Beroep in plagiaatzaak Van Liempt

Ad van Liempt tijdens een lezing in Kamp Westerbork

‘Vrijbrief om ongestoord te plagiëren’

Beroep in plagiaatzaak Van Liempt

Journalist Bart Droog, die Ad van Liempt beschuldigt van plagiaat, gaat in beroep tegen de uitspraak van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de RUG. De uitspraak van de CWI is volgens hem een vrijbrief voor iedereen op de RUG ‘om ongestraft te plagiëren’.
7 januari om 20:16 uur.
Laatst gewijzigd op 8 januari 2020
om 12:16 uur.
januari 7 at 20:16 PM.
Last modified on januari 8, 2020
at 12:16 PM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

7 januari om 20:16 uur.
Laatst gewijzigd op 8 januari 2020
om 12:16 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

januari 7 at 20:16 PM.
Last modified on januari 8, 2020
at 12:16 PM.

Volgens Bart Droog plagieerde Ad van Liempt door grote delen te parafraseren uit het werk van eerdere historici die schreven over commandant Albert Konrad Gemmeker van Kamp Westerbork, zoals Lotte Bergen en Frank van Riet. Hij zou daarbij niet of onvoldoende aan bronvermelding hebben gedaan. Ook zou Van Liempt ontdekkingen hebben geclaimd die allang bekend waren.

Dat promotoren, een leescommissie en een promotiecommissie het proefschrift hadden gelezen en goedgekeurd, stelt Droog niet gerust. ‘Het is maar de vraag of ze het hebben gelezen’, zegt hij, verwijzend naar Duits onderzoek waaruit zou blijken dat promotiecommissies hen voorgelegde proefschriften vaak onvoldoende bestuderen.

‘Vrijbrief’

Ook de uitspraak van het CWI is voor hem niet voldoende. Hij noemt die ‘een vrijbrief voor alle wetenschappers, studenten en promovendi van deze universiteit om ongestoord en ongestraft te plagiëren of zich aan andere vormen van wetenschapsfraude te buiten te gaan’.

Hij acht een beroep bovendien ‘kansrijk’, omdat het proefschrift niet zou voldoen aan de regels voor bronvermelding die de RUG zelf heeft opgesteld.

Slordigheden

De CWI van de RUG stelde eind december na bijna een half jaar onderzoek dat er geen sprake is van plagiaat in het proefschrift van Van Liempt. Wel was er op verschillende plaatsen sprake van slordigheden.

Daarbij ging het om foutief gespelde namen, of het al te losjes parafraseren van bronnen. Ook waren er diverse plekken waar hij meer en zorgvuldiger had kunnen verwijzen naar gebruikte bronnen.

Het college van bestuur van de RUG nam de conclusie van het CWI over. Droog wendt zich nu tot het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit van universiteitenvereniging VSNU.

Droog heeft – evenals de andere betrokkenen – geheimhoudingsplicht tot ook deze procedure is afgerond. Er is een crowdfundingsactie gestart om zijn gederfde inkomsten door de zaak – hij mag immers niets publiceren over de affaire – te compenseren.

Beurspromovendi teleurgesteld in reactie RUG

Peter van der Sijde

Beurspromovendi teleurgesteld in reactie RUG

De PhD’s die in een manifest stopzetting eisen van het experiment dat het mogelijk maakt hen op een beurs te laten promoveren, zijn teleurgesteld in de reactie van de universiteit.
19 december om 11:59 uur.
Laatst gewijzigd op 19 december 2019
om 17:33 uur.
december 19 at 11:59 AM.
Last modified on december 19, 2019
at 17:33 PM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

19 december om 11:59 uur.
Laatst gewijzigd op 19 december 2019
om 17:33 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

december 19 at 11:59 AM.
Last modified on december 19, 2019
at 17:33 PM.

In een brief aan de u-raad kondigen ze aan door te gaan met hun strijd voor gelijke behandeling.

220 beurspromovendi tekenden het manifest dat 13 december werd verspreid via de website van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). Het werd uitgebreid besproken in de universiteitsraad en rector magnificus Cisca Wijmenga en dean van de Groningse Graduate Schools Lou de Leij gingen in gesprek met de ontevreden beurspromovendi.

In het manifest eisen de beurspromovendi dezelfde rechten en beloning als werknemerpromovendi. Ze stellen dat de ‘vrijheid’ waarmee de lagere beloning wordt gerechtvaardigd, in feite niet bestaat.

Schoorvoetend

Maar dat gesprek leverde niet op wat de initiatiefnemers van het manifest ervan hadden verwacht. Vorige week stemde de u-raad, zij het schoorvoetend, in met een nieuwe ronde van 650 beurspromovendi.

‘We zijn teleurgesteld in de manier waarop de universiteit dit heeft aangepakt’, zegt Martha Buit, een van de initiatiefnemers van het manifest. ‘We hadden goede hoop dat vooral Cisca Wijmenga er iets objectiever in zou staan dan Lou de Leij. Dat bleek niet zo te zijn. Ook zij ziet het experiment als een groot succes. We hadden al snel het gevoel dat we tegen een muur praatten.’

Notulen

Daarnaast steekt het dat de notulen van het gesprek met Wijmenga en De Leij naar leden van de u-raad zijn gestuurd. Die notulen waren volgens de PhD’s niet door hen goedgekeurd. Ze zijn het niet eens met de inhoud.

Volgens Buit ziet de universiteit de onvrede als een informatieprobleem, terwijl de beurspromovendi blijven hameren op de onaanvaardbare ongelijkheid. ‘De voorgestelde verbeteringen doen niets om de rechtspositie en gelijkheid van de huidige beurspromovendi te verbeteren’, schrijven de promovendi in de brief.

Bovendien komt het plan voor betere informatievoorziening pas in maart. Dan is de aanvraag voor een nieuwe ronde beurspromovendi al ingediend.

Vervolgstappen

De beurspromovendi denken ondertussen na over eventuele vervolgstappen. Maar welke dat zijn, is nog niet duidelijk. Wel is er nog een vervolgafspraak gepland met de RUG.

Rector magnificus Cisca Wijmenga reageert bondig, via woordvoerder Jorien Bakker. ‘De brief van de promovendi is aan de u-raad gericht en niet aan het college van bestuur. Daar heeft ook de discussie hierover plaatsgevonden. Tot de afgesproken plannen zijn geïmplementeerd, gaan we niet reageren.’

FSE-studenten willen ook in het weekend blokken op Zernike

‘Al is er maar één gebouw open’

FSE-studenten willen ook in het weekend blokken op Zernike

Studenten van de Faculty of Science and Engineering willen dat de studieruimtes op Zernike ook in het weekend open blijven. Het faculteitsbestuur heeft beloofd naar de mogelijkheden te kijken.
16 december om 11:15 uur.
Laatst gewijzigd op 18 december 2019
om 9:57 uur.
december 16 at 11:15 AM.
Last modified on december 18, 2019
at 9:57 AM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

16 december om 11:15 uur.
Laatst gewijzigd op 18 december 2019
om 9:57 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

december 16 at 11:15 AM.
Last modified on december 18, 2019
at 9:57 AM.

‘Er zijn best veel studieplekken op Zernike’, zegt studentlid Ariba Adnan van de faculteitsraad van FSE. ‘De meeste studenten studeren in het Duisenberggebouw of de Bernouilliborg, maar Nijenborgh, de Linnaeusborg en de Kapteynborg hebben ook plaatsen.’ 

Maar het aantal studenten is de afgelopen jaren toegenomen, dus gebruiken steeds meer studenten de faciliteiten. Als de gebouwen dicht gaan in het weekend, moeten zij naar de toch al overvolle UB in het centrum. 

‘Veel studenten hebben ons hierover benaderd’, zegt Adnan. ‘Zij willen kunnen studeren op Zernike, zeker in de tentamenperiode.’

De studenten in de faculteitsraad hebben het bestuur gevraagd te kijken of de studieruimtes open kunnen blijven in het weekend. ‘Het Harmoniegebouw is ook open’, zegt voorzitter Bernhard Budin van de studentenfractie. ‘Dus het kan wel.’ 

Geldkwestie

Decaan Jasper Knoester beloofde het uit te zoeken. ‘Maar het is ook een geldkwestie’, waarschuwde hij. Een gebouw open houden betekent dat er personeel aanwezig moet zijn en ook de verwarmingskosten gaan omhoog. ‘Het is een keuze tussen docenten of beveiligers.’

De studenten zijn tevreden met Knoesters antwoord. ‘Ik denk niet dat het bestuur zich realiseerde dat dit een probleem was’, zegt Adnan. En misschien hoeven niet alle studieruimtes open te zijn in het weekend, oppert ze. ‘Zelfs al is het alleen het Duisenberggebouw maar, omdat daar de grootste studieruimte van Zernike is.’

Budin zou kiezen voor de Bernoulliborg. ‘Het Duisenberggebouw is vooral voor studenten economie en bedrijfskunde’, zegt hij. ‘Dus voor FSE is de Bernoulliborg misschien beter.’

Cadeautje: 78 verhuisdozen vol papier, audio en video

Cadeautje voor de RUG

78 verhuisdozen vol papier, video en audio

Emeritus hoogleraar psychologie Geert Hofstede, heeft zijn volledige archief aan de universiteit gedoneerd. 36 studenten spitten op dit moment 78 dozen door met de erfenis van de bekende psycholoog.
Door Thijs Fens
12 december om 11:43 uur.
Laatst gewijzigd op 12 december 2019
om 16:00 uur.
december 12 at 11:43 AM.
Last modified on december 12, 2019
at 16:00 PM.

Het archief van de 91-jarige psycholoog is er niet zomaar eentje, vertelt Iekje Smit, erevoorzitter van het Geert Hofstede Consortium. Ze is nauw betrokken bij het project en kent Hofstede al jaren.

De studenten zijn al vanaf september bezig om de tientallen verhuisdozen door te spitten, maar zijn nog niet eens halverwege. ‘We moeten dus nog vol aan de bak, want voor februari staat een tentoonstelling gepland in de UB’, weet Smit.

Oude computeruitdraaien

De collectie van Hofstede is volgens Smit een bijzondere omdat het veel
verschillende onderdelen bevat. ‘Een privécollectie, audiovisueel materiaal,
publicaties, al zijn onderzoeksmateriaal, bronmateriaal, noem maar op.’ Het
bronmateriaal bevat ook computeruitdraaien. ‘Dat gaat om computeruitdraaien van
de allereerste computers. Dat is soms best lastig te duiden.’

Volgens Smit heeft Hofstede een enorm grote bijdrage geleverd aan het onderzoek naar culturele dimensies. ‘Hij is de meest geciteerde sociaal-wetenschapper uit Nederland.’ In totaal ontving Hofstede een elftal aan eredoctoraten.

Mooi cadeau

Oorspronkelijk is Hofstede werktuigbouwkundig ingenieur aan de TU Delft, maar hij promoveerde in 1967 aan de RUG in de organisatiesociologie. ‘Dat is heel bijzonder’, weet Smit.

Hofstede is de eerste promovendus die in een ander domein is gepromoveerd dan in het domein waarin hij zijn mastergraad heeft behaald. ‘De RUG stond echt open voor zijn innovatiedrang. De donatie van zijn archief mag dan ook gezien worden als zijn bedankje. Het is echt een mooi cadeau.’

Nu ook beurspromovendi UMCG in opstand

Gang naar rechter dreigt

Nu ook beurspromovendi UMCG in opstand

Een groep van 58 beurspromovendi van het UMCG eist met terugwerkende kracht gelijke beloning van de RUG. Als ze die niet krijgen, stappen ze naar de rechter.
11 december om 10:13 uur.
Laatst gewijzigd op 13 december 2019
om 10:08 uur.
december 11 at 10:13 AM.
Last modified on december 13, 2019
at 10:08 AM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

11 december om 10:13 uur.
Laatst gewijzigd op 13 december 2019
om 10:08 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

december 11 at 10:13 AM.
Last modified on december 13, 2019
at 10:08 AM.

Het conflict tussen het UMCG en de beurspromovendi stamt van afgelopen januari. Toen dienden de MD/PhD’s – promovendi die in een speciaal programma zowel promoveren als de opleiding tot arts afronden – een officieel bezwaar in tegen hun status als student bij het UMCG. Ze vinden dat ze hetzelfde werk doen als werknemer-promovendi en eisen daarom ook dezelfde betaling. 

Hun eis lijkt daarmee sterk op die van de beurspromovendi die vorige week met een manifest stopzetting eisten van het landelijke experiment, waardoor zij een beurs krijgen in plaats van een arbeidscontract. Dat manifest is inmiddels 667 keer ondertekend, waarvan ruim 200 keer door beurspromovendi.

UMCG verwijst naar RUG

‘Er is indertijd een poging gedaan om tot overeenstemming te komen via gesprekken met een afvaardiging van de studenten en een delegatie vanuit de raad van bestuur van het UMCG’, zegt jurist Dino Jongsma, die de groep vertegenwoordigt namens de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband. ‘Maar het UMCG besloot daarop om het niet te doen.’ 

De MD/PhD’s tekenden daartegen op 29 juli bezwaar aan. ‘Sindsdien laat het UMCG zich vertegenwoordigen door advocatenkantoor PlasBossinade’, zegt Jongsma. ‘En is er alleen nog maar via hen contact.’

Afgelopen maandag stuurde het UMCG dan toch een reactie, die stelde dat de promovendi bij het verkeerde adres hadden aangeklopt. ‘Het bezwaarschrift was gericht tegen een brief van de directeur Graduate School Medical Sciences’, laat woordvoerder Joost Wessels van het UMCG weten. ‘Deze is echter niet het bevoegd gezag in dezen en zijn brief is dus geen appellabel besluit waar bezwaar tegen kan worden gemaakt.’

Ofwel: het besluit had nooit door het UMCG genomen mogen worden. Volgens het UMCG is de RUG hier het ‘bevoegd gezag’. ‘De oorspronkelijk brief van 21 januari is doorgestuurd aan het CvB’, zegt Wessels. ‘Zij zullen zo spoedig mogelijk een besluit nemen.’

Dat is een tegenvaller voor de promovendi, die al bijna een jaar wachten op een reactie op hun bezwaar uit januari.  

Nieuwe bezwaarprocedure

Jongsma stelde eerder dat hij niet bang was voor een negatief besluit. ‘Dat is prima’, zei hij. ‘Want dan hebben we eindelijk een inhoudelijke casus. Deze promovendi willen gelijk behandeld worden. Maar we kunnen pas een zaak beginnen als deze procedure is afgerond.’ 

Nu moet echter opnieuw worden gewacht op een besluit van de RUG, waarna bij een negatieve beslissing opnieuw een bezwaarprocedure zal moeten worden doorlopen. 

Dit artikel is aangevuld met de reactie van het UMCG. 

Promovendi willen eind aan experiment met beurzen

‘Onderscheid met gewone PhD’s is oneerlijk’

Promovendi willen eind aan experiment met beurzen

Een groep van tientallen PhD’s eist onmiddellijke stopzetting van het experiment met de beurspromovendi. Omdat ze formeel student zijn, worden hun belangen niet behartigd door vakbonden. ‘Daardoor zijn wij genoodzaakt zelf actie te ondernemen’, stellen ze.
3 december om 8:01 uur.
Laatst gewijzigd op 4 december 2019
om 10:32 uur.
december 3 at 8:01 AM.
Last modified on december 4, 2019
at 10:32 AM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

3 december om 8:01 uur.
Laatst gewijzigd op 4 december 2019
om 10:32 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

december 3 at 8:01 AM.
Last modified on december 4, 2019
at 10:32 AM.

Het manifest, dat dinsdag is gepubliceerd, is inmiddels 372 maal ondertekend; 136 handtekeningen zijn van beurspromovendi. Het krijgt de steun van acht RUG PhD-councils, maar ook van landelijke organisaties zoals het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), studentenvakbonden LSVb en ISO, FNV Onderwijs en Onderzoek en de Vakbond voor de Wetenschap.

Beurspromovendi krijgen een beurs van rond de 1800 euro per maand en worden door de RUG gezien als student. Ze hebben daardoor geen recht op pensioenopbouw, vakantiegeld, eindejaarsuitkering of WW. Reguliere promovendi zijn in dienst van de universiteit en hebben die voordelen allemaal wel. Ook loopt het salaris van een reguliere PhD snel op. Het verschil, zeggen de initiatiefnemers, kan oplopen tot 30.000 euro per promotraject.

De schrijvers –  ongeveer twintig beurspromovendi – noemen dat onrechtvaardig. Beurspromovendi verrichten immers hetzelfde werk: ze doen onderzoek, schrijven een dissertatie en geven onderwijs – al is dat laatste formeel niet verplicht. 

Druk om les te geven

De voordelen die hun positie zou bieden – vrijheid om hun eigen tijd in te delen en hun eigen onderzoeksvoorstel te schrijven – stellen in de praktijk niets voor. En hoewel ze niet verplicht kunnen worden om onderwijs te geven, is ook dat een ‘papieren realiteit’. ‘Er is vaak sprake van druk’, zegt één van de initatiefnemers, Martha Buit. ‘Er wordt je wel gevraagd om les te geven en als je ‘nee’ zegt, proberen ze je alsnog over te halen.’ Een ander probleem is dat PhD’s leservaring nodig hebben voor een carrière in de wetenschap.

‘Hoewel het experiment meer promotieplekken heeft gecreëerd dan normaal gesproken beschikbaar zouden zijn, houdt het onvoldoende rekening met het welzijn van de promotiestudent’, stellen de schrijvers. Beurspromovendi hebben meer last van stress en een hogere kans op mentale problemen door hun onzekere positie. 

Studenten die een contract tekenen, zijn zich onvoldoende bewust van de gevolgen van hun beslissing, zeggen de schrijvers van het manifest. Informatie is soms zelfs pas naderhand beschikbaar, bijvoorbeeld omdat die alleen met een personeelsnummer toegankelijk is. Tot slot worden ze nauwelijks vertegenwoordigd. Ze mogen immers vanwege hun student-status alleen op studentenpartijen stemmen en die begrijpen hun positie onvoldoende. 

Positieve evaluatie

Hoewel het experiment met de beurspromovendi open staat voor alle universiteiten, doen alleen de RUG en de Erasmus Universiteit eraan mee. De RUG opteerde in de eerste ronde voor 850 plaatsen. Rotterdam wilde vijftien plaatsen.

Door aanhoudende kritiek en geringe animo dreigde het experiment in 2018 al te worden stopgezet. Maar na een positieve tussenevaluatie door het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) besloot minister Van Engelshoven toch een nieuw ronde toe te staan van opnieuw 1135 plekken. 

Het Promovendinetwerk Nederland (PNN) diende echter een klacht in over de evaluatie. Het onderzoeksinstituut zou geen toegang hebben gekregen tot de ruwe data van de RUG. Ook stelde PNN dat de RUG promovendi had aangespoord om positief te zijn over het experiment.

De RUG laat weten dat ‘we het manifest hebben gezien en gelezen’. Een woordvoerder zegt dat de universiteit graag in gesprek wil met de opstellers ervan ‘maar geen discussies in de media’.

PhD-manifest: Wij moeten zelf actie ondernemen

PhD-manifest: Wij moeten zelf actie ondernemen

Een groep PhD-studenten wil dat de RUG stopt met het experiment met beurspromovendi. Het creëert ongelijkheid en heeft een negatieve invloed op hun werk en privéleven, zeggen ze in een manifest dat ze dinsdag publiceren.
3 december om 7:56 uur.
Laatst gewijzigd op 5 december 2019
om 11:22 uur.
december 3 at 7:56 AM.
Last modified on december 5, 2019
at 11:22 AM.

Wij, de promotiestudenten van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) presenteren hierbij de verkorte versie van het manifest. Het manifest is opgesteld om de (financiële) ongelijkheid en onzekerheid die het experiment promotieonderwijs teweegbrengt onder de aandacht te brengen en aan te pakken. Het experiment heeft significante invloed op ons onderzoek, onze toekomstige carrière en ons privéleven.

Het manifest zet in hoofdlijnen uiteen wat de grootste problemen zijn en stelt daarnaast de eisen die, indien ingewilligd, de kwaliteit van ons werk, ons privéleven en de gelijkheid binnen de RUG aanzienlijk zullen verbeteren. Onze student-status brengt met zich dat geen enkele vakbond onze belangen bij collectieve onderhandelingen over de (arbeids)voorwaarden behartigt en wij daardoor genoodzaakt zijn zelf actie te ondernemen.

Doel van het experiment

Het doel van het experiment – zoals vermeld in het besluit experiment promotieonderwijs is: ‘(…) te onderzoeken of met een nieuw promotietraject als derde cyclus in het bachelor-mastersysteem (…) het aantal gepromoveerden aan universiteiten wordt vergroot, de mogelijkheid voor promovendi om eigen onderzoeksvoorstellen in te dienen en te realiseren toeneemt en de positie van gepromoveerden op de arbeidsmarkt wordt verbeterd en daarmee de kennissamenleving verder kan worden ontwikkeld.’

Hoewel het experiment meer promotieplekken mogelijk heeft gemaakt dan normaal gesproken beschikbaar zouden zijn, houdt het onvoldoende rekening met het welzijn van de promotiestudent. Enerzijds verrichten promotiestudenten nagenoeg hetzelfde werk als werknemer-promovendi, ongeacht de verschillen in contractuele relaties. Derhalve is ongelijke behandeling niet gerechtvaardigd.

Nadelige gevolgen

Anderzijds brengt het experiment onevenredig nadelige gevolgen met zich mee voor de promotiestudent. Zo bestaan de ’voordelen’ die het experiment teweeg zou moeten brengen in de praktijk niet (zoals het schrijven van eigen onderzoeksvoorstellen dat tevens een gebruikelijke praktijk is bij werknemerpromovendi).

Verder lopen promotiestudenten veel (financiële) voordelen en wettelijke bescherming mis en geven zij gratis onderwijs terwijl werknemerpromovendi en studenten met een student-assistentschap voor hetzelfde werk betaald krijgen.

Promotiestudenten worden vertegenwoordigd door bachelor- en masterstudenten die niet in staat zijn om onze positie te begrijpen, dan wel te vertegenwoordigen. Ook is er sprake (geweest) van een gebrekkige informatievoorziening omtrent de (nadeligere) positie van de promotiestudent voorafgaand aan de ondertekening van het contract.

Beëindiging

Het experiment heeft dusdanig nadelige effecten op het onderzoeksklimaat van de RUG, dat er reden is om het te beëindigen. Als dat gebeurt, vermeldt het Besluit het volgende:  ‘De  deelnemende universiteit stelt de door hem toegelaten promotiestudent, die op het moment van al dan niet voortijdige  beëindiging van het experiment nog geen toegang heeft tot de promotie, in de gelegenheid om het promotietraject af te ronden als werknemer van de universiteit’.

Wij, de ondertekenaars, verlangen derhalve dat aan de volgende eisen wordt voldaan:

  1. Stopzetting van het experiment aan de RUG/het Universitair Medisch Centrum (UMCG).
  2. Gelijkheid, inhoudende dat, conform het besluit, aan promotiestudenten de keuze wordt gegeven hun contract om te zetten in een aanstelling (per 1 januari 2020, een arbeidscontract), aangezien er geen significante verschillen in de werkzaamheden van beide aanstellingen bestaan.
  3. Compensatie voor het werk dat onder het studentencontract is verricht. Specifiek komt dit neer op het verschil in salaris dat een werknemer-promovendus geniet ten opzichte van een promotiestudent, inclusief het vakantiegeld, de pensioenopbouw en de dertiende maand.

Hoogachtend,

Martha Buit, beurspromovendus aan de rechtenfaculteit, namens de initiatiefnemers van het manifest

De volledige tekst van het manifest vind je hier.

Biologen paar dagen dakloos door aanpassingen Linnaeusborg

Ook onderkomen op Schier gaat seizoen dicht

Linnaeusborg moet aantal dagen sluiten

De Linnaeusborg moet in de komende maanden enkele dagen sluiten vanwege grote aanpassingen in de luchtverversingsinstallaties. Ook het biologisch onderzoeksstation De Herdershut op Schiermonnikoog moet een seizoen dicht.
19 november om 13:36 uur.
Laatst gewijzigd op 20 november 2019
om 10:35 uur.
november 19 at 13:36 PM.
Last modified on november 20, 2019
at 10:35 AM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

19 november om 13:36 uur.
Laatst gewijzigd op 20 november 2019
om 10:35 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

november 19 at 13:36 PM.
Last modified on november 20, 2019
at 10:35 AM.

De luchtverversing van de Linnaeusborg moet flink worden aangepast nu de  molecuulbouwers van onderzoekscentrum CBBC er gehuisvest worden. Bij de bouw van het tien jaar oude pand, waarin vooral biologen gehuisvest zijn, is de luchtverversing ‘maximaal uitgelegd’. Dit betekent dat de installaties vanaf het begin op de top van hun mogelijkheden presteerden.

Nu er meer chemische labs in de borg moeten worden ondergebracht, voldoet dat niet meer. De hele operatie kost in totaal zeven miljoen euro.

Wanneer de zwaardere luchtafvoer wordt ingepast op de bovenverdieping van de borg zal de huidige installatie moeten worden stilgelegd. ‘En als er geen afzuiging is, dan mag er niet gewerkt worden in het gebouw’, vertelt manager huisvesting Andrys Weitenberg van de Faculty of Science and Engineering. ‘Vanwege de veiligheid mogen er geen medewerkers en studenten in de Linnaeusborg aanwezig zijn wanneer de ventilatie uitvalt.’

Hij probeert de overlast voor studenten en wetenschappelijk personeel tot het minimum te beperken, bijvoorbeeld door de sluiting rond feestdagen te plannen. Maar sluiting rond de kerstdagen is hoe dan ook niet haalbaar, zegt Weitenberg. 

Herdershut is sleets

De biologen moeten het ook een seizoen stellen zonder De Herdershut op Schiermonnikoog. Dat is de faciliteit waar studenten en onderzoekers verblijven tijdens veldwerk op het Waddeneiland. Het gebouw, dat nu ruimte biedt aan 38 mensen, gaat tegen de vlakte en maakt plaats voor nieuwbouw. ‘Er zijn problemen met de algehele conditie van het gebouw. Het raakt sleets’, verklaart Weitenberg. 

Het gaat echter niet lukken om de bouw van de nieuwe faciliteit te realiseren in de winter, de periode waarin De Herdershut niet wordt gebruikt. ‘Dat is een tegenvaller’, zegt Weitenberg. 

Naar een oplossing wordt gezocht. Wanneer de huidige Herdershut precies gesloopt gaat worden, is nog niet bekend. 

De Faculty of Science and Engineering kraakt in zijn voegen door het groeiende aantal studenten en onderzoekers. Hoe los je de ingewikkelde logistieke puzzel op die daardoor ontstaat? Woensdag publiceert UKrant een uitgebreid artikel hierover.

RUG-begeleiders Van Liempt nu ook onder vuur

Ad van Liempt voor de voormalige woning van kampcommandant Albert Gemmeker.

RUG-begeleiders Van Liempt nu ook onder vuur

De begeleiders Doeko Bosscher en Hans Renders van de onlangs aan de RUG gepromoveerde historicus en journalist Ad van Liempt worden hard getroffen door de beschuldigingen van wetenschapsfraude aan diens adres. ‘Het is bij de konijnen af.’
Door Christien Boomsma
31 oktober om 13:04 uur.
Laatst gewijzigd op 5 november 2019
om 14:19 uur.
oktober 31 at 13:04 PM.
Last modified on november 5, 2019
at 14:19 PM.

Copromotor Doeko Bosscher, historicus en oud-rector van de RUG, zag zich gedwongen zich terug te trekken uit de Raad van Toezicht van Kamp Westerbork. De binnen- en buitenlandse contacten van promotor Hans Renders, hoogleraar geschiedenis en theorie van de biografie, worden bestookt met mails waarin hij wordt beschuldigd van wetenschapsfraude.

Bosscher nam het besluit kort nadat eind augustus een klacht was ingediend
bij de Commissie Wetenschappelijk Integriteit van de RUG over Van Liempts
proefschrift. Volgens critici, aangevoerd door journalisten Bart Droog en Frits
Barend, zou Van Liempt zich schuldig hebben gemaakt aan plagiaat en jatwerk in
zijn biografie over kampcommandant Albert Gemmeker van Westerbork.

Meegesleept

‘Ik ben op geen enkele manier onder druk gezet’, zegt Doeko Bosscher over
zijn beslissing. ‘Ik heb het zelf besloten, zodat de clubs die me na aan het
hart liggen niet worden meegesleept in deze affaire.’ De emeritus
hoogleraar stopte ook met zijn werk voor het Nicolaas Muleriusfonds van de RUG.

‘Zelfs al heb ik geen enkele reden om aan te nemen dat de klacht gegrond
wordt verklaard, op het moment dat er een onderzoek wordt gedaan is er altijd
een risico’, zegt hij. ‘Zelfs al schat ik de kans zelf in op nul.’

Inhoudelijk mag Bosscher niets zeggen over de affaire, benadrukt hij. ‘De commissie heeft ons op het hart gedrukt om niet over de zaak te praten. Ook als de klager zich niet aan dat verzoek houdt. Dus wat dat aangaat: my lips are sealed.’

Integriteit

Maar dat geldt niet voor de backlash voor hemzelf en promotor Hans Renders. De critici van Van Liempt beperken zich immers niet tot het bekritiseren van het wetenschappelijke gehalte van Van Liempts proefschrift. Ook de integriteit van de begeleiders wordt in twijfel getrokken. ‘Er worden zeer onaangename dingen over mij gezegd’, beaamt Bosscher.

Hij maakt zich geen zorgen over zijn reputatie. Hoewel hij nog altijd veel
publiceert, is zijn band met de RUG minder direct. Bovendien: ‘Iedereen die mij
van fraude wil beschuldigen, wens ik veel succes’, zegt hij. ‘Dat gaat niet
lukken. Maar wat Renders ten deel valt, is bij de konijnen af.’

Onaangenaam

Voor directeur Hans Renders van het Biografie Insituut is de situatie onaangenamer. Zijn wetenschappelijke contacten in binnen- en buitenland krijgen mails waarin Renders’ wetenschappelijke integriteit in twijfel wordt getrokken, vertelt hij. ‘Dat gaat terug tot mensen waar ik in de jaren tachtig mee heb samengewerkt’, zegt hij.

In deze mails wordt hij beschuldigd van zelfplagiaat, met verwijzingen naar talloze Nederlandstalige websites. ‘En die kunnen ze in Amerika natuurlijk niet lezen’, zegt Renders. De aangedragen voorbeelden zijn dan artikelen die in diverse kranten zijn afgedrukt – vaak omdat de kranten in Nederland verhalen uitwisselen en waardoor een en hetzelfde verhaal door meer titels wordt gepubliceerd.

Ook de kranten en tijdschriften waarvoor hij schrijft, waaronder Het Parool en Vrij Nederland, krijgen deze mails. ‘Van hen krijg ik gelukkig hulp. Zij sturen een korte verklaring terug, waarin ze uitleggen dat ze niet aan mij twijfelen’, zegt Renders. Zelfs huidige promovendi van Renders kregen mails waarin hen werd gevraagd om ‘discreet informatie te verschaffen’ over hun begeleider.

Succesvol en machtig

Hij gelooft niet dat de zaak op wat voor manier dan ook te maken heeft met het wetenschappelijke gehalte van Van Liempts werk. ‘Maar hij is een succesvol en machtig man. In zijn tijd bij de omroep heeft hij waarschijnlijk vijanden gemaakt’, zegt hij.

‘Ik kreeg al een half jaar voor Van Liempts promotie mails met beschuldigingen en toen was er nog geen letter gepubliceerd’, zegt hij. ‘Daarna was er een petitie waarop je kon intekenen. En toen dat blijkbaar onvoldoende opleverde, hebben ze hun focus verlegd. Maar de inhoud van de beschuldigingen is voor- en na de publicatie van het boek niet veranderd.’

De situatie voor Renders is ‘onprettig’, zoals hij het met gevoel voor
understatement uitdrukt. Vooral omdat hij niet weet welke van zijn contacten
mails ontvingen en hem níet hiervan op de hoogte stelden. ‘Dat er misschien
mensen zijn die denken: waar rook is is vuur. Daar heb je geen invloed op.’

Aantal bètastudenten blijft groeien, FSE kraakt in zijn voegen

Aantal bètastudenten blijft maar groeien

De Faculty of Science and Engineering (FSE) kraakt de hersenen over een oplossing voor het toenemende ruimtegebrek op de faculteit. Waar ze nu nog 6500 studenten huisvest, zal dat in 2021 oplopen tot 8100.
Door Christien Boomsma
24 oktober om 12:20 uur.
Laatst gewijzigd op 24 oktober 2019
om 17:32 uur.
oktober 24 at 12:20 PM.
Last modified on oktober 24, 2019
at 17:32 PM.

Nog maar enkele jaren geleden bleef het aantal eerstejaars bij de bètafaculteit steken op een kleine achthonderd studenten. Nu zijn dat er al bijna 1500 en in 2024 zullen zich waarschijnlijk al meer dan 1600 mensen inschrijven.

‘Omdat bij de instroom de cohorten steeds groter worden, wordt het aantal tweede- en derdejaars ook steeds groter’, zegt management controller Meeuwes Veldhuis van FSE. ‘Het blijft natuurlijk statistiek, maar ook landelijk zien we een toename van het aantal mensen met een natuur- en techniekprofiel.’

Problemen

Die aantallen kan de faculteit echter niet kwijt zonder aanpassingen in zowel de student-stafratio als het aantal onderwijsruimtes. ‘Het past nu allemaal nog net’, zegt Veldhuis. ‘Maar we groeien ook qua staf. En dan komen we echt in de problemen.’ Over oplossingen daarvoor – meer onderwijsruimte – wordt al geruime tijd druk onderhandeld met de RUG.

Over het aantal docenten dat per student beschikbaar is, maakt Veldhuis zich minder zorgen. Daarvoor zit de faculteit ‘op een goede lijn’, benadrukt hij. Er zijn al verschillende maatregelen genomen om dat in evenwicht te brengen.

Fixus

Lastig is echter dat de faculteit maar beperkte invloed kan uitoefenen op de instroom. Dus als plotseling nog meer studenten besluiten naar Groningen te komen, kan dat voor extra problemen zorgen. ‘Een fixus is altijd lastig’, zegt Veldhuis, ‘Want dat zorgt vaak voor een extra instroom naar een aanpalende studie. Dus dan verplaats je het probleem.’

Daarom wil de faculteit extra inzetten op strenge matchinggesprekken om studenten zo nodig af te schrikken. ‘We kunnen dan ook denken aan werving. Dat je daar dus iets minder aandacht aan besteedt.’

Als de wereld een armlengte groot is

Marleen Janssen vecht voor doofblinden

Als de wereld een armlengte groot is

Wat als je niet kunt horen én niet kunt zien? Als je tastzin je enige lijntje is met de buitenwereld? Marleen Janssen knokt al ruim veertig jaar voor mensen wiens wereld een armlengte groot is.
Door Christien Boomsma / Foto Corné Sparidaens
9 oktober om 11:40 uur.
Laatst gewijzigd op 9 oktober 2019
om 17:40 uur.
oktober 9 at 11:40 AM.
Last modified on oktober 9, 2019
at 17:40 PM.

Ze herinnert zich een jongetje. Hij was een jaar of tien en zijn hele leven al doof. Gebarentaal begreep hij een beetje, maar gebaren maken kon hij niet. Wat hij wel kon: tekeningen aanwijzen  in een boek. Maar toen werd hij óók nog blind. En zijn wereld stortte ineen.

‘Dat jongetje moest helemaal opnieuw leren communiceren. En dan komt er ook nog eens een nieuwe leraar en dan gaat het mis. Er was frustratie. Hij vertoonde – zoals ze dat dan noemen – challenging behaviour. Hij was boos!’ 

Contact leggen

Maar het hoeft niet zo, weet hoogleraar doofblindheid Marleen Janssen. Je kunt de leraar en dat jongetje coachen weer contact te leggen. Je gebruikt video-opnamen om zijn gedrag te observeren en een haakje te vinden waarmee je weer contact kunt maken en houden. De manier waarop hij leunt in een stoel, hoe zijn handen bewegen, de stand van zijn hoofd. Alles kan betekenis hebben.

‘Dat zagen we tien jaar geleden nog niet’, zegt Janssen. ‘Eerder keken we bijvoorbeeld naar hoe iemand zijn schouder ophaalde. Nu weten we dat je in een minuut wel vijftig betekenisvolle momenten kunt hebben.’ En als je die eenmaal ziet, kun je ze gebruiken om te leren communiceren met iemand die niet kan zien, die niet kan horen. Besef goed, zegt Janssen: ‘Voor doofblinde mensen is de wereld zo groot als een armlengte.’  

De manier waarop hij leunt in een stoel, de stand van zijn hoofd: alles kan betekenis hebben

Er werden video’s gemaakt van het gedrag, de docent werd gecoacht, de andere begeleiders, de ouders. En ze vonden de weg omhoog. ‘De tekeningen die hij gebruikte werden langzaam omgezet in tactiele symbolen. Een stukje van een deken voor ‘naar bed gaan’, een ijzeren schakel verwees naar de schommel. Sommige plaatjes werden overgezet op reliëfpapier.’ Tegenwoordig communiceert het jongetje weer. ‘Dit werkt voor hem, maar dat is voor ieder individu weer anders.’ 

Veel meer mogelijk

Er kan, wil Janssen zeggen, heel veel. Ook een doofblinde – iemand die in het slechtste geval volledig doof is en volledig blind – kan leren communiceren. ‘We hebben aangetoond dat ze minimaal het cognitieve niveau van een zesjarige kunnen bereiken’, zegt Janssen. ‘Maar in veel gevallen is er nog veel meer mogelijk. Maar dan moet je ze daarbij wel helpen.’  

Dat is de missie van Janssen. Ze wil doofblinde mensen maximaal laten deelnemen aan de wereld en haalt daarvoor alles uit de kast. 

Hoe is het om doofblind te zijn? Rianne test het uit…

Als psycholoog en begeleider bij Kentalis – een zorginstelling die zich bezighoudt met doofblinde kinderen – leerde ze veertig jaar geleden de praktijk van dichtbij kennen. Ze ontmoette er mensen die soms al jaren in een instelling zaten met het label ‘verstandelijk beperkt’, die eigenlijk hartstikke slim waren. Maar hoe communiceer je met iemand die niet kan praten, niet kan horen? 

In 2003 promoveerde ze op harmonieuze interactie met doofblinden. Ze ontdekte dat, hoewel er heel veel praktijkkennis was over de omgang met doofblinden, er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan werd. En daar schrok ze van. Want wat zou er gebeuren als zij en haar collega’s er niet meer waren? Ze besloot dat iemand in dat gat moest springen. Dat zíj dat ging doen. ‘Deze mensen verdienen dat’, zegt ze. 

Institute for Deafblindness

Ze werd assistent-professor in Groningen in 2004 en zette twee jaar later een master op. Nog eens twee jaar later werd ze adjunct-hoogleraar in een tenure track. En vorige maand opende het eerste International Institute for Deafblindness aan de RUG, met natuurlijk Marleen Janssen aan het hoofd. Toen was er ineens ook dat lintje: sinds afgelopen week is ze Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Wat dat betekent voor haar? ‘Ik moet het nog verwerken. Maar ik weet wel dat ik er dankbaar voor ben, ook door het tijdstip. Er gebeurt zoveel in de zorg. Budgetten staan onder druk. Maar hierdoor wordt het onderwerp weer genoemd en dat is belangrijk.’ 

We voeren snel wetten in, maar denken er niet aan om ervoor te zorgen dat er geen expertise verloren gaat

Want hoewel ze veel bereikte – er is een schat aan kennis verzameld, ze leverde vijf promovendi af, die elk een nieuwe procedure ontwikkelden om doofblinden te helpen en er zijn tachtig afgestudeerde masterstudenten van over de hele wereld – en daar ook best trots op is, maakt ze zich grote zorgen over de reorganisaties in de gezondheidszorg. 

De zorg voor deze doelgroep wordt immers geregeld door de WMO. Het onderwijs daarentegen valt onder ‘passend onderwijs’. Maar voor deze doelgroep gaan zorg en onderwijs hand en hand en ze vreest dat kortingen op het budget ten koste gaan van die oh zo belangrijke begeleiding van doofblinden. ‘We voeren tegenwoordig zo snel wetten in, maar we denken er niet aan hoe we ervoor moeten zorgen dat er geen expertise verloren gaat.’ 

Zee van onbegrip

Nu al gaat er zoveel mis. Een cliënt heeft niet meer één of twee begeleiders, maar al snel tien. Stel je eens voor hoe dat is, zegt ze. Als je in het donker leeft en niet of nauwelijks kunt horen en er zijn voortdurend andere mensen om je heen? 

En stel je dan eens voor dat er met heel veel moeite een stukje communicatie tot stand is gekomen, een betekenisvol gebaar waarin begeleider en doofblinde elkaar begrijpen. Wat als dat niet wordt overgedragen en de doofblinde weer teruggeworpen wordt in die zee van onbegrip? ‘Als er geen goede overdracht is, dan bouw je ook niets op’, zegt ze. 

Dit soort fouten kunnen ervoor zorgen dat vooruitgang in no-time weer ongedaan wordt gemaakt. Of als begeleiders onervaren zijn en onvoldoende getraind, en ondanks al hun goede wil verkeerde dingen doen.

Een doofblind kind moet vanaf de geboorte begeleid worden, dat is het moment dat je taal leert

Voorbeeld? Ze denkt na en besluit bij zichzelf te blijven. ‘Toen ik net begon, begeleidde ik een meisje dat al vanaf de geboorte doofblind was. Ik nam haar aan de hand mee naar buiten, naar de schommel. Het regende en overal waren plassen. Dus ik leidde haar om die plassen heen.’ 

Ze staat op, loopt door de kamer, slalomt om denkbeeldige plassen. Haar arm uitgestrekt naar dat denkbeeldige kind. ‘Alleen al hoe ik haar langs die plassen trok!’ zegt ze. ‘Eigenlijk zou niemand dergelijk werk mogen doen zonder eerst een dag met een koptelefoon op en een blinddoek voor te hebben doorgebracht. Dan weet je hoe kwetsbaar je bent. Die voortdurende plotselinge aanrakingen. Voedsel dat naar je mond wordt gebracht.’ 

En dus – als er niet snel duidelijkheid komt over het geld voor ‘haar’ doelgroep, gaat ze binnenkort weer op bezoek in Den Haag, gaat ze mails sturen naar de politieke kopstukken op haar lijstje. 

Nooit opgeven

Op de een of andere manier moet ze de wereld overtuigen dat deze doelgroep steun verdient. Dat de kennis die er is geborgd moet worden. Dat er zo veel gewonnen kan worden als je een doofblind kind al vanaf de geboorte begeleidt. ‘Want dat is het moment dat je taal leert. Als je pas met vier of vijf jaar begint, ben je eigenlijk te laat.’ 

Hoewel, nee. Het is nooit te laat, corrigeert ze zichzelf haastig. ‘Deze mensen blijven leren.’ Maar je verliest wel tijd en dat is niet nodig. 

Gaat het lukken? Maakt ze kans in een tijd dat zoveel kwetsbare groepen tóch gekort worden? ‘Je moet het nooit opgeven’, zegt ze. Misschien leerde ze dat wel van de doofblinden waarmee ze werkt. ‘Die mensen hebben zo’n doorzettingsvermogen. De veerkracht die er nodig is om alleen maar te blijven communiceren!’ 

En dus houdt ze zichzelf steeds voor dat ze moet volhouden. ‘Zij hebben het tweehonderd keer zwaarder en gaan toch door.’

Deeltjesversneller KVI-CART gaat naar het UMCG

De RUG en het UMCG gaan de deeltjesversneller AGOR van onderzoeksinstituut KVI-CART definitief onderbrengen bij het UMCG. Ook de technici die de versneller onderhouden gaan dan mee.
Door Christien Boomsma

Ook de vakgroep medische biologie verhuist naar het UMCG. De kernfysici en astrofysici die ook bij KVI-CART werken, verhuizen allemaal naar de Faculty of Science and Engineering. Alleen voor enkele losse functies wordt nog een oplossing gezocht, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker.

Het college van bestuur van de RUG wil het onderzoeksinstituut KVI-CART reorganiseren. Aanhoudende verliezen zouden dat onvermijdelijk maken, bleek afgelopen jaar. Het wilde de deeltjesversneller en de vakgroep medische fysica dan onderbrengen bij het UMCG. Andere wetenschappers zouden elders moeten worden ondergebracht.

Protonentherapie

De u-raad verzette zich echter tegen het plan, omdat onduidelijk was of het UMCG de versneller echt zou overnemen. Bovendien was er geen garantie dat alle wetenschappers uit het instituut elders een plek konden vinden. Vooral voor de kernfysici leek dat een probleem. Pas toen het college van bestuur garandeerde dat er geen gedwongen ontslagen zouden vallen, ging de raad akkoord met de reorganisatiemelding.

Tot nu toe was echter nog niet zeker dat het UMCG de versneller over wilde nemen. Exploitatie kost immers miljoenen. Tegelijk is de versneller essentieel voor het Protonentherapiecentrum van het UMCG, dat bijdraagt aan de ontwikkeling van radiotherapie met protonen en andere ionen.

KWF Kankerbestrijding

Een recente financiering van KWF Kankerbestrijding maakt het mogelijk om het onderzoek in deze stralingsbiologie verder uit te bouwen. ‘De universiteit en het academisch ziekenhuis hebben mede daarom geconcludeerd dat het voor het versterken van het onderzoek wenselijk is om te komen tot een sterkere integratie van activiteiten’, stelt de universiteit.

De plannen zijn nog niet definitief. Zowel de u-raad als de ondernemingsraad van het UMCG moeten zich er nog over uitspreken.

#WOinActie wil echte stakingen

#WoinActie overweegt hardere acties in het verzet tegen de werkdruk in het hoger onderwijs. Actievoerders denken aan stiptheidsacties en nieuwe openluchtcolleges. En uiteindelijk een échte staking.
Door Christien Boomsma

Tientallen leden van #WoinActie vergaderden afgelopen woensdagavond in Utrecht in besloten kring over nieuwe stappen in hun strijd tegen het kabinetsbeleid. Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven had eerder gesuggereerd dat er meer geld vrij zou komen voor het hoger onderwijs, maar op Prinsjesdag bleek dat er weer meer bezuinigd moet worden.

De maat is nu vol, vertelde de Leidse historicus en actievoerder Remco Breuker aan ScienceGuide. ‘Er is besloten om een breed scala aan acties op en in te zetten, uiteindelijk escalerend in een ‘echte’ staking tegen het eind van het collegejaar.’

De actievoerders vragen ook steun van de colleges van bestuur. ‘Wij zien ze graag aan onze kant staan, maar dat kan alleen in woord en daad’, zegt Breuker.

Murw gepolderd

Historica Barbara Henkes, een van de actievoerders van #WoinActie in Groningen, begrijpt de conclusies van de Utrechtse vergadering. ‘Het schiet niet op’, zegt ze. ‘We wapperen met rode vierkantjes, maar het levert niks op. We worden murw gepolderd.’

Ze denkt zeker dat er meer acties moeten komen, maar twijfelt wel of een echte staking de goede weg is. ‘Het grote probleem bij dit soort acties is het belang van studenten. Dat maakt het voor betrokken docenten bijna ondoenlijk.’

Tegelijkertijd is er aan de universiteit een angstcultuur ontstaan, waardoor docenten zich nauwelijks durven uitspreken over acties. ‘Er wordt van bovenaf van alles opgelegd en docenten trekken nauwelijks meer samen op. Als er ergens over wordt gestemd, smeken mensen of de stemming geheim kan, via een briefje in een bus’, zegt Henkes.

Wakker schudden

Henkes wil daarom ook dat het college van bestuur meer doet. Henkes: ‘We moeten bij hen op de stoep gaan staan, zodat ze gedwongen worden om iets te doen.’

De Groningse filosoof en activist Pieter Boele van Hensbroek vindt echter dat het Groningse college al heel veel doet. ‘Ze steunden onze acties en speldden de rode vierkantjes op.’ Hij zoekt de oplossing in het wakker schudden van de politieke partijen.

Ook hij twijfelt aan het nut van ‘echte’ stakingen. Ik zie meer in ludieke acties: bijvoorbeeld tachtig procent van de tentamenvragen nakijken en daarop het cijfer baseren, of maar vijf formulieren per week invullen. Om te laten zien dat we wel efficiënt kunnen werken, maar niet binnen dit systeem.’

ISO en LSVb boos op kabinet na Miljoenennota

Werkdruk is hoog, collegezalen puilen uit

ISO en LSVb boos op kabinet na Miljoenennota

Studentenorganisaties zijn boos op het kabinet. Er komen geen extra investeringen in het hoger onderwijs. Sterker nog: de bezuinigingen gaan door.
Door Christien Boomsma
18 september om 11:19 uur.
Laatst gewijzigd op 18 september 2019
om 12:50 uur.
september 18 at 11:19 AM.
Last modified on september 18, 2019
at 12:50 PM.

De bekostiging per student wordt steeds lager, de collegezalen puilen uit en docenten bezwijken onder de werkdruk. Onacceptabel, zeggen studentenbelangenorganisaties ISO en LSVb in een gezamenlijke verklaring.

‘Het hoger onderwijs is echt toe aan investeringen’, zegt LSVb-voorzitter Alex Rutten. ‘Het kabinet wil hoger onderwijs en onderzoek van topkwaliteit, maar is niet bereid ervoor te betalen. We roepen het kabinet op om zo snel mogelijk serieus te gaan investeren in ons hoger onderwijs.’

Geen geld

Het kabinet maakte op Prinsjesdag bekend dat er – ondanks grote investeringen in de economie – geen geld bijkomt voor alfa, gamma en medische wetenschappen. Sterker nog, het geld dat de overheid misloopt nu de rente op studieleningen van tafel is, wil de overheid verhalen op de instellingen.

‘Hierdoor krijgen studenten de bezuiniging indirect alsnog op hun bord: hoewel zij nu niet meer rente hoeven te betalen over studieleningen, wordt eenzelfde bedrag nu bezuinigd op de onderwijskwaliteit’, schrijven ISO en LSVb.

Problematiek

De Groninger Studentenbond GSb sluit zich aan bij de kritiek. De regering miskent de problematiek in het hoger onderwijs, stelt de GSb, en laat de universiteiten in de kou staan.

Den Haag moet kritisch kijken naar de verschuivingen van geld, naar aanleiding van de commissie Van Rijn, waarschuwt de GSb. De commissie Van Rijn wil de bètawetenschappen meer geld geven, ten koste van alfa, gamma en medische wetenschappen.

Dat betekent voor brede universiteiten als de RUG een miljoenenkorting. ‘Politiek Den Haag moet de student en de innovatie vanuit het hoger onderwijs weer gaan waarderen’, zegt voorzitter Jan-Willem Leeuwma van de GSb, ‘en niet korten op de generatie van de toekomst.’

Professor Conny gaat weer lopen

Professor Conny gaat weer op pelgrimstocht. De klinisch geneticus uit het UMCG moest haar ‘Walk for Chromosome 6’ afgelopen voorjaar afbreken wegens een blessure. Maar zondag zet ze haar wandeling voort.
Door Christien Boomsma 

‘De peesontsteking was een enorme domper’, zegt Conny van Ravenswaaij. ‘Ik had echt alles geprobeerd om hem de baas te worden. Eerst door een paar dagen rust te nemen in San Sebastian, later door twee weken in Frankrijk te blijven, maar het ging écht niet meer.’ 

Zelfs na die twee weken had ze meteen weer pijn toen ze begon te lopen. Ze slikte ontstekingsremmers en pijnstillers om toch door te kunnen gaan. ‘Ik dacht: als ik terug ga, is alles voor niets geweest. Dat wilde ik niet.’ 

Maar toen ze begon over te geven door de medicijnen, hield het op. ‘Ik besefte dat ik mijn lichaam vergiftigde’, zegt ze. ‘Toen besloot ik: ik ga terug. Ik ga dit afmaken.’

Zeldzame aandoening

Ze deed het immers niet voor niets. Van Ravenswaaij hoopte met de tocht van ruim 1200 kilometer geld in te zamelen voor haar onderzoek naar kinderen met een afwijking op chromosoom 6. Over deze zeldzame aandoening is maar weinig bekend. Maar door een database op te zetten waarin alle kennis wordt gecombineerd, zou ze vooral de ouders van de kinderen enorm kunnen helpen.

‘Het probleem is: iedereen weet wat kanker is. Iedereen weet dat het een rotziekte is en dat je er aan kunt sterven. Dus geld inzamelen voor kanker is gemakkelijk. Deze ziekte is toch een ver-van-mijn-bedshow’, zegt ze. Als ze maar een fractie heeft van het geld dat naar kankeronderzoek gaat, kan ze enorm veel doen. ‘Het is zo belangrijk om de ouders antwoorden te geven.’

Van Ravenswaaij haalde tot nu toe 7000 euro op. Ze had gehoopt op minstens 12.000. Genoeg om een technicus te betalen die de gewenste database kan opzetten. Maar het kan nog, zegt ze. ‘De crowdfunding loopt nog. Ik snap het als mensen pas willen doneren als ik ook echt ben aangekomen. We kunnen het halen.’ 

Zondag vliegt ze naar Spanje voor de laatste 410 kilometer. Ze verheugt zich erop. Aan de voorbereiding zal het niet liggen: ze heeft getraind, fysiotherapie gehad en liet zich speciale steunzolen aanmeten die de afwikkeling van haar voet moeten verbeteren. 

Onderzoekers nemen FC Groningen onder de loep

 

Onderzoekers van de RUG gaan de komende jaren spelers van FC Groningen, PSV en Vitesse onderzoeken. Ze willen voetballers helpen om te gaan met fysieke en mentale problemen.
Door Christien Boomsma / Foto Antoon Kuper

Als spelers niet goed omgaan met fysieke of mentale stress – denk aan zware trainingen of verloren wedstrijden – kunnen ze gemakkelijk geblesseerd raken, of in een dip terecht komen. En dat heeft gevolgen voor hun prestaties.

Nu al worden dagelijks gegevens van de voetballers verzameld. FC Groningen, PSV en Vitesse hebben niet alleen camera’s langs het veld staan die de spelers volgen. Ze werken ook met apps en sensoren die precies in de gaten houden wat er gebeurt in het lijf én het brein van Sergio Padt, Samir Memisevic of Nick Viergever.

Mentale problemen

Projectleider Ruud den Hartigh van de RUG wil deze gegevens bijeen brengen in één groot dataplatform. Vervolgens wil hij de fysieke en mentale veerkacht van de spelers in beeld brengen. ‘Op die manier kunnen zij bijvoorbeeld trainingen aanpassen om te voorkomen dat een speler fysieke of mentale problemen krijgt’, zegt hij. ‘Zo combineren we de laatste kennis uit de psychologie, bewegingswetenschappen en data science.’

Ook onderzoekers van de Leidse Universiteit, de Jheronimus Academy of Data Science en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen doen mee aan het onderzoek. Onderzoeksfinancier ZonMw stelde deze week 750.000 euro beschikbaar.

‘Gewone’ sporters

Hoofd Performance bij FC Groningen, Wouter Frencken, is blij. ‘Hoe een speler er fysiek en mentaal voor staat en of we het individuele programma moeten aanpassen, is vaak moeilijk te overzien voor de experts op het veld. Nu kunnen we veerkracht beter inzichtelijk maken voor een nóg betere begeleiding van spelers.’

De inzichten van het onderzoek kunnen ook gebruikt worden voor ‘gewone’ sporters, zegt Den Hartigh. ‘Als we beter begrijpen hoe veerkracht bepaald en verbeterd kan worden, kunnen we ook werken aan de veerkracht van mensen in andere sporten en in het dagelijkse leven.’

Dit is de app die het Gronings moet gaan redden

Vind je het Gronings plat? Boers misschien? Onzin! Een app moet kinderen op een moderne manier kennis laten maken met hun streektaal. En zelfs Google helpt mee.
Door Christien Boomsma

Enig idee wat een kopstubber is? Of waar je bragel kunt vinden? Niet waarschijnlijk. Zelfs als je Gronings bent – want dit zijn Groningse woorden – is de kans groot dat je ze niet meer geleerd hebt van je ouders. Die zijn immers opgevoed met de gedachte dat een dialect of spreektaal plat is en een beetje minderwaardig is. Het gevolg? Steeds minder kinderen spreken nog de taal van hun grootouders.

Jammer, vinden de inwoners van de Groningse dorpjes Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil. Jammer, vindt ook taalkundige en bijzonder hoogleraar Nedersaksische en Groningse Taal en Cultuur Martijn Wieling. ‘Ik bestudeer liever een levende taal dan een dode.’

Maar misschien komt daar nu verandering in. Samen met de mensen van Dorpsbelangen van de drie dorpen verzonnen Wieling en collega Goffe Jensma van het Centrum Groninger Taal en Cultuur een app die kinderen kennis laat maken met het Gronings. Zo hopen ze het gebruik van de streektaal te stimuleren. Google besloot het project te steunen met een bijdrage van 30.000 euro uit het Community Grants Programma van Google Eemshaven, dat – onder andere – initiatieven steunt die kansen van mensen in de regio verbetert.

Groeiende kloof

‘Het verzoek kwam vanuit Dorpsbelangen Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil’, vertelt Wieling. ‘Of wij binnen het Centrum Groninger Taal en Cultuur niet iets konden maken om het Gronings door te geven aan de kinderen. De mensen merken dat er een steeds grotere kloof komt tussen de sprekers van de streektaal en het Nederlands. ’

Voor de app namen Wieling en zijn team eerst uitgebreide interviews af met de inwoners. Die konden dan aangeven wat voor woorden ze het liefste wilden doorgeven aan de volgende generatie. Kopstubber – ragebol – bleek zo’n populair woord. En bragel dus ook. Dat is slijk. Rond dergelijke woorden schreef de Groningse schrijfster Kunny Luchtenberg vervolgens korte verhaaltjes, die weer worden voorgelezen door de streektaalsprekers zelf. Want ook het Gronings wordt in verschillende delen van de streek weer anders gesproken. ‘Waar je in Zandeweer kiender zegt, wordt bijvoorbeeld in Veendam kinder gezegd’, legt Wieling uit.

Op deze manier doen de onderzoekers niet alleen recht aan het specifieke dialect van een bepaalde streek, maar, zegt Wieling, ‘we leggen het voor onszelf als onderzoekers ook vast. De laatste keer dat dit gebeurde is alweer zo’n jaar of tien geleden.’

Oefeningen

De app Van old noar jong krijgt naast het luisterdeel ook een deel waarmee kinderen het lezen, schrijven en spreken kunnen oefenen. Als de pilot voor Zandeweer, Eppenhuizen en Doodstil af is, wil Wieling hem uitbreiden met een variant voor dorpen met weer andere dialecten. Het is de bedoeling dat de app in de loop van volgend jaar voor zo’n twintig plaatsen beschikbaar is.

Gaat de app het Gronings redden? Daar durft Wieling nu nog geen uitspraken over te doen. Het aantal sprekers lijkt terug te lopen, en veel ouders spreken zelf de streektaal niet meer. ‘Hopelijk wekken we de interesse van kinderen in de taal van hun eigen regio en stimuleren we ze om het nog beter te willen leren. Het is steeds duidelijker dat het voordelen heeft om een tweede taal te spreken’, zegt hij. ‘En dit is er een die je er bijna gratis bij krijgt. Het is zonde om daar niets mee te doen.’