RUG: Universiteit heeft maatwerk nodig

Veel vragen, niet op alles is een antwoord

RUG: Universiteit heeft maatwerk nodig

Rector Cisca Wijmenga, collegevoorzitter Jouke de Vries en bestuurslid Hans Biemans (financiën) beantwoorden de komende tijd wekelijks in UKrant de meest actuele/prangende vragen uit de academische gemeenschap.
Door Giulia Fabrizi en Rob Siebelink
8 april om 13:14 uur.
Laatst gewijzigd op 9 april 2020
om 9:27 uur.
april 8 at 13:14 PM.
Last modified on april 9, 2020
at 9:27 AM.

Wij krijgen van verschillende kanten te horen dat studenten vinden dat er niet voldoende aandacht aan ze wordt besteed. Er is onvrede, omdat er veel onbeantwoorde vragen zijn. Begrijpen jullie de onvrede? En wat kun je daar als cvb aan doen?

Cisca Wijmenga: ‘Wat het lastige is, is dat wij zelf ook een grote lijst met vragen hebben. Om daar antwoord op te krijgen, moeten ze onder meer met de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de minister worden besproken. Wat we continu doen is de belangrijkste vragen bespreken en beantwoorden, denk bijvoorbeeld aan het bindend studieadvies. Als we antwoorden hebben, kunnen we er vervolgens op inspelen, maar voor die tijd is dat gewoon heel erg lastig.’

Hoe staan jullie tegenover compensatie van het collegegeld voor studenten?

Hans Biemans: ‘Heel formeel gesproken is het zo dat je aan een aantal criteria moet voldoen om ingeschreven te staan bij een studie. Een daarvan is het wettelijk collegegeld betalen. We leven nu in een werkelijkheid waarin sommige studenten al bediend kunnen worden met online colleges en tentamens en anderen niet. Onze eerste inzet is dan ook om die achterstand in te lopen.

Toch zullen er studenten zijn die daardoor vertraging oplopen. We kijken met de minister of daar oplossingen voor te vinden zijn, maar vooralsnog verwijst zij naar een verlenging van de DUO-leentermijn. Dan zijn er natuurlijk ook de internationale studenten die niet uit de EU komen. Kunnen we daar iets voor doen door bijvoorbeeld het collegegeld anders te regelen? Dat is ook een vraag die nu in VSNU-verband en met de minister wordt besproken.’

Is een dergelijke claim op het collegegeld volgens jullie terecht?

Hans Biemans: ‘Het lastige is dat iedereen door deze situatie getroffen is. Al het onderwijs en de bijbehorende tentamens zijn omgezet, maar we begrijpen dat er studenten zijn die daardoor in de problemen dreigen te komen. Voor EU-studenten kunnen we in geval van nood nadenken om het profileringsfonds in te zetten.

Voor niet-EU-studenten ligt dat weer anders, omdat zij niet uit publieke middelen gecompenseerd mogen worden. Daar zou je kunnen denken aan een ander noodfonds. Op dit moment is het nog zoeken naar wat wij kunnen doen. Soms wringt dat ook met landelijke regelgeving. Dan zijn wij ook afhankelijk van hoeveel ruimte we zullen krijgen om ermee om te gaan. Daar wordt nu aan gewerkt.’

Een andere prangende vraag van studenten gaat over de manier waarop tentamens beoordeeld worden. Er is bijvoorbeeld geopperd om een zogenaamd ‘pass/fail’-systeem in te voeren, in plaats van het normale becijferingssysteem. Hoe staan jullie daarin?

Cisca Wijmenga: ‘Die discussie hebben wij nog niet gevoerd. We zijn nu eerst nog bezig met de vraag welke tentamens wel en niet digitaal uitgevoerd kunnen worden. In eerste instantie waren mensen hoopvol dat de tentamenhallen in juni weer open zouden gaan en dat er dan een inhaalslag gemaakt zou kunnen worden. Maar dat lijkt nu steeds minder waarschijnlijk.’

Aangezien de universiteit aankondigde alles tot eind augustus online te doen, zijn er veel studenten uit Groningen vertrokken. Al dan niet naar het buitenland. Stel dat de regering de maatregelen eind april versoepelt, bestaat dan de kans dat tentamens alsnog fysiek worden afgenomen?

Jouke de Vries: ‘We volgen het Nederlandse beleid en wachten ook de nieuwe maatregelen af. Daarbij kunnen wij op voorhand geen enkel scenario in- of uitsluiten. We moeten alle mogelijke opties openhouden. Als de omstandigheden wijzigen, dan moeten wij de eventuele ruimte die dan ontstaat ook kunnen nemen.’

Hans Biemans: ‘Het probleem dat zou kunnen ontstaan voor bijvoorbeeld internationale studenten die terug naar huis zijn gegaan, moeten we dan natuurlijk wel oplossen. Wat de oplossing daarvoor wordt, weten we nog niet, want daar moeten we nog over spreken.’

De universiteit werkt ook met veel tijdelijke contracten. Denk bijvoorbeeld aan promovendi of postdoc-onderzoekers van wie het onderzoek nu stil ligt. Hoe denken jullie daarover?

Cisca Wijmenga: ‘Je kan daar niet generiek over nadenken, dat heeft echt maatwerk nodig. Er zijn bijvoorbeeld promovendi die afhankelijk zijn van labwerk. Sommigen kunnen in plaats daarvan nu bezig gaan met schrijven, maar dat geldt niet voor iedereen. Uiteindelijk zijn het ook hier de faculteiten die er het beste zicht op hebben.

Tegelijkertijd moeten we beseffen dat het geen vragen zijn waar we van gister op morgen een antwoord op kunnen vinden. We zijn nu al druk bezig om het onderwijs online in de lucht te houden. Daarmee vragen we ook veel van onze mensen en er is maar zoveel dat ze tegelijkertijd kunnen doen. Het welzijn is ook belangrijk.’

Jouke de Vries: ‘Wat we weten is dat het wel effect zal hebben op de tijdelijke contracten. Maar het is moeilijk om er meteen uitspraken over te doen. De faculteiten inventariseren wat de situatie is en die overleggen wij als cvb vervolgens met de VSNU en het ministerie. Op dit moment is de prioriteit de mensen van wie het contract op korte termijn afloopt. Maar denk ook aan mensen van wie het visum verloopt. De vraag is: wat voor ruimte krijgen we van het ministerie om te verlengen, zonder iedereen verplicht een vaste aanstelling te moeten bieden?’

Er wordt gespeculeerd dat de instroom van internationale studenten volgend jaar zomaar gehalveerd zou kunnen worden. Wat betekent dat voor de universiteit en hoe bereiden jullie je daarop voor?

Hans Biemans: ‘Wat we nu doen is in scenario’s denken. We werken momenteel met twee scenario’s. In het eerste gaan we ervan uit dat we te maken hebben met een korte crisis en dat de instroom vooral in september terug zal lopen. In het tweede scenario gaan we uit van een lange crisis, waarbij de terugloop ook verder in het jaar en wellicht daarna nog merkbaar is.

De faculteiten gaan nu inventariseren welke gevolgen de scenario’s voor ze hebben: hoe financieel afhankelijk zijn zij van de instroom? Dat kunnen de faculteitsbesturen beter overzien dan wij. Dat geldt niet alleen voor onderwijs, maar ook voor onderzoek. Voor onderzoek dat wordt vertraagd, lopen de kosten veelal wel gewoon door. Daarbij is een belangrijke vraag ook: hoe staan onderzoeksfinanciers erin?’

Vragen over corona aan het cvb?

UKrant zit vanaf nu wekelijks met het college van bestuur om de virtuele tafel om vragen te stellen over de universiteit tijdens de coronacrisis. Ook een vraag voor het RUG-bestuur? Stuur een mail naar uk@rug.nl.

Tijdsdruk

Foto Reyer Boxem

Tijdsdruk

Klassieke studies hebben een Nederlandse naam en bestaan uit een woord, terwijl nieuwe studies drie of vier woorden tellen en een Engelse naam hebben, constateert studentcolumnist Bauke van der Kooij.
Door Bauke van der Kooij
7 april om 12:39 uur.
Laatst gewijzigd op 7 april 2020
om 12:42 uur.
april 7 at 12:39 PM.
Last modified on april 7, 2020
at 12:42 PM.

Nu week vier van de social distancing is ingetreden, merk ik dat ik toch iets vaker dan normaal door mijn Facebook heen scroll. Hoewel Facebook normaal gesproken vol zit met dierenfilmpjes, diabetesgerechten en advertenties van ‘hilarische’ T-shirts met teksten als ‘tegen chardonnay zeg ik geen nee’, gebeurde er deze week iets leuks.

Veel vrienden plaatsten een bericht waarin zij aangaven graag mensen te willen helpen bij het maken van een juiste studiekeuze. Een mooi initiatief natuurlijk, maar hoe meer van dat soort berichten ik las, hoe meer ik merkte dat er een opvallend patroon in deze studies zit.

Een kleine greep uit de studies die ik tegenkwam: English language and culture, economics and business economics, natuurkunde, spatial planning and design, geneeskunde, international and European law, geschiedenis, minorities and multilingualism en tot slot life science & technology.

Het patroon lijkt me duidelijk: alle ‘klassieke’ studies zoals wiskunde, geneeskunde en mijn eigen sociologie bestaan gewoon uit een woord en zijn Nederlands, de ‘nieuwe studies’ zijn Engels en bestaat uit drie tot vier woorden.

Straks gaat Nederlands nog ‘Dutch language and culture’ heten, want zonder Engelse naam hoor je er niet bij

Deze Engelse studies met lange namen zijn ook nog eens in opkomst en hebben qua studentenaantallen mijn eigen studie al ingehaald. Andere studies snappen dat zo’n Engelse naam werkt, dus die veranderen ook hun naam. Economie kan je tegenwoordig niet meer studeren, dat heet nu ‘economics and business economics’. Straks gaat zelfs Nederlands nog ‘Dutch language and culture’ heten, want zonder Engelse naam hoor je er niet bij.

Nu wil ik als sociologiestudent natuurlijk ook een steentje bijdragen in deze tijd waarin solidariteit en behulpzaamheid voorop staan. Maar nog meer hulp voor de examenleerlingen, die hun eindexamen ook al niet hoefden te maken, lijkt me overbodig. Daarom help ik liever mijn opleiding bij het aantrekken van wat extra studenten.

Je voelt het natuurlijk al aankomen: ook sociologie moet met de tijd meegaan, en daar past een Nederlandse naam van een woord natuurlijk niet bij. Verander de naam van sociologie in societal theories & policy development en er komen gegarandeerd hordes studenten op af, en dan natuurlijk het liefst internationale studenten.

Bied ook meteen alle vakken in het Engels aan, dan verhoog je meteen de werkdruk van de Nederlandse docenten en studenten die opeens alles in hun tweede taal moeten doen. Dan is sociologie meteen het imago van pretstudie kwijt.

Aan de andere kant heeft dat dan ook weer z’n voordelen: dan had ik nu ook niet zo veel tijd over gehad om me te ergeren aan alle Facebookberichten waar ik voor de tiende keer doorheen scroll.

GSb start meldpunt voor studenten vanwege coronacrisis

GSb start meldpunt voor RUG-studenten vanwege coronacrisis

De Groninger Studentenbond (GSb) komt met een meldpunt voor RUG-studenten die door de coronacrisis tegen problemen aanlopen bij hun studie.
3 april om 11:22 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 10:30 uur.
april 3 at 11:22 AM.
Last modified on april 6, 2020
at 10:30 AM.


Rob Siebelink

Door Rob Siebelink

3 april om 11:22 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 10:30 uur.
Rob Siebelink

By Rob Siebelink

april 3 at 11:22 AM.
Last modified on april 6, 2020
at 10:30 AM.
Rob Siebelink

Rob Siebelink

Hoofdredacteur
Volledig bio
Editor-in-chief
Full bio

Door de lockdown van de universiteit zijn er dit academisch jaar geen fysieke colleges en tentamens. Iedere student bij elke opleiding ervaart dit anders en met dit meldpunt kunnen zij deze ervaringen delen, zo is de bedoeling van de GSb.

Voorzitter Jan Willem Leeuwma zegt dat veel studenten vragen hebben nu de RUG helemaal is overgestapt op online onderwijs. ‘Tentamens moeten nu digitaal in een ander format worden afgenomen, en voor veel vakken mist er informatie over het aanstaande blok.’

Obstakels

Samen met de studentenpartijen SOG, Lijst Calimero, De Vrije Student en DAG in de Universiteitsraad wil de GSb kijken ‘wat we kunnen doen om zo veel mogelijk obstakels uit de weg te gaan voor de studenten’.

Door middel van dit meldpunt komt naar voren waar de valkuilen en frustraties liggen en kunnen we kijken waar nog veel terrein te winnen valt,’’ stelt Leeuwma.

Het meldpunt is te vinden op de website van de Groninger Studentenbond.

‘De echte schok in de wereldhandel komt nog’

De haven van Rotterdam is een goede graadmeter voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie.

Interview met RUG-econoom Marcel Timmer

‘De echte schok in de wereldhandel komt nog’

De wereldeconomie, en zeker de open Nederlandse economie, krijgt zware klappen door de coronacrisis, vreest RUG-hoogleraar economische groei en ontwikkeling Marcel Timmer. ‘Je kunt blindelings voorspellen dat de vraag naar goederen uit Nederland zal afnemen.’
Door Jurgen Tiekstra
2 april om 13:09 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 15:49 uur.
april 2 at 13:09 PM.
Last modified on april 6, 2020
at 15:49 PM.

Zo besmettelijk als corona is, zo besmettelijk lijkt ook de economische schade te worden die het virus veroorzaakt. Landen steken landen aan en bedrijven steken bedrijven aan. Een van de economen die nu hard werkt om vat te krijgen op de situatie, is Marcel Timmer, RUG-hoogleraar economische groei en ontwikkeling.

Hoogleraar en CPB-directielid Marcel Timmer

Timmer heeft een dubbelfunctie. Kortgeleden werd hij adjunct-directeur van het Centraal Plan Bureau (CPB), dat beleidsadviezen schrijft voor de overheid. Die zijn nu hard nodig.

Het CPB bracht kortgeleden vier scenario’s uit voor de middellange termijn, waarbij in twee van de vier gevallen de werkloosheid in 2021 verder zal oplopen dan na de financiële crisis van 2008. Maar Timmer wil en kan niet zeggen welk van de vier scenario’s het waarschijnlijkst is. Want veel is nog onzeker.

Het coronavirus is een zogenaamde exogene schok voor de economie. Zijn er voorbeelden uit het verleden waarvan we kunnen leren?

‘Niet zoveel. Natuurrampen zijn de meest logische analogie. Denk aan de tsunami in Japan of de orkaan Katrina in Louisiana. De gelijkenis met een natuurramp is groter dan met het instorten van het financiële systeem in 2008, of de diepe crisis die we begin jaren tachtig hadden in Nederland.

Die laatste was een langdurige crisis die langzamer was in aanloop. Dat resulteerde uiteindelijk in een torenhoge werkloosheid van 10 procent en grote overheidsschulden. Nu hebben we voor de eurozone criteria die zeggen dat een staatsschuld van een land niet hoger mag zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp, de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten – red.). Slechts zeven landen in de eurozone voldoen daar aan.

Bovendien weten we uit de literatuur dat staatsschulden tot 100 procent zeer weinig invloed hebben op groei. Nu zit de Nederlandse staatsschuld op zo’n 52 procent. De grootste boodschap van de scenario’s van het CPB is dat zelfs in het zwaarste scenario, de overheidsschuld zal stabiliseren op 78 procent van het bbp, dus ver onder de 100 procent.’

Maar wat kunnen we leren van die eerdere crises?

‘Eigenlijk niet eens zoveel. Die natuurrampen waren lokale gebeurtenissen in een bepaalde regio van een land. En in een land kan een centrale overheid geld in die regio pompen en hulp bieden. In dit geval hebben we te maken met rampen die tegelijkertijd in verschillende landen plaatsvinden en waarop ieder land op zijn eigen manier reageert. Dat maakt het zo lastig.

Neem de situatie van Nederland: we hebben nu onze eigen aanbodschok (een snelle daling van het aanbod van producten en diensten), maar we blijven in de nabije toekomst ook te maken hebben met de vraag- en aanbodschok in het buitenland. Als je ziet wat er nu in Amerika gebeurt, dan kun je blindelings voorspellen dat de vraag naar goederen uit Nederland de komende maanden zal afnemen. Dat alles schept een pessimistisch beeld.’

En Nederland is natuurlijk een exportland.

‘Wij zijn zeer afhankelijk van de wereldhandel, wij zijn een van de meest open economieën in wereld. Dat is een van de grotere zorgpunten in de Nederlandse economie: hoe die wereldhandel zich ontwikkelt de komende maanden. De tekenen die we zien, tonen dat er nu een heel scherpe daling plaatsvindt, alleen missen we realtimegegevens. Die komen met vertraging binnen.

De echte schok in de wereldhandel zoals geregistreerd in de statistieken moet nog komen. De Wereldhandelsmonitor loopt met een vertraging van twee maand. Dus een scherpe daling in maart zou pas eind mei te zien zijn.

Dat is interessant nu: mensen proberen op basis van big data nieuwe indicatoren te ontwikkelen. Die zijn wel minder betrouwbaar dan officiële statistieken. Wij zijn zelf bijvoorbeeld in gesprek met het havenbedrijf in Rotterdam: kunnen zij nu al zien er wat gaande is? Zij zien realtime hun containers binnenrollen. Zo proberen we informatie te verzamelen.’

Hoogleraar Steven Brakman zei onlangs dat de verwachting is dat de wereldhandel nog meer zal krimpen dan na de crisis van 2008. Hoe verhoudt de coronacrisis zich tot de economische crisis die we net achter de rug hebben?

‘Ik ga niet zeggen welk scenario waarschijnlijker is. Maar onderschatten is sowieso nooit goed. Ik krijg ook niet veel signalen dat mensen dat doen. Als ik internationaal en nationaal lees wat banken, denktanks en instellingen als verwachtingen naar buiten brengen, dan ziet dat er zeer pessimistisch uit.

Al is dat nog op zeer weinig data gebaseerd. Het kan zijn dat ze elkaar allemaal napapegaaien, maar als je er even over nadenkt wat er op dit moment gebeurt in de wereld: gelijktijdig in veel landen vinden er heftige schokken plaats. Al zonder dat je de uitkomst daarvan weet, weet je dat dit in de naoorlogse geschiedenis een redelijk unieke gebeurtenis is.

De huidige schok trilt nog steeds door. Amerika heeft het einde nog niet bereikt, de vraag is ook of China het einde bereikt heeft of opnieuw gaat beginnen. Ook voor Spanje en Italië is het einde nog niet in zicht. Dus de grote onzekerheid blijft.’

Toekomstbestendig

Foto Reyer Boxem

Toekomstbestendig

In het begin leek thuiswerken een beetje op vakantie. Maar die lol verging columnist Gerrit Breeuwsma al in de tweede week toen hij moest deelnemen aan een Zoomconferentie.
Door Gerrit Breeuwsma
1 april om 10:33 uur.
Laatst gewijzigd op 1 april 2020
om 11:21 uur.
april 1 at 10:33 AM.
Last modified on april 1, 2020
at 11:21 AM.

Ik zit nu precies twee weken thuis. Het vrijwillige zelfisolement dat ik me aan het begin van de crisis – toen corona nog een carnavalsgrap leek – had toegedicht, is inmiddels een afgedwongen isolement geworden.

Toen duidelijk werd dat de universiteitsgebouwen dicht gingen, heb ik inderhaast twee boodschappentassen (Action en Aldi) volgestouwd met boeken, maar in de veronderstelling dat ik binnenkort wel weer naar binnen mocht.

Inmiddels mogen we al blij zijn als we begin september het nieuwe academische jaar weer kunnen opstarten.

De eerste week heb ik me trouwens prima vermaakt. Ondanks alle consternatie, werd ik aanvankelijk overvallen door een ontspannen vakantiegevoel. Het was nog fris, maar aan alles was te merken dat de lente in de lucht hing.

Een leven van ’s morgens jagen, ’s middags vissen diende zich aan, waarbij de dag begon met serieuze arbeid, maar ergens in de middag werden de werkzaamheden verplaatst naar de tuin, waar ik een paar bomen omzaagde of de houtwal versterkte, van waaruit geschrokken fazanten mij op hun beurt lieten schrikken.

’s Avonds gooiden we een paar extra blokken op de houtkachel, dronken een slaapmutsje en lapten in het echtelijk bed alle regels aangaande anderhalve meter afstand houden aan onze laars. Verboden vruchten smaken het best.

Ondertussen is de astronomische lente begonnen, ligt de tuin er prima bij, is er voor het eerst gemaaid, maar heeft mijn vakantiegevoel langzaam maar zeker het onderspit moeten delven.

Het ging al een beetje mis toen ik merkte dat mijn mailbox volstroomde met vragen, waar ik veel vaker niet dan wel een antwoord op had. Het kantelpunt was echter toen ik aan het begin van de tweede week voor het eerst moest meedoen aan een Zoomconferentie. Er werd me verzekerd dat het heel eenvoudig was. Ik hoefde alleen maar de instructies te volgen (alsof dat mijn sterkste punt is), dan zou het wel lukken.

We lapten in het echtelijk bed alle regels aangaande 1,5 meter afstand houden aan onze laars

Als je het van de positieve kant bekijkt, zou je kunnen concluderen dat ik een heel eind ben gekomen: ik zag en hoorde de andere deelnemers aan de conferentie en zij zagen mij. Helaas hoorden ze mij niet en toen ze me na een tijdje kennelijk wel erg stil vonden, werd er nadrukkelijk gevraagd of ik nog iets te berde wilde brengen.

Hopend op een wonder heb ik toen maar iets gezegd, waarna ik iedereen naar het scherm zag buigen, met een hand aan het oor, zoals je mensen wel ziet doen bij ouden van dagen die hardhorend zijn.

Ik zag er iets symbolisch in – ze zien me wel, maar ze horen me niet – en het werd me ineens duidelijk: ik ben niet toekomstbestendig. De meeste mensen zweren bij de vooruitgang, maar ik dagdroom (ja, dat bestaat op mijn leeftijd ook nog) wel eens over een leven in de negentiende eeuw (wel een beetje in goeden doen graag, anders is de lol er snel af).

De eeuw waarin ze treinen die net dertig kilometer per uur halen snelheidsmonsters vonden, maar waarin de meeste afstanden nog lopend of per paard werden afgelegd (een paard voor de wagen spannen kan ik dus wel).

Dan vraagt mijn zoon, die – met gemengde gevoelens – te horen kreeg dat zijn centraal examen niet door gaat, of ik nog titels weet voor zijn schoolexamen Engels. Het moeten boeken van vóór 1860 zijn. Kijk, dat is een vraag waar ik iets mee kan.

Hard Times van Charles Dickens’, zeg ik. Om het goede voorbeeld te geven, ben ik het meteen gaan herlezen.

En nu vertoef ik dus in Coketown, waar onder de rook van fabrieken en het regime van de rede hoop en verbeelding gemangeld worden.

Voorwaar zware tijden.

‘Zonder solidariteit dreigt kloof tussen wetenschappers’

Opinie: De Jonge Akademie

‘Zonder solidariteit dreigt kloof tussen wetenschappers’

Zonder solidariteit dreigt een kloof tussen wetenschappers die bijvoorbeeld door zorgtaken weinig tijd hebben en wetenschappers die opeens veel extra ruimte ervaren, betoogt De Jonge Akademie.
1 april om 10:12 uur.
Laatst gewijzigd op 1 april 2020
om 12:44 uur.
april 1 at 10:12 AM.
Last modified on april 1, 2020
at 12:44 PM.

Voor de meeste wetenschappers is het een uitdagende tijd. We moeten veranderen van fysiek naar online onderwijs, dataverzameling en experimenten zijn noodgedwongen stilgelegd of moeten ook online plaatsvinden, en ook allerlei conferenties en outreach-activiteiten zijn afgezegd.

Net als iedereen zoeken we naar manieren om met stress en onzekerheid om te gaan, terwijl we zorgtaken voor familie, buren en vrienden proberen te balanceren met werk dat echt niet kan wachten.

Het is hoe dan ook geen ‘business as usual’, zoals enkele collega’s onlangs al terecht betoogden. Daarom is het nu meer dan ooit nodig dat we solidair optrekken en solidariteit stimuleren, ook omdat er een reële kans is dat deze unusual business nog wel een aantal maanden aanhoudt.

Zonder solidariteit en ruimhartigheid richting onze collega’s zal in deze crisis een kloof ontstaan tussen wetenschappers die door grote onderwijstaken, zorgtaken, of de hoge mentale belasting weinig tijd hebben om hun werk goed te kunnen doen en wetenschappers die opeens veel extra ruimte ervaren om zich juist hierop te richten.

Wij doen graag een aanzet om het gesprek hierover op gang te brengen. Hoewel we ons in dit stuk specifiek op wetenschappers richten, is solidariteit met ondersteunend personeel aan de academische instellingen net zo belangrijk, ook al neemt die misschien andere vormen aan en zijn er andere maatregelen voor vereist.

De omstandigheden vereisen een grote mate van solidariteit en begrip voor elkaar. Solidariteit met collega’s die in deze maanden onderwijs geven en alles op alles moeten zetten om in hoog tempo nieuwe vormen van online onderwijs en toetsing te realiseren.

Begrip voor collega’s en studenten die hun normale uren niet kunnen maken omdat ze hun kinderen lesgeven of andere zorgtaken vervullen. Begrip en aandacht voor internationale wetenschappers die huis en haard hebben verlaten om in Nederland een wetenschappelijke carrière op te bouwen, en nu noodgedwongen alleen thuis zitten. En begrip voor de moeite die het kost om nu de focus en creativiteit te vinden om aan proefschriften, manuscripten of onderzoeksvoorstellen te werken.

Laat universiteiten medewerkers met tijdelijke contracten zo snel mogelijk een ruimhartige verlenging geven

Dit is de tijd waarin je, als je zelf nog wel de ruimte en energie kunt vinden om effectief door te werken, misschien juist om je heen zou moeten kijken of je collega’s met zware onderwijs- en/of zorgtaken kunt ontlasten, of aandacht kunt schenken aan collega’s in een sociaal isolement, door bijvoorbeeld regelmatige virtuele lunch- of koffiepauzes te organiseren.

Zulke solidariteit kan alleen tot stand komen als er breed draagvlak is en als de risico’s hiervan evenwichtig gespreid zijn. Daar moeten universiteiten, NWO en andere subsidiegevers aan bijdragen. Laat universiteiten medewerkers met tijdelijke contracten, inclusief promovendi, zo snel mogelijk een ruimhartige verlenging geven.

Denk daarbij aan een maand of zes, ervan uitgaande dat veel beperkende maatregelen tot de zomer blijven gelden. Er wordt immers veel meer van iedereen gevraagd en deze extra ademruimte biedt verlichting.

Juist voor promovendi, of ze nou werknemer zijn of beurspromovendus, is verlenging van de periode waarin ze met een beurs of salaris hun project kunnen uitvoeren essentieel in een tijd waarin hun project niet zelden helemaal stil ligt. Gezien de drastische maatregelen die de regering al heeft getroffen, moet dit arbeidsrechtelijk toch ook geregeld kunnen worden?

Voor tenure track-beoordelingen of bevorderingen ligt verlenging van het proces ook voor de hand. Dat zou echter wel betekenen dat jonge wetenschappers nog langer in onzekerheid blijven zitten over een vaste aanstelling of bevordering. Universiteiten zouden dus ook een stap verder kunnen gaan en de criteria voor een vaste aanstelling of promotie aanpassen aan deze unieke omstandigheden.

Te denken valt aan anders erkennen en waarderen en evalueren op basis van een kleiner aantal productieve jaren dan gebruikelijk. En waarom zou waardering niet uitgaan van aspecten als het ondersteunen van collega’s, het aanpassen van onderwijs en het tonen van solidariteit?

Een beetje extra vertrouwen in de capaciteiten van onze wetenschappers kan helemaal geen kwaad

Dit alles betekent uitgaan van vertrouwen. Uitgaan van wat iemand al heeft laten zien. Net als met de eindexamens in het voortgezet onderwijs gebeurt, kunnen ook de beoordelings- en adviescommissies hun oordelen baseren op iets minder informatie, simpelweg omdat gaten in het cv die nu ontstaan door de Covid-19 epidemie natuurlijk niets zeggen over wetenschappelijke kwaliteit. Hier en daar een hoepeltje minder en een beetje extra vertrouwen in de capaciteiten van onze wetenschappers kan helemaal geen kwaad.

NWO en ZonMW zijn gelukkig al volop bezig om de procedures voor subsidie-instrumenten aan te passen. Lopende tweedegeldstroomprojecten zouden daarnaast verlengd moeten kunnen worden, zodat ze ondanks de epidemie nog steeds succesvol afgerond kunnen worden. In Duitsland heeft de DFG besloten alle door haar gefinancierde promovendi de mogelijkheid van een betaalde verlenging van drie maanden aan te bieden.

Met het oog op de toekomst lijkt het ons daarnaast reëel dat de regels voor de Vernieuwingsimpuls, nominaties voor prijzen etc. worden uitgebreid met een coronaclausule met daarin een ruimhartige extensie voor iedereen die door de crisis minder productief kon zijn.

Aanvragers hoeven de negatieve gevolgen van de coronacrisis niet aan te tonen – hoe zou dat immers enigszins objectief kunnen? De Jonge Akademie zal in elk geval haar eigen extensieclausule voor lidmaatschap heroverwegen.

Laten we hoe dan ook samen nadenken over hoe we als wetenschappers, universiteiten, subsidiegevers en bestuurders op dit moment het beste kunnen functioneren, hoe we de zorgen die leven onder wetenschappers kunnen wegnemen en hoe collega’s elkaar kunnen helpen.

Het laatste dat we nu kunnen gebruiken zijn wetenschappers die zich gedwongen voelen hun kinderen naar school of naar de crèche te brengen of zichzelf en hun zorgtaken te verwaarlozen om alle benodigde ballen in de lucht te kunnen houden. Wanneer een systeem waarin al zoveel werkdruk is, getroffen wordt door een crisis van deze omvang, zijn maatregelen nodig om de druk niet nog meer te laten stijgen.

Namens De Jonge Akademie: Martijn Wieling, Belle Derks, Stefan van der Stigchel, Jeroen de Ridder, Hester den Ruijter, Merel Keijzer, Arjan Houtepen en Lisa Becking

Onderzoekers van de RUG krijgen ERC Advanced Grant

Drie ERC Advanced Grants naar de RUG

Drie onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben een prestigieuze ERC Advanced Grant toegekend gekregen. In totaal gaat het om 8,5 miljoen euro.
31 maart om 16:47 uur.
Laatst gewijzigd op 31 maart 2020
om 17:05 uur.
maart 31 at 16:47 PM.
Last modified on maart 31, 2020
at 17:05 PM.


Rob Siebelink

Door Rob Siebelink

31 maart om 16:47 uur.
Laatst gewijzigd op 31 maart 2020
om 17:05 uur.
Rob Siebelink

By Rob Siebelink

maart 31 at 16:47 PM.
Last modified on maart 31, 2020
at 17:05 PM.
Rob Siebelink

Rob Siebelink

Hoofdredacteur
Volledig bio
Editor-in-chief
Full bio

Het gaat om Gerard Roelfes van het Stratingh Institute for Chemistry, Léon Koopmans van het Kapteyn Instituut en Erwin de Blok, ook van het Kapteyn Instituut en daarnaast werkzaam bij ASTRON. 

De beurzen van de European Research Council zijn bedoeld voor gevestigde onderzoeksleiders met een erkende staat van dienst. Vorig jaar viel de RUG bij de toekenning van Advanced Grants buiten de prijzen.

Designer enzymen

Gerard Roelfes ontving 2,5 miljoen euro om ‘designer’-enzymen te maken die voor een deel niet-natuurlijke aminozuren bevatten. Die kunnen worden gebruikt voor de katalyse van belangrijke chemische reacties die niet in de natuur voorkomen. Daarmee zou een stap gemaakt kunnen worden naar een meer duurzame chemie. 

Léon Koopmans krijgt 3,5 miljoen euro voor een project waarmee hij de extreem zwakke radiosignalen wil detecteren van neutraal waterstof. Het gaat daarbij om waterstof dat is gevormd in de eerste miljard jaar van het bestaan van ons heelal. Daarvoor moeten extreem gevoelige waarnemingen worden gebruikt, zoals de radiotelescopen van LOFAR in Drenthe. 

Waterstofgas

Eén miljoen van de grant gaat naar een nieuw computersysteem voor dataverwerking en -opslag. De onderzoekers kunnen straks petabytes aan data verwerken en de rekencapaciteit vergroten. 

Ten slotte gaat ook Erwin de Blok op zoek naar neutraal waterstofgas met een grant van 2,5 miljoen. Hij wil de herkomst van het gas in melkwegstelsels achterhalen. Het gas vormt een brandstof bij de vorming van sterren, maar de meeste sterrenstelsels hebben lang niet genoeg om gedurende de hele levensduur sterren te blijven vormen. De Blok wil onderzoeken of dit gas mogelijk uit de ruimte tussen de sterrenstelsels afkomstig is, zoals computersimulaties suggereren. 

Van koepel naar hoepel

Foto Reyer Boxem

Van koepel naar hoepel

Die anderhalve meter voelt als een enorme afstand, vindt studentcolumnist Bente van Leeuwen. ‘Het is een soort koepel. Een kooi waar niemand in mag komen.’
Door Bente van Leeuwen
31 maart om 11:36 uur.
Laatst gewijzigd op 31 maart 2020
om 11:39 uur.
maart 31 at 11:36 AM.
Last modified on maart 31, 2020
at 11:39 AM.

Een van de vervelendste dingen tot nu toe vind ik hoe ver die anderhalf meter voelt. Hoe individualiserend het werkt. Het is direct ik tegen de rest, wij tegen zij. Door het simpele toeval dat iemand dichtbij je staat, is iemand opeens een potentiële vijand.

Ik zat te wachten op een leeg bankje voor de Jumbo. Een groot bankje, zo’n zes meter lang. De bank was leeg en ik zat in het midden. Zat ruimte aan beide kanten.

Een wat verwarde, oudere vrouw komt naast me zitten. Op een halve meter afstand. Onbewust en direct schuif ik een meter op. Ze biedt haar excuses aan, ik zeg dat het niet uitmaakt, zij zegt van juist wel. Ik weet dat ik gelijk heb, maar toch voel ik me schuldig. Want wat een kille handeling, om zo abrupt een meter van iemand weg te schuiven.

Mijn ouders zitten veilig in quarantaine in hun woonboerderij ver weg van de wereld. Ze willen terecht niet dat ik langskom zonder mezelf eerst in isolement te zetten voor een aantal dagen.

Ik stelde voor om toch even te komen, maar dan een wandeling te maken. Met anderhalf meter ertussen. Maar terwijl ik het voorstelde, wist ik al dat het een stom idee was. M’n moeder wist het ook. Niks zou verder weg voelen dan die laatste afstand niet te mogen overbruggen.

Niks zou verder weg voelen dan die laatste afstand niet te mogen overbruggen

Op dit moment ervaren we die anderhalf meter als een soort koepel. Een kooi waar niemand in mag komen. Mijn voorstel is om er een beetje mee te spelen. Laten we van die koepel een hoepel te maken. Weet je nog, hoe je als kind hard met je heupen wiegde om dat ding hoog te houden?

Dat kunnen we nu weer doen. Nu met een denkbeeldige hoepel, die op de grond valt als ‘ie verstrikt raakt in andermans draaicirkel.

Op sommige plekken gebeurt dit al, dit spelen. Waar in supermarkten grote rode lijnen staan, heeft de spelletjeswinkel De Purperen Draak een dambord van de vloer gemaakt. Iedere klant moet minstens één vakje van elkaar verwijderd staan.

Laten we daar een voorbeeld aan nemen, laten we spelen met onze hoepels. Laten we in plaats van elkaars blik te ontwijken terwijl we met onze ogen anderhalf meter uittellen, elkaar toelachen terwijl we onhandig onze hoepel proberen hoog te houden.

Op die manier voelt de afstand misschien wat minder ver en kan ze ons zelfs verbinden. Want die anderhalf meter, die geldt voor ons allemaal samen.

Lustrumviering legde tekortkomingen RUG bloot

Gerard Joling was een van de artiesten die vorig jaar optrad tijdens de lustrumviering.

Opinie: Manuel Reyes

Lustrumviering legde tekortkomingen RUG bloot

Het lustrumfeest met als thema inclusiviteit had beter een minder beladen onderwerp kunnen hebben, oordeelde een evaluatiecommissie. Daar is Manuel Reyes, fractievoorzitter van DAG in de universiteitsraad en daarvoor lid van het lustrumteam, het niet mee eens.
Door Manuel Reyes
30 maart om 14:57 uur.
Laatst gewijzigd op 30 maart 2020
om 14:59 uur.
maart 30 at 14:57 PM.
Last modified on maart 30, 2020
at 14:59 PM.

Het evaluatierapport over het lustrum (zie Evaluatie lustrum: volgende keer graag geen beladen thema) wijst er terecht op dat de universiteit het beladen onderwerp niet goed aan kon. Maar dat betekent niet dat we het niet weer zouden moeten proberen.

Het leidde misschien eerder tot protest dan tot feestvieren, maar is dat nou echt zo erg? We zouden in deze politiek zware tijden onze angsten niet moeten wegfeesten, maar juist een duidelijke positie moeten innemen. Met het lustrum waaide er een frisse wind van inclusiviteit door dit eeuwenoude instituut.

Als ik terugdenk aan mijn werk voor het team, moet ik toegeven dat mijn enthousiasme en dat van mijn medestudenten werd aangewakkerd door activisme. Niet omdat we een politieke agenda hadden, maar omdat we het idee hadden dat de mogelijkheden eindeloos waren.

We maakten afspraken met cateraars om ervoor te zorgen dat onze CO2-voetafdruk zo klein mogelijk was, overlegden met leveranciers over ethische werkomstandigheden (Vanhulley, een bedrijf dat kleding uit gerecyclede stoffen maakt en de vrouwen die voor ze werken een opleiding biedt, maakte de goodiebags voor het lustrum), en we praatten met experts over de toegankelijkheid van onze gebouwen. We probeerden in hoog tempo verandering aan te brengen in een instelling die helaas zelf vaak erg traag is.

Het onderwerp was waarschijnlijk zo controversieel, omdat het al veel eerder besproken had moeten worden. Toegankelijkheid, gelijkheid, inclusiviteit: daarover hadden we het tien jaar geleden al. De verschrikkelijke ontoegankelijkheid van het Academiegebouw en het grote gebrek aan vrouwelijke hoogleraren hadden beiden jaren geleden al opgelost moeten worden.

We probeerden in hoog tempo verandering aan te brengen in een instelling die helaas zelf vaak erg traag is

Voor het lustrum werkten wij samen met particuliere organisaties en we kwamen erachter dat ze niet alleen graag wilden weten hoe ze zo inclusief mogelijk konden zijn, maar ook dat ze ons ver voor waren. De lustrumviering legde dus eerder de vele tekortkomingen van onze universiteit bloot.

Wat ook naar voren kwam, was hoe erg het schort aan de interne communicatievoering bij de RUG. Er werd vaak gepraat over het gebrek aan zichtbaarheid en communicatie tussen de verschillende afdelingen die allemaal zelf bezig waren met inclusiviteit.

Zo klaagde Human Resources (HR) bijvoorbeeld over het feit dat we ze niet eerder benaderd hadden, terwijl andere afdelingen niet eens wisten dat HR zich überhaupt met inclusiviteit bezighield. Het legde een inefficiëntie bloot, die overigens niet te wijten is aan onze gedecentraliseerde universiteit; het was gewoon slecht gecoördineerd.

Een belangrijk aspect dat in het rapport over het hoofd wordt gezien, is hoe succesvol het lustrum was in academisch opzicht. De sprekers op het congres waren stuk voor stuk grote namen uit het vakgebied: Glenn Adams, Philomena Essed en Kimberlé Crenshaw.

Kimberlé Crenshaw! Zij gaf een belangrijke speech waarin ze de term ‘intersectionaliteit’ introduceerde (ook wel ‘kruispuntdenken’ genoemd). In de sociale en geesteswetenschappen wordt de term gebruikt om de diverse – overlappende – mechanismes van uitsluiting te bestuderen. Het rapport zegt er niets over, maar het was een enorm succes dat we zo’n belangrijke wetenschapper konden boeken voor onze keynote.

HR klaagde dat ze niet was benaderd, terwijl anderen niet eens wisten dat ze zich met inclusiviteit bezighield

Het lustrum en het bijbehorende thema toonden de potentie van onze universiteit als een instituut dat vecht voor verandering. Veel van de onderzoekers die meededen aan het congres vertelden hoe uitsluiting en benadeling te werk gaat, zowel binnen als buiten de RUG.

In de panelgesprekken kwam men tot praktische oplossingen om inclusiviteit te verbeteren en dingen te veranderen. Er gingen stemmen op die normaliter niet vaak gehoord werden. Zelfs UKrant publiceerde artikelen over meningen waar de universiteit zelf nauwelijks naar luistert.

Het lustrumthema was een goed idee, juist omdat het gewaagd en progressief was. We zouden ons niet moeten schamen voor dit thema of terugdeinzen voor controverse, maar de onverschrokkenheid moeten omarmen. We zouden moediger moeten zijn.

Manuel Reyes maakte deel uit van het lustrumteam. Naar aanleiding van zijn ervaringen daar sloot hij zich aan bij studentenpartij DAG, waarvoor hij dit academisch jaar in de universiteitsraad zit.

Groot onderzoek in Noorden naar coronavirus

Hoe verspreidt het virus zich?

Groot onderzoek in Noorden naar corona

Ruim 135.000 mensen in Noord-Nederland krijgen binnenkort wekelijks een vragenlijst toegestuurd met vragen over het coronavirus.
30 maart om 14:22 uur.
Laatst gewijzigd op 31 maart 2020
om 14:10 uur.
maart 30 at 14:22 PM.
Last modified on maart 31, 2020
at 14:10 PM.


Rob Siebelink

Door Rob Siebelink

30 maart om 14:22 uur.
Laatst gewijzigd op 31 maart 2020
om 14:10 uur.
Rob Siebelink

By Rob Siebelink

maart 30 at 14:22 PM.
Last modified on maart 31, 2020
at 14:10 PM.
Rob Siebelink

Rob Siebelink

Hoofdredacteur
Volledig bio
Editor-in-chief
Full bio

Het onderzoeksprogramma Lifelines hoopt op die manier onder meer in kaart te brengen hoe het virus zich in het Noorden verspreidt. In de toekomst kan op deze manier bij andere infectieziekten mogelijk nauwkeuriger voorspeld worden wat er zal gebeuren.

De antwoorden worden ook gebruikt om te onderzoeken in hoeverre het virus invloed heeft op het welzijn en welbevinden van mensen in de noordelijke provincies. Vragen die voorbij komen zijn: Worden mensen somber of angstig? Heeft dit effect op eetgedrag en gezondheid? Hoe raakt het virus het dagelijkse leven, zoals het werk? 

Verder hopen de onderzoekers licht te kunnen werpen op de vraag waarom de ernst van de klachten zo uiteenloopt, en of genetische verschillen daarin een rol spelen.

DNA

Hoofdonderzoeker en hoogleraar genetica Lude Franke: ‘Met dit onderzoek willen we zien of er verschillen in het DNA te vinden zijn tussen mensen die ernstig ziek zijn geworden door het coronavirus en mensen die milde symptomen hebben gehad.’

Alle antwoorden van de wekelijkse vragenlijsten worden gekoppeld aan data van biobank Lifelines. Op die manier hopen de onderzoekers niet alleen erfelijke, maar ook omgevingsfactoren op te sporen die bepalen hoe ziek iemand wordt. 

De wekelijkse vragenlijsten worden verstuurd naar deelnemers van de onderzoeksprogramma’s Lifelines en NEXT. De antwoorden worden gecombineerd met eerder verzamelde data, waaronder ook genetische informatie. 

Gezamenlijke inspanning

Het onderzoek van Lifelines naar corona is een initiatief van het UMCG, de RUG, Aletta Jacobs School of Public Health en Lifelines. Het wordt mede mogelijk gemaakt door de Universiteit van het Noorden, een collectief van noordelijke kennisinstellingen. Meer informatie is hier te vinden.

On privilege, productivity, (old) parents, and a pandemic

Slums in Mumbai, India

Op-ed: Esha Mendiratta

On privilege, productivity, (old) parents, and a pandemic

Assistent professor Esha Mendiratta (India) is acutely aware of the tremendous economic privilege she enjoys at this moment when many people are losing their jobs due to the coronavirus. But, like many other internationals at the UG, she is deeply concerned about her homeland and her parents.
By Esha Mendiratta
27 maart om 17:00 uur.
Laatst gewijzigd op 27 maart 2020
om 21:50 uur.
maart 27 at 17:00 PM.
Last modified on maart 27, 2020
at 21:50 PM.

There is nothing like a global pandemic to make you think of your privilege, or how #blessed you are, as my students say. I write this from an apartment that I have been able to afford on a single income in the Netherlands, a country with one of the best public healthcare systems in the world.

I live alone and have fortunately not had to start a new career as a school teacher to kids staying at home because of a pandemic. I spend hundreds of euros buying coffee every month and eat out far more often than I should, all without batting an eye.

I know that I have luxuries that many around me can only dream of in normal circumstances, let alone in the time of a pandemic. I am acutely aware of the tremendous economic privilege I enjoy at this moment when many people are losing their source of income, and when many of our students are unable to afford their rent. But you see, I also live away from home. I was born and raised in India and I live here in my adopted home of the Netherlands.

As I sip the lactose-free cappuccino I just bought from a take-away café, I worry about what is going to happen in India. I just spent hours doing the numbers to analyse how hard this virus might come down on my country, my childhood friends, and my family.

Official projections seem too scary to be real, so I decide to be arrogant about my academic training and prove the epidemiologists wrong and reassure myself. Hours of analysis later, I realise that the epidemiologists and public health officials are obviously right, as they usually are (side note to the people being yolo about the whole thing and partying on my block a week ago – listen to them already!).

Who will look after my parents? How will I see them if I need to with the borders closed and no flights going?

India might indeed have a staggering 300-500 million people infected by the coronavirus in the next four months if the government does not adopt any meaningful public health measures immediately.

At least once a day, I think about what would happen if my old parents got sick. Who will look after them? How will I see them if I need to with the borders closed and no flights going between the Netherlands and India in the near future? Will they get a hospital bed if they need one?

In theory, I have everything I really need and I should be using this time of selfisolation to focus on my research. I have also seen hundreds of videos and tweets on how to remain productive during these times. Surely I couldn’t be so much worse than everyone else and try to implement at least of some of their advice.

Maintain a routine, separate my office and living space, get proper sleep and exercise, ‘schedule’ social time with friends and family, make a to-do list… The list goes on.

Yet, sleep, exercise, routine, or productivity is the last thing on my mind. My mind is miles away, with my parents, wondering, once again, what will happen if they get sick. A black swan event like this sure has a way of generating unanswerable questions, and making you touch your face, a lot (seriously, everyone: stop touching your face, and wash your hands again while you’re at it!).

My face-touching gets worse knowing that most preventive measures suggested by experts to slow down the spread of this virus or to flatten the curve are laughable for the majority of India. Social distancing is almost impossible in a country of 1.3 billion people, where more than a hundred million are crammed into slums and entire families live in one-room apartments.

Social distancing is impossible in a country of 1.3 billion people, where more than a 100 million are crammed into slums

Maintaining hygiene seems ambitious for the 75 million people who don’t even have access to clean water. Where the luxury of clean water and space is available to Indians (like it is to my parents), social structures where generations of families live together make implementation of social distancing complicated and put the elderly at a higher risk.

Combine all this with the economic costs of a lockdown, and you are not only looking at a public health crisis, but also an ‘economic tsunami’ for the poor, as prominent Belgian-Indian social activist Jean Dreze recently called it.

Every now and then, the concept of privilege comes up in my classroom. I discuss its multidimensional and relative nature with my students. I tell them that while they might be privileged in some ways relative to some groups, they may not be in others.

Now, more than ever, I should remind myself of that and focus on the economic privileges and good health I enjoy. However, as it turns out, during a global pandemic, I am conflicted.

Somehow, at this specific moment, privilege feels unequivocally unidimensional and absolute – the only thing that seems to matter is that there is a higher than average chance of my parents getting sick and a zero chance of me being able to see them if they do, lactose-free cappuccino in hand or not.

Esha Mendiratta is an assistant professor at the Faculty of Economics and Business

Overbodig

Foto Reyer Boxem

Overbodig

UKrant-columnist Bauke van der Kooij ontdekte dat zelfs hamsterende mensen in de supermarkt sommige dingen mijden, zoals boterhamworst met op elk plakje een blij gezichtje.
Door Bauke van der Kooij
25 maart om 9:09 uur.
Laatst gewijzigd op 25 maart 2020
om 9:27 uur.
maart 25 at 9:09 AM.
Last modified on maart 25, 2020
at 9:27 AM.

De aanwezigheid van het coronavirus laat wereldwijd niet alleen de mooie en de lelijke kanten zien van de mensheid, maar ook van onze consumptiemaatschappij. Op internet duiken vanuit de hele wereld foto’s en filmpjes op van hamsterende mensen die uit pure paniek alle schappen leegtrekken.

Maar niet elk product blijkt geliefd, zo laat een foto uit Frankrijk zien. Vrijwel alle diepvriespizza’s zijn weg, maar de dozen met pizza Hawaï liggen nog vrijwel onaangeroerd in de koeling.

Nu heb ik bij gebrek aan dingen waaraan ik beter mijn tijd kan besteden, besloten de proef op de som te nemen door te kijken of er ook in de Groningse supermarkten producten zijn die ondanks de paniekinkopen in de schappen blijven liggen.

Dat is in de supermarkten rondom de Korreweg vrij makkelijk. Alle producten die in normale tijden een 35%-kortingssticker hebben, zijn blijkbaar ongewild, maar producten die op deze dagen zo’n sticker krijgen, zijn blijkbaar helemaal ongewild.

Hoewel nergens in de supermarkt zeep of wc-papier te vinden was, lag hier en daar toch nog een product met een kortingssticker. Ik zal een korte opsomming geven van de afgeprijsde producten die ik heb zien liggen: Duitse theeworst, Brabantse eierkoeken, rode linzenpenne, Red Bull organic ginger ale, chips met rodebietensmaak, hummus met rodebietensmaak, Gourmet Garden vegetarisch bieslookgehakt (mijn persoonlijke favoriet) en een pakje boterhamworst.

Waarom bestaan dit soort producten? Wie heeft ze bedacht? Zelfs in tijden van schaarste wil niemand ze

Toen ik de boterhamworst beter bekeek, bleek het geen normale boterhamworst. Alle plakjes worst hadden een blij gezichtje. Hoewel het al een sombere gedachte is om een varken te zijn en elke dag vetgemest te worden, om vervolgens na acht maanden voor menselijke consumptie geslacht te worden, kan het blijkbaar nog erger.

Sommige varkens belanden na hun dood in de supermarkt als boterhamworst met een gezichtje. En dan worden ze niet eens opgegeten, want zelfs door hamsterende mensen worden de lachende plakjes over het hoofd gezien. Ook nog als er een kortingssticker op zit, wat voor de gemiddelde Nederlander normaal gesproken werkt als een magneet.

Waarom bestaan dit soort producten? Wie heeft ze bedacht? Als zelfs in tijden van schaarste niemand ze wil, wat is dan de toegevoegde waarde in normale tijden?

Laten we daarom met zijn allen, zodra de coronacrisis over twee maanden, een half jaar of anderhalf decennium het land uit is geholpen, een afspraak maken. Alle nutteloze (en soms zelfs onethische) producten die zelfs door hamsteraars worden overgeslagen, worden verboden uit onze maatschappij.

Niet alleen omwille de voedselverspilling, maar ook zodat ik niet meer verdrietig hoef te worden aangekeken door een pakje lachende boterhamworst.

Video: Zo rustig was Zernike nog nooit

Video: Zo rustig was Zernike nog nooit

Van een bedrijvige plek is Zernike veranderd in een verzameling uitgestorven straten en gebouwen. Dat heeft ook zo z’n schoonheid. UKrant maakte een rondje over de campus.
Video door Lidian Boelens
25 maart om 8:58 uur.
Laatst gewijzigd op 25 maart 2020
om 13:24 uur.
maart 25 at 8:58 AM.
Last modified on maart 25, 2020
at 13:24 PM.

Crisis

Foto Reyer Boxem

Crisis

Als statisticus verdient UKrant-columnist Casper Albers zijn boterham met onzekerheden. Maar de coronacrisis wordt ook hem wat veel. En toch ziet hij een uitgelezen kans om studenten nu te belonen.
Door Casper Albers
24 maart om 13:25 uur.
Laatst gewijzigd op 24 maart 2020
om 17:32 uur.
maart 24 at 13:25 PM.
Last modified on maart 24, 2020
at 17:32 PM.

Het zijn rare tijden. Het is binnen een week tijd al cliché geworden om je column met die zin te beginnen, maar ik doe het toch. Alles is anders geworden en niemand weet hoe lang dit zo blijft. Als statisticus verdien ik mijn boterham met onzekerheden, maar dit wordt mij ook wat veel.

Het is verleidelijk om bij zo veel onzekerheid bovenop het nieuws te willen zitten. Handig is dat niet. Elke tien minuten opnieuw op Twitter kijken, zodat je weet dat nu niet 34 maar 35 van de mensen die je volgt zich opwinden over die foto van dat groepje jongeren in het park. Je wordt er niets wijzer van maar je stressniveau stijgt wel.

Het is veel mooier om te focussen op de mooie dingen. En die zijn er ook, juist nu. Crises brengen de mooiste dingen in mensen naar boven. (Bij een enkeling brengt het juist de smerigste drek naar boven, maar de meeste mensen deugen en naarlingen kan je het beste negeren.)

Je hoeft niet eens ver te zoeken om de mooie dingen te zien. Onze eigen studenten zijn er een goed voorbeeld van. Deze crisis levert hun veel onzekerheden op: kunnen ze nog wel college volgen en tentamens doen, hoe moeten ze de rekeningen betalen nu hun horeca-bijbaantje stil ligt en ze maken zich zorgen over de gezondheid van hun (groot)ouders.

Ondanks die stress werpen ze zich massaal op om te helpen, bijvoorbeeld via studentvoorstad.nl. Ze melden zich aan als oppas voor kinderen van ouders met vitale beroepen, als hondenuitlater voor ouderen met zwakke gezondheid, als bloeddonor, en op zo veel andere manieren.

Het is verleidelijk om bij zo veel onzekerheid bovenop het nieuws te willen zitten, maar handig is dat niet

Werden een paar weken geleden de Vindicaters nog massaal verketterd omdat ze de RIVM-adviezen volgden, nu staan diezelfde Vindicaters schouder aan schouder met andere studentenpartijen om hun steentje bij te dragen.

Aan de universiteit proberen we onze studenten de kennis en vaardigheden aan te leren die horen bij het wetenschappelijk getraind personeel van de toekomst. Verantwoordelijkheidsgevoel en teamspirit horen daarbij. Het zou me verbazen als dit crisiswerk voor studenten uiteindelijk minder leerzaam is dan een van onze vakken.

Vreemde tijden pleiten voor vreemde oplossingen. Het zou mooi zijn als deze studenten, binnen het kader van algemeen vormend onderwijs of een speciaal hiervoor op te richten minorprogramma, hun inspanningen beloond zouden zien met een aantal studiepunten.

Het klinkt in eerste instantie raar, maar als ze er daadwerkelijk vaardigheden van opdoen waar ze essentiële vaardigheden van ontwikkelen, lijkt me dit prima te verdedigen. Het helpt ook om de studievertraging die studenten oplopen door de crisis te voorkomen, en het ontlast wellicht ook de docenten die wel heel veel online tentamens moeten verwerken.

Voor degenen die, ondanks alle mooie initiatieven om ons heen, toch vooral de stress van onzekerheid voelen, zijn er de helende woorden van de Groningse zanger Ede Staal:

’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, Of ’t wer altied wel weer licht.

Minister: Soepeler BSA vanwege coronacrisis

Veel vakken en tentamens vervallen

Minister: Soepeler BSA vanwege coronacrisis

Eerstejaarsstudenten die dit academisch jaar door de coronacrisis niet genoeg studiepunten halen, mogen toch door naar het tweede jaar om dan alsnog de norm te halen.
19 maart om 21:14 uur.
Laatst gewijzigd op 19 maart 2020
om 21:29 uur.
maart 19 at 21:14 PM.
Last modified on maart 19, 2020
at 21:29 PM.


Rob Siebelink

Door Rob Siebelink

19 maart om 21:14 uur.
Laatst gewijzigd op 19 maart 2020
om 21:29 uur.
Rob Siebelink

By Rob Siebelink

maart 19 at 21:14 PM.
Last modified on maart 19, 2020
at 21:29 PM.
Rob Siebelink

Rob Siebelink

Hoofdredacteur
Volledig bio
Editor-in-chief
Full bio

Dat heeft minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs gezegd na overleg met onder meer de VSNU, de koepelorganisatie van universiteiten, en de studentenvakbond LSVb.

Veel vakken en tentamens vervallen de komende weken en maanden. Daardoor dreigt voor een aanzienlijk aantal studenten dat ze niet genoeg studiepunten halen. Doorgaans betekent dat ze hun studie dan moeten afbreken, maar dat hoeft nu niet.

Gevolg van de versoepelde regeling is dat deze studenten in het tweede jaar wel moeten voldoen aan het bindend studieadvies (BSA), en anders twee jaar van hun studie ‘kwijtraken’. 

Meer lenen

Ook besloot de minister dat studenten meer kunnen lenen en dat oud-studenten terugbetaling van studieschuld kunnen opschorten.

Veel studenten verdienen bij in met name de horeca en in winkels en zij raken die bijbaantjes op dit moment massaal kwijt; de horeca is op last van de overheid gesloten en veel winkels hebben nauwelijks nog klandizie.

Zij komen daardoor in problemen met het betalen van collegegeld en huur van kamers. De vakbond voor studenten LSVb riep eerder al op dat huurbazen en -organisaties coulant moeten zijn naar studenten die op dit moment niet aan hun  financiële verplichtingen kunnen voldoen.

Hamsteren

Foto Reyer Boxem

Hamsteren

Komt Gerrit Breeuwsma na zijn werk in de supermarkt, is het brood uitverkocht. Hij blijft mild: ‘In tijden van onzekerheid geeft een goed gevulde voorraadkast een gevoel van veiligheid.’
Door Gerrit Breeuwsma
18 maart om 11:00 uur.
Laatst gewijzigd op 18 maart 2020
om 12:44 uur.
maart 18 at 11:00 AM.
Last modified on maart 18, 2020
at 12:44 PM.

Na het werk doe ik op weg naar huis vaak nog wat boodschappen bij de AH aan de Rijksweg. Het is de laatste pleisterplaats voor ik de leegte van het Groningse platteland in fiets en bovendien een mogelijkheid om vrouw en kinderen te bewijzen dat ik wel degelijk in hun levensonderhoud voorzie.

Met wat ik koop, zou ik ze trouwens niet lang in leven kunnen houden, want het moet allemaal in mijn rugtas, die ik dan op zo’n rekje achter op mijn bagagedrager zet.

Mijn kinderen vonden dat aanvankelijk nogal gênant, dat rekje (‘pap, dat doen alleen brugklassers!’), maar de laatste tijd hoor ik ze er niet meer over. Of ze zijn de schaamte voorbij, of ze hebben me inmiddels opgegeven. Ik vrees soms dat laatste.

Op het werk weet ik vaak exact wat ik moet halen. Toch gebeurt het me regelmatig, eenmaal in de supermarkt, dat ik geen idee heb wat ook al weer. Ik dwaal dan maar tussen de schappen, in de hoop dat een confrontatie met de gewenste producten iets van een herinneringsspoor doet oplichten.

Toen ik vorige week donderdag de supermarkt binnen liep, was ik het helemaal kwijt, maar eenmaal bij de broodafdeling aangekomen, wist ik het weer: brood! Ik had het schap nog nooit zo leeg gezien. Alles wat zelfs maar op brood leek was op.

Kennelijk keek ik het meisje van de broodafdeling net iets te beduusd aan, want ze begon me uit te leggen dat het vanaf de persconferentie om drie uur een gekkenhuis was geweest. In drommen was het kooplustige publiek – als bij de Bijbelse sprinkhanenplaag in Egypte – door de winkel gestormd. Er staan ons dan nog negen plagen te wachten, bedacht ik me.

Sommige mensen moeten tijdens die bestorming de omgangsvormen uit het oog zijn verloren en hadden hun koopkracht letterlijk – in fysieke zin – ingezet. Hier en daar was een bittere strijd geleverd om een laatste product te bemachtigen.

Op de blikken misten vaak de etiketten, zodat die altijd eerst geopend moesten worden om er achter te komen wat er in zat

Geen brood dus. Wij zouden ons morgenochtend met pannenkoeken moeten redden, wat geen slecht vooruitzicht was.

Later zou Rutte ons op het hart drukken dat hamsteren niet nodig en zelfs een beetje asociaal is tegenover al die mensen die na hun werk nog even boodschappen willen gaan doen en dan een lege supermarkt aantreffen. Bedankt Mark.

Toch zou ik er niet te streng over willen oordelen. In tijden van onzekerheid geeft een goed gevulde voorraadkast een gevoel van veiligheid (typisch geval van een koopinmechanisme, zou een psycholoog zeggen).

In mijn jonge jaren had ik een vriendinnetje van wie de vader in het Jappenkamp had gezeten. Dat had de nodige sporen nagelaten, waaronder een onbedwingbare behoefte om grote hoeveelheden houdbaar voedsel in te slaan.

Hij werkte een tijdje in de bedrijfskantine van een AH en dat gaf hem een bijna onbeperkte toegang tot afgedankte etenswaren, die hij in grote hoeveelheden naar huis sleepte: rijst, maar bovenal ingeblikt voedsel. Ik denk dat Albert Heijn daar het idee van hamsteren vandaan heeft.

Thuis raakten de kasten zo vol dat er regelmatig van de noodvoorraad gegeten moest worden om ruimte te scheppen. De rijst kwam dan altijd van pas, maar van de blikken misten vaak de etiketten, zodat die altijd eerst geopend moesten worden om er achter te komen wat er in zat. Maar wat het ook was, het moest een maaltijd worden.

Ik heb daar heel rare dingen gegeten. Maar wel overleefd.

Misschien is dat wel wat ons te doen staat. We halen alles uit de kast, maar we weten niet wat er in zit. De kunst is er dan toch nog iets van te maken.

Of zoals Rutte zei: ‘Ik reken op u.’

Na Corona

Foto Reyer Boxem

Na Corona

Student-columnist Bente van Leeuwen denkt na over een wereld ná corona. Zal die er beter van worden? Of zijn we het straks snel weer vergeten?
Door Bente van Leeuwen
17 maart om 11:01 uur.
Laatst gewijzigd op 17 maart 2020
om 11:01 uur.
maart 17 at 11:01 AM.
Last modified on maart 17, 2020
at 11:01 AM.

Wat een situatie. Absurd om mee te maken. Ik zal niks inhoudelijks over corona zeggen, want wat weet ik ervan? Iets waar ik ook niks van weet, maar wel over kan dromen, is de wereld ná corona. Zullen er gevolgen zijn op de langere termijn? Of pakt iedereen zijn leven weer op en wordt het allemaal snel vergeten?

Ik ben bang dat het het laatste zal zijn. Mensen zijn maar al te goed in het vergeten van nare situaties. Maar ik hoop het niet. Ik hoop dat de wereld verandert. En dan doel ik niet op faillissementen van kleine winkels en restaurants die het hoofd niet meer boven water kunnen houden.

En ik doel ook niet op rouwende nabestaanden, of zorgverleners die bij gebrek aan middelen niet alles konden doen wat ze wilden. Er zijn overduidelijk schadelijke gevolgen door het virus. Maar ik hoop juist dat er ook wat zilveren randjes te ontdekken zijn.

Wat als mensen wier vakantie werd afgelast dichter bij huis een net zo leuke tijd hebben gehad, en in het vervolg minder verre reizen zullen maken? Misschien wordt vliegveld Lelystad toch niet geopend. Misschien zal toerisme weer specialer worden en zullen leuzen waar reisbureaus mee adverteren als ‘Voel je een local!’ weer waarde krijgen.

Misschien komt er weer een babyboom en wordt de vergrijzing in Nederland minder

Wat als mensen die noodgedwongen samen thuis zitten, zich voor het eerst in tijden weer echt verbonden met elkaar voelen? De tijd nemen voor elkaar. Misschien komt er weer een babyboom en wordt de vergrijzing in Nederland minder.

Wat als studenten die tegen een burn-out aan lopen de adempauze krijgen die ze nodig hebben? Misschien kunnen ze nu met een heldere en vrije blik nadenken over hun toekomst.

Wat als fabrieken minder hard draaien omdat we zien hoe de stikstofuitstoot daalt en we het ook dan allemaal prima redden? Wat als mensen erachter komen dat thuiswerken eigenlijk heel goed gaat?

Misschien vind je het wel ongepast om middenin de ellende na te denken over ‘erna’ en te hopen op zilveren randjes. Noem me een idealist of een fantast. Maar wat het coronavirus juist heeft laten zien, is hoe snel onze wereld kan veranderen.