Waar kan ik studeren?

Zo overleef je in Groningen

Waar kan ik studeren?

Je bent er nu waarschijnlijk nog niet mee bezig, maar die tentamens en essays komen eerder dan je denkt. Studeren en schrijven kan natuurlijk thuis, maar wat als je daar wordt afgeleid?
Door Nivine de Jong / Video door Lidian Boelens
25 augustus om 8:00 uur.
Laatst gewijzigd op 27 augustus 2020
om 12:05 uur.
augustus 25 at 8:00 AM.
Last modified on augustus 27, 2020
at 12:05 PM.

Allereerst zijn er de universiteitsbibliotheken. De UB binnenstad, door de meeste mensen UB genoemd, staat tegenover het Academiegebouw en is met vier verdiepingen en veel verschillende zalen de grootste.

Het is ook de bieb met de ruimste openingstijden: tijdens tentamenperiodes van 8:30 tot middernacht. Je kunt je laptop meenemen en aan een studieplek met stopcontact werken, of gebruik maken van een biebcomputer.

In de rij

Vlak voor en tijdens tentamenperiodes moet je voor de UB wel vroeg uit de veren. Het is een gewilde studieplek en mensen staan er ’s morgens vroeg al voor in de rij.

Als er geen coronamaatregelen gelden tenminste. Door de afstandsmaatregel van anderhalve meter kan slechts een klein deel van de UB worden gebruikt. Wil je hier een dagdeel studeren? Dan moet je dat van tevoren online reserveren.

Meerdere faculteiten bieden een kleinschaligere bibliotheek aan. Op internet vind je gemakkelijk die van jouw faculteit. De twee meest gebruikte zijn de Centrale Medische Bibliotheek en de Letterenbibliotheek. Deze twee bibliotheken hebben meerdere zalen waar gestudeerd kan worden.

Buiten de uni

Sinds vorig jaar heeft het Forum Groningen, dat futuristische gebouw achter de Grote Markt, ook studieplekken. Studenten komen hier meestal op af als ze de UB te druk vinden. Het Forum biedt net als de UB studieplekken met stopcontacten, wifi (eduroam) en met als extra bonus een fantastisch uitzicht over Groningen.

Als je in stilte wilt werken, is er zelfs een speciale stiltevleugel. Bijkomende voordeel is dat het Forum van alles in huis heeft, van restaurantjes tot de openbare bibliotheek en van bioscoopzalen tot het stripmuseum. Genoeg te doen als je pauze neemt.

Cafeetjes

Als je niet per se een stilteplek zoekt maar gewoon buitenshuis wilt werken, kun je ook goede terecht in een van de vele cafeetjes. Zo heeft de UB op de onderste verdieping een Starbucks, waar je met koffie en al kunt studeren. Ook de Coffee Company in de binnenstad is een veelgebruikte studieplek.

Wil je jouw perfecte spot ontdekken? Loop dan eens door de straten rondom de UB. Het barst daar van de koffietentjes waar je ook met laptop mag zitten. Grote kans dat jouw favoriet er ook tussen zit.

De kroegrekening niet betaald? Ga door naar de gevangenis

‘Een spel over het corps is speels en onschuldig. De beladenheid mag er wel wat meer van af’, zeggen Vindicatleden Lara Winter en Quinten van den Berg.

Corpsleden brengen eigen Monopoly uit

De kroegrekening niet betaald? Ga door naar de gevangenis

Om de tijd te doden terwijl ze in quarantaine zaten, speelden Vindicatleden Quinten van den Berg en Lara Winter heel wat potjes Monopoly. En dat bracht ze op een idee: zou er al een studenteneditie van hun favoriete bordspel bestaan?
2 juni om 15:23 uur.
Laatst gewijzigd op 31 augustus 2020
om 13:36 uur.
juni 2 at 15:23 PM.
Last modified on augustus 31, 2020
at 13:36 PM.


Nivine de Jong

Door Nivine de Jong

2 juni om 15:23 uur.
Laatst gewijzigd op 31 augustus 2020
om 13:36 uur.
Nivine de Jong

By Nivine de Jong

juni 2 at 15:23 PM.
Last modified on augustus 31, 2020
at 13:36 PM.
Nivine de Jong

Nivine de Jong

Studentredacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

‘Van spelen kwam brainstormen, en van brainstormen kwam doorpakken’, vertelt Quinten (22), die econometrie studeert. ‘We wilden eerst een Student-o-poly maken, waarbij alle universiteitssteden aan bod zouden komen’, vult wiskunde- en economiestudent Lara (24) aan. 

Maar uiteindelijk werd het een versie over het corps, omdat ze zelf bij Vindicat zitten. ‘Dat is voor ons bekender terrein’, legt Quinten uit. ‘Omdat het vanuit een hobby is, willen we het dichtbij onszelf houden. Een Ajaxfan zou ook een Ajax-Monopoly maken, en niet eentje over alle Eredivisieclubs.’ 

Acht corpora

Omdat er copyright rust op Monopoly, vroegen ze de makers toestemming om hun idee uit te voeren.  Zo kwamen ze terecht bij producent Identity Games, die ‘waanzinnig enthousiast was en direct aan de slag wilde’, zegt Lara. Daarna benaderden ze de acht studentencorpora in Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Groningen, Wageningen, Delft en Utrecht. Die laatste stad telt er twee, want de mannen en vrouwen zijn er nog gescheiden. ‘Dat verliep erg soepel. Ze stonden allemaal open voor een samenwerking.’  

Ga direct naar start voor je DUO-geld, anders word je geroyeerd

De vervolgstap was een stuk ingewikkelder: het ontwerp van het spel. Niet ieder gedeelte van het spel mag namelijk worden veranderd, legt Lara uit. ‘Start, politie, vrij parkeren en de gevangenis moeten hetzelfde blijven. Ook kans- en algemeen fondskaarten moeten zo heten. Maar voor de invulling van de kaartjes laten ze je wel vrij.’

Dus kwamen daar dingen op te staan als: ‘Je hebt je kroegrekening niet betaald. Ga direct naar start voor je DUO-geld, anders word je geroyeerd en moet je naar de gevangenis’ en ‘Door je fietsapparatuur ben je vijf eerstejaarskilo’s kwijt. Je ontvangt honderd euro voor deze prestatie.’ 

‘Zo krijg je echt feeling met het studentenleven en leer je een beetje hoe het er aan toe gaat’, zegt Quinten. 

Niet zo beladen

Waar je in het gewone Monopoly per stad straten hebt, dragen die in de studenteneditie de naam van respectievelijk de vereniging, het sociëteitsgebouw en de dansruimte van de corpora. ‘Op deze volgorde staat het op het bord: Vindicat – Mutua Fides – Van der Rijnst’, zegt Quinten. ‘Zo leert de buitenwereld ook deze namen kennen van de verschillende verenigingen.’

Bang voor negatieve reacties zijn ze niet, zegt hij. ‘Een spel over het corps is speels en onschuldig. De beladenheid mag er wel wat meer van af. Dit is een manier om mensen een kijkje in de keuken te laten nemen.’

Mensen kunnen zo een kijkje in de keuken nemen

In november komt het bordspel op de markt. De corpsleden kunnen nu al intekenen bij hun vereniging om er een te bemachtigen. ‘Daarbij kunnen ze aanvragen om in het midden van het spelbord het logo te laten drukken van bijvoorbeeld hun jaarclub of dispuut’, zegt Quinten. 

Maar het spel is niet exclusief voor de corpora: ‘Iedereen met affiniteit met het studentenleven kan het spel kopen via de webshop van Monopoly en via Bol.com.’ 

Via de socialmediakanalen van de verenigingen hopen ze het spel verder aan de man te brengen. ‘Zo bereik je studenten het makkelijkst’, denkt Quinten. ‘En we zijn in gesprek met twee bekende Nederlanders die ons spel als ambassadeurs via hun eigen kanalen zullen promoten. Dat zorgt hopelijk ook voor verspreiding.’

Leerzaam

Omdat studenten nu eenmaal weinig geld hebben en nu tijdens de coronacrisis helemaal, bieden ze de eerste oplage van het spel afgeprijsd aan. ‘Dan houden we het betaalbaar en toegankelijk. Pas dan gaan we groter inzetten’, zegt Quinten. Want ze hebben flinke ambities: ‘Als dit een succes wordt, gaan we een versie maken voor alle studenten. Dit is onze pilot. De eventuele volgende editie wordt wat breder getrokken.’

Het hele traject is ontzettend leerzaam geweest, vinden de twee studenten. ‘Ondernemen is echt spannend. Alles dient tot in de puntjes worden uitgezocht, om de kans op verlies zo klein mogelijk te maken’, zegt Lara. ‘Het is iets totaal anders dan wat ik in de bieb doe’, beaamt Quinten. ‘Dat maakt het nog leuker. Het is een spel om voor altijd trots op te zijn.’ 

Verboden te chillen op je eigen stoep

Foto Bram Hulzebos

Negen mensen, één huishouden

Verboden te chillen op je eigen stoep

Doe je je best om met je huisgenoten de quarantaineregels netjes te volgen, blijkt dat zelfs de autoriteiten niet weten of een studentenhuis nu een huishouden is of niet. Maar hoe hou je anderhalve meter afstand in een huis met negen mensen?
15 april om 11:02 uur.
Laatst gewijzigd op 15 april 2020
om 13:20 uur.
april 15 at 11:02 AM.
Last modified on april 15, 2020
at 13:20 PM.


Nivine de Jong

Door Nivine de Jong

15 april om 11:02 uur.
Laatst gewijzigd op 15 april 2020
om 13:20 uur.
Nivine de Jong

By Nivine de Jong

april 15 at 11:02 AM.
Last modified on april 15, 2020
at 13:20 PM.
Nivine de Jong

Nivine de Jong

Studentredacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

23 maart, klokslag zeven uur. Ik zit samen met mijn acht huisgenoten op de bank in ons studentenhuis in de H.W. Mesdagstraat. Het gasfornuis in de gezamenlijke keuken staat even uit, want dit willen we allemaal volgen. Het coronavirus kruipt immers dichterbij en langzaam maar zeker worden we onrustig. Wat gaat dit betekenen? De tentamens zijn al afgelast. Handenschudden mogen we niet meer en in Italië loopt de situatie gierend uit de hand. Wat volgt?

En dan horen we het: Mark Rutte vertelt ons dat je voortaan anderhalve meter afstand moeten houden en niet meer met meer dan twee mensen de straat op mag, tenzij je een huishouden vormt. Als de NOS de uitzending stopt, blijft iedereen nog even stil. ‘Dan moeten we voortaan maar in kleine groepjes naar buiten gaan’, concludeert mijn huisgenoot Hannah uiteindelijk. Want negen mensen in één huishouden? Dat is lastig uit te leggen.

Knie aan knie

We schuiven om de tafel in onze keuken. Groepjes van drie is mooi, besluiten we, want we wonen met precies negen mensen in ons studentenhuis. En we gaan er steeds vanuit dat een huishouden hetzelfde is als ‘mensen die met elkaar in huis wonen’. Dat kan ook bijna niet anders, want hoe moet je afstand houden in de smalle gangen? Hoe werkt het als je een wc en een douche deelt met zijn drieën? En we hebben misschien best een ruime keuken, maar het is ondoenlijk om elk in een apart hoekje te koken of lunchen. En dan hebben we nog geluk, want in ons vorige studentenhuis zaten we knie aan knie.

We kiezen voor quarantaine met elkaar

Voortaan wandelen we dus in drietallen en wachten we netjes een paar minuten tot het volgende groepje naar buiten mag. We nodigen niemand uit: een aantal van ons heeft ouders die in een risicogroep vallen, dus we moeten kiezen tussen quarantaine met elkaar, of met onze ouders. We spreken af dat wanneer we toch naar huis gaan, we daar twee weken blijven en als één van ons zich toch ziek voelt, blijft hij in zijn kamer. 

Het is behelpen natuurlijk, maar stiekem vind ik het ook wel een beetje leuk. We zijn nog maar net met zijn allen verhuisd en dit geeft me een unieke kans: we kunnen het huis met zijn allen opknappen en bovendien kan ik nog een poos heel intensief optrekken met mijn huisgenoten voor ik in september klaar ben met mijn studie rechten. Want dan is het echt afgelopen en ga ik naar Amsterdam. 

Sudokuboekjes

‘Laten we eens een lijstje maken van de dingen die we nog willen doen’, zegt Elise al na een paar dagen van legpuzzels en sudokuboekjes. Prima plan besluiten we. ‘Foto’s ophangen’, belandt op de lijst. ‘De keuken verven.’ ‘GK verven.’ ‘Kasten uitmesten.’

Maar we worden ons ook steeds meer bewust van wat we missen. Niet meer naar de Oceans, niet meer naar de Kroeg, niet meer naar de Kokomo. En – ik had nooit verwacht dat ik dat zou voelen – ik wil naar de UB! Naar college. Ik wil naar de Aletta Jacobshal om gewoon tentamen te doen, want voor mijn vakken is nog altijd geen oplossing gevonden bij de rechtenfaculteit. 

En dus, om de moed erin te houden, beginnen we dingen te organiseren. We sporten met zijn allen in de tuin en zetten thema-avonden op. Per drietal. ‘Zo houden we ons binnen de regels wanneer de inkopen moeten worden gedaan’, zegt huisgenoot Fleur. 

Quarantainetrui

Met Elise en Tessa organiseer ik een Franse avond, met wijnproeverij en bijpassende kazen van de Albert Heijn, terwijl Une belle histoire uit de boxen galmt. Hannah en Anne zetten een speurtocht uit voor de verjaardag van Elise waar in elke kamer wat te doen is. Helemaal aan het einde vindt ze ons: op chique met een jurkje aan in plaats van onze quarantainetruien, met oesters als hapje. En een paardenrace om op te wedden natuurlijk, al moesten we het doen met het kaartspel in plaats van de drafbaan. Kortom, we proberen zo goed en zo kwaad de quarantaine door te komen, zonder de regels te overtreden. 

Dat is geen anderhalve meter, dames!

Maar dan – ik loop ‘s avonds in het Noorderplantsoen met huisgenoten Anne en Tessa  – komt er een politieagent op ons af. ‘Dat is geen anderhalve meter, dames’, zegt hij. Het klinkt alsof hij dat al vaak heeft gezegd vanavond. 

Anne probeert hem gerust te stellen. ‘Wij zijn huisgenoten van elkaar’, zegt ze. ‘We wonen met een aantal meisjes. Dan zijn we een huishouden toch?’ 

De agent is niet onder de indruk. ‘Ik neem aan dat jullie niet met elkaar in een bed slapen of familie zijn’, zegt hij. ‘Dat betekent dat jullie buiten én binnen anderhalve meter afstand van elkaar moeten houden.’  

Oh. Dat wisten we dus niet. 

Keuzemenu

We lopen verder, nu met netjes anderhalve meter tussen ons in, maar zijn ook in de war. Hebben we het al die tijd verkeerd gedaan? Zijn we dan géén huishouden? Staat dat ergens dan? Want als het zo is, dan doet echt iedereen om ons heen het verkeerd. Overal om me heen organiseren studentenhuizen thema-avonden, wandelen ze in groepjes van drie, net als wij. En laten we eerlijk zijn: hoe zouden we het moeten doen als we géén huishouden zijn?

Een telefoontje naar de GGD moet duidelijkheid bieden. Ik worstel me door een keuzemenu heen, voor ik een meisje aan de lijn krijg dat me gerust stelt. ‘Een studentenhuis valt onder een huishouden’, zegt ze stellig, ‘omdat zij samen een voordeur delen en vaak ook een keuken en een badkamer. Alle regels die zijn opgesteld, gelden hetzelfde voor studentenhuizen.’

Ze laat daarbij geen enkele ruimte voor twijfel. ‘Studentenhuizen mogen er voor kiezen om een huishouden te vormen’, zegt ze nog. ‘Maar hierbij dient dan wel gekozen te worden voor alleen het studentenhuis, zonder bezoekjes aan je ouders.’

Ik benadruk nog dat ik ben aangesproken door de politie. ‘Nee’, herhaalt ze, ‘wij willen juist naar buiten brengen dat studenten een huishouden mogen vormen.’

Superlastig

Oké. Dat is mooi, besluit ik opgelucht. Wij zitten goed.

Tot ik een paar dagen later de website van de Gemeente Groningen onder ogen krijg. Die ziet het allemaal toch anders, blijkt. We moeten wél anderhalve meter afstand houden, staat op de FAQ-pagina. Huisfeestjes – zelfs met alleen huisgenoten – zijn ‘onverstandig’, want we moeten immers 1,5 meter afstand houden. En op de stoep zitten mag ook niet. Anderhalve meter afstand, immers. 

Moet ik videochatten met mijn huisgenoten?

Superlastig dus. De GGD vertelt ons dat we een huishouden zijn, de gemeente zegt van niet. En we doen hard ons best om het goed te doen, maar dit is best frustrerend. Een vriendin van me heeft zes broers en zussen. Moeten die dan ook anderhalve meter afstand houden?  

In andere steden schijnen zelfs al boetes te zijn uitgedeeld als huisgenoten buiten te dicht bij elkaar komen en dat is wel heel frustrerend als je zo hard je best doet en de informatie ook nog eens niet duidelijk is. Moeten we echt om beurten de keuken gaan gebruiken? Allemaal apart een hoekje van de tuin opknappen? Videochatten met mijn huisgenoten?

Op dit moment laten we het even rusten. We zijn alle negen voor de Pasen naar onze ouders vertrokken – zo nodig met extra voorzorgsmaatregelen – , dus we hoeven er even niet over na te denken. Maar in de loop van de week komen we ook weer terug. En wat dan? 

GGD? Gemeente? Iemand?

Swapcouch regelt de inrichting van je studentenkamer

Swapcouch regelt de inrichting van je studentenkamer

Geen zin om een bank naar de tweede verdieping te slepen of met veel gevloek een Ikea-kast in elkaar te zetten? Na Swapfiets is er nu ook Swapcouch, een bedrijf van twee Groningse studenten dat meubels verhuurt.
17 december om 14:29 uur.
Laatst gewijzigd op 17 december 2019
om 14:31 uur.
december 17 at 14:29 PM.
Last modified on december 17, 2019
at 14:31 PM.

Nivine de Jong

Door Nivine de Jong

17 december om 14:29 uur.
Laatst gewijzigd op 17 december 2019
om 14:31 uur.
Nivine de Jong

By Nivine de Jong

december 17 at 14:29 PM.
Last modified on december 17, 2019
at 14:31 PM.

Studenten die maar korte tijd ergens wonen hebben geen zin in gedoe. Meubels kopen, aanhangwagen huren, sjouwhulp regelen, en dat allemaal voor een paar maanden: kun je dat niet uitbesteden? Dat is precies het idee achter Swapcouch, het meubelverhuurbedrijf van Bendix Zijlstra en Maurice Panman.

De twee leerden elkaar kennen tijdens de opleiding international business and management aan de Hanzehogeschool en doen nu allebei de pre-master finance aan de RUG. ‘Maar ondernemen spreekt ons meer aan dan studeren’, vertelt Maurice. 

Dus besloten ze een eigen bedrijf te beginnen. Swapcouch bedachten ze tijdens een wandeling door het Noorderplantsoen. ‘We hadden een kladblok mee, dronken een biertje en zijn ideeën gaan spuien.’ Dat was voor de zomer; in augustus hadden ze een waterdicht concept. 

Standaardpakket

Hoe werkt het? ‘Het is heel simpel. Je huurt de meubels minimaal drie maanden, daarna kan het zo lang als je wilt’, zegt Bendix. ‘De student heeft verder helemaal geen gezeur met meubels sjouwen’, vult Maurice aan. ‘Die komen wij brengen en in elkaar zetten. Het is een complete service. Gemak speelt bij ons een grote rol.’ 

De twee hebben de meubels bij onder meer de Ikea gekocht. Het standaardpakket kost 59,99 euro en bestaat uit een bank, kledingkast, tafel met twee stoelen en een bed met matras. Je kunt ook zelf een pakket samenstellen.   

Swapcouch richt zich vooral op internationale studenten, aangezien zij vaak maar tijdelijk in Groningen wonen. Maurice en Bendix studeerden zelf allebei in het buitenland en vonden het toen een heel gedoe om voor een half jaar meubels te regelen. 

Robuust

Meubels in een studentenkamer moeten natuurlijk wel tegen een stootje kunnen. ‘Wij hebben gekozen voor robuust meubilair, zodat het niet snel kapot gaat’, zegt Bendix. Een paar krasjes zijn geen probleem, ‘maar als een heel kussen gescheurd is, moet er wel iets mee gedaan zijn. Dat gebeurt niet zomaar.’ Voor dat soort situaties rekent Swapcouch een borg.

De eerste klant was wel even een memorabel moment voor de studenten. ‘Toen we het mailtje kregen, waren we hartstikke blij. Het was een normale doordeweekse dag, maar we hebben wel even een biertje gedronken bij het huis waar we het meubilair net hadden afgeleverd’, vertelt Bendix. 

Nu zijn het nog Maurice en Bendix zelf die de meubels komen brengen, maar in de toekomst kunnen ze dat aan anderen overlaten, hopen ze. ‘We leveren nu in Groningen, Zwolle en Leeuwarden, maar het zou waanzinnig zijn als Swapcouch ooit in heel Nederland gebruikt wordt.’