Living dangerously with deathtrap stairs

This is an ongoing series where the UKrant unpacks weird and wonderful Dutch stuff for our international readers. This week’s episode: deathtrap stairs.
by Valeska Schietinger

They’re perilous, they’re plentiful, and they’re everywhere: impossibly steep Dutch staircases.

Whether you are a new international in town or have been here for a while, I’d like to begin by congratulating you for surviving the literal deathtraps waiting around every corner. I’m not exaggerating: in 2017 alone, 290 people in the Netherlands died from accidents involving stairs.

It’s hard to understand why the Dutch – the tallest people in the world – would build staircases so steep and with such tiny, tiny steps that they have to climb them stooped over sideways. Some people think it’s part of a national commitment to population control.

But is there another explanation?

Centuries ago, houses in the Netherlands were taxed based on their width. Expanding living space horizontally was expensive. Ever thrifty, the Dutch opted for building taller houses instead – with extremely steep and space-saving stairs.

So the next time you fall down a flight of Dutch stairs, remember you have Dutch frugality to thank for your throbbing head.

Colloquialism

The Dutch even have a quaint colloquialism for acknowledging you’ve got a new haircut. ‘Ben je van de trap gevallen en is jouw haar gebroken?‘ literally translates to: ‘Did you fall down the stairs and break your hair?’

So next time you decide a chic pixie cut would be a great way to celebrate spring but you end up looking like Jim Carrey in Dumb and Dumber instead, don’t be confused if people ask you whether an unfortunate staircase situation was involved.

Until then, here are some tips for navigating those dangerous Dutch stairs:

'Ze sloegen ons, wilden onze borden afpakken'

Enkele tientallen mensen protesteerden afgelopen zaterdag in Groningen tegen Zwarte Piet. Drie studenten die erbij waren vertellen over hun ervaringen. ‘Als het feest om kinderen gaat, waarom staan volwassen mannen dan tegen ons te schreeuwen?’
Door Megan Embry en Thereza Langeler / Foto Keval Bharadia

Veerle Ros

Veerle Ros, die tot voor kort promotiestudent was aan de letterenfaculteit, ergert zich nu al jaren aan Zwarte Piet. ‘Omdat het in z’n originele vorm duidelijk een racistische karikatuur is, die veel mensen als kwetsend ervaren.’ Het belangrijkste argument vóór Zwarte Piet – dat hij een Nederlandse traditie is – maakt het volgens haar alleen maar erger. ‘Dan vind je traditie dus belangrijker dan de gevoelens van een groep in de samenleving.’

Over het algemeen was de demonstratie een succes, vindt Veerle. ‘We hadden een mooie, centrale plek gekregen van de gemeente. Ik vind het mooi dat er door het hele land protesten waren, en dat ze allemaal vreedzaam zijn gebleven. We waren assertief, zeg maar, niet té voorzichtig, maar we hebben niets verstoord of geblokkeerd.’

Minder mooi was de ‘grote groep intimiderende, witte mannen’ die Veerle en haar vrienden tegenover zich vonden op het Emmaplein. Antidemonstranten, grotendeels harde kern-voetbalsupporters, die uit leken te zijn op problemen.

Op een gegeven moment tilde iemand z’n shirt op en bracht de Hitlergroet

‘Vlak voordat ik zelf aankwam, hadden ze demonstranten fysiek aangevallen’, zegt Veerle. ‘Ze kwamen zo op hen afgerend. Gelukkig greep de politie in.’

Het was best eng, geeft ze toe. ‘Ze bleven staan schreeuwen. Dat we een kinderfeest aan het verpesten waren, en verder nog een heleboel racistische dingen die ik zo snel mogelijk weer uit m’n hoofd gewist heb. Ze gooiden eieren naar ons – één van m’n vrienden is erdoor geraakt.’ Op een gegeven moment tilde één van de mannen z’n shirt op, herinnert Veerle zich, liet z’n Groningen-tatoeage zien en bracht met zijn andere hand de Hitlergroet.

‘Als je de beelden ziet van zaterdag schept dat wel een duidelijk beeld van het soort figuren dat dit soort protesten verstoort’, merkt ze op. Ze denkt dat acties zoals die op zaterdag zeker zinvol zijn. ‘Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat mensen van mening veranderen. En je ziet ook dat de intocht zelf verandert, met steeds meer regenboog- en roetveegpieten.’

Charly Jaź

Kunststudent Charly Jaź uit Duitsland – die er de voorkeur aan geeft om met ‘die’ en ‘hun’ te worden aangesproken – vindt dat Piet geen probleem is, maar z’n zwarte gezicht wél. Charly kwam naar de demonstratie om te laten zien dat zwargeschminkte gezichten niet bij het Sinterklaasfeest zouden mogen horen. ‘Ik denk dat we daarin succesvol zijn geweest, er was veel media-aandacht voor de protesten. Sommige mensen kun je niet van gedachten laten veranderen, wat je ook doet. Maar níets doen voelde niet goed.’

Volgens Charly zou het feest op zich niet lijden onder het afschaffen van Zwarte Piet. ‘Er is bewijs te over dat niet-witte kinderen Zwarte Piet vervelend vinden. Voor witte kinderen is hij ook schadelijk, omdat-ie de indruk wekt dat er niks mis is met racisme, zolang het maar impliciet is.’

Maar toen Charly zaterdag arriveerde bij het Emmaplein, zag die politie bezig om ‘nationalisten die eruit zagen als hooligans’ weg te jagen. ‘Ze waren agressief.’ Charly zocht hun vrienden op, die rustig stonden te demonstreren achter een hek. ‘Maar het was erg stressvol, het voelde alsof de situatie elk moment kon escaleren. Het voelde gevaarlijk.’

Uiteindelijk liet Charly zich niet uit het veld slaan. ‘Iedere keer als er een Piet met roetvegen langskwam, juichten we’, grinnikt die. Het was ergens wel grappig: prijzen wat je goed vindt, om zo te protesteren tegen wat je níét goed vindt. ‘Er is helemaal niks mis met Sinterklaas vieren, met familie, met snoep. Maar je moet er wel bij stilstaan dat jouw keuzes pijnlijk kunnen zijn voor anderen – zelfs al bedoel je het niet zo.’

Sorsha Passmore

Sorsha Passmore, een tweedejaars masterstudent marine biologie, is opgegroeid met Zwarte Piet. Ze is geboren in Nederland, maar verhuisde naar Engeland toen ze twaalf was.

‘Zwarte Piet vond ik heel normaal, ik dacht er tot een paar jaar geleden nooit over na. Een Engelse bekende van me plaatste iets online over “een rare gewoonte van Nederlanders”. Eerst voelde ik me beledigd’, geeft ze toe. ‘Maar dat is het ‘m dus met privilege: als iets voor jou persoonlijk geen probleem is, denk je snel dat er überhaupt geen probleem is.’

De dag vóór het protest had ze een naar gevoel. ‘Ik weet hoe groot dit is voor Nederlanders. Ik had er nachtmerries over.’ Toch was ze geschokt door wat er zaterdag gebeurde. ‘We waren nog niet eens echt begonnen toen een groep mannen ons aanviel; ze sloegen en probeerden onze borden af te pakken. Eentje gooide een vriend van me tegen de grond voordat de politie tussenbeide kwam. En een ander probeerde ons te beschieten met vuurwerk’, vertelt ze. Ze voelt zich nog steeds ontdaan.

Sorsha snapt niet waarom mensen op een kinderfeestdag zó hun best doen om angstaanjagend te zijn. ‘Als het bezwaar tegen ons protest is dat het feest gaat om kinderen en niet om ras, waarom gaan volwassen mannen dan staan te schreeuwen tegen ons? Het maakt kinderen geen bal uit wat voor kleur Piet heeft, zolang ze hun snoep maar krijgen. Zwarte Piet kan wel een traditie zijn, maar dat maakt hem niet onschendbaar. Maak het gewoon inclusiever. Wij zien meer dan ooit het belang omdat te blijven zeggen.’

Burgemeester Peter den Oudsten was vooraf op de hoogte van zowel de anti- als de pro-Zwarte Pietdemonstraties, liet hij voor het weekend weten. ‘In goed overleg hebben wij de anti-Zwarte Pietbetogers een plek gegeven aan het Emmaplein. Het contact met degene die daarnaast ook een demonstratie heeft aangekondigd, verloopt echter moeizaam.’

Den Oudsten drong erop aan om het protest ongestoord door te laten gaan. We hebben informatie dat voetbalsupporters willen verhinderen dat er tegen Zwarte Piet gedemonstreerd wordt. Tegen hen wil ik zeggen: doe dat niet! Groningen is een tolerante stad, waar je je mening mag geven en waar we dat van elkaar respecteren. Het recht op demonstreren is een grondrecht, daar hechten we zeer aan.’

Volgens de gemeente waren er zaterdag ongeveer veertig demonstranten tegen Zwarte Piet op het Emmaplein aanwezig, ‘en ongeveer tachtig personen die de demonstratie wilden verhinderen. De politie is er grotendeels in geslaagd om beide partijen uit elkaar te houden, laat de burgemeester weten. Eén man werd aangehouden omdat hij vuurwerk richting de demonstranten gooide.

Filosofie geeft beurspromovendi meer tijd

De wijsbegeertefaculteit verlengt de contracten van beurspromovendi, om verschillen met werknemerpromovendi te verkleinen. ‘We proberen zo eerlijk mogelijk te zijn.’
Door Megan Embry

Het faculteitsbestuur van filosofie wil iets doen aan de ongelijke behandeling van beurspromovendi, schreef directeur Bart Streumer van de Graduate School in een e-mail naar de staf. Tot nu toe konden werknemerpromovendi naar believen hun contracten veranderen van 1,0 fte naar 0,8 fte, terwijl beurspromovendi die mogelijkheid alleen bij hoge uitzondering hadden.

Door die switch naar een aanstelling van 0,8 kon een werknemer langer over zijn of haar onderzoek doen. Maar beurspromovendi hadden geen andere keuze dan hun onderzoek in drie jaar af te ronden.

Van 36 naar 45 maanden

‘Daar wilden we verandering in brengen’, zegt Lodi Nauta, de decaan van Wijsbegeerte. Aanleiding voor de maatregel is feedback van de beurspromovendi zelf. ‘Het ging ze over het algemeen niet eens om geld, maar ze wilden graag meer tijd om hun onderzoek af te ronden. En dat leek ons gerechtvaardigd.’

In de oude situatie kregen beurspromovendi bij filosofie een contract van 36 maanden. Nu worden alle beurscontracten verlengd naar 45 maanden, tegen een vergoeding van 1,0 fte. Beurspromovendi die nu al 1,0 fte werken op een contract van 36 maanden krijgen meer tijd, Degenen die al op een contract van 45 maanden zaten door een kleinere aanstelling, krijgen opslag.

Ongelijkheid verkleinen

Volgens Streumer betekent dit dat ‘PhD-kandidaten met een beurs nu om wat voor reden dan ook kunnen besluiten hun contract met negen maanden te verlengen. Het betekent ook dat de beurs een beetje hoger uitvalt, waardoor we de financiële ongelijkheid tussen de twee soorten PhD’s verkleinen.’

Volgens Nauta zijn studenten door de bank genomen erg tevreden met de aanpassing, hoewel ze misschien meer voordeel oplevert voor de studenten die later zijn begonnen. ‘We proberen zo eerlijk mogelijk te zijn en ik denk dat dit een goede tijdelijke manier is om de studenten te ondersteunen. Natuurlijk kost het de faculteit wel geld, maar dat geld hebben we wel.’

Als het experiment met de beurspromovendi afgelopen is, gaat de faculteit verder kijken naar de juiste lengte voor een PhD-contract, zegt Nauta.

'Alsof ik word verjaagd, de stad me niet wil'

De kamernood lijkt zichzelf op te lossen, precies zoals de RUG voorspelde. Maar sommige dakloze studenten besluiten zich uit te schrijven. Studentenpartij DAG wil weten waarom.
Door Rafel Fernandez / Vertaling Leonieke Toering

Denise Chin zit in de huiskamer van het Simplon Jongerenhotel aan het Boterdiep. Ze doet een pre-master in psychologie en wil heel graag in Groningen blijven voor haar master, maar ze raakt hoe langer hoe meer ontmoedigd door haar woonsituatie: ‘Ik heb vaak overwogen om te stoppen en terug te gaan naar mijn land. Het voelt alsof ik verjaagd word, alsof de stad me niet wil.’

Het Jongerenhotel doet ‘s avonds ook dienst als restaurant. Denise maakt plaats voor het personeel, dat druk heen en weer loopt om alles klaar te zetten voor het avondeten.

Ze gaat op een stoel bij het raam zitten. De gasten beginnen binnen te druppelen, schudden de regen van zich af en begroeten elkaar opgewekt. Denise kijkt toe. Zij zijn hier voor een leuke avond, maar zelf zit ze hier omdat ze nergens anders heen kan. ‘Ik ben hier al een maand, en ik ben nog steeds op zoek naar een kamer.’

Opgeven

Deze week moest Denise een besluit nemen. Zou ze blijven, of opgeven en terug gaan naar Maleisië? Volgens universiteitswoordvoerder Jorien Bakker zouden de meeste studenten begin oktober wel een plek hebben gevonden, maar Denise had geen geluk – net als veel (van de) andere studenten die nog in het Jongerenhotel wonen.

Volgens Bakker wonen er momenteel nog 115 studenten in de noodhuisvesting in de Metaallaan en aan het Eemskanaal Noordzijde. Maar dat zijn niet de enige plekken waar dakloze studenten verblijven. Ze overnachten ook in hotels of op de bank bij andere studenten.

Koen Marée van studentenpartij DAG schat dat tientallen dakloze studenten niet voorkomen in de statistieken van de universiteit. ‘We schatten dat minimaal tweehonderd studenten nog steeds op zoek zijn naar woonruimte, misschien wel driehonderd. Ik hoorde veel verhalen over studenten die, na drie weken in een hotel, terug naar huis gingen. Dus we weten niet hoe groot het probleem werkelijk was.

Iedere dag op en neer

Een van die studenten is Engelse Jennifer. Een jaar geleden kwam ze aan in Nederland en woonde eerst in Den Haag, waar ze stage liep. Ze besloot om voor een bachelor in Internationale Betrekkingen te gaan.

‘Dit jaar heb ik me bij de RUG ingeschreven en ik hoopte woonruimte in Groningen te vinden voordat de colleges begonnen. Maar ik kon niets vinden, dus ik moest iedere dag op en neer naar Groningen.’

Jennifer stond iedere ochtend voor vijf uur op, na slechts vier uur slaap, om de trein te pakken die haar naar de stad bracht, zodat ze op tijd op college kon zijn. Daarnaast ging ze door met de kamerjacht. ‘Ik deed wat ik kon’, zegt ze, ‘maar uiteindelijk moest ik het opgeven.’

Wal en schip

Uiteindelijk besloot ze ermee te stoppen. Uitgeput. Eerst overwoog ze om terug te gaan naar Engeland, waar de meeste van haar vrienden, zoals ze zegt, al ‘schuldslaaf’ van een studentenlening zijn.

‘Maar ik heb me bedacht’, zegt ze. Ze koos voor Den Haag. Nu, zegt ze, valt ze tussen wal en schip; ze weet niet wat ze nu zal gaan doen, en waar. Maar een ding is heel duidelijk: ‘Groningen is geen optie.’

De universiteit moet zich bewust zijn van studenten zoals Jennifer, zegt Marée. Hij vroeg het universiteitsbestuur in de vergadering van de u-raad om drop-out studenten en studenten die hun collegegeld niet betaalden, te vragen naar de reden van hun besluit. Zo zou de universiteit een duidelijker beeld krijgen van het aantal dakloze studenten dat het gewoon opgaf.

Maar Jan de Jeu van het college van bestuur stelde dat dat onmogelijk is. ‘Dat zou veel te ingewikkeld zijn. We houden bij hoeveel studenten zich uitschrijven, maar we weten niet waarom.’

Basisbehoefte

Intussen hangt Denise nog steeds rond in het Simplon Jongerenhotel. Ze begrijpt dat onzekerheid bij het studentenleven hoort – ‘er is nooit een bevredigende balans, dat accepteer je’- maar ze vindt dat dit soort onzekerheid daar niet bij hoort. ‘Niet kunnen voldoen aan je basisbehoeften…. dat had ik nooit verwacht.’

Niettemin heeft ze besloten om het te blijven proberen in Groningen: ‘Ik ga alleen weg uit deze stad als het echt niet anders kan. Ik wil me hier op mijn gemak voelen, er een nieuw thuis van maken, om op een dag in dit Jongerenhotel terug te komen om er gezellig met vrienden wat te eten.’

 

Buren balen van internationals

De bewoners van het internationale studentenhuis Rikkers-Lubbers, op de hoek van de Heresingel en de Rademarkt, zijn bang dat ze uit huis gezet worden. De buren hebben een officiële klacht bij de gemeente ingediend vanwege geluidsoverlast.
Door Rafel Fernandez / vertaling Leonieke toering

Steve en Jessica wonen nog maar twee dagen in het Rikkers-Lubbershuis, maar ze zijn bang dat de gemeente ze binnenkort op straat zet. ‘We hebben een brief gekregen van Studentstay – het kamerverhuurbedrijf –, met de waarschuwing dat we eruit gezet worden als we nog een keer teveel lawaai maken’, zegt Jessica.

‘We realiseren ons dat de buren zich ergeren aan onze feesten, maar sommige klachten zijn echt overdreven. We kunnen niet eens bellen in de tuin omdat ze zeggen dat we te hard praten’, zegt Steve.

Oneerlijk

De buren hebben vorige week een officiële klacht ingediend. Ze klagen over buitensporige feesten, roken, en slaan met deuren. Het plan was om de tijdelijke verhuurvergunning te laten intrekken. Dat mislukte.

Vera, een Duitse eerstejaars, zegt dat het niet eerlijk is om de studenten de schuld te geven: ‘We wonen hier met ongeveer vijftig studenten en we zijn vooral in de lounge en de tuin, grenzend aan de buren, omdat dat de enige plekken zijn met wifi. Als Studentstay of de huisbaas voor een wifinetwerk in het gebouw zou zorgen, zouden we meer in onze kamers zijn.’

Communicatie

Ed van den Brink is een van de ongelukkige buren. Hij geeft toe dat het probleem ingewikkelder is dan simpelweg een groep studenten die tot diep in de nacht doorfeesten.

De oorzaak ligt bij Studentstay en de eigenaar van het gebouw, de Schove Group: ‘Ze maken zich niet druk om de huurders en de regels van de gemeente; het enige dat ze interesseert is het opstrijken van de huur aan het eind van de maand.’

Van den Brink zegt dat deze situatie allang opgelost had kunnen zijn als er betere communicatie was geweest tussen de huisbaas en de huurders – vooral met betrekking tot de huisregels en de verhouding met de buren. ‘Als bedrijven zoals Studentstay willen bijdragen aan de huisvesting van een nieuwe golf internationale studenten, moeten ze het ook goed doen’, zegt Van den Brink.

Schove Group zegt niets te kunnen doen aan dit probleem. ‘Wij zijn de eigenaar, niet de huisbaas, dus we kunnen niets doen om dit probleem op te lossen.’

Rechter

Toch hoeven de studenten niet bang te zijn dat ze op straat gezet worden vanwege geluidsoverlast. Denise Zonnebeld van Frently, een consultancybureau dat gespecialiseerd is in huurrecht, zegt dat de procedure van huisuitzetting niet zo eenvoudig is.

‘Iemand uit huis zetten vanwege klachten van de buren is lastig’, zegt ze. ‘De enige die een huurder volgens de wet uit huis kan zetten is niet de huisbaas of de gemeente, maar de rechter.’

Mars voor Vrouwen

Meer dan tweehonderd studenten en Groningers marcheerden zaterdag zingend door de stad. ‘We moeten worden gezien’, zegt Malva Freire Regueira, één van de vijf RUG-studenten die de mars organiseerden: ‘De strijd is nog lang niet voorbij.’
Door Emily Howard / Vertaling Aske Meijerink

De Groningse Mars voor Vrouwen werd georganiseerd door het Groningen Feminist Network (GFN). De mars maakt deel uit van een beweging die wereldwijd navolging kreeg na de Women’s March On Washington in 2017. Dit jaar draait de mars om gelijke rechten voor gemarginaliseerde vrouwen.

Waarom nu?

‘Dit is een ontzettend belangrijke tijd’, zegt geneeskundestudent en GFN-secretaris Olga Schmahl. ‘De #MeToo-discussie, toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen en transgender vrouwen, abortus en contraceptie… dit is een cruciale tijd om te praten over de rechten van álle vrouwen.’

‘Het is inderdaad een heel belangrijk moment’, beaamt medestudente en GFN-voorzitter Kimberly Malone Crossley. ‘Er zijn zo veel belangrijke onderwerpen voor vrouwen naar voren gekomen sinds de Mars van afgelopen jaar – meer dan ik ooit gedacht had. Mensen beginnen ons te geloven. De Mars is een belangrijke manier om je steun te tonen, erover te vertellen en het gesprek te openen.’

Niet alleen

Toespraken die de mars vooraf gingen benadrukten intersectionaliteit en hoe vrouwen die met verschillende problemen worstelen, samen kunnen werken. ‘Niemand is alleen in de strijd’, zegt bestuurslid Margot Pypstra.

RUG-student Lenh Knaudt liep mee in het belang van anderen: ‘Ik hoop dat degenen die denken dat de strijd voorbij is, daar nog eens over na zullen denken. Er is nog een lange weg te gaan voordat er een veilige plek is voor transgender vrouwen, gekleurde vrouwen, alleenstaande moeders, dakloze vrouwen, vluchtelingvrouwen en ieder ander die gemarginaliseerd wordt door ons beleid, onze media en elk ander deel van onze samenleving.’