RUG-begeleiders Van Liempt nu ook onder vuur

Ad van Liempt voor de voormalige woning van kampcommandant Albert Gemmeker.

RUG-begeleiders Van Liempt nu ook onder vuur

De begeleiders Doeko Bosscher en Hans Renders van de onlangs aan de RUG gepromoveerde historicus en journalist Ad van Liempt worden hard getroffen door de beschuldigingen van wetenschapsfraude aan diens adres. ‘Het is bij de konijnen af.’
Door Christien Boomsma

Copromotor Doeko Bosscher, historicus en oud-rector van de RUG, zag zich gedwongen zich terug te trekken uit de Raad van Toezicht van Kamp Westerbork. De binnen- en buitenlandse contacten van promotor Hans Renders, hoogleraar geschiedenis en theorie van de biografie, worden bestookt met mails waarin hij wordt beschuldigd van wetenschapsfraude.

Bosscher nam het besluit kort nadat eind augustus een klacht was ingediend
bij de Commissie Wetenschappelijk Integriteit van de RUG over Van Liempts
proefschrift. Volgens critici, aangevoerd door journalisten Bart Droog en Frits
Barend, zou Van Liempt zich schuldig hebben gemaakt aan plagiaat en jatwerk in
zijn biografie over kampcommandant Albert Gemmeker van Westerbork.

Meegesleept

‘Ik ben op geen enkele manier onder druk gezet’, zegt Doeko Bosscher over
zijn beslissing. ‘Ik heb het zelf besloten, zodat de clubs die me na aan het
hart liggen niet worden meegesleept in deze affaire.’ De emeritus
hoogleraar stopte ook met zijn werk voor het Nicolaas Muleriusfonds van de RUG.

‘Zelfs al heb ik geen enkele reden om aan te nemen dat de klacht gegrond
wordt verklaard, op het moment dat er een onderzoek wordt gedaan is er altijd
een risico’, zegt hij. ‘Zelfs al schat ik de kans zelf in op nul.’

Inhoudelijk mag Bosscher niets zeggen over de affaire, benadrukt hij. ‘De commissie heeft ons op het hart gedrukt om niet over de zaak te praten. Ook als de klager zich niet aan dat verzoek houdt. Dus wat dat aangaat: my lips are sealed.’

Integriteit

Maar dat geldt niet voor de backlash voor hemzelf en promotor Hans Renders. De critici van Van Liempt beperken zich immers niet tot het bekritiseren van het wetenschappelijke gehalte van Van Liempts proefschrift. Ook de integriteit van de begeleiders wordt in twijfel getrokken. ‘Er worden zeer onaangename dingen over mij gezegd’, beaamt Bosscher.

Hij maakt zich geen zorgen over zijn reputatie. Hoewel hij nog altijd veel
publiceert, is zijn band met de RUG minder direct. Bovendien: ‘Iedereen die mij
van fraude wil beschuldigen, wens ik veel succes’, zegt hij. ‘Dat gaat niet
lukken. Maar wat Renders ten deel valt, is bij de konijnen af.’

Onaangenaam

Voor directeur Hans Renders van het Biografie Insituut is de situatie onaangenamer. Zijn wetenschappelijke contacten in binnen- en buitenland krijgen mails waarin Renders’ wetenschappelijke integriteit in twijfel wordt getrokken, vertelt hij. ‘Dat gaat terug tot mensen waar ik in de jaren tachtig mee heb samengewerkt’, zegt hij.

In deze mails wordt hij beschuldigd van zelfplagiaat, met verwijzingen naar talloze Nederlandstalige websites. ‘En die kunnen ze in Amerika natuurlijk niet lezen’, zegt Renders. De aangedragen voorbeelden zijn dan artikelen die in diverse kranten zijn afgedrukt – vaak omdat de kranten in Nederland verhalen uitwisselen en waardoor een en hetzelfde verhaal door meer titels wordt gepubliceerd.

Ook de kranten en tijdschriften waarvoor hij schrijft, waaronder Het Parool en Vrij Nederland, krijgen deze mails. ‘Van hen krijg ik gelukkig hulp. Zij sturen een korte verklaring terug, waarin ze uitleggen dat ze niet aan mij twijfelen’, zegt Renders. Zelfs huidige promovendi van Renders kregen mails waarin hen werd gevraagd om ‘discreet informatie te verschaffen’ over hun begeleider.

Succesvol en machtig

Hij gelooft niet dat de zaak op wat voor manier dan ook te maken heeft met het wetenschappelijke gehalte van Van Liempts werk. ‘Maar hij is een succesvol en machtig man. In zijn tijd bij de omroep heeft hij waarschijnlijk vijanden gemaakt’, zegt hij.

‘Ik kreeg al een half jaar voor Van Liempts promotie mails met beschuldigingen en toen was er nog geen letter gepubliceerd’, zegt hij. ‘Daarna was er een petitie waarop je kon intekenen. En toen dat blijkbaar onvoldoende opleverde, hebben ze hun focus verlegd. Maar de inhoud van de beschuldigingen is voor- en na de publicatie van het boek niet veranderd.’

De situatie voor Renders is ‘onprettig’, zoals hij het met gevoel voor
understatement uitdrukt. Vooral omdat hij niet weet welke van zijn contacten
mails ontvingen en hem níet hiervan op de hoogte stelden. ‘Dat er misschien
mensen zijn die denken: waar rook is is vuur. Daar heb je geen invloed op.’

Aantal bètastudenten blijft groeien, FSE kraakt in zijn voegen

Aantal bètastudenten blijft maar groeien

De Faculty of Science and Engineering (FSE) kraakt de hersenen over een oplossing voor het toenemende ruimtegebrek op de faculteit. Waar ze nu nog 6500 studenten huisvest, zal dat in 2021 oplopen tot 8100.
Door Christien Boomsma

Nog maar enkele jaren geleden bleef het aantal eerstejaars bij de bètafaculteit steken op een kleine achthonderd studenten. Nu zijn dat er al bijna 1500 en in 2024 zullen zich waarschijnlijk al meer dan 1600 mensen inschrijven.

‘Omdat bij de instroom de cohorten steeds groter worden, wordt het aantal tweede- en derdejaars ook steeds groter’, zegt management controller Meeuwes Veldhuis van FSE. ‘Het blijft natuurlijk statistiek, maar ook landelijk zien we een toename van het aantal mensen met een natuur- en techniekprofiel.’

Problemen

Die aantallen kan de faculteit echter niet kwijt zonder aanpassingen in zowel de student-stafratio als het aantal onderwijsruimtes. ‘Het past nu allemaal nog net’, zegt Veldhuis. ‘Maar we groeien ook qua staf. En dan komen we echt in de problemen.’ Over oplossingen daarvoor – meer onderwijsruimte – wordt al geruime tijd druk onderhandeld met de RUG.

Over het aantal docenten dat per student beschikbaar is, maakt Veldhuis zich minder zorgen. Daarvoor zit de faculteit ‘op een goede lijn’, benadrukt hij. Er zijn al verschillende maatregelen genomen om dat in evenwicht te brengen.

Fixus

Lastig is echter dat de faculteit maar beperkte invloed kan uitoefenen op de instroom. Dus als plotseling nog meer studenten besluiten naar Groningen te komen, kan dat voor extra problemen zorgen. ‘Een fixus is altijd lastig’, zegt Veldhuis, ‘Want dat zorgt vaak voor een extra instroom naar een aanpalende studie. Dus dan verplaats je het probleem.’

Daarom wil de faculteit extra inzetten op strenge matchinggesprekken om studenten zo nodig af te schrikken. ‘We kunnen dan ook denken aan werving. Dat je daar dus iets minder aandacht aan besteedt.’

Als de wereld een armlengte groot is

Marleen Janssen vecht voor doofblinden

Als de wereld een armlengte groot is

Wat als je niet kunt horen én niet kunt zien? Als je tastzin je enige lijntje is met de buitenwereld? Marleen Janssen knokt al ruim veertig jaar voor mensen wiens wereld een armlengte groot is.
Door Christien Boomsma / Foto Corné Sparidaens

Ze herinnert zich een jongetje. Hij was een jaar of tien en zijn hele leven al doof. Gebarentaal begreep hij een beetje, maar gebaren maken kon hij niet. Wat hij wel kon: tekeningen aanwijzen  in een boek. Maar toen werd hij óók nog blind. En zijn wereld stortte ineen.

‘Dat jongetje moest helemaal opnieuw leren communiceren. En dan komt er ook nog eens een nieuwe leraar en dan gaat het mis. Er was frustratie. Hij vertoonde – zoals ze dat dan noemen – challenging behaviour. Hij was boos!’ 

Contact leggen

Maar het hoeft niet zo, weet hoogleraar doofblindheid Marleen Janssen. Je kunt de leraar en dat jongetje coachen weer contact te leggen. Je gebruikt video-opnamen om zijn gedrag te observeren en een haakje te vinden waarmee je weer contact kunt maken en houden. De manier waarop hij leunt in een stoel, hoe zijn handen bewegen, de stand van zijn hoofd. Alles kan betekenis hebben.

‘Dat zagen we tien jaar geleden nog niet’, zegt Janssen. ‘Eerder keken we bijvoorbeeld naar hoe iemand zijn schouder ophaalde. Nu weten we dat je in een minuut wel vijftig betekenisvolle momenten kunt hebben.’ En als je die eenmaal ziet, kun je ze gebruiken om te leren communiceren met iemand die niet kan zien, die niet kan horen. Besef goed, zegt Janssen: ‘Voor doofblinde mensen is de wereld zo groot als een armlengte.’  

De manier waarop hij leunt in een stoel, de stand van zijn hoofd: alles kan betekenis hebben

Er werden video’s gemaakt van het gedrag, de docent werd gecoacht, de andere begeleiders, de ouders. En ze vonden de weg omhoog. ‘De tekeningen die hij gebruikte werden langzaam omgezet in tactiele symbolen. Een stukje van een deken voor ‘naar bed gaan’, een ijzeren schakel verwees naar de schommel. Sommige plaatjes werden overgezet op reliëfpapier.’ Tegenwoordig communiceert het jongetje weer. ‘Dit werkt voor hem, maar dat is voor ieder individu weer anders.’ 

Veel meer mogelijk

Er kan, wil Janssen zeggen, heel veel. Ook een doofblinde – iemand die in het slechtste geval volledig doof is en volledig blind – kan leren communiceren. ‘We hebben aangetoond dat ze minimaal het cognitieve niveau van een zesjarige kunnen bereiken’, zegt Janssen. ‘Maar in veel gevallen is er nog veel meer mogelijk. Maar dan moet je ze daarbij wel helpen.’  

Dat is de missie van Janssen. Ze wil doofblinde mensen maximaal laten deelnemen aan de wereld en haalt daarvoor alles uit de kast. 

Hoe is het om doofblind te zijn? Rianne test het uit…

Als psycholoog en begeleider bij Kentalis – een zorginstelling die zich bezighoudt met doofblinde kinderen – leerde ze veertig jaar geleden de praktijk van dichtbij kennen. Ze ontmoette er mensen die soms al jaren in een instelling zaten met het label ‘verstandelijk beperkt’, die eigenlijk hartstikke slim waren. Maar hoe communiceer je met iemand die niet kan praten, niet kan horen? 

In 2003 promoveerde ze op harmonieuze interactie met doofblinden. Ze ontdekte dat, hoewel er heel veel praktijkkennis was over de omgang met doofblinden, er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan werd. En daar schrok ze van. Want wat zou er gebeuren als zij en haar collega’s er niet meer waren? Ze besloot dat iemand in dat gat moest springen. Dat zíj dat ging doen. ‘Deze mensen verdienen dat’, zegt ze. 

Institute for Deafblindness

Ze werd assistent-professor in Groningen in 2004 en zette twee jaar later een master op. Nog eens twee jaar later werd ze adjunct-hoogleraar in een tenure track. En vorige maand opende het eerste International Institute for Deafblindness aan de RUG, met natuurlijk Marleen Janssen aan het hoofd. Toen was er ineens ook dat lintje: sinds afgelopen week is ze Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Wat dat betekent voor haar? ‘Ik moet het nog verwerken. Maar ik weet wel dat ik er dankbaar voor ben, ook door het tijdstip. Er gebeurt zoveel in de zorg. Budgetten staan onder druk. Maar hierdoor wordt het onderwerp weer genoemd en dat is belangrijk.’ 

We voeren snel wetten in, maar denken er niet aan om ervoor te zorgen dat er geen expertise verloren gaat

Want hoewel ze veel bereikte – er is een schat aan kennis verzameld, ze leverde vijf promovendi af, die elk een nieuwe procedure ontwikkelden om doofblinden te helpen en er zijn tachtig afgestudeerde masterstudenten van over de hele wereld – en daar ook best trots op is, maakt ze zich grote zorgen over de reorganisaties in de gezondheidszorg. 

De zorg voor deze doelgroep wordt immers geregeld door de WMO. Het onderwijs daarentegen valt onder ‘passend onderwijs’. Maar voor deze doelgroep gaan zorg en onderwijs hand en hand en ze vreest dat kortingen op het budget ten koste gaan van die oh zo belangrijke begeleiding van doofblinden. ‘We voeren tegenwoordig zo snel wetten in, maar we denken er niet aan hoe we ervoor moeten zorgen dat er geen expertise verloren gaat.’ 

Zee van onbegrip

Nu al gaat er zoveel mis. Een cliënt heeft niet meer één of twee begeleiders, maar al snel tien. Stel je eens voor hoe dat is, zegt ze. Als je in het donker leeft en niet of nauwelijks kunt horen en er zijn voortdurend andere mensen om je heen? 

En stel je dan eens voor dat er met heel veel moeite een stukje communicatie tot stand is gekomen, een betekenisvol gebaar waarin begeleider en doofblinde elkaar begrijpen. Wat als dat niet wordt overgedragen en de doofblinde weer teruggeworpen wordt in die zee van onbegrip? ‘Als er geen goede overdracht is, dan bouw je ook niets op’, zegt ze. 

Dit soort fouten kunnen ervoor zorgen dat vooruitgang in no-time weer ongedaan wordt gemaakt. Of als begeleiders onervaren zijn en onvoldoende getraind, en ondanks al hun goede wil verkeerde dingen doen.

Een doofblind kind moet vanaf de geboorte begeleid worden, dat is het moment dat je taal leert

Voorbeeld? Ze denkt na en besluit bij zichzelf te blijven. ‘Toen ik net begon, begeleidde ik een meisje dat al vanaf de geboorte doofblind was. Ik nam haar aan de hand mee naar buiten, naar de schommel. Het regende en overal waren plassen. Dus ik leidde haar om die plassen heen.’ 

Ze staat op, loopt door de kamer, slalomt om denkbeeldige plassen. Haar arm uitgestrekt naar dat denkbeeldige kind. ‘Alleen al hoe ik haar langs die plassen trok!’ zegt ze. ‘Eigenlijk zou niemand dergelijk werk mogen doen zonder eerst een dag met een koptelefoon op en een blinddoek voor te hebben doorgebracht. Dan weet je hoe kwetsbaar je bent. Die voortdurende plotselinge aanrakingen. Voedsel dat naar je mond wordt gebracht.’ 

En dus – als er niet snel duidelijkheid komt over het geld voor ‘haar’ doelgroep, gaat ze binnenkort weer op bezoek in Den Haag, gaat ze mails sturen naar de politieke kopstukken op haar lijstje. 

Nooit opgeven

Op de een of andere manier moet ze de wereld overtuigen dat deze doelgroep steun verdient. Dat de kennis die er is geborgd moet worden. Dat er zo veel gewonnen kan worden als je een doofblind kind al vanaf de geboorte begeleidt. ‘Want dat is het moment dat je taal leert. Als je pas met vier of vijf jaar begint, ben je eigenlijk te laat.’ 

Hoewel, nee. Het is nooit te laat, corrigeert ze zichzelf haastig. ‘Deze mensen blijven leren.’ Maar je verliest wel tijd en dat is niet nodig. 

Gaat het lukken? Maakt ze kans in een tijd dat zoveel kwetsbare groepen tóch gekort worden? ‘Je moet het nooit opgeven’, zegt ze. Misschien leerde ze dat wel van de doofblinden waarmee ze werkt. ‘Die mensen hebben zo’n doorzettingsvermogen. De veerkracht die er nodig is om alleen maar te blijven communiceren!’ 

En dus houdt ze zichzelf steeds voor dat ze moet volhouden. ‘Zij hebben het tweehonderd keer zwaarder en gaan toch door.’

Deeltjesversneller KVI-CART gaat naar het UMCG

De RUG en het UMCG gaan de deeltjesversneller AGOR van onderzoeksinstituut KVI-CART definitief onderbrengen bij het UMCG. Ook de technici die de versneller onderhouden gaan dan mee.
Door Christien Boomsma

Ook de vakgroep medische biologie verhuist naar het UMCG. De kernfysici en astrofysici die ook bij KVI-CART werken, verhuizen allemaal naar de Faculty of Science and Engineering. Alleen voor enkele losse functies wordt nog een oplossing gezocht, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker.

Het college van bestuur van de RUG wil het onderzoeksinstituut KVI-CART reorganiseren. Aanhoudende verliezen zouden dat onvermijdelijk maken, bleek afgelopen jaar. Het wilde de deeltjesversneller en de vakgroep medische fysica dan onderbrengen bij het UMCG. Andere wetenschappers zouden elders moeten worden ondergebracht.

Protonentherapie

De u-raad verzette zich echter tegen het plan, omdat onduidelijk was of het UMCG de versneller echt zou overnemen. Bovendien was er geen garantie dat alle wetenschappers uit het instituut elders een plek konden vinden. Vooral voor de kernfysici leek dat een probleem. Pas toen het college van bestuur garandeerde dat er geen gedwongen ontslagen zouden vallen, ging de raad akkoord met de reorganisatiemelding.

Tot nu toe was echter nog niet zeker dat het UMCG de versneller over wilde nemen. Exploitatie kost immers miljoenen. Tegelijk is de versneller essentieel voor het Protonentherapiecentrum van het UMCG, dat bijdraagt aan de ontwikkeling van radiotherapie met protonen en andere ionen.

KWF Kankerbestrijding

Een recente financiering van KWF Kankerbestrijding maakt het mogelijk om het onderzoek in deze stralingsbiologie verder uit te bouwen. ‘De universiteit en het academisch ziekenhuis hebben mede daarom geconcludeerd dat het voor het versterken van het onderzoek wenselijk is om te komen tot een sterkere integratie van activiteiten’, stelt de universiteit.

De plannen zijn nog niet definitief. Zowel de u-raad als de ondernemingsraad van het UMCG moeten zich er nog over uitspreken.

#WOinActie wil echte stakingen

#WoinActie overweegt hardere acties in het verzet tegen de werkdruk in het hoger onderwijs. Actievoerders denken aan stiptheidsacties en nieuwe openluchtcolleges. En uiteindelijk een échte staking.
Door Christien Boomsma

Tientallen leden van #WoinActie vergaderden afgelopen woensdagavond in Utrecht in besloten kring over nieuwe stappen in hun strijd tegen het kabinetsbeleid. Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven had eerder gesuggereerd dat er meer geld vrij zou komen voor het hoger onderwijs, maar op Prinsjesdag bleek dat er weer meer bezuinigd moet worden.

De maat is nu vol, vertelde de Leidse historicus en actievoerder Remco Breuker aan ScienceGuide. ‘Er is besloten om een breed scala aan acties op en in te zetten, uiteindelijk escalerend in een ‘echte’ staking tegen het eind van het collegejaar.’

De actievoerders vragen ook steun van de colleges van bestuur. ‘Wij zien ze graag aan onze kant staan, maar dat kan alleen in woord en daad’, zegt Breuker.

Murw gepolderd

Historica Barbara Henkes, een van de actievoerders van #WoinActie in Groningen, begrijpt de conclusies van de Utrechtse vergadering. ‘Het schiet niet op’, zegt ze. ‘We wapperen met rode vierkantjes, maar het levert niks op. We worden murw gepolderd.’

Ze denkt zeker dat er meer acties moeten komen, maar twijfelt wel of een echte staking de goede weg is. ‘Het grote probleem bij dit soort acties is het belang van studenten. Dat maakt het voor betrokken docenten bijna ondoenlijk.’

Tegelijkertijd is er aan de universiteit een angstcultuur ontstaan, waardoor docenten zich nauwelijks durven uitspreken over acties. ‘Er wordt van bovenaf van alles opgelegd en docenten trekken nauwelijks meer samen op. Als er ergens over wordt gestemd, smeken mensen of de stemming geheim kan, via een briefje in een bus’, zegt Henkes.

Wakker schudden

Henkes wil daarom ook dat het college van bestuur meer doet. Henkes: ‘We moeten bij hen op de stoep gaan staan, zodat ze gedwongen worden om iets te doen.’

De Groningse filosoof en activist Pieter Boele van Hensbroek vindt echter dat het Groningse college al heel veel doet. ‘Ze steunden onze acties en speldden de rode vierkantjes op.’ Hij zoekt de oplossing in het wakker schudden van de politieke partijen.

Ook hij twijfelt aan het nut van ‘echte’ stakingen. Ik zie meer in ludieke acties: bijvoorbeeld tachtig procent van de tentamenvragen nakijken en daarop het cijfer baseren, of maar vijf formulieren per week invullen. Om te laten zien dat we wel efficiënt kunnen werken, maar niet binnen dit systeem.’

ISO en LSVb boos op kabinet na Miljoenennota

Werkdruk is hoog, collegezalen puilen uit

ISO en LSVb boos op kabinet na Miljoenennota

Studentenorganisaties zijn boos op het kabinet. Er komen geen extra investeringen in het hoger onderwijs. Sterker nog: de bezuinigingen gaan door.
Door Christien Boomsma

De bekostiging per student wordt steeds lager, de collegezalen puilen uit en docenten bezwijken onder de werkdruk. Onacceptabel, zeggen studentenbelangenorganisaties ISO en LSVb in een gezamenlijke verklaring.

‘Het hoger onderwijs is echt toe aan investeringen’, zegt LSVb-voorzitter Alex Rutten. ‘Het kabinet wil hoger onderwijs en onderzoek van topkwaliteit, maar is niet bereid ervoor te betalen. We roepen het kabinet op om zo snel mogelijk serieus te gaan investeren in ons hoger onderwijs.’

Geen geld

Het kabinet maakte op Prinsjesdag bekend dat er – ondanks grote investeringen in de economie – geen geld bijkomt voor alfa, gamma en medische wetenschappen. Sterker nog, het geld dat de overheid misloopt nu de rente op studieleningen van tafel is, wil de overheid verhalen op de instellingen.

‘Hierdoor krijgen studenten de bezuiniging indirect alsnog op hun bord: hoewel zij nu niet meer rente hoeven te betalen over studieleningen, wordt eenzelfde bedrag nu bezuinigd op de onderwijskwaliteit’, schrijven ISO en LSVb.

Problematiek

De Groninger Studentenbond GSb sluit zich aan bij de kritiek. De regering miskent de problematiek in het hoger onderwijs, stelt de GSb, en laat de universiteiten in de kou staan.

Den Haag moet kritisch kijken naar de verschuivingen van geld, naar aanleiding van de commissie Van Rijn, waarschuwt de GSb. De commissie Van Rijn wil de bètawetenschappen meer geld geven, ten koste van alfa, gamma en medische wetenschappen.

Dat betekent voor brede universiteiten als de RUG een miljoenenkorting. ‘Politiek Den Haag moet de student en de innovatie vanuit het hoger onderwijs weer gaan waarderen’, zegt voorzitter Jan-Willem Leeuwma van de GSb, ‘en niet korten op de generatie van de toekomst.’

Professor Conny gaat weer lopen

Professor Conny gaat weer op pelgrimstocht. De klinisch geneticus uit het UMCG moest haar ‘Walk for Chromosome 6’ afgelopen voorjaar afbreken wegens een blessure. Maar zondag zet ze haar wandeling voort.
Door Christien Boomsma 

‘De peesontsteking was een enorme domper’, zegt Conny van Ravenswaaij. ‘Ik had echt alles geprobeerd om hem de baas te worden. Eerst door een paar dagen rust te nemen in San Sebastian, later door twee weken in Frankrijk te blijven, maar het ging écht niet meer.’ 

Zelfs na die twee weken had ze meteen weer pijn toen ze begon te lopen. Ze slikte ontstekingsremmers en pijnstillers om toch door te kunnen gaan. ‘Ik dacht: als ik terug ga, is alles voor niets geweest. Dat wilde ik niet.’ 

Maar toen ze begon over te geven door de medicijnen, hield het op. ‘Ik besefte dat ik mijn lichaam vergiftigde’, zegt ze. ‘Toen besloot ik: ik ga terug. Ik ga dit afmaken.’

Zeldzame aandoening

Ze deed het immers niet voor niets. Van Ravenswaaij hoopte met de tocht van ruim 1200 kilometer geld in te zamelen voor haar onderzoek naar kinderen met een afwijking op chromosoom 6. Over deze zeldzame aandoening is maar weinig bekend. Maar door een database op te zetten waarin alle kennis wordt gecombineerd, zou ze vooral de ouders van de kinderen enorm kunnen helpen.

‘Het probleem is: iedereen weet wat kanker is. Iedereen weet dat het een rotziekte is en dat je er aan kunt sterven. Dus geld inzamelen voor kanker is gemakkelijk. Deze ziekte is toch een ver-van-mijn-bedshow’, zegt ze. Als ze maar een fractie heeft van het geld dat naar kankeronderzoek gaat, kan ze enorm veel doen. ‘Het is zo belangrijk om de ouders antwoorden te geven.’

Van Ravenswaaij haalde tot nu toe 7000 euro op. Ze had gehoopt op minstens 12.000. Genoeg om een technicus te betalen die de gewenste database kan opzetten. Maar het kan nog, zegt ze. ‘De crowdfunding loopt nog. Ik snap het als mensen pas willen doneren als ik ook echt ben aangekomen. We kunnen het halen.’ 

Zondag vliegt ze naar Spanje voor de laatste 410 kilometer. Ze verheugt zich erop. Aan de voorbereiding zal het niet liggen: ze heeft getraind, fysiotherapie gehad en liet zich speciale steunzolen aanmeten die de afwikkeling van haar voet moeten verbeteren. 

Onderzoekers nemen FC Groningen onder de loep

 

Onderzoekers van de RUG gaan de komende jaren spelers van FC Groningen, PSV en Vitesse onderzoeken. Ze willen voetballers helpen om te gaan met fysieke en mentale problemen.
Door Christien Boomsma / Foto Antoon Kuper

Als spelers niet goed omgaan met fysieke of mentale stress – denk aan zware trainingen of verloren wedstrijden – kunnen ze gemakkelijk geblesseerd raken, of in een dip terecht komen. En dat heeft gevolgen voor hun prestaties.

Nu al worden dagelijks gegevens van de voetballers verzameld. FC Groningen, PSV en Vitesse hebben niet alleen camera’s langs het veld staan die de spelers volgen. Ze werken ook met apps en sensoren die precies in de gaten houden wat er gebeurt in het lijf én het brein van Sergio Padt, Samir Memisevic of Nick Viergever.

Mentale problemen

Projectleider Ruud den Hartigh van de RUG wil deze gegevens bijeen brengen in één groot dataplatform. Vervolgens wil hij de fysieke en mentale veerkacht van de spelers in beeld brengen. ‘Op die manier kunnen zij bijvoorbeeld trainingen aanpassen om te voorkomen dat een speler fysieke of mentale problemen krijgt’, zegt hij. ‘Zo combineren we de laatste kennis uit de psychologie, bewegingswetenschappen en data science.’

Ook onderzoekers van de Leidse Universiteit, de Jheronimus Academy of Data Science en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen doen mee aan het onderzoek. Onderzoeksfinancier ZonMw stelde deze week 750.000 euro beschikbaar.

‘Gewone’ sporters

Hoofd Performance bij FC Groningen, Wouter Frencken, is blij. ‘Hoe een speler er fysiek en mentaal voor staat en of we het individuele programma moeten aanpassen, is vaak moeilijk te overzien voor de experts op het veld. Nu kunnen we veerkracht beter inzichtelijk maken voor een nóg betere begeleiding van spelers.’

De inzichten van het onderzoek kunnen ook gebruikt worden voor ‘gewone’ sporters, zegt Den Hartigh. ‘Als we beter begrijpen hoe veerkracht bepaald en verbeterd kan worden, kunnen we ook werken aan de veerkracht van mensen in andere sporten en in het dagelijkse leven.’

Dit is de app die het Gronings moet gaan redden

Vind je het Gronings plat? Boers misschien? Onzin! Een app moet kinderen op een moderne manier kennis laten maken met hun streektaal. En zelfs Google helpt mee.
Door Christien Boomsma

Enig idee wat een kopstubber is? Of waar je bragel kunt vinden? Niet waarschijnlijk. Zelfs als je Gronings bent – want dit zijn Groningse woorden – is de kans groot dat je ze niet meer geleerd hebt van je ouders. Die zijn immers opgevoed met de gedachte dat een dialect of spreektaal plat is en een beetje minderwaardig is. Het gevolg? Steeds minder kinderen spreken nog de taal van hun grootouders.

Jammer, vinden de inwoners van de Groningse dorpjes Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil. Jammer, vindt ook taalkundige en bijzonder hoogleraar Nedersaksische en Groningse Taal en Cultuur Martijn Wieling. ‘Ik bestudeer liever een levende taal dan een dode.’

Maar misschien komt daar nu verandering in. Samen met de mensen van Dorpsbelangen van de drie dorpen verzonnen Wieling en collega Goffe Jensma van het Centrum Groninger Taal en Cultuur een app die kinderen kennis laat maken met het Gronings. Zo hopen ze het gebruik van de streektaal te stimuleren. Google besloot het project te steunen met een bijdrage van 30.000 euro uit het Community Grants Programma van Google Eemshaven, dat – onder andere – initiatieven steunt die kansen van mensen in de regio verbetert.

Groeiende kloof

‘Het verzoek kwam vanuit Dorpsbelangen Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil’, vertelt Wieling. ‘Of wij binnen het Centrum Groninger Taal en Cultuur niet iets konden maken om het Gronings door te geven aan de kinderen. De mensen merken dat er een steeds grotere kloof komt tussen de sprekers van de streektaal en het Nederlands. ’

Voor de app namen Wieling en zijn team eerst uitgebreide interviews af met de inwoners. Die konden dan aangeven wat voor woorden ze het liefste wilden doorgeven aan de volgende generatie. Kopstubber – ragebol – bleek zo’n populair woord. En bragel dus ook. Dat is slijk. Rond dergelijke woorden schreef de Groningse schrijfster Kunny Luchtenberg vervolgens korte verhaaltjes, die weer worden voorgelezen door de streektaalsprekers zelf. Want ook het Gronings wordt in verschillende delen van de streek weer anders gesproken. ‘Waar je in Zandeweer kiender zegt, wordt bijvoorbeeld in Veendam kinder gezegd’, legt Wieling uit.

Op deze manier doen de onderzoekers niet alleen recht aan het specifieke dialect van een bepaalde streek, maar, zegt Wieling, ‘we leggen het voor onszelf als onderzoekers ook vast. De laatste keer dat dit gebeurde is alweer zo’n jaar of tien geleden.’

Oefeningen

De app Van old noar jong krijgt naast het luisterdeel ook een deel waarmee kinderen het lezen, schrijven en spreken kunnen oefenen. Als de pilot voor Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil af is, wil Wieling hem uitbreiden met een variant voor dorpen met weer andere dialecten. Het is de bedoeling dat de app in de loop van volgend jaar voor zo’n twintig plaatsen beschikbaar is.

Gaat de app het Gronings redden? Daar durft Wieling nu nog geen uitspraken over te doen. Het aantal sprekers lijkt terug te lopen, en veel ouders spreken zelf de streektaal niet meer. ‘Hopelijk wekken we de interesse van kinderen in de taal van hun eigen regio en stimuleren we ze om het nog beter te willen leren. Het is steeds duidelijker dat het voordelen heeft om een tweede taal te spreken’, zegt hij. ‘En dit is er een die je er bijna gratis bij krijgt. Het is zonde om daar niets mee te doen.’

Kamermeerderheid wil basisbeurs terug

De steun voor het leenstelsel brokkelt steeds verder af. Nu ook PvdA en GroenLinks een basisbeurs terug willen, is er een ruime Kamermeerderheid voor.
Door Christien Boomsma / Foto Jos van Zetten

Ook regeringspartijen CDA en ChristenUnie willen van de basisbeurs af. Maar omdat deze partijen zich ook willen houden aan het regeerakkoord, verandert er voor 2021 waarschijnlijk nog niets.

PvdA en GroenLinks hebben zich aangesloten bij Coalitie-Y, waarin diverse jongerenorganisaties iets proberen te doen aan de toenemende druk op jongeren. ‘De negatieve gevolgen van het leenstelsel zijn overtuigend, het is goed dat daar nu conclusies aan worden verbonden’, zegt voorzitter Kees Gillese van landelijke studentenbond ISO. ‘Het is te hopen dat ook de andere partijen duidelijk zijn over hun plannen.’

Waanbeeld

Ook voorzitter Alex Tess Rutten van de landelijke studentenvakbond LSVb is blij. ‘De steun voor dit systeem brokkelde al jaren af – het is een verademing dat we eindelijk langzaam wegnavigeren van het waanbeeld dat studeren een investering is waar mensen zelf voor moeten opdraaien, alsof de hele maatschappij daar niet bij gebaat is.’

Rutten houdt echter een slag om de arm. ‘Totdat de eerste studenten weer een basisbeurs gestort krijgen blijft de LSVb waakzaam en schuwen wij actie niet als er meer druk nodig is op de politiek.’

Doorlichten

Intussen heeft minster Ingrid van Engelshoven van Onderwijs laten weten dat ze het leenstelsel zal laten doorlichten. Die evaluatie wil ze voor de zomer van 2020 naar de kamer sturen. Mocht blijken dat studieleningen een belemmering vormen voor studenten, wil ze het aanpassen.

 

 

Drie weken na #maatjegezocht

De hashtags #maatjegezocht en #eenzamejongeren gingen in augustus viraal. Dé oplossing voor eenzame twintigers en dertigers, juichten de media in koor. Maar is dat zo? Filosofiestudent Maurits Neelis vertelt.
Door Michelle Gerssen

#maatjegezocht viraal

De hashtags #maatjezezocht en #eenzamejongeren gingen viral naar aanleiding van een tweet van de 25-jarige Nadï van de Watering uit Nijmegen op 31 juli. In die tweet liet zij weten dat ze zich eenzaam voelt en een netwerk zoekt.

Zo’n driehonderd retweets en talloze berichtjes later, was één ding duidelijk. Nadï is niet de enige jongere die op zoek is naar sociale contacten. Massaal sturen jongeren vergelijkbare berichtjes de wereld in. Zo ook de Groningse Maurits.

Nadï is inmiddels een heel eind op weg met haar netwerk. Maar ze wilde de reacties niet verloren laten gaan. Woensdag 4 september lanceert ze daarom het Landelijk Meldpunt voor Eenzame Jongeren.

Toen Maurits Neelis een paar weken geleden via Twitter liet weten op zoek te zijn naar een maatje, was de student sceptisch of het iets op zou leveren. Maar vooruit, proberen kan altijd. En Maurits – die non-binair is en het voornaamwoord ‘hen’ gebruikt – kán wel wat vriendjes en vriendinnetjes gebruiken.

‘Ik heb eigenlijk helemaal geen vrienden in de omgeving Groningen, behalve eentje.’ Maar die vriendin was erg druk met haar studie en kon dus niet vaak afspreken. ‘Ik zat veel thuis, niks te doen. Of nou ja, wel dingen doen. Maar toch in mijn eentje.’ Contact met studiegenoten heeft Maurits niet, op wat small talk na.

‘Er zijn eigenlijk niet zoveel dingen waar ik mij buiten de universiteit vrijwillig mee bezig houd, naast filosofie. Daar bedoel ik niet mee dat ik geen hobby’s heb, of zo’, lacht Maurits, ‘maar als ik een passie heb, is dat filosofie.’ Wat voor andere hobby’s hen wel heeft? ‘Ik lees en schrijf veel.’

Eenzaam

Maurits overwoog om lid te worden van een vereniging, maar vond dat toch wel spannend. ‘En ik moest eerder ook nog een half uur met de trein, dus dat vormde een drempel.’

Maar toen kwam #MaatjeGezocht voorbij op Twitter en dat leek Maurits wel iets. ‘Je zegt niet zo snel tegen een ander dat je eenzaam bent. Tegen een klasgenoot zeg ik niet:” – zingend – “Hey, wil jij mijn vriendje zijn?”’

Het viel te proberen, vond Maurits, dus plaatste hen een tweet met de hasthtag #MaatjeGezocht. ‘Misschien krijg ik wel helemaal geen reacties’, dacht ik. ‘Met heel veel van die online projecten ga je er wel hoopvol in. Maar juist omdat het online is voelt het minder echt en haak je snel af. Ik was dus wel een beetje sceptisch. Maar het leuke is natuurlijk wel dat het om eenzame jongeren gaat, die wel echt contact willen maken.’

Privébericht

En Maurits’ tweet bracht het balletje aan het rollen. ‘Er zijn verschillende mensen die mij een privéberichtje hebben gestuurd. We zijn gaan kletsen over van alles en nog wat, over onze interesses, de vakantie. Ik moet wel zeggen: het is best moeilijk zo’n gesprek gaande te houden. Want het komt wel een beetje uit het niets en je praat niet face to face.’

Ook lastig: niet iedereen reageert even snel. Veel mensen maakten speciaal voor #MaatjeGezocht een Twitter-account aan, en dan vergaten ze die te checken. ‘Soms klikt het ook gewoon niet. Je praat wel over dingen, maar je hebt niet zoveel gemeen’, vertelt Maurits. ‘Van de drie mensen met wie ik gesproken heb, heb ik met één een drankje gedaan. Daar was direct een klik mee. Een paar dagen later spraken we weer af en hebben we superveel gepraat. Ik heb er dus denk ik wel een nieuwe vriend bij.’

Aanrader dus, die hashtag. Maar toch adviseert Maurits studenten wel om bij een vereniging te gaan. Liefst eentje waar je ook samen iets doet. ‘Uiteindelijk ben ik ook lid geworden van het Groninger Studenten Toneel. Deels voor het acteren, maar ook voor de sociale contacten. In een café vind ik dat lastig. Er is vaak harde muziek en ik heb niet zo’n goed gehoor. Maar bij de toneelvereniging doe je echt iets samen. Er is niet zo’n druk om op een gesprek uit te komen.’

KEI-lopers gaan tot het gaatje

KEI-lopen is tot het gaatje gaan. En als je daar eenmaal bent aangeland? UKrant nam op een KEI-ochtend poolshoogte bij een aantal centrale slaaplocaties. ‘We zijn te dronken om ergens iets om te geven.’
Door Edward Szekeres / Vertaling Giulia FAbrizi

Meer dan honderd KEI-lopers verblijven deze week in een tent of oefenruimte. Zowel in het centrum van de stad, als wat verderop in het Stadspark. Volgens Joost Warmerdam van USVA kozen zo’n zeventig KEI-lopers voor een plekje op de vloer van het USVA-gebouw in het centrum van de stad.

Ze leggen hun van huis meegenomen luchtbedje neer in een vrouwen- of mannenslaapzaal, delen een paar wc’s en drie douches. ‘Soms moeten we op onze beurt wachten in de badkamer, maar niemand geeft daar echt iets om’, zegt Hiddo (18), een toekomstig student fysiotherapie.

Oefenruimte

Hiddo koos deze plek vanwege de lage prijs en de centrale locatie. Zijn vriend Iska (19) – de twee leerden elkaar kennen in de gedeelde ‘slaapkamer’ – kwam hier om dezelfde reden heen. Beiden slapen in wat normaal een oefenruimte is van USVA voor voorstellingen.

Moe, maar vrolijk genieten de twee van een ontbijtje. Door de ongebruikelijke omgeving bloeien vriendschappen op in een mum van tijd. ‘Normaal gesproken feesten we tot vijf uur in de ochtend, dus het zijn korte nachten. Maar we slapen goed’, legt Iska uit.

En ja, jonge, dronken mannen snurken. Maar je bent toch te moe om daar last van te hebben, stelt Julyan van der Werff (20), aankomend student bewegingswetenschappen. ‘We komen na een lange nacht de kamer in en vallen dan direct op het matras, vaak nog helemaal aangekleed. Het enige probleem is dat er weinig ruimte is tussen de bedden. Daardoor moeten we soms over mensen heen stappen.’

Onafscheidelijk

In het vrouwenvertrek is de situatie vrijwel hetzelfde. ‘Er is zo weinig ruimte, dat je al je zintuigen moet gebruiken om te voorkomen dat je iemand raakt’, zegt Anna (18). Zij en haar slaapbuurvrouw raakten meteen bevriend en zijn nu onafscheidelijk.

Dat ze de badkamer delen met de jongens vinden ze geen probleem. Wel moeten ze soms koud douchen, omdat de boiler het aantal studenten niet aankan. ‘En in onze kamer hebben we maar vier stopcontacten voor dertig mensen’, voegen de meiden eraan toe.

Om inbraak en diefstal te voorkomen, sluit USVA de slaapvertrekken tussen één uur ’s middags en negen uur ’s avonds. Lastig voor mensen die het liefst overdag douchen, of die gewoon even op hun matrasje willen bijkomen. ‘In plaats daarvan moeten we de dag in een café doorbrengen, wat behoorlijk duur kan zijn. Toch vinden we de sociale omgeving hier heel leuk’, besluit Anna.

Plensbuien

In het hart van het Stadspark huisvesten drie grote tenten zo’n zestig KEI-lopers. De houten vloeren van de tenten kraken als de zombie-achtige figuren langzaam uit het donker opdoemen. In het tentenkamp lijkt de sfeer een stuk brakker dan bij USVA.

Na alle plensbuien lekt een beetje regenwater door het tentdak en sommige studenten krijgen het ’s nachts koud. ‘Maar over het algemeen zijn we vooral te dronken om iets te voelen’, zegt Hugo van Maanen (18) met een vermoeide glimlach.

Ontbijtje

Zijn feestavond eindigde pas om zeven uur ’s morgens, wat verklaart waarom hij weinig trek heeft in een ontbijtje. Het eten wordt even verderop onder een afdakje in een grote koelkast bewaard. De studenten bewegen zich langzaam voort en wachten op hun beurt voor een van de vier naastgelegen wc’s en douches. Aangezien hun verblijf de hele dag open is, hebben zij geen haast.

‘Het is maar tien tot vijftien minuten fietsen naar het centrum, dus we vinden de afstand niet te groot’, zegt Danee Rolfes (18). Tussen de tenten scharrelen kippen, op zoek naar een maaltje. Insecten verzamelen zich rond de overblijfselen van het ontbijt.

‘Wij vinden het hier fijn. Het is hier leuk en gezellig. Dat is waarom we voor de camping kozen, in plaats van een kamer in het centrum. Bovendien is het goedkoper.’

Nederlands of international: alle studenten zijn gestresst

Studenten zijn gestresst, daar is iedereen het over eens. Maar zijn internationals er slechter aan toe dan Nederlandse studenten? Een studie bij medische wetenschappen zegt vooralsnog van niet.
Door Christien Boomsma

De onderzoekers van de afdeling gezondheidspsychologie van het UMCG volgen verschillende cohorten geneeskundestudenten voor de zogenoemde Juggle Study die onderzoekt hoe studenten ‘jongleren’ met tijd en studie.

Het resultaat? Internationale studenten zijn niet gestresster dan Nederlandse. Als de cijfers iets laten zien, dan is het dat ze zelfs iets minder last hebben van de druk dan hun Nederlandse collega’s.

Aan de studie deden meer dan tweehonderd studenten mee die begonnen in 2015 en 150 die begonnen in 2016. Daarvan waren er respectievelijk 49 en 35 internationals. Van deze groepen zijn de cijfers nu bekend.

Verrassend resultaat

‘Een verrassend resultaat’, vindt onderzoeker Moniek Janse van het UMCG. ‘Dus ik heb de data nog even extra goed bekeken. Maar het is echt zo.’

Er zijn vooralsnog alleen data over de eerste studiejaren. Die lieten zien dat ongeveer 15 procent van de geneeskundestudenten – zowel Nederlandse als internationals – een constant niveau van hoge stress ervaren. Of dat hoog is? ‘Als zoveel studenten continue druk ervaren, dan vind ik echt wel dat er iets mis is.’

Wel ziet ze dat bij sommige studenten het ‘distressniveau’ na het begin van de studie iets zakt. ‘Een deel lijkt in staat het zelf op te lossen’, zegt Janse, die dat hoopgevend vindt.

Extreem gefocust

Janse ziet ook dat studenten tegenwoordig extreem gefocust zijn op hun studie en prestaties. ‘We vroegen hen ook naar hun doelen’, zegt ze. ‘Zonder die te specificeren. Dus behalve academische doelen, kunnen dat ook familiedoelen zijn, gezondheidsdoelen of vrijetijdsdoelen.’

Studenten richten zich sterk op academische prestaties, ziet ze. ‘En naarmate de studie vordert, wordt dat alleen maar sterker.’ Maar er is meer nodig dan academische prestaties om een dokter te zijn, stelt Janse.

Janse en haar collega’s begonnen met de studie, omdat ze meer inzicht willen in de mentale toestand van – met name – geneeskundestudenten. Hoe gaat het met stress? Met burn-out? Hoe gaan studenten ermee om en wie loopt extra risico om uit te vallen? ‘Dan weten we ook waar we op moeten letten en kunnen we ingrijpen als dat nodig is.’

Selectieprocedures

Ze volgt de studenten tot het zesde jaar van hun studie. Ze hoopt dat andere faculteiten vergelijkbare studies gaan doen. ‘Geneeskundestudenten zijn erg gedreven en vaak iets gemotiveerder dan gewone studenten door de selectieprocedures. Ik kan me voorstellen dat de ‘distresslevels’ daardoor ook iets hoger liggen, maar ik denk zeker dat er meer onderzoek over een langere periode nodig is.’

Amina Helmi wint Spinozapremie

De Groningse sterrenkundige Amina Helmi is een van de winnaars van de Spinozapremies van 2019 – de ‘Nederlandse Nobelprijs’. Ze krijgt 2,5 miljoen euro die ze zelfstandig kan besteden aan nieuw onderzoek.
Door Christien Boomsma / Foto Reyer Boxem

Meer winnaars

Naast Amina Helmi, ontvangen ook de Utrechtse historicus Bas van Bavel, celbiologe Yvette van Kooyk van het VU medisch centrum en quantumfysicus Ronald Hanson van de TU Delft een Spinozapremie.

Het is de achtste Spinoza voor de RUG. Eerdere winnaars waren de natuurkundige George Sawatzky (1996), medisch bioloog Dirkje Postma (2000) en chemicus en latere Nobelprijswinnaar Ben Feringa (2004). Na tien jaar stilte volgden daarna trekvogelprofessor Theunis Piersma in 2014 en geneticus en huidige rector magnificus Cisca Wijmenga in 2015. In 2016 wonnen filosoof Lodi Nauta en technisch natuurkundige Bart van Wees.

Ze had het niet verwacht. Echt niet, zegt Amina Helmi. Toen de hoogleraar dynamica, structuur en vorming van de Melkweg twee jaar geleden werd toegelaten tot de KNAW had ze wel ‘gehoopt’ dat dát zou lukken, maar een Spinozaprijs winnen?

‘Dit is zo groot!’ zegt ze. ‘Toen ik het telefoontje kreeg waarin ik het hoorde, had ik echt tranen in mijn ogen. Het is zo bijzonder!’

Het gesprekje duurde niet zo lang, hoogstens vijf minuten. Maar het was ‘lang genoeg’. ‘Ik had geen woorden meer. Het enige dat ik dacht was: wauw, wauw, wauw.’

Nog steeds beduusd maar stralend nam ze vrijdag in cultuurcentrum De Rode Hoed in Amsterdam het certificaat in ontvangst, samen met nog drie wetenschappers. Ook haar zoon was daarbij aanwezig (zie foto). De uitreiking van de prijzen is pas op 2 oktober, en dan weet ze echt wat ze met de premie gaat doen.

Gaia-satelliet

De Spinozapremie, uitgegeven door onderzoeksfinancier NWO, komt op een ideaal moment voor Helmi. Op dit moment is ze volop bezig met het analyseren van de metingen aan 1,7 miljard sterren door de Europese Gaia-satelliet die vorig jaar werden vrijgegeven.

‘Ik wil graag follow-up werk doen’, zegt ze. ‘We willen graag de chemische samenstelling van sterren weten. Dat doet Gaia zelf niet en wat we merken is dat we die gegevens heel erg nodig hebben om te kunnen vaststellen hoe het proces van het ontstaan van de Melkweg is gegaan.’

Maar ook wil ze graag terug naar een deel van haar onderzoek dat de laatste jaren minder aandacht heeft gekregen: de verdeling van massa in de Melkweg en vooral van donkere materie, en op die manier meer inzicht krijgen in wat donkere materie echt is. ‘Doordat we steeds ontdekking na ontdekking deden met galactische archeologie hebben we ons daar meer op gefocust. Maar dit aspect is ook heel belangrijk en nu krijg ik de kans om dat vlot te trekken.’

Melkweg niet in evenwicht

De Gaia-data lieten in de afgelopen jaren zien dat de Melkweg niet in evenwicht is. ‘Dat was een grote aanname voor het modelleren van sterrenstelsels, maar wat we nu zien is dat die aanname niet klopt. We moeten dus nieuwe methodes ontwikkelen om te bepalen hoe de donkere materie verdeeld is in de Melkweg. En juist die verdeling kan vertellen over de aard van de donkere materie.’

Ze heeft nog tot oktober de tijd om uit te zoeken hoe ze haar ideeën precies vorm kan geven. Dan pas neemt ze de prijs daadwerkelijk in ontvangst en presenteert ze wat ze precies met het geld gaat doen.

Dat is overigens ook het moment waarop ze een feest wil organiseren voor haar hele groep, inclusief alle studenten, promovendi en postdocs die ze ooit heeft begeleid. ‘Want uiteindelijk is dit succes ook aan hen te danken.’

UKrant publiceerde eerder een groot interview met Amina Helmi.

RUG verliest in miljoenenruzie Feringa Building

De RUG had niet in zee mogen gaan met een derde partij voor het plaatsen van de technische infrastructuur in de Feringa Building. Dat heeft de voorzieningenrechter vrijdag bepaald.
Door Christien Boomsma

Het consortium – Croonwolter & Dros, Unica Installatietechniek en Engie Services Noord – had berekend dat het ongeveer negentig miljoen euro wilde hebben voor de klus. Maar de RUG, die een budget had van ongeveer 56 miljoen euro, vond dat veel te veel. Toen de twee er na onderhandelingen niet uitkwamen, besloot de RUG de klus aan een derde partij te gunnen. UCE stapte daarop naar de rechter.

De drie bedrijven stellen dat de prijs marktconform is en dat de RUG niet zomaar de onderhandelingen stop had mogen zetten.

Dwangsom

Daarin hadden ze dus gelijk, zegt de rechter nu. Want hoewel de RUG aanvankelijk uitging van 56 miljoen, had ze ook aangegeven dat er ‘rek’ zat in de onderhandelingen. Maar hoevéél rek dat was, had de universiteit er niet bijgezegd.

En dus, zegt de rechter, is het de RUG verboden om verder te gaan met de derde partij. Doet de RUG dit wel, dan moet ze een dwangsom van een half miljoen euro betalen aan de UCE. De RUG zal de inschrijving van UCE opnieuw moeten bekijken. Maar, zegt de rechter, ‘vanzelfsprekend is het vervolgens aan de RUG om te beslissen of zij de onderhavige opdracht alsnog aan UEC wenst te gunnen of dat zij de aanbesteding beëindigt’.

Onderhandelen

De bouw van de Feringa Building – een gebouw van 62.000 vierkante meter – begint per 1 juli en wordt uitgevoerd door Ballast Nedam. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het gebouw zou worden opgeleverd in 2020. Nu wordt uitgegaan van 2023.

Wat de gevolgen zijn van de uitspraak is nog onduidelijk. De bouwwerkzaamheden en de inrichting moeten immers nauwkeurig op elkaar afgestemd worden en over dat laatste aspect moet de RUG dus opnieuw gaan onderhandelen.

Studenten gratis naar lustrumgala vanwege tentamenperikelen

De kaarten voor het lustrumgala zijn vanaf vandaag gratis voor studenten. Door de tentamenperiode meldden te weinig studenten zich aan.
Door Christien Boomsma

Projectleider van het lustrum Bram Douwes kreeg het de laatste paar dagen steeds benauwder. Niet alleen schoot het niet op met de verkoop van kaarten – er waren er nog maar duizend verkocht – ook kwamen er steeds meer berichten van studenten. ‘Hartekreten’, zegt Douwes. ‘Mensen die zeggen: ik wil best komen, maar ik heb tentamen, of ik moet een scriptie inleveren.’

Vanochtend – na dagen wikken, wegen en hopen – viel de beslissing: dan maken we het gala gratis. ‘Dan kunnen studenten ook zeggen: ik kom gewoon voor een paar uurtjes naar Martiniplaza. Bijvoorbeeld alleen voor de opening met Gerard Joling. Of na een dag studeren in de UB.’ Studenten hadden geen zin om het volle pond te betalen als ze niet de hele avond aanwezig konden zijn.

Tentamenperiode

Douwes betreurt de planning. Hij had opdracht gekregen van de universiteit om op deze data het lustrumfeest te organiseren. ‘Deze data stonden vast.’

Aanvankelijk, zegt hij, was het ook nog niet duidelijk dat het feest in de tentamenperiode gepland was. Tegen de tijd dat dit wel duidelijk werd, is het probleem daarvan onderschat, zegt Douwes. ‘We dachten dat het wel losliep’, zegt hij. ‘Vijf of tien jaar geleden was het toch anders. Studenten van nu zijn echt enorm gefocust op hun studie.’ Het gevolg is dat ze dus niet ‘s avonds naar een gala gaan en de volgende dag naar een tentamen.

De RUG loopt door de gratis kaarten, die 17,50 euro per stuk kostten, wel flink wat inkomsten mis. Maar, zegt Douwes, doordat de Nacht van Kunst en Wetenschap boven verwachting bezocht werd met 2300 bezoekers en ook de theatervoorstelling Totally Shifted goed verkoopt, is het mogelijk deze geste te maken. ‘Een wijze les voor de toekomst’, noemt Douwes dit.

Geld terug

Studenten die al betaald hebben voor hun kaartje, kunnen de organisatie mailen en hun geld terugvragen. Doe je dat niet, belooft Douwes, dan zal het lustrumbureau zelf contact met je opnemen.

Studenten die nu toch naar het lustrumgala willen, kunnen zich aanmelden via de site van het evenement. ‘Dan weten we hoeveel mensen er komen.’

Bedenk je op het laatste moment dat je wilt gaan? Ook goed. Op vertoon van je studentenpas mag je ook naar binnen. Zelfs als het dan ineens veel voller wordt dan gedacht. ‘Dat lossen we dan wel weer op’, zegt Douwes.

Studenten protesteren tegen seksuele intimidatie

Naar aanleiding van een column van UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma protesteerden dertig studenten dinsdag tegen intimidatie. De beweging Hold RUG Accountable roept op tot een ‘dialoog over respect binnen de academische wereld’.
Door Edward Szekeres / Vertaling door Sarah van Steenderen

‘Ik maak me zorgen, ik ben verontrust, ik voel me ongemakkelijk’, zei Natalia Pierzchawka tegen dertig RUG-studenten en werknemers die zich hadden verzameld in de Harmoniekantine. De 28-jarige Poolse studente werkt voltijds als stagiaire bij de universiteit en opende dinsdagavond de eerste vergadering van de beweging Hold RUG Accountable.

Natalia is de leider van de beweging, die wil dat de universiteit pesterijen op het werk, seksuele intimidatie en discriminatie aanpakt door er openlijk over in gesprek te gaan. ‘Ik zet hier mijn carrière en mijn geestelijke gezondheid op het spel’, zei ze.

Ze doelde daarmee op de angst die menig persoon ervan weerhoudt openlijk over hun ervaring te spreken. Natalia heeft ervaring met ‘ongepaste’ aanrakingen en heeft zich vaak buitengesloten gevoeld bij de universiteit. ‘Maar mijn zwijgen heeft mij niet beschermd. En jullie zwijgen zal jullie ook niet beschermen.’

‘Erg seksistisch’

De bijeenkomst was naar aanleiding van Gerrit Breeuwsma’s recente column in UKrant die voor veel controverse zorgde. Breeuwsma maakte een woordgrapje dat volgens Natalia ‘erg seksistisch’ was. Zij vindt dat UKrant, die door de universiteit gefinancierd wordt, medeplichtig is aan het faciliteren van een zwijgcultuur bij de universiteit door zich niet publiekelijk te distantiëren van dit soort taalgebruik.

‘Deze column laat duidelijk zien waar onze beweging zich op richt. De universiteit en UKrant zouden openlijker moeten zijn in hun beleid tegen intimidatie en discriminatie en zeggen dat dit soort opmerkingen niet door de beugel kunnen.’

Breeuwsma reageerde op de kritiek met een nieuwe column waarin hij zijn woordkeuze verdedigde. Maar volgens Natalia was zijn reactie niets anders dan ‘een dikke middelvinger’. ‘Hij denkt dat hij onaantastbaar is. En dat is een probleem.’ De beweging wil dat de RUG meer verantwoordelijkheid neemt door het debat aan te gaan. ‘We willen gewoon praten.’

Training

Laura Baams, professor aan de RUG, gaf eerder les in de Verenigde Staten. Zij vertelde dat ze daar een verplichte training moest volgen om te leren wat telt als intimidatie en discriminatie. Maar zoiets kreeg ze hier niet aangeboden. ‘Zulke trainingen helpen je te begrijpen wat acceptabel is en wat niet. Het helpt je om te gaan met de ingewikkelde verhoudingen tussen studenten en staf.’

Leden van de beweging denken dat de passiviteit van de RUG het gebrek aan informatie over intimidatie en de voorbeelden van ‘ongewenste aanrakingen en opmerkingen’ heeft genormaliseerd. Ze zeggen dat veel mensen helemaal niet door hebben dat ze worden lastig gevallen, omdat ze simpelweg gewend zijn geraakt aan zulk gedrag.

Hoewel de universiteit een officiële en openbare gedragscode heeft en een zerotoleranceverklaring, worden die niet goed toegepast, zegt Natalia. ‘Niemand kent deze documenten. De universiteit verschuilt zich achter woorden als diversiteit en inclusie zonder er betekenis aan toe te kennen.’

Passief

Australische rechtenstudent Andrew McKeown hielp met het organiseren van de bijeenkomst. ‘De universiteit zou juist de toon moeten zetten in het gesprek over dit onderwerp. In plaats daarvan zwijgt ze’, zegt hij. Hij studeerde eerder aan universiteiten in Australië en Schotland en was geschokt door hoe passief de RUG is. ‘In Edinburgh stonden er antiracistische en anti-intimidatieteksten op ieder computerscherm op de universiteit. De RUG kan echt beter haar best doen.’

Masterstudent Stratos Nikoloudis (29) zei dat hij de bijeenkomst bezocht om ‘dominante, blanke heteroseksuele mannen’ te vertegenwoordigen. ‘En ik ben een van de weinigen hier.’ Hij is zelf nooit geïntimideerd of gediscrimineerd, maar dat betekent niet dat het probleem niet bestaat. ‘Discriminatie is niet altijd merkbaar. Maar het is overal. We moeten allemaal iets doen om te helpen.’

Zero tolerance

RUG-woordvoerder Jorien Bakker zegt dat de universiteit het onderwerp heel serieus neemt en verwijst naar de nieuwe zerotoleranceverklaring die drie weken geleden gepubliceerd is. ‘Het is een handvat om om te gaan met ongewenst gedrag, wat helaas wel voorkomt bij de universiteit, net zoals bij andere organisaties, trouwens.’

Ze raadt studenten aan zich te melden bij de vertrouwenspersoon. ‘Alles wat je haar vertelt is geheim; daarom heet ze een vertrouwenspersoon.’ De RUG biedt tegenwoordig ook training en workshops om de discussie te bevorderen en deze kwestie aan te pakken.

Het kan zijn dat de training verplicht wordt. ‘Maar wij gaan toch anders met dit soort dingen om; we zouden het fijner vinden om erover te praten.’

Serieus

Hoofdredacteur Rob Siebelink zegt dat UKrant seksuele intimidatie erg serieus neemt en verwijst naar recente artikelen over de #MeToo-beweging aan de universiteit en inclusiviteit.

Maar, zegt hij, een columnist heeft het recht om te prikken en schuren, zowel in zijn onderwerpkeuze als richting de lezer. ‘Je kunt vraagtekens stellen bij goede smaak of woordkeuze. Maar een redacteur die zijn columnisten serieus neemt zal boven alles de vrijheid van de columnist respecteren, tenzij diegene haat zaait of discrimineert. Ik vind niet dat daar in dit geval sprake van was.’