‘Ik zeg ze elke ochtend goedemorgen’

Sjoerd Veenstra is een halve eeuw dierverzorger

‘Ik zeg ze elke ochtend goedemorgen’

Al vijftig jaar brengt dierverzorger Sjoerd Veenstra zijn dagen door tussen de muizen, vogelspinnen en zebravinkjes. Iets anders heeft hij nooit willen doen. ‘Dan zit je misschien in een of andere kelder verstopt.’
Door René Hoogschagen / Foto Reyer Boxem
21 oktober om 13:22 uur.
Laatst gewijzigd op 22 oktober 2019
om 9:21 uur.
oktober 21 at 13:22 PM.
Last modified on oktober 22, 2019
at 9:21 AM.

‘Oh, mien God, ik goa weer noar huus’, had Sjoerd Veenstra gezegd toen hij alle versiering op zijn werkplek zag. ‘Is dat vandaag? Ben ik vandaag vijftig jaar aan het werk?’

Absoluut. Vijftig jaar. Vanaf 14 oktober 1969. Hij was toen vijftien. Laat het even op je inwerken: vijftig jaar dezelfde werkgever. Vijftig jaar dezelfde baan. Hij is nu 65 jaar. En zijn pensioen is pas over een jaar.

Er was geen ontkomen aan. Zijn collega-dierverzorgers op de RUG hadden een opblaasbare poort bij de entree neergezet. Pop erbij, slingers, ballonnen. En overal hing het getal 50, van de hoofdingang tot het aquariumhuis. Alle collega’s kwamen langs, ook de mensen die eigenlijk vrij waren.

Dankbaarheid

Ja, dat hadden ze leuk gedaan, vindt hij. Hij trekt een gezicht. ‘Beter dan een grote zaal met een hoop mensen en allemaal speeches.’ En dan gaan ze allemaal de loftrompet steken. Nee, hoor, daar moet hij niks van hebben. Zijn vrouw Roelie Wiegman, die ook zijn collega is, knikt instemmend: ‘Liever een gram dankbaarheid per dag, dan tien kilo aan het eind.’

Aan dankbaarheid geen gebrek overigens voor de man met de grijze kuif, donkere rokersstem en zilveren oorbel. Talloze promovendi bedankten hem in hun proefschriften. Voor het verzorgen van de dieren, voor de gezelligheid, voor de goede gesprekken. Vaak kwamen ze zelfs bij hem thuis. ‘Dat is wel jammer’, vindt Veenstra, ‘dat je na vier jaar weer afscheid neemt.’

Alleen onderweg naar huis hebben we het even over het werk, en dan is het klaar

Van mede-dierverzorger Roelie Wiegman nam hij nooit afscheid. Veenstra werkte al twintig jaar bij de RUG, in het Biologisch Centrum in Haren, toen zij er in ’89 kwam werken. ‘Daar hebben we goed over nagedacht’, zegt Veenstra ernstig. Wiegman knikt. Een relatie met je collega, dat kan ook misgaan. En wat doe je dan?

‘Maar de liefde was sterker’, zegt hij. Nog steeds. Al schreeuwen ze het niet van de daken. Wiegman gebruikt haar meisjesnaam, ze werken met andere dieren en werk en privé houden ze gescheiden. ‘Dat is voor collega’s anders ook niet leuk’, zegt Wiegman. En thuis? Hebben ze het dan ook nooit over het werk? ‘Nee’, zegt Veenstra resoluut. ‘Onderweg naar huis even,’ vult Wiegman aan, ‘en dan is het klaar.’

Toen het het werk in de jaren negentig door personeelstekort erg zwaar was, was het wel een voordeel dat zijn partner een collega was, meent Veenstra. Dan kwamen ze uitgeput thuis, vielen in slaap en daarna moesten ze nog eten. Het huishouden schoot er bij in. ‘Ik denk een ander dat niet gepikt had.’

Zwaar werk

Wilde hij dan nooit eens iets anders doen? Hij haalt zijn schouders op. ‘Dan zit je misschien in een of andere kelder verstopt…’ Nee hoor, laat hem maar lekker tussen de beesten en de onderzoekers zitten. Tegenwoordig doet hij alleen nog de vissen. Dat is goed te doen en ‘het vissenteam is leuk’. Als hij maar niet door zijn knieën hoeft. ‘Anders kom ik niet meer overeind.’

Want lichamelijk gaat het na vijftig dienstjaren wat minder. Hij is voor een deel afgekeurd en werkt alleen in de ochtend. ‘Vroeger bestond de arbo nog niet’, verklaart hij de stramme ledematen. Toen was dierverzorging veel zwaarder werk. ‘Ik sjouwde met zware emmers, liep tot de enkels door de sneeuw, er waren geen paden. Nu wordt alles gecontroleerd, of je niet boven je macht tilt en zo.’

Vroeger hadden studenten tijd om een praatje te maken. Nu hebben ze het veel drukker

Wat ook veranderd is: het sociale contact. Vroeger, in Haren, liep iedereen bij de verzorgers naar binnen. ‘Ze wisten dat er altijd koffie was en ze hadden tijd om een praatje te maken. Nu hebben de studenten het veel drukker.’ Nu zitten ze op Zernike en kent hij de helft van de mensen in de gang niet eens. ‘Wij zitten aan het eind van de gang. Iedereen loopt door.’  

Veenstra verzorgt tegenwoordig de vissen, maar eerder waren het meeuwen, muizen, cavia’s, konijnen, scholeksters, zebravinkjes. Vogelspinnen, die waren wel lastig. De ronde potten waar ze in zaten moesten wel eens verschoond worden. ‘Dan hield ik de ene pot aan de onderkant vast en hield ik een schone pot er omgekeerd op.’ Hij houdt zijn brede armen uit elkaar alsof daar twee potten tussen zweven. ‘En dan moet die spin naar de overkant. Maar ja, toen schoot zo’n pot los en lag alles op de grond.’ En dan? ‘Dan moet je snel een pot op die spin zetten.’

Dierproeven

Vroeger kon hij nog wel eens een beest meenemen na een onderzoek, maar dat mag nu niet meer, vertelt Veenstra terwijl hij door de aquariumruimte loopt. De apparatuur zoemt, lucht bubbelt, vissen zwemmen. Sommige alleen, andere in groepjes. ‘Als ze agressief worden, halen we ze uit elkaar’, legt hij uit. Aaibare beesten zijn het niet, maar Veenstra vindt ze leuk. ‘Ik zeg ze elke ochtend goedemorgen’, lacht hij, ‘maar ze groeten nooit terug.’

Dierproeven, het blijft een moeilijk onderwerp. Een vriendin van Wiegman is tegen het hele idee. ‘We praten er niet meer over’, zegt ze gelaten. Zelf voeren ze de proeven niet uit. Ze zorgen alleen voor de dieren, dat ze elke dag te eten krijgen, dat ze het goed hebben. 

Er zullen altijd wel dierproeven nodig zijn

Een onderzoek met dieren opstarten gaat ook niet meer zomaar, tegenwoordig. Eerst moet een commissie toetsen of het wel echt nodig is. En de dierverzorgers zijn er zelf natuurlijk ook nog. Als er iets niet klopt, trekken ze aan de bel. ‘Maar er zullen altijd wel dierproeven nodig zijn’, denkt Veenstra.

Op de foto staat hij tussen de vissen die ook voor onderzoek bestemd zijn. Er zijn mensen die dat als een rode lap zien. Veenstra haalt zijn schouders op. ‘Ik ben bijna weg’, zegt hij. Nog een jaar tot zijn pensioen.

Vrolijk

Gerrit Breeuwsma kijkt ’s ochtends graag naar ‘Goedemorgen Nederland’. Dat vindt hij een fijne manier om de dag te beginnen, met vier charmante presentatrices die ook aan het harde nieuws een gezellige draai kunnen geven.
Door Gerrit Breeuwsma

Op doordeweekse dagen gaat thuis de wekker om kwart voor zeven af, waarna ik een kwartiertje heb om me wat op te frissen, thee te zetten en een ontbijt klaar te maken, zodat ik om zeven uur het nieuws kan zien. Vervolgens kijk ik nog zo’n twintig minuten naar Goedemorgen Nederland van WNL, waarna ik geheel op eigen kracht naar mijn werk fiets.

En dat vijf dagen in de week, weer of geen weer, jaar in jaar uit. Tja, ik heb een spannend leven.

Het programma is nu met zomerreces, en dat is jammer. Want hoewel ik het later op de dag nooit in mijn hoofd zou halen er naar te kijken, is Goedemorgen Nederland het perfecte medicijn om ‘s ochtends de overgang naar het echte leven enigszins te verzachten.

Het wordt in toerbeurt gepresenteerd door een viertal charmante presentatrices, die er elke ochtend in slagen om goedgemutst de dag te beginnen (in promotiefilmpjes staan ze voor het ‘vrolijk rechtse geluid’ dat WNL wil uitdragen) en hoewel ze het grote nieuws niet schuwen, verkruimelt dat in hun woorden al gauw tot iets kleins.

Vaak zijn twee van de dames in de studio in gesprek met gasten, terwijl een van hen ergens op locatie staat; met verdwaalde reizigers op een winderig station waar geen treinen rijden vanwege een staking, of op een visafslag in Urk waar vissers zich mogen beklagen over onrechtvaardige Europese regelgeving.

Heel vervelend allemaal, maar op een of andere manier weten ze er altijd een gezellige draai aan te geven. Mocht de wereld ooit vergaan, dan graag in de ochtend, zodat de dames van Goedemorgen Nederland er verslag van kunnen doen en we tenminste vrolijk ten onder gaan.

Op locatie zijn ze altijd gehuld in dikke jassen, sjaals en mutsen, maar in de studio zien ze er meestal pico bello uit, modieus en steevast op hoge hakken. Het zijn natuurlijk martelwerktuigen en ik heb er alle begrip voor als vrouwen liever op platte schoenen naar hun werk gaan. Maar ergens vind ik het jammer, want gedragen door een hoge hak wordt alles mooier.

De langste tenen vind je vaak in de platste schoenen

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik naar het programma kijk, maar het is waarschijnlijk beter daar verder geen ruchtbaarheid aan te geven, want de langste tenen vind je vaak in de platste schoenen.

In ieder geval kijk ik niet naar het programma vanwege de studiogasten, want dat zijn meestal representanten van chagrijnig rechts, mannen van het kaliber Syp Wynia en Wierd Duk, die het slechtste in mij naar boven halen. Het zou echter maar zo kunnen dat daar een idee achter zit, want de dames steken extra voordelig bij hen af en slagen er ook iedere keer in het chagrijn met hun opgewektheid te neutraliseren.

Vrolijk rechts. Onwillekeurig moest ik even denken aan Gerard Joling die, als icoon van de gayscene, aanstaande donderdag het lustrumgala mag openen. Waarschijnlijk met een trosje achtergrondzangeresjes op hoge hakken, maar zelf komt hij ongetwijfeld met platte grappen.

De grootste grap is natuurlijk dat hij als ‘boegbeeld van inclusiviteit’ wordt opgevoerd. Niet alleen omdat uit het interview in de UKrant bleek dat hij geen weet had van een thema, maar vooral omdat zijn opinies, verwoord in een interview in Playboy (het vrouwvriendelijke blad waarin dames in het beste geval slechts met hoge hakken worden afgebeeld), verre van inclusief zijn: ‘Dit land wordt overgenomen door  buitenlanders’ en hij voorspelt dat er ‘binnen nu en drie jaar een burgeroorlog uitbreekt in Nederland’.

Kijk, dat is ergens heel grappig voor een universiteit die de diversiteit en inclusiviteit hoog in het vaandel heeft.

Maar vrolijk word ik er niet van.

Personeel Harmoniecomplex wil weer een plek om te lunchen

Personeel van het Harmoniecomplex is er flauw van. Er staan bordjes om laptops tijdens de lunch te weren uit de kantine, maar geen student lijkt zich eraan te houden.
Door Remco van Veluwen / Foto Joas de Jong

Het komt vaak voor: een RUG-medewerker loopt naar de kantine in het Harmoniecomplex om even te kletsen met collega’s, maar vindt overal laptops en blokkende en pratende studenten. Met de soep nog in de hand keert hij om en loopt maar weer terug naar zijn werkkamer om daar in z’n eentje de lunch te nuttigen.

Normaal gesproken staan er bordjes op de tafels die aangeven dat de ruimte elke dag tussen 12:00 en 14:00 gereserveerd is voor de lunch. ‘Maar die worden zonder te lezen opzij geschoven, want die staan in de weg,’ zegt geschiedenisdocent Richard.

Hij heeft het idee dat de bordjes wel een beetje helpen. Net als het aanspreken van een student en te verzoeken of hij elders wil gaan studeren. ‘Vaak gaan ze een beetje morren, maar ze begrijpen het ook wel. Dit gebeurt ook hooguit vijf keer per jaar, meestal lossen we het wel op.’

‘Vaak zitten veel studenten hier niet te lunchen, maar te studeren’, vertelt Birgit, collega van het Taalcentrum. Er hoeven maar twee laptops op een tafel te staan en er zitten zo zes druk discussiërende studenten. ‘We vinden het belangrijk om samen te lunchen, maar het komt vaak voor dat we niet samen kunnen zitten.’

Richard baalt ook van de situatie. ‘We willen gewoon samen zitten, maar dan zitten er een of twee studenten aan een tafel te werken.’

Verbouwing

Vóór de verbouwing van de kantine, jaren geleden, was er een zichtbaar afgesloten gedeelte waar alleen personeel mocht komen. Maar met de komst van de C-bar is dat verleden tijd. ‘Wat daar óók vervelend aan is: dan zit je met een collega over privézaken te praten, zit er een student naast. Die hoeft niet alles te horen wat jij zegt’, vertelt Birgit. ‘Er zitten ook dingen tussen die sowieso niet voor studentenoren zijn bedoeld’, vult Ronald haar aan. ‘Je moet gewoon altijd eerst even om je heen kijken.’

Het omgekeerde kan natuurlijk ook gebeuren, legt hij uit. ‘Ik heb ook weleens studenten horen praten over mijn college.’ Richard had het idee dat er ten tijde van een aparte personeelsruimte meer mensen samen gingen pauzeren. ‘Dat komt ook deels doordat er nu studenten bij zitten. Overleggen over een scriptie gaat niet.’

Het is belangrijk om even afstand te kunnen nemen van werk. Maar waar dan?

RUG-collega Gerda vindt de gang van zaken tegenstrijdig met het beleid dat de universiteit wil uitdragen. ‘De RUG heeft een gezondheidsbeleid gepresenteerd en stelt dat het belangrijk is dat het personeel “gezond” is, maar er wordt niet goed voor ons gezorgd. We moeten goed pauzes kunnen nemen.’ Birgit sluit zich daarbij aan. ‘Het is belangrijk om even afstand te kunnen nemen van werk. Maar waar dan?’

Handhaving

Over de oplossing zijn de medewerkers het eens. Het is vooral een kwestie van handhaving. Op de bordjes met tijden wordt net zo gereageerd als op het anti-rookbeleid. ‘Mensen steken hun peuk nu gewoon twee meter verderop op’, zegt Ronald. ‘Je kunt het vergelijken met de stiltecoupés. Zelf regelen dat het stil is, werkt niet’, zegt Birgit. ‘Laat dat een autoriteit regelen.’

Richard zou het toejuichen als in ieder geval een deel van de ruimte weer enkel beschikbaar voor het personeel wordt. ‘We hebben met onze geschiedenisgroep de gewoonte om altijd samen te gaan lunchen. Nu zitten er niet alleen studerende studenten, maar ook etende studenten.’ Vaak is het dus lastig zoeken naar een plekje. ‘Maar het komt gelukkig amper voor dat er helemaal geen plaatsen meer zijn.’

Ronald snapt ook wel dat een student niet klokslag twaalf uur zijn biezen pakt als hij aan het studeren is. ‘Dat heb ik zelf ook als ik een artikel lees. Ik heb nog nooit iemand gevraagd om te stoppen met studeren, dat gaat een beetje tegen mijn principe in.’

Het is precies waarom de drie collega’s van het Talencentrum een aparte personeelsruimte erg zien zitten. Waarom is die er dan nog niet? Birgit: ‘De RUG doet het nu niet, want, zeggen ze: “op het Zernike is er ook geen aparte personeelsruimte”. Een kulargument. Ze gaan de deeltjesversneller daar toch ook niet weghalen omdat wij in het Harmoniegebouw er ook niet een hebben?’, vindt Birgit. ‘Big Brother hamert wel op gezonde pauzes, maar ondertussen…’

Gereserveerd

En studenten zelf dan? Gabriella Gawęda (22) is studente Arts, Culture & Media en zegt dat ze niet bekend was met de regeling. ‘Ik zie vaak mensen zitten, dus ik ging er vanuit dat het kon. Ik heb trouwens inderdaad wel iets over “gereserveerd” gezien, maar ik dacht dat het voor een tafel was en niet voor iedereen’, lacht ze.

Ik zie vaak mensen zitten, dus ik ging er vanuit dat het kon

Medestudente Dodie Carter (21) was er ook mee onbekend. ‘Geldt dat voor het hele gebouw?’ Ook Ivan Penchev (21) is de bordjes niet opgevallen. Hij zegt dat hij zelden in de kantine komt, meestal ook pas na 14:00 uur. ‘Maar ik heb de bordjes ook nog nooit gezien.’ ‘Het is best wel uit het zicht, ik denk niet dat ik er ooit langs ben gelopen’, legt Dodie uit.

Ze zitten er ook niet zomaar, zeggen ze. Het is noodzaak. ‘We hebben een groepsoverleg, maar we kunnen niet naar de UB, omdat je daar niet kunt overleggen.’

De oplossing? ‘Creëer meer plaatsen waar je kunt studeren en ook kunt praten. Of grotere bordjes’, lacht Dodie. Ze vindt het sneu om te horen dat er docenten zijn die nu in hun eentje gaan lunchen. Dat is volgens Gabriella inderdaad niet de bedoeling. ‘Je zult nog altijd een plek nodig hebben om te kunnen studeren. Misschien is het combineren van meer studie-lunchplekken een oplossing.’

De handhaving van de reservering voor personeel om te lunchen staat op de agenda van de faculteitsraad.

Boos

Een opmerking in de vorige column van Gerrit Breeuwsma over twee vrouwen zorgde voor boze e-mails op de RUG en bij UKrant. Hij was over de schreef gegaan, was de strekking. Bedankt, zegt Breeuwsma.
Door Gerrit Breeuwsma

Soms hoor je weken niets, dan weer eens krijg je te horen dat mensen je column met plezier hebben gelezen en een enkele keer maakt iemand zich kwaad om wat je schreef. Boze lezers, het zijn de krenten in de pap van elke columnist. Je moet er ook niet aan denken, jaar in jaar uit schrijf je je stukjes, maar nooit levert dat een onvertogen woord op. Dan kun je net zo goed ophouden.

Ik ga er geen gewoonte van maken, maar voor één keer: dank aan alle boze lezers.

Niettemin was ik nogal verbaasd toen in het weekend na de vorige column mijn mailbox volstroomde met heftige reacties. In een lange brief worden mijn bespiegelingen over het lustrumthema onderuit geschoffeld als degrading, sexist, harassing en discriminating. Er wordt zelfs betwijfeld of ik wel op een correcte manier met vrouwelijke collega’s en studentes kan omgaan.

In de aanhef zag ik dat de brief naar diverse universitaire burelen was gestuurd, waaronder de vertrouwenspersoon. De universiteit wordt ten slotte opgeroepen om mijn column te veroordelen en ik word geacht mijn excuses te maken (‘a written apology in which he recognizes his wrongdoings’). Er wordt nog net niet om mijn ontslag gevraagd.

Ik moet mezelf overtroffen hebben, dacht ik, maar toen ik mijn column teruglas, begreep ik niet goed waar de pijn zat. Kennelijk was men in mijn beschrijving van de vrolijke foto van rector Elmer ‘confetti’ Sterken met zijn twee sidekicks gestruikeld over het woordje ‘knap’ in de betekenissen die de Nederlandse taal daar zoal aan geeft. Een beetje plagerig wellicht, maar harassing en discriminating?

En dit vindt plaats in een week waarin de academie wordt opgeschrikt door een rapport waaruit blijkt dat (te) veel vrouwelijke medewerkers het zwaar te verduren hebben aan de Nederlandse universiteiten en waarin bovendien het schandaal rond de hoogleraar Arbeidsrecht B in alle media breed wordt uitgemeten.

Vijftien jaar heeft de Universiteit van Amsterdam erover gedaan om de invloedrijke hoogleraar aan te pakken. Al die tijd waren er aantoonbare bewijzen dat hij het in de omgang met vrouwelijke collega’s en studenten niet zo nauw nam (‘Ik heb me net op je afgetrokken’, liet hij een collega weten).

Toch durfde niemand deze grote meneer B aan te pakken. We moeten daarbij helaas constateren dat veel academici niet zo moedig zijn om misstanden aan de kaak te stellen als hun carrière in het geding is.

Ik ga er geen gewoonte van maken, maar voor één keer: dank aan alle boze lezers

Aan de RUG doen ze er eveneens vijftien jaar over om columnist B (laten we hem voor het gemak kleine B noemen) als seksist te ontmaskeren. Al jaren schrijft hij regelmatig op een bedenkelijke manier over meisjes, studentes, medewerksters en echtgenoten, maar niemand durfde iets te zeggen. Daar werd verschrikkelijk onder geleden, maar nu is hij in de kraag gevat en komt er een einde aan deze misstand.

Knap hoor.

Beste briefschrijvers en sympathisanten, ik ondersteun jullie pleidooi voor gelijkwaardigheid tussen personen, ongeacht geslacht, nationaliteit, etc., zonder enige reserve, maar excuses maken over mijn column zit er niet in, vrees ik.

Niet omdat ik het moeilijk vind om sorry te zeggen. Helemaal niet. Thuis zeg ik voortdurend sorry. Gisteravond nog tegen mijn vrouw, die ik trouwens onvoorwaardelijk knap vind, in alle betekenissen van het woord (ze is echt knap hoor, haast ik me maar weer te zeggen).

Maar als jullie de voorhoede zijn van het streven naar gelijkwaardigheid, dan ben ik bang dat het zeker nog eens vijftien jaar gaat duren voordat die gelijkwaardigheid ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Zo, en nu maar weer fijn boos worden met zijn allen, of kijken of er misschien ook nog ergens echte problemen zijn.

Slachtoffers lift krijgen alvast 1000 euro smartengeld

De RUG betaalt dertien slachtoffers van het liftongeluk afgelopen januari per persoon duizend euro smartengeld.
Door Giulia Fabrizi

Het bedrag is een voorschot op de uiteindelijke schadeafhandeling. ‘Iedereen die een aansprakelijkheidsstelling heeft gedaan, krijgt de duizend euro’, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker.

‘Dat bedrag is onafhankelijk van eventuele dokterskosten en andere onkosten die de studenten en medewerkers hebben ingediend.’ Volgens Bakker hebben dertien van de veertien slachtoffers een aansprakelijkheidsstelling gedaan.

Naast de duizend euro wordt per geval bekeken wat de verdere schadeafhandeling zal zijn.

Liftongeluk

In januari 2019 vond in het onderwijsgebouw van medische wetenschappen aan de Antonius Deusinglaan een liftongeluk plaats. Een lift, waar veertien RUG-studenten en -medewerkers in stonden, viel van de negende verdieping naar beneden en bleef door de noodrem hangen tussen de vijfde en zesde verdieping, tijdens de reddingspoging viel de lift verder naar beneden met een gang van zo’n dertig kilometer per uur.

Een van de slachtoffers werd na het ongeluk naar het UMCG vervoerd. De universiteit stelde direct een onderzoek naar de oorzaak van de val in.

Collegevoorzitter Jouke de Vries liet eerder weten dat het ongeluk naast lichte fysieke klachten, vooral psychische klachten had veroorzaakt. ‘Je kunt je voorstellen: zo’n val, dat heeft effect. Sommigen zijn het vertrouwen in apparaten een beetje kwijt. Kunnen ze die wel gebruiken? Is het wel veilig?’, zei De Vries in maart, toen de uitslag van het onderzoek bekend werd gemaakt.

Onderzoek

Uit het onderzoek bleek dat zowel de balans als de rem van de lift niet goed waren afgestemd. De fout met de rem bleek eerder al te zijn geconstateerd, maar was vervolgens niet of niet goed hersteld door het onderhoudsbedrijf. De balans, zo ontdekte een onafhankelijk certificeringsbedrijf, was op een verkeerde manier getest, waardoor de liftkooi zwaarder was dan het contragewicht.

Ook de elf andere liften in het gebouw werden gecontroleerd: daar bleek niets mis mee te zijn.

SOG, Calimero winnen verkiezingen u-raad

SOG en Lijst Calimero hebben de verkiezingen voor de studentgeleding in de universiteitsraad gewonnen. Beide partijen haalden vijf zetels. In de personeelsgeleding van de u-raad snoepte de Wetenschapsfractie een zetel af van de Personeelsfractie.
Door René Hoogschagen en Giulia Fabrizi

Dat is maandagmiddag bekendgemaakt in Restaurant Academia in het Academiegebouw, waar met name veel studenten van de studentfracties zich hadden verzameld om de verkiezingsuitslag aan te horen, en in een aantal gevallen ook te vieren.

Democratische Academie Groningen (DAG) daalde naar een zetel (nu nog twee). De Vrije Student (DVS) blijft op een zetel. International Platform van Matej Pop-Duchev, die zich pas op het laatste moment kandidaat stelde, haalt de u-raad niet. One Man Gang (nu nog een zetel) had zich niet herkiesbaar gesteld.

De nieuwe zetelverdeling van de studentengeleding:

Opkomst

In de personeelsgeleding van de u-raad vond ook een verschuiving plaats. De Wetenschapsfractie won een extra zetel, die de Personeelsfractie verloor. Daardoor zijn de verhoudingen in de personeelsgeleding volgend jaar acht zetels voor Personeelsfractie en vier voor de Wetenschapsfractie.

Het opkomstpercentage onder personeelsleden steeg dit jaar van 30,7 procent naar 36,1 procent, maar daalde onder de studenten van 26 procent naar 24,9 procent.

Grootste partij

‘Calimero is de grootste partij geworden’, roept Calimero-lid Matthias Luijks. De partij ging, net als de andere winnaar SOG, van vier naar vijf zetels. ‘Wat ik voel? Blijdschap en vreugde’, zei Luijks maandagmiddag na de bekendmaking van de uitslag.

De Vrije Student, die met een zetel stabiel blijft, is gematigd positief. ‘Ik ben blij met het behoud van de zetel’, zegt Jasper van der Aa. ‘Maar ik had natuurlijk gehoopt op twee. Al met al ben ik blij dat we nog grip hebben in de u-raad.’

Opkomst faculteiten

Behalve de uitslag van de u-raad maakte de RUG maandagmiddag ook de uitslagen van de faculteits- en dienstraden bekend. Opvallend bij deze uitslagen is dat bij de meeste faculteiten de opkomst van zowel studenten als personeelsleden na jaren daling nu is gestegen.

Vegan op de RUG: geen kaas en bitterballen, tenzij je erom vraagt

Is veganistische catering als standaard een goed idee voor de RUG? Aan de faculteit Wijsbegeerte wordt hier alvast mee geëxperimenteerd.
Door Jelmer Buit

Broodjes kaas, sateetjes en soep met ballen; vegan is niet bepaald de standaard voor veel cateraars, momenteel. Maar omdat vleesproductie slecht is voor het milieu, probeert de faculteit Wijsbegeerte die status quo nu te veranderen met een veganistische standaard. En als het bevalt, wordt dit mogelijk ook de standaard op andere faculteiten van de RUG.

‘De standaard bij Wijsbegeerte is nu plantaardig voedsel’, zegt student Yorick Karseboom. ‘Dat betekent niet dat vlees verdwijnt. In de basis wordt er plantaardig voedsel geserveerd. Als je vlees wilt, moet je dat apart vragen.’

Yorick was nauw betrokken bij de invoering van het plantaardige model bij de faculteit. Samen met docent Andrea Sangiacomo heeft hij een informatiemiddag georganiseerd, vertelt hij. ‘We hebben geprobeerd te laten zien dat plantaardig eten de beste optie is.’

Duurzaam voedsel

Sangiacomo wijst op de online campagne #PlantPoweredCommunity. ‘Dit heb ik gebruikt om het initiatief aan de faculteit Wijsbegeerte te starten’, zegt hij. ‘Het idee is dat we de aandacht vestigen op duurzaam voedsel in de publieke ruimte.’

De twee zijn alleen niet zo blij met de term ‘vegan’. ‘Het brengt associaties met zich mee, die door verschillende mensen anders begrepen worden’, stelt Sangiacomo. ‘Plantaardig is een meer neutrale term, die aangeeft dat het voedsel haar essentiële voedingsstoffen uit plantaardige bronnen haalt.’

Karseboom beaamt dat. ‘Het is een heel controversieel onderwerp. Uiteindelijk verandert er helemaal niet zoveel. Je probeert mensen alleen meer bewust te maken. Veganisme is een triggerwoord. Mensen denken dan gelijk: “Oh help, ze proberen ons te indoctrineren en ons eten af te pakken.”’

Positief

‘Het bevalt goed bij Wijsbegeerte’, zegt hoogleraar John Hoeks. Ook hij is nauw bij het plan betrokken en heeft hierover contact met cateraar Beijk. ‘Afgelopen zomer is Beijk al benaderd voor een veganistische catering. Er is enorm in geïnvesteerd. We hebben zelfs een proeverij gehad met veganistische broodjes. Wij zijn erg positief, in ieder geval.’

Een concreet plan voor de gehele universiteit is er nog niet, vertelt RUG-woordvoerder Jorien Bakker. ‘Maar onze cateraar biedt allerlei opties. Van vlees, tot vis en ook veganistisch. Dat vinden we belangrijk. De faculteit Wijsbegeerte heeft nu het voortouw genomen. We zijn benieuwd hoe het daar bevalt, en aan de hand daarvan kijken we verder. Het is afwachten.’

Spijbelt hij? Is hij naar een congres? Waar is Doerak?!

Professor doctor Doerak heeft zich in de harten genesteld van studenten en medewerkers van het Harmoniecomplex, maar het lijkt of hij steeds vaker spijbelt. Wat is er aan de hand?
Door Joas de Jong

‘Doerak is een beetje een oud mannetje geworden,’ legt Ekko Ros uit, de butler van Doerak. Doerak is half Pers, half Maine Coon, en beide kattenrassen zijn vatbaarder voor ziektes. Met zijn negen jaar is de universiteitskat dan ook al aardig op leeftijd. Tegenwoordig zit hij steeds vaker thuis, waar hij twintig uur per dag slaapt. Wanneer hij wakker is, chillt hij wat met zijn kittenvriendje Tukkie.

Doerak groeide aan het begin van het collegejaar uit tot een ware influencer. Onder de naam @universitycat heeft hij zevenduizend volgers zover gekregen zijn avonturen te volgen. In november kreeg hij zelfs zijn eigen RUG-pas, zodat hij zijn pootafdrukjes kan kopiëren.

Net als zijn collega-professoren houdt Doerak ook van publiceren, in februari kwam zijn boek Our campus, their world uit.

‘Soms vraag ik hem ’s ochtends of hij niet naar de uni moet, maar dan zit hij me aan te staren,’ lacht Ros. ‘Ik heb hem gevraagd waarom hij niet meer zo vaak naar colleges gaat, en hij zegt dat hij met emeritaat is. Hij had alles wel geleerd, en nu draagt hij zijn kennis over aan Tukkie.’

Inmiddels heeft Doerak acht van zijn negen levens ook wel gebruikt. Vier daarvan heeft hij verloren omdat hij van het dak viel. ‘Normale katten draaien zich om in de lucht, maar dat ziet Doerak niet zitten.’ Een andere keer viel hij in slaap onder de motorkap van een auto, daar kwam de bestuurder pas ter hoogte van Haren achter.

De pluizige professor pakte allerlei colleges mee. Met geschiedenisstudenten kon hij meegenieten van de avonturen van de Perzische Perzen. Bij kunstgeschiedenis keek hij zijn ogen uit naar schilderijen van zijn soortgenoten. Kattenliteratuur kon hij minder waarderen, daar sliep hij meestal doorheen.

Doerak (r) en zijn nieuwe huisgenoot Tukkie

Doerak begon een jaar geleden troost te zoeken bij studenten omdat zijn vriendje Mickey was overleden. Daar speelde hij vaak mee op het terrein van het Harmoniecomplex. ‘Hij is in die acht maanden echt tot rust gekomen, daar zijn we de studenten enorm dankbaar voor. We konden moeilijk onze banen opzeggen om voor Doerak te zorgen,’ zegt Ros.

De universiteitskat had echt een nieuw vriendje nodig, concludeerden ze. Nu hij die heeft, leeft hij weer op, ziet Ros. Hij en zijn vrouw hopen dat Doerak, de enige kater die letterenstudenten graag zien komen, ook weer eens op bezoek gaat bij de studenten die hem door zo’n moeilijke tijd hebben geholpen.

Geneeskundestudenten geven Beer een gipsverbandje

Deze week houdt een groepje geneeskundestudenten een Teddy Bear Hospital waar kinderen van 4 tot 6 kunnen kennismaken met het ziekenhuis. De kleintjes mogen er hun ‘zieke’ knuffelbeer naar de dokter brengen voor een ‘echte’ behandeling.
Video Lidian Boelens

Meer geld naar bèta en techniek kost RUG 9 miljoen euro

Om universiteiten financieel gezonder te maken, zal de RUG in twee jaar tijd bijna negen miljoen euro moeten inleveren. Dat blijkt uit het rapport van de Commissie Van Rijn dat woensdagmorgen is gepresenteerd.
Door Giulia Fabrizi

Onderwijsminister Ingrid Van Engelshoven (D66) gaf de commissie in oktober 2018 de opdracht om onderzoek te doen naar de bekostiging van het Nederlandse hoger onderwijs. Randvoorwaarde: er zou geen extra budget vrijkomen, dus alles moet met gesloten beurs.

Het advies van de commissie is helder: wil Nederland het hoger onderwijs toekomstbestendig maken, dan moet het geld anders worden verdeeld.

Advies

In het advies van de commissie moet de overheid bij de herverdeling rekening houden met vier pijlers:

Concreet stelt de commissie onder meer voor om de vergoeding per student aan te passen, zodat de ‘perverse prikkel’ om zoveel mogelijk studenten aan zich te binden vermindert. Ook wil het meer geld uitgeven aan de bèta- en techniekfaculteiten om het gat met de arbeidsmarkt te dichten.

‘Onacceptabel’

Om de herverdeling mogelijk te maken, moet de RUG in een periode van twee jaar 2,22 procent van de jaarlijkse overheidsinkomsten inleveren. Dat is een ‘onacceptabel’ voorstel, laat de RUG woensdagmorgen weten. ‘De voorgestelde verschuiving van geld ten gunste van de beta-techniek gaat ten koste van de alfa-, gamma-, en medische opleidingen.’

‘Als het advies van de commissie één op één binnen de RUG zou worden gevolgd, dan leidt dat tot dramatische interne verschuivingen van geld tussen faculteiten vanaf 2020’, zegt rector magnificus Elmer Sterken. ‘De RUG roept de minister op om, indien ze het advies van de commissie volgt, tegelijk extra middelen beschikbaar te stellen om de schade van de voorgestelde maatregelen te compenseren.’

Op 1 juli debatteert de Tweede Kamer over het rapport en de invulling van een definitief voorstel.

Eh… de wat? De u-raad?

Studenten en medewerkers van de RUG mogen volgende week naar de stembus om een nieuwe u-raad, ofwel universiteitsraad, te kiezen. Maar wat doet de universiteitsraad eigenlijk?
Door Giulia Fabrizi / Video Lidian Boelens

Volgende week, van maandag 13 tot en met vrijdag 17 mei, mogen zowel studenten als personeelsleden stemmen in de universitaire verkiezingen. Iedereen stemt twee keer: eenmaal voor de universiteitsraad en eenmaal voor de eigen faculteits- of dienstraad.

Maar wat is de universiteitsraad eigenlijk? Daar hebben we bovenstaande video over gemaakt.

En de faculteitsraad dan, waar is die voor? Geen paniek. Daar komen we deze week op terug, in een serie artikelen waarin we per faculteit bespreken wat daar afgelopen jaar zoal speelde.

Stemmen

Stemmen voor de universiteitsraad kan dus vanaf volgende week maandag.

Voor de verkiezingen werkt de RUG dit jaar samen met WebElect. Alle personeelsleden en studenten hebben een mail ontvangen waar ze een link kunnen volgen om op de stempagina uit te komen.

Wil je weten op wie je kan stemmen? De RUG publiceerde in maart de kieslijsten voor de aankomende verkiezingen. Op deze lijsten kun je alle kandidaten voor de universiteitsraad en alle kandidaten voor de faculteits- en dienstraden vinden. Zowel de studentkandidaten, als de personeelskandidaten.

Studentpartijen

De studentengeleding van de universiteitsraad – het parlement van de universiteit – wordt gekozen uit deze partijen:

RUG-juristen geven gratis raad bij burenruzies

Wordt de herrie van je buren je te veel? Zijn de geuren uit het buurraampje niet meer te harden? Weet je niet wat je daartegen kunt doen? De RUG geeft gratis juridisch advies.
Door Giulia Fabrizi

Juristen van de RUG hebben een website opgezet waar iedereen die te maken heeft met overlast door buurtbewoners, gratis juridisch advies kan ontvangen. De site is ontwikkeld door hoogleraar openbare-orderecht Michel Vols en docent en onderzoeker IT-recht Laurent Jensma.

De website blijkt geen onnodige luxe, want de CBS Veiligheidsmonitor en het WoonOnderzoek wijzen uit dat 29 procent van huurders en woningeigenaren wel eens te maken heeft met burenoverlast. Bovendien blijkt uit de cijfers dat de overlast toeneemt.

Persoonlijk

Een website die persoonlijk advies geeft is handig, omdat mensen vaak niet meteen weten wat ze bij burenoverlast kunnen doen. Welke instantie ze bijvoorbeeld kunnen benaderen en of dat überhaupt zin heeft.

Op de website kan een gebruiker aan de hand van gestelde vragen zijn persoonlijke situatie schetsen, zonder zijn persoonsgegevens achter te laten. Op basis van de kenmerken die de gebruiker invoert, genereert de website passend advies. ‘Het is echt geavanceerd en kwalitatief hoogstaand’, zegt medeontwikkelaar Jensma. ‘Er zijn meer dan zeshonderd variaties mogelijk.’

Individuele vragen

Medeontwikkelaar Vols is gespecialiseerd in burenruzies en wordt naar eigen zeggen vaak om advies gevraagd.  ‘Het is voor mij helaas niet mogelijk om al die individuele vragen te beantwoorden’, zegt hij.

Hij noemt de ontwikkeling van de nieuwe website een mooi voorbeeld van een ‘instrument waar de maatschappij echt wat aan heeft’.

Opinie: 'Duthler, stem tegen renteverhoging voor studenten'

Nu de meerderheid in de Eerste Kamer afhangt van een afvallige VVD’er, is er kans de renteverhoging van studentenleningen tegen te houden, denkt Lennard Pierey van Calimero. In een open brief roept hij studenten op haar te overtuigen ‘tegen’ te stemmen.
Door Lennard Pierey / Foto Rijksvastgoedbedrijf, Corne Bastiaansen

Beste Groningse medestudenten,

Nieuws uit Den Haag is niet altijd even sexy. Snap ik. Eindeloos politiek gekibbel, en het voelt toch als een enorme ver-van-je-bed show. Maar regelmatig zijn er toch momenten waarin zaken van grote invloed op ons als studenten voorbij komen.

Minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) heeft voorgesteld om vanaf 2020 de rente op studieleningen te verhogen voor nieuwe studenten.
Belangrijkste argument? ‘Het gezond houden van de schatkist’.

Maar dan wel over de ruggen van studenten.

Studenten studeren nu al af met een studieschuld van gemiddeld 21.000 euro, wat sinds de invoering van het leenstelsel naar verwachting de komende jaren nog verder zal stijgen. Het aantal studenten met problematische schulden groeit momenteel al. Renteverhoging betekent voor de meeste studenten duizenden euro’s extra terugbetalen, wat op lange termijn grote negatieve economische en maatschappelijke gevolgen heeft. Ook heeft het een afschrikwekkend effect om te gaan studeren. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs komt zo op de tocht te staan. Hier is niemand bij gebaat.

Ook in de mooiste studentenstad van Nederland zal dit ernstige gevolgen hebben. Groningen heeft zoveel charme omdat studenten hier op alle mogelijke manieren begaan zijn met het studentenleven, of dat nou bij een studie-, studenten- of sportvereniging is, of op andere manieren. Door de financiële druk van dit voorstel wordt de ruimte om ons binnen en buiten onze studie te ontwikkelen steeds kleiner, terwijl de arbeidsmarkt dit wel van ons eist.

Daarnaast kampen steeds meer studenten met mentale gezondheidsproblemen. Door duizenden euro’s extra schuld kunnen deze problemen alleen maar erger worden.

Echter doet de regering bezwaren over de rente af in de trant van: ‘waar hebben we het over? Een paar duizenden euro is maar een kleine hoeveelheid pils per maand minder.’ Een belachelijke bagatellisering.

Vragen naar een onderzoek naar de gevolgen voor studentenwelzijn legde onderwijsminister Van Engelshoven naast zich neer. Dit bewijst maar weer dat deze minister óf studentenwereldvreemd is, óf simpelweg weinig geeft om de hedendaagse problemen van studenten. Of beide, aangezien jongerenorganisaties, ook die van de regeringspartijen, zich al fel hebben uitgelaten.

Op 28 mei wordt er in de Eerste Kamer gestemd over dit wetsvoorstel. Het huidige kabinet had slechts een minieme meerderheid van 1 zetel in de Senaat. Deze meerderheid is afgelopen week verdwenen, nadat senator Anne-Wil Duthler uit de VVD-fractie werd gezet na beschuldigingen van schimmig zakendoen. Duthler heeft als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam veel contact met studenten: ze hoorde het nieuws toen ze college aan het geven was.

Of deze beschuldigingen gegrond zijn of niet doet er wat mij betreft nu niet toe.
Haar vertrek uit de VVD-fractie houdt in dat Duthler niet meer met de VVD mee hoeft te stemmen. Haar stem kan de doorslaggevende stem kan zijn tegen dit voorstel, aangezien eigenlijk niemand hier vóór is, ook de achterban van de regeringspartijen niet.

Als Groningse studenten kunnen we onze stem laten horen. Het is aan ons om senator Duthler ervan te overtuigen haar laatste momenten van politieke macht in te zetten in het voordeel van studenten, zodat ze met een schone lei nog jaren haar colleges kan geven.

Daarom wil ik jullie allemaal oproepen senator Duthler te vragen om tegen dit wetsvoorstel te stemmen. Samen staan we sterk, voor de huidige en toekomstige generaties studenten.

Contact kan opgenomen worden via haar e-mailadres: a.w.duthler@duthler.nl of via haar parlementaire website. Ik heb voor jullie een opzetje gemaakt.

We kunnen dit.

Lennard Pierey is student geneeskunde, is lid van de O&O-raad van de medische faculteit en is kandidaat-lid van de universiteitsraad namens Lijst Calimero.

Edward van de Vendel nieuwe gastschrijver RUG

Kinder- en jeugdboekenschrijver Edward van de Vendel is de nieuwe gastschrijver van de RUG. Hij volgt de Groningse schrijver Auke Hulst op.
Door Giulia Fabrizi

Als gastschrijver geeft Van de Vendel volgend najaar een serie van drie lezingen en een openbaar interview. In zijn lezingen zal hij ingaan op klassiekers uit de kinder- en jeugdliteratuur, queer-boeken en de raakvlakken van literatuur met het Eurovisie Songfestival.

Van de Vendel schreef ruim negentig boeken en won onder meer negen keer de Zilveren Griffel. Ook werd hij vier keer genomineerd voor de internationale Astrid Lindgren Memorial Award.

Zijn eerste publicaties verschenen in de jeugdbijlage van Vrij Nederland. Zijn eerste jeugdroman De dagen van de bluegrassliefde verscheen in 1999 en beschrijft de relatie tussen twee jongens. Hij is ook vertaler, onder meer van de populaire reeks De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen.

De RUG nodigt sinds 1986 gastschrijvers uit. Voorgangers van Van de Vendel zijn onder anderen Ellen Deckwitz, Arthur Japin, Kader Abdollah en Marjoleine de Vos.

Studenten herdenken niet alleen de helden en slachtoffers

In de Tweede Wereldoorlog waren er helden, schurken en slachtoffers. Maar bij het evenement Open Joodse Huizen vertellen studenten ook over Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard, die moeilijk goed of slecht te noemen is.
Door Şilan Çelebi

Met dodenherdenking op 4 mei zijn er veel verhalen in Groningen te vinden over moed, verzet en mededogen. Ook bij het evenement Open Joodse Huizen. Maar de studenten die het programma samenstellen, zijn ook geïnteresseerd in het grijze gebied.

Op Open Joodse Huizen worden twintig verschillende verhalen verteld, op diverse locaties in de stad Groningen, over slachtoffers, verzetsstrijders en hun families. RUG-studenten zijn hiervoor maanden bezig geweest om het voor te bereiden. Ze verwachten honderden deelnemers.

Tussenin

Tweedejaars geschiedenisstudent Theunis Holthuis is een van de onderzoekers die archieven hebben doorgespit op zoek naar inspirerende verhalen. Hij is altijd geïntrigeerd geweest door hoe moeilijk het moet zijn geweest om altijd de ‘goede’ keuzes te maken tijdens de oorlog.

Theunis: ‘We praten over Nazi’s en verzetsstrijders alsof het allemaal heel zwartwit is. We wilden iets vertellen dat laat zien dat mensen niet altijd goed of fout waren in de oorlog, het ligt genuanceerder.

Hij wilde het verhaal uitlichten over een normale man die het voor elkaar krijgt om ook goede dingen te doen, ook al werd hij door anderen beschouwd als verrader.

Het is de eerste keer dat het evenement het verhaal vertelt van iemand die noch verzetsstrijder, noch slachtoffer is. ‘Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard zit er een beetje tussenin’, zegt Ruben Zeeman, ook tweedejaars geschiedenisstudent en een van de organisatoren van het evenement.

Al was Jan Derk geen antisemiet, hij steunde wel de Duitse bezetting – schreef zelfs artikelen waarin hij ervoor pleitte dat Nederland onder een Duitse vleugels zou vallen.

Maar als hij het lichaam vindt van zijn jongste zoon – een verzetsstrijder – die thuis werd vermoord door een Duitse patrouille, verandert zijn positie. Derk gooit het raam open en maakt Hitler en het hele Duitse project uit voor alles wat vies en lelijk is. Duitsers in de buurt pakken hem op en hij wordt gevangen gehouden in het Scholtenhuis op de Grote Markt.

Een goede gevangene

Gevangenschap verandert hem van Duitse sympathisant tot een onverzettelijke verzetsstrijder, zegt Theunis. ‘Als je aan een verzetsstrijder denkt, denk je niet aan iemand in een gevangenis die anderen emotionele steun geeft,’ legt hij uit, ‘maar dat is precies wat Jan Derk deed voor de andere gevangenen’.

De hervormde pastoor werd een geestelijke voor de andere Scholtenhuis-gevangenen, veelal andere Christenen. ‘Het was een religieuze gemeenschap die gebukt ging onder veel stress en martelingen’, zegt Theunis. ‘Jan Derk hielp mensen door de verschrikkingen door ze mentale en spirituele hulp te bieden – wat ik ook een soort verzet vindt.’ Zeventien van de ‘bloedbroeders’ – zoals de gevangen zich noemden – werden geëxecuteerd, maar hun kameraadschap onder Jan Derk’s geestelijke leiding, bleef.

Dat ergerde de Duitsers enorm, die hem verbanden naar Schiermonnikoog. Zelfs toen, zegt Theunis, ‘bleef hij de boel opstoken en zijn ondervragers provoceren met woedende uitspraken over hoe slecht het Nazi-regime was.’ Theunis bewondert Jan Derk – niet omdat hij een zwaard oppakte, maar omdat ‘ideeën sterker zijn dan het zwaard.’

‘Dat is een enorm cliché’, lacht Ruben. ‘Maar het klopt wel.’

Controversie

Toch, de beslissing om zich op Jan Derk te focussen was geen makkelijke. Er waren veel argumenten tijdens het organiseren van het evenement die draaiden om het punt dat echte slachtoffers en echte verzetsstrijders centraal zouden moeten staan. Jan Derk, die de Duitse bezetting steunde totdat het hemzelf raakte, lijkt geen goede kandidaat om te willen herdenken. Theunis en Ruben verwachten dezelfde kritiek van deelnemers op 4 mei.

Maar Theunis denkt dat verhalen als van Jan Derk toch belangrijk zijn. De grens tussen goed en slecht is soms een ‘grijs gebied’, zegt hij. Hij denkt dat het leven van iemand als Jan Derk ons veel kan leren over onze kwetsbaarheid, wreedheid, compassie, en moed, en dat het ons hopelijk kan helpen bij het maken van morele keuzes die ons in komende geschiedenisboekjes aan de goede kant indelen.

Fading stories

Ruben heeft de afgelopen maanden, samen met medeorganisator Hannah van der Plaat, hard gewerkt voor dit project. Hij maakt zich zorgen over rapporten waaruit blijkt dat antisemitisme weer de kop opsteekt in Europa, ook in Nederland. ‘Vooral nu, denk ik dat het erg belangrijk is dat we deze verhalen vertellen.’

Ruben waarschuwt dat de verhalen over de Holocaust in de loop der tijd zullen vervagen. Geschiedenis herinnert zichzelf niet, zegt hij. ‘We moeten actief blijven herdenken, en dit project helpt ons om deze verhalen weer op te halen.’

Het mooiste aan Open Joodse Huizen, vindt Ruben, is niet het programma zelf, maar wat het veroorzaakt bij het publiek. ‘Mensen die zelf ook herinneringen hebben over de oorlog of die verhalen hebben gehoord van hun ouders, vertellen die altijd. Wij vertellen verhalen, maar het feit dat mensen erover praten, nadenken en het met elkaar delen – dat is heel mooi.’

Draadloos internet universiteit werkt weer UPDATE

De draadloze internetverbinding van de universiteit lag er woensdagochtend een tijd uit. Door een inlogprobleem kon niemand op het netwerk Eduroam. Inmiddels is de storing verholpen.
Door Giulia Fabrizi

Wat de storing precies veroorzaakte, is volgens een medewerker van het Centrum voor Informatie en Technologie (CIT) nog onduidelijk. ‘Het probleem ligt in het authenticatiegedeelte achter Eduroam’, zegt hij. ‘Simpel gezegd betekent het dat mensen niet kunnen inloggen.’

Hoe lang de storing zou duren, was vanochtend nog onduidelijk. ‘Wel langer dan gebruikelijk’, kreeg de CIT-medewerker vanmorgen om 9 uur te horen. Volgens de medewerker zou een storing normaal gesproken in een half uur tot een uur opgelost zijn. Dat werd vlak na tienen, twee uur na de eerste melding van een storing.

DAG Letteren wil studenten meer inspraak geven

Studenten hebben te weinig manieren om mee te praten over hun faculteit. Dat zegt DAG Letteren. ‘De inspraak van duizenden wordt gedragen door een elitegroep van negen, verkozen op basis van populariteit.’
Door Jelmer Buit

DAG besprak het probleem vorige week tijdens de faculteitsraad van letteren. Als oplossing stelde DAG een nieuw model voor de faculteitsraad voor: met werkgroepen, bijeenkomsten van personeel en studenten en algemene clusterbijeenkomsten. ‘Het is erg ambitieus’, erkent Hidde Luchtenbeld. ‘De democratische input moet omhoog.’

Het faculteitsbestuur vindt dat de raad zichzelf met dit nieuwe idee tekort doet. ‘Jullie zijn vertegenwoordigers van een heleboel studenten’, benadrukt Roel Jonkers, vicedecaan van de Faculteit Letteren. ‘Zo vreemd is dat niet. De Tweede Kamer bestaat uit honderdvijftig leden en vertegenwoordigt ook zeventien miljoen mensen.’

Zowel Letteren Vooruit als de Personeelsfractie erkennen de problemen die DAG schetst. ‘Het is in essentie iets waar wij ook mee zitten: de vraag hoe we meer input krijgen’, stelt Jelke Take, fractievoorzitter van Letteren Vooruit. ‘

Persoonlijk contact

Er zijn inderdaad te weinig mogelijkheden voor studenten om hun mening te kunnen geven’, beaamt Stephen Milder van de Personeelsfractie. ‘Vergaderingen lijken alleen voor genodigden te zijn.’

Toch vragen beide fracties zich af of het DAG-model heil zal bieden. Letteren Vooruit denkt dat het opdoeken van de hele faculteitsraad geen zin heeft. ‘In plaats daarvan zouden we wat vaker in de Harmonie kunnen zitten. Meer persoonlijk contact met studenten. Op die manier zou je een dergelijk cultuuromslag wel kunnen bereiken.’

Ook de Personeelsfractie toont zich kritisch. ‘Een spontane werkgroep gaat deze problemen niet oplossen.’

Werkgroep

Toch is het plan niet meteen afgeschoten. Er komt een werkgroep, bestaande uit leden van DAG Letteren, Letteren Vooruit en de Personeelsfractie. Zij gaan een nieuw voorstel uitwerken om de betrokkenheid van de studenten te verhogen.

‘Wat ons betreft zijn meer bevoegdheden voor de faculteitsraad niet van tafel’, stelt Luchtenbeld. ‘Maar wat dat wordt, is waarschijnlijk iets voor volgend jaar.’