020
at 14:17 PM.

Toen psychologiestudent Violeta Ricoy Roig drie weken geleden vanuit Spanje aankwam in Nederland, stond ze ervan versteld hoe anders de mensen in de twee EU-landen zich gedragen. ‘In Spanje, maar ook in Belgie, waar mijn vriend woont, lijken de mensen zich veel meer druk te maken over corona. Iedereen draagt daar een mondkapje’, zegt ze. De zorgeloosheid hier beangstigt haar, vooral in de supermarkt en als ze in de binnenstad is. En zij is niet de enige.

Onbegrip

‘Ik vind het bizar dat mensen hier geen mondkapjes dragen in restaurants en cafés’, zegt Monique Gilpin, een Australische die hier media studies doet. Haar familie in Melbourne zit voor de tweede keer in een lockdown. Er mag daar telkens maar een iemand per huishouden een uurtje naar buiten. Ze moeten dan binnen een straal van vijf kilometer blijven en altijd een masker op hebben. ‘De situatie hier jaagt mijn familie angst aan. Ze snappen niet waarom mensen hier zo kalm blijven.’

Gezien de beperkte maatregelen verbaast het haar niet dat het aantal besmettingen in Groningen is gestegen. Maar ze maakt zich vooral zorgen om het gedrag van de studenten. Monique heeft haar familie al sinds januari niet meer gezien. ‘Als het nog erger wordt, ga ik misschien niet eens terug voor de kerstdagen.’

Student international business Carlo Vincenzini wil ook niet vast komen te zitten in Groningen vanwege de ‘slechte maatregelen’ hier. Hij zat twee maanden in lockdown met zijn familie in Bahrein en dat wil hij niet nog een keer meemaken. ‘Ik ben bang om weer zo geïsoleerd te zijn, maar als ik kijk hoe de mensen zich hier gedragen, is het alsof corona hier nooit bestaan heeft.’

Strengere maateregelen

Carlo vindt dat mondkapjes verplicht zouden moeten worden gesteld in restaurants en supermarkten, niet alleen in het openbaar vervoer. ‘Overal waar je het risico loopt met meer dan tien mensen tegelijk in een afgesloten ruimte te zijn.’

De Saudische geneeskundestudent Hassan Al Ameer is het met hem eens. ‘De huidige maatregelen zijn niet voldoende. We hebben strengere regels nodig.’ Een mondkapje dragen is een kwestie van je verantwoordelijkheid nemen voor de mensen om je heen, zegt hij. ‘Ik begrijp dat niemand echt weet wat we moeten doen, dat deze situatie nieuw is. Maar ik wil dat mensen en instellingen actie ondernemen. Anders kan de situatie in Groningen en in de rest van Nederland zomaar enorm uit de hand lopen.’

Studenten, herpak je verantwoordelijkheid

Als we niet uitkijken, zit een biertje op het terras er straks niet meer in, schrijven de auteurs van de open brief.

Studenten, herpak je verantwoordelijkheid

Het zijn individuen die zich niet aan de coronamaatregelen houden. Maar studenten kunnen elkaar wel aanspreken op hun verantwoordelijkheid, schrijven RUG-student Teun Havinga en Hanze-student Izaäk van Jaarsveld in een open brief aan studerend Groningen.
22 september om 10:29 uur.
Laatst gewijzigd op 22 september 2020
om 10:30 uur.
september 22 at 10:29 AM.
Last modified on september 22, 2020
at 10:30 AM.

Afgelopen week zijn er veel berichten uitgegaan dat wij als studenten onze verantwoordelijkheid moeten pakken. Dat we niet naar de drukke plekken moeten gaan en meer afstand moeten houden. Toch zijn het niet ‘de studenten’ die het probleem zijn, maar individuen die zich niet aan de maatregelen houden.

Daar kunnen wij als studenten wel wat aan doen. Daar moeten we als studenten wat aan doen. Omdat we de gezondheid van anderen directer in gevaar brengen dan we soms lijken te beseffen en omdat nieuwe beperkingen het onvermijdelijke gevolg zullen zijn wanneer we onze verantwoordelijkheid niet herpakken. Beperkingen die op korte termijn onze vrijheden fors zullen raken. 

Daarom willen wij jullie oproepen om niet bang te zijn om anderen aan te spreken op het niet naleven van de maatregelen en om zelf scherp te blijven op die verantwoordelijkheid. Want op die manier laten wij niet alleen zien dat wij wel verantwoordelijk zijn, maar zorgen we er ook voor dat alles open kan blijven. Waardoor we wel dat biertje op het terras kunnen blijven drinken, wel naar onze stages kunnen blijven gaan en wel naar de universiteitsgebouwen kunnen. Ons vermogen om onze verantwoordelijkheid te herpakken is dan ook bepalend. Voor anderen en voor onszelf.

De besmettingen lopen op. Vooral onder de jongere bevolking, dat kunnen we niet ontkennen, maar we kunnen er wel wat aan doen! 

Izaäk van Jaarsveld, pabostudent en voorzitter Hogeschool Medezeggenschapsraad Hanzehogeschool

Teun Havinga, studentassessor Rijksuniversiteit Groningen

Bart Brouwers: ‘Leg je niet neer bij het schijnbaar onmogelijke’

Bart Brouwers pleit voor fysiek onderwijs

‘Leg je niet neer bij het schijnbaar onmogelijke’

Corona is geen excuus om als universiteit volledig online te gaan, betoogde hoogleraar journalistiek Bart Brouwers afgelopen week in de Volkskrant. Maar hoe moet het dan wel?
Door Sara Rommes
21 september om 14:51 uur.
Laatst gewijzigd op 21 september 2020
om 17:23 uur.
september 21 at 14:51 PM.
Last modified on september 21, 2020
at 17:23 PM.

Waarom vindt u afstandsonderwijs zo’n groot probleem?

‘Er is een reden waarom onderwijs door de eeuwen heen van mens tot mens is gegeven. Dat levert een dynamiek op die echt noodzakelijk is voor het overdragen van kennis. Als je die dynamiek eruit haalt – en dat gebeurt nu op hele grote schaal – gaat dat ongelukken opleveren.

Studenten gaan iets missen waar ze recht op hebben. De vorming van een student vindt plaats buiten de theoretische kennisoverdracht, namelijk op plekken waar je elkaar ontmoet en beter maakt. Dat is in de kroeg, maar ook in de collegebanken. Maar dat dreigt te ontbreken als we nu allemaal overgaan naar online colleges. 

Voor docenten is het ook een probleem, omdat zij in een onmogelijke positie worden gedwongen. Ze zijn helemaal niet bekend met online lesgeven en weten niet hoe ze dat het beste vorm moeten geven.’

Wat vindt u persoonlijk de grootste uitdaging van het online lesgeven?

‘Ik vind vooral de grote online colleges lastig. Je ziet af en toe wel een gezicht voorbij komen, maar je ziet niet iedereen tegelijk. In een normaal college zie je wanneer iemand begint te geeuwen, of achter zijn laptop verdwijnt. Je kunt daar dan op reageren, maar online lukt het niet om die interactie te bewerkstelligen. Ik voel gewoon dat de boodschap die ik wil overbrengen slechter aankomt.’ 

In het opiniestuk schrijft u dat u extra plekken heeft geregeld voor masterstudenten journalistiek bij Dagblad van het Noorden. Heeft u zelf nog meer suggesties voor de inrichting van offline colleges, ook voor grote studies als psychologie of rechten?

‘Nee, daar heb ik niet direct een voorbeeld voor, maar ik denk wel dat het ook voor andere studies kan gelden. Je moet creatief zijn en werken vanuit de gedachte dat je van een probleem een nieuwe waarde kunt maken. Er is altijd meer mogelijk dan je in eerste instantie denkt.’

Bent u niet bang dat de risico’s van fysiek onderwijs te groot worden, zeker gezien de recente corona-uitbraken in Groningen? 

‘Dat speelt natuurlijk constant door mijn hoofd. Ik heb er dagelijks zorgen over of het wel goed gaat, en hoe lang we dit in stand kunnen houden. Maar tot nu toe lukt het ons om alles aan te bieden, helemaal volgens de richtlijnen. 

We voeren hier veel gesprekken over, ook met studenten. Want ook zij maken zich zorgen. Wat wij wel en niet doen, stemmen we daarom met hen af. Dat vergt extra energie en ik heb niet de illusie dat ik studenten kan beheersen, maar het is belangrijk om te blijven communiceren.’

Is er nog iets dat u wilt meegeven aan studenten en docenten?

‘Ik denk dat je je niet moet neerleggen bij het schijnbare onmogelijke. Je kunt van de nood een deugd maken. Zo kan ik door het online onderwijs wel journalisten uit heel Europa bij mijn colleges halen. Studenten kunnen dan journalisten van bijvoorbeeld The Guardian direct vragen stellen. Dat zou normaal gesproken nooit mogelijk zijn.’