Natuurkundigen bedenken draagbare detector voor zwaartekrachtgolven

Natuurkundige Steven Hoekstra: ‘Het is supermoeilijk en het zal zeker nog tientallen jaren duren.’ Foto Reyer Boxem

Idee van RUG-natuurkundigen:

Draagbare detector voor zwaartekrachtgolven

Groningse wetenschappers komen met een plan om een detector voor zwaartekrachtgolven te maken die vierduizend keer kleiner is dan het huidige LIGO-experiment.
2 juli om 17:46 uur.
Laatst gewijzigd op 7 juli 2020
om 10:16 uur.
juli 2 at 17:46 PM.
Last modified on juli 7, 2020
at 10:16 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juli om 17:46 uur.
Laatst gewijzigd op 7 juli 2020
om 10:16 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juli 2 at 17:46 PM.
Last modified on juli 7, 2020
at 10:16 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het is nog maar vijf jaar geleden dat de detectoren van LIGO de allereerste zwaartekrachtgolf maten; een prestatie die de bouwers meteen een Nobelprijs opleverde. Want zwaartekrachtgolven – rimpels in de ruimte die door het heelal trekken als golven in een vijver – maken het mogelijk om metingen in het heelal te doen, die nooit eerder mogelijk waren. Een nieuwe set van ‘ogen en oren’.

Maar de huidige detectoren zijn wel vier kilometer lang. Dat is nodig, want ze meten de zwaartekrachtgolven door een laser af te vuren op spiegels in de armen. Wanneer een zwaartekrachtgolf langs trekt, doet de ene laser daar net iets langer over dan de andere.

Draagbaar

Volgens de Groningse wetenschappers Steven Hoekstra en Anupam Mazumdar, en vakgenoten van het Britse UCL, kan het echter ook anders. In een artikel dat binnenkort verschijnt in de New Journal of Physics stellen ze voor een ‘draagbare’ detector te bouwen.

‘Zo’n detector zou veel lagere frequenties kunnen meten dan de huidige detectoren’, zegt Hoekstra. ‘Hij is in dat gebied veel gevoeliger. Bovendien kun je er een heel netwerk van detectoren mee opzetten, omdat hij veel kleiner is.’

Voor de metingen willen ze een piepklein diamantje gebruiken – denk aan een massa van 10 tot de macht -17 kilogram – dat ze in een ‘kwantumsuperpositie’ brengen. Dat kan doordat het diamantje een ingebouwde oneffenheid heeft: één enkel stikstofatoom tussen al de koolstofatomen.

Vervolgens kun je dat diamantje beschieten met fotonen – licht dus. Dan krijg je een bizarre situatie die hoort bij de kwantummechanica. Het foton wordt tegelijk wel en níet geabsorbeerd door het elektron van het stikstofatoom. Er ontstaat dan een superpositie van twee deeltjes: het ene gevoelig voor een magnetisch veld, het andere niet.

Zwaartekrachtgolf

‘En die deeltjes kunnen we vervolgens door een magnetisch veld ongeveer een meter uit elkaar trekken’, legt Hoekstra uit. ‘Als we dat veld vervolgens weer omkeren, komen de deeltjes weer bij elkaar.’

Maar – en daar komt het – als er een zwaartekrachtgolf voorbij is gekomen en de wereld daardoor op de ene plek een beetje samenkrimpt, en op de andere een beetje uitzet, dan doet de ene daar net wat langer over dan de andere, waardoor ze een verschillend golfpatroon hebben. En dat kun je meten.

In theorie, vult Hoekstra nadrukkelijk aan. Een dergelijk experiment zoekt immers de absolute grens op tussen de kwantummechanica en de ‘echte wereld’. ‘Het in superpositie brengen – en lang genoeg in die toestand houden – van zo’n diamantje is supermoeilijk’, zegt Hoekstra.

Deels omdat het ultragevoelig is, want zelfs licht of de warmtestraling van een object op kamertemperatuur zou de metingen al verstoren. En deels omdat het zo groot is – voor een experimenteel natuurkundige, dan, die gewend is aan het werken met atomen. Het moet daarnaast niet slechts één keer goed gaan, maar aan de lopende band. Het experiment bestaat immers uit het voortdurend ‘beschieten’ van andere diamantjes.

Supermoeilijk

Een stabiel magneetveld creëren is een volgende uitdaging. En dan moeten de diamantjes ook nog heel precies dezelfde massa hebben.

Maar, zegt Hoekstra, het kan wel. ‘Dat is het mooie van dit idee, waarbij experimenteel natuurkundigen samenwerken met theoretici zoals Mazumdar’, zegt hij.

‘Het is enorm moeilijk en het zal zeker tientallen jaren duren voor je zover bent, maar we zien op dit moment geen reden waarom het uiteindelijk niet zou kunnen werken.’

FSE wil speciaal fonds voor afgewezen voorstellen

FSE wil speciaal fonds voor afgewezen voorstellen

De Faculty of Science and Engineering (FSE) wil een fonds instellen om onderzoeksvoorstellen te financieren die net buiten de boot vielen bij de nationale en Europese subsidierondes.
2 juli om 15:24 uur.
Laatst gewijzigd op 2 juli 2020
om 15:31 uur.
juli 2 at 15:24 PM.
Last modified on juli 2, 2020
at 15:31 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juli om 15:24 uur.
Laatst gewijzigd op 2 juli 2020
om 15:31 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juli 2 at 15:24 PM.
Last modified on juli 2, 2020
at 15:31 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het idee staat in het concept-strategisch plan voor de periode 2021-2026 dat de faculteitsraad van FSE afgelopen week besprak.

Het is de bedoeling op deze manier de werkdruk van het wetenschappelijk personeel te verlichten. Mensen, die – zoals decaan Jasper Knoester het verwoordde – ‘toch al het gevoel hebben dat ze in een loterij zitten’.

Gevolgen crisis

Waar het geld vandaan moet komen, is nog onduidelijk. Zeker omdat niet helder is wat de gevolgen zijn van de coronacrisis voor de universiteit.

Ook is het nog niet duidelijk welke voorstellen het meeste kans maken. Maar, stelde Knoester, de kans is klein dat voorstellen die binnen kernthema’s van de faculteit vallen, prioriteit krijgen.

Nu al voelen veel onderzoekers een grote druk om voorstellen in te dienen die binnen een bepaald programma passen. ‘En ongebonden onderzoek is toch al ondergefinancierd.’

Een stap dichterbij een computerbrein

Het mysterie van nikkelaat

Een stap dichterbij een computerbrein

Wetenschappers van de RUG hebben grote vooruitgang geboekt in hun zoektocht naar een materiaal om de neuronen van het menselijk brein na te bootsen. Vorige week publiceerden ze een artikel over hun vondst in Nature Communications.
25 juni om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 29 juni 2020
om 11:54 uur.
juni 25 at 14:59 PM.
Last modified on juni 29, 2020
at 11:54 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

25 juni om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 29 juni 2020
om 11:54 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 25 at 14:59 PM.
Last modified on juni 29, 2020
at 11:54 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Hoewel het menselijk brein relatief klein is, kan het enorme hoeveelheden informatie verwerken. Het gaat ook heel erg efficiënt met energie om. Wetenschappers proberen al jaren een computer te bouwen die net zo goed werkt, maar dat is een enorme uitdaging.

‘De neuronen in onze hersenen hebben duizenden dendrieten, een soort kleine beentjes, die via synapsen vastzitten aan de dendrieten van duizenden andere neuronen. Dat betekent dat informatie via allerlei verschillende kanalen tegelijk kan worden verzonden’, zegt hoogleraar Beatriz Noheda van onderzoekscentrum CogniGron.

‘Maar gewone computers gebruiken transistors die informatie alleen maar in een reeks kunnen verwerken. Een op een, dus.’

Te veel ruimte

Het brein gaat zo efficiënt met energie om doordat het informatie zowel opslaat als verwerkt in de neuronen. Een gewone computer heeft daar twee verschillende locaties voor nodig.

Bovendien zorgt de neuroplasticiteit van het brein ervoor dat neuronen connecties sterker of zwakker kunnen maken. ‘Als je bijvoorbeeld iets aan het leren bent, gaat er meer energie door die neuronen heen. Maar als de verbinding verzwakt, kan je herinneringen kwijtraken.’

Als de verbinding verzwakt, kan je herinneringen kwijtraken

Grote bedrijven zoals IBM en Intel hebben al eerder geprobeerd het brein na te bootsen, met computerchips waarin duizenden transistors naast elkaar een enkele neuron vormen. Dat scheelde veel energie, maar de duizenden neuronen die nodig zijn om een heel ‘brein’ te creëren zouden simpelweg te veel ruimte innemen.

Andere onderzoekers hebben zogeheten memristors gemaakt: elektrische apparaatjes waarmee je de weerstand kunt aanpassen door ionen te laten bewegen, net zoals het brein doet met de synapsen tussen neuronen. ‘Maar dat experiment viel niet te reproduceren’, zegt Noheda.

Handelbaar

Noheda en haar team proberen een memristormechanisme te bouwen waarbij ze geen elektronische componenten nodig hebben. Het is gebaseerd op hoe elektronen getransporteerd worden. ‘Die zijn sneller, maar veel handelbaarder’, zegt ze. Het is verdiepend, fundamenteel onderzoek dat nog maar een paar jaar aan de gang is.

Vorige week publiceerden zij en haar promovendus Qikai Guo hun artikel over hun zoektocht naar een materiaal dat dit kan doen in Nature Communications.

Ze hadden hun hoop gevestigd op neodymium nikkeloxide (NdNiO3), een materiaal dat de overgang van een metaal naar een isolator kan maken. Dat betekent dat het op het ene moment heel goed geleidt, maar op een ander moment juist heel erg isoleert. Dit is essentieel als je een apparaat wilt hebben waarin je de weerstand aan kunt passen.

Normaliter kan je dit soort materialen manipuleren door middel van temperatuur. Maar dit spul was stukken mysterieuzer dan de wetenschappers aanvankelijk dachten. Sommige onderzoekers zeiden dat het een normaal metaal was, en dat het elektriciteit geleidt op dezelfde manier als koper.

De verklaring voor deze conductiviteit zou zijn dat elektronen reageren op vibrerende atomen. ‘Maar andere onderzoekers hadden het idee dat er iets spannenders aan de hand was. Zij dachten dat de elektronen juist op elkaar reageerden’, zegt Noheda. Beide kanten hadden experimenten gedaan die hun standpunt bevestigden.

Discussie

Guo en Noheda gingen aan het werk om de discussie te beslechten. Maar hoe zorgvuldig ze hun tests ook deden, ze kregen telkens een ander resultaat. ‘We kregen letterlijk iedere keer een andere waarde, ook waardes die niemand ooit eerder had gehad.’

Wat als het niet aan de vervorming zelf lag, maar aan iets wat de vervorming verzoorzaakte?

De onderzoekers wisten lang niet waar die resultaten vandaan kwamen. Wat ze wel wisten, was dat hoe goed het materiaal geleidde niet alleen door de temperatuur kwam, maar ook door het materiaal waar ze hun nikkelaat op ‘kweekten’.

‘We hadden ongelooflijk dun materiaal gemaakt. Het was duizend maal dunner dan een menselijke haar. We deden dat op een kristallen substraat dat een iets andere structuur had’, zegt Noheda.

De atomen in dat substraat lagen net iets verder uit elkaar of dichter bij elkaar dan die in nikkelaat. Omdat ze het verdampte nikkelaat op de substraat neer lieten dalen, dwongen ze de nikkelaatatomen zich te rearrangeren. ‘Het kristal werkte als een sjabloon.’

Rearrangeren

Noheda en Guo kwamen erachter dat naarmate ze hun nikkelaat meer forceerden, de conductiviteit steeds hoger werd. Maar de vervorming alleen kon de resultaten niet verklaren; daarvoor was het effect te groot. ‘Wat als het niet door de vervorming kwam, maar juist door iets wat de vervorming veroorzaakte?’

Verdere experimenten toonden aan dat de vervorming van de lagen nikkelaat er voor zorgde dat het nikkelaat zuurstof verliest. Normaliter heeft het metaal een nikkelatoom, een neodymiumatoom en drie zuurstofatomen, waardoor het een kristal vormt.

‘Maar we zagen dat er af en toe een zuurstofatoom ontbrak. Daardoor gingen de andere atomen zich een beetje rearrangeren’, zegt Noheda. En dat verklaarde dus de veranderde conductiviteit.

Dit betekent dat de onderzoekers twee belangrijke dingen hebben gedaan. Niet alleen hebben ze iets toegevoegd aan de fundamentele kennis over nikkelaatmetalen, maar ze zijn ook een belangrijke stap dichterbij hun droom van een computer die werkt als een menselijk brein.

‘We hebben nu controle over het materiaal’, zegt ze. ‘We hebben nu een knop waarvan we eerst niet eens wisten dat die bestond.’

Een Spinoza én een Stevin voor de RUG-wetenschappers

Foto’s Reyer Boxem/RUG

Prijzen voor Pauline Kleingeld en Linda Steg

Een Spinoza én een Stevinpremie voor de RUG

De RUG gaat er dit jaar met twee van de meest prestigieuze wetenschapsprijzen van Nederland vandoor. Filosoof Pauline Kleingeld wint een Spinozapremie, ook wel de ‘Nederlands Nobelprijs’ genoemd. Milieupsycholoog Linda Steg krijgt een Stevin.
19 juni om 8:02 uur.
Laatst gewijzigd op 22 juni 2020
om 13:21 uur.
juni 19 at 8:02 AM.
Last modified on juni 22, 2020
at 13:21 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

19 juni om 8:02 uur.
Laatst gewijzigd op 22 juni 2020
om 13:21 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 19 at 8:02 AM.
Last modified on juni 22, 2020
at 13:21 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Linda Steg was even stil toen ze het telefoontje kreeg van onderzoeksfinancier NWO met de mededeling dat ze een Stevinpremie kreeg van 2,5 miljoen euro. ‘Wat?’ wist ze tenslotte uit te brengen. ‘Ik moet dit even tot me door laten dringen.’

En daarna mocht ze het nog aan niemand vertellen ook. Alleen haar vriend mocht het weten. En natuurlijk de communicatiemensen en journalisten die het nieuws te horen kregen onder strikte beloftes van geheimhouding.

Ook Pauline Kleingeld was overdonderd. Zij krijgt een van de vier Spinozapremies. Ook ter waarde van 2,5 miljoen euro. En nee, dit had ze nooit verwacht. ‘Er zijn zoveel mensen die goed onderzoek doen.’

Beide premies belonen het werk van excellente onderzoekers. Waar de Spinozapremie vooral fundamenteel wetenschappelijk onderzoek wil stimuleren, gaat het bij de Stevin meer om de maatschappelijke impact.

Invloedrijk

Steg krijgt haar prijs voor haar werk in de milieupsychologie. Een vak waarin ze, aldus de jury, een van de meest invloedrijke en innovatieve pioniers is. Ze wil weten waarom mensen milieuvriendelijk gedrag vertonen – of niet. En wanneer ze bereid zijn hun persoonlijke gemakken opzij te zetten voor het hogere belang.

Haar belangrijkste vondst is dat het hen niet enkel gaat om ‘rationele’ feiten of kosten-batenanalyses. Morele- en milieuoverwegingen blijken ook van groot belang. Ze schreef een invloedrijk klimaatrapport voor de VN en stond al vijf keer op de lijst ‘most influential scientific minds’ van Thomas Reuters.

Filosoof Kleingeld krijgt de premie vanwege haar vernieuwende blik op het werk van de achttiende-eeuwse filosoof Kant. Niet alleen laat ze zien dat Kants racistische en seksistische vooroordelen doorschemeren in zijn werk, ook zet ze haar visie op Kants ethiek in om met nieuwe inzichten te komen op het gebied van moreel universalisme en de vrije wil.

Op het Academiegebouw hangt een vlag met felicitaties aan Pauline Kleingeld en Linda Steg. Die werd uitgerold door (vlnr) bestuurslid Hans Biemans, decaan Kees Aarts van de Faculteit GMW, bestuursvoorzitter Jouke de Vries, decaan Lodi Nauta van de Faculteit Wijsbegeerte, rector magnificus Cisca Wijmenga en Stephan van Galen, directeur Bureau van de Universiteit.

Geen feestje

De onderzoekers missen door de coronacrisis het feestje rond de bekendmaking op het jaarlijkse congres voor wetenschapscommunicatie Bessensap. Niet heel erg, vinden ze. Al vindt vooral Steg het jammer dat ze haar collega’s niet zal zien als ze het nieuws horen. ‘Toen ik afgelopen jaar een lintje kreeg, wist iedereen ervan, maar ik niet. Nu is het andersom, maar kan ik hun gezichten niet zien.’

Beide onderzoekers weten al wat ze met hun prijs willen doen. Kleingeld wil proberen of ze met haar interpretatie van Kants ethiek een bijdrage kan leveren in hedendaagse discussies over moreel universalisme. ‘Een beetje tegen de stroom in, want we leven in een tijd van relativisme en scepticisme’, zegt ze.

Steg wil proberen haar sociaalwetenschappelijk onderzoek te integreren in klimaatmodellen. ‘Want al die modellen gaan uiteindelijk over mensen en menselijk gedrag.’

Meer winnaars

Naast Pauline Kleingeld, ontvangen ook biofysicus Nynke Dekker van de TU Delft, bio-organisch chemicus Jan van Hest van de TU Eindhoven en immunoloog Sjaak Neefjes van het Leids Universitair Centrum een Spinozapremie. Kankeronderzoeker Ton Schumacher van het Antoni van Leeuwenhoek is de tweede ontvanger van een Stevinpremie.

Het is de eerste Stevinpremie voor de RUG sinds deze in 2018 in het leven is geroepen. Spinozapremies bestaan al veel langer. Eerdere RUG-winnaars waren de natuurkundige George Sawatzky (1996), medisch bioloog Dirkje Postma (2000) en chemicus en latere Nobelprijswinnaar Ben Feringa (2004).

Na tien jaar stilte volgden daarna trekvogelprofessor Theunis Piersma in 2014 en geneticus en huidig rector magnificus Cisca Wijmenga in 2015. In 2016 wonnen filosoof Lodi Nauta en technisch natuurkundige Bart van Wees. Vorig jaar was sterrenkundige Amina Helmi aan de beurt.

UKrant sprak afgelopen week met beide laureaten:

Zoektocht naar een rechtvaardige wereld

Bestaan er universele waarden in deze wereld? Principes die gelden voor ieder mens? RUG-filosoof Pauline Kleingeld wil haar Spinozapremie gebruiken om dat te onderzoeken. ‘Veel mensen denken tegenwoordig dat die niet bestaan. Maar ik wil het toch proberen.’ Lees hier het interview met Pauline Kleingeld.

Milieuonderzoeker, maar geen activist

Ze was al een van de meest invloedrijke psychologen ter wereld. Nu krijgt milieupsycholoog Linda Steg de Stevinprijs voor haar onderzoek naar milieubewust handelen. ‘Een activistische houding is niet goed. Niet als het gaat om wetenschap.’ Lees hier het interview met Linda Steg.

Ziekteverzuim bij FSE blijft stijgen, oorzaak onduidelijk

Oorzaak is moeilijk aan te wijzen

Ziekteverzuim bij FSE blijft stijgen

Het langdurig ziekteverzuim bij de Faculty of Science and Engineering blijft maar stijgen, blijkt uit het onlangs gepresenteerde Health Safety and Environment Report. Maar de oorzaak is moeilijk aan te wijzen.
18 juni om 18:55 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2020
om 11:45 uur.
juni 18 at 18:55 PM.
Last modified on juni 19, 2020
at 11:45 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

18 juni om 18:55 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2020
om 11:45 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 18 at 18:55 PM.
Last modified on juni 19, 2020
at 11:45 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het ziekteverzuim onder het personeel bij de bètafaculteit is de afgelopen zes jaar verdubbeld. Waar stafleden in 2014 nog maar 0,9 procent van hun tijd afwezig waren, is dat nu 1,8 procent. Kijk je daarbij specifiek naar de vrouwen, dan is het verzuim gestegen van 1,2 procent naar 2,9. En bij PhD’s is de stijging nog veel sterker: van 0,9 naar 2,6 procent.

Ook het ondersteunend- en beheerspersoneel is vaker afwezig: van 3,5 procent naar 5,7 procent. En ook hier is de stijging onder vrouwen veel hoger dan die onder mannen.

Frustrerend

Het is een probleem, erkent Theodora Tiemersma van de facultaire dienst van FSE. ‘We hebben erover gesproken met de bedrijfsarts. Ook het bestuur vindt het zorgelijk. Maar het is frustrerend, want we kunnen de vinger niet op de zere plek leggen.’

Dat werkdruk een rol speelt, ligt voor de hand. Bovendien constateert Tiemersma dat de uitval vooral onder jonge onderzoekers hoog is. Dus niet alleen onder PhD’s, maar ook onder postdocs.

‘Academici aan het begin van hun carrière’, zegt ze. ‘Voor die groep komt alles samen, de stress van moeten presteren, maar ook het opbouwen van een gezin. Dan hou je heel veel ballen in de lucht.’

Oplossing

Tegelijk is het lastig een oplossing te vinden. De faculteit heeft de afgelopen jaren verschillende programma’s in het leven geroepen, zoals ‘efficiënter werken’ of ‘leiding geven’. ‘Maar de opkomst bij die cursussen is vaak maar beperkt.’ Bovendien betwijfelt Tiemersma of degenen die dergelijke programma’s volgen, wel de mensen zijn die ze het meeste nodig hebben.

Het ziekteverzuim aan de RUG als geheel is veel minder snel gestegen. Onder wetenschappelijk personeel is het vrijwel hetzelfde gebleven. Maar onder het administratief en ondersteunend personeel steeg het van 4,2 procent per staflid in 2014 tot 6,4 procent.

Experts in koolstofdatering lossen eeuwenoud raadsel op

Luchtopname van Por-Bazjyn gezien vanuit het westen. Foto: Andrei Panin

Experts in koolstofdatering lossen eeuwenoud raadsel op

Niemand wist waarom het mysterieuze fort van Por-Bazjyn in Siberië was gebouwd en waarom het nooit gebruikt werd. Deze week kwamen RUG-wetenschappers met de oplossing van het raadsel, dankzij een nieuwe methode van koolstofdateren.
8 juni om 21:01 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juni 2020
om 15:05 uur.
juni 8 at 21:01 PM.
Last modified on juni 9, 2020
at 15:05 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

8 juni om 21:01 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juni 2020
om 15:05 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 8 at 21:01 PM.
Last modified on juni 9, 2020
at 15:05 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het eilandfort van Por-Bazjyn, gelegen in de permafrost van Siberië, is misschien wel net zo mysterieus als Machu Picchu. Het is minder bekend dan zijn Peruaanse broertje, maar de vragen rond het enorme bouwwerk van klei, stammend uit de achtste eeuw en omgeven door twaalf meter hoge muren, houden wetenschappers al decennia bezig. Wie heeft het gebouwd? Was het een paleis? Een fort? Een klooster? En waarom zijn er geen haarden in aangebracht? Waarom zijn er geen gebruikerssporen?

In een artikel dat deze week verscheen in PNAS, geven wetenschappers van de RUG het definitieve antwoord door de bouw te dateren in de zomer van 777. Ze maakten daarvoor gebruik van een nieuwe methode, waarbij ze zoeken naar pieken van de isotoop koolstof-14 in de jaarringen van bomen. Die uitschieters zijn veroorzaakt door zeldzame zonnevlammen, waarvan er eentje voorkwam in het jaar 775 en een ander in 994. 

Oeigoerse vorst

‘Deze studie laat perfect zien hoe deze recent ontwikkelde methode kan worden toegepast om een archeologische vindplaats van onbekende datum te dateren’, zegt eerste auteur Margot Kuitems. ‘We vonden de piek in de twee na laatste ring van een balk uit het complex. Bovendien had de laatste ring alleen voorjaarshout. Daardoor weten we dat de boom gekapt is in de zomer van het jaar 777.’

Door die precieze datering kon de de Oeigoerse vorst Tengri Bögü Khan worden aangewezen als de bouwer van het complex. En omdat archeologen al eerder hadden ontdekt dat de bouw ongeveer twee jaar in beslag had genomen, leverde de ontdekking ook meteen een plausibel antwoord op andere openstaande vragen.

‘Bögü Khan had zich namelijk bekeerd tot het manicheïsme’, zegt Kuitems. Deze christelijke stroming ging uit van gelijkwaardigheid van goed en kwaad en werd door de rooms-katholieke kerk als ketters beschouwd. ‘In 779 werd Bögü Khan echter vermoord tijdens een anti-manicheïstische opstand.’

Klooster

Het lijkt daarom waarschijnlijk dat Por-Bazjyn bedoeld was om een klooster te worden. Maar omdat Bögü Khan ten val kwam, is het complex nooit in gebruik genomen.

Kuitems is dolblij met de vondst, want de datering via zonnevlammen kan dus inderdaad archeologische raadsels oplossen. Het had bovendien maar een haar gescheeld of het was niet gelukt. ‘Bij een eerder houtmonster vonden we de piek niet’, zegt ze. ‘Dus we waren behoorlijk teleurgesteld. Maar toen bleek dat dát monster de laatste jaarringen miste.’

Bij het tweede monster dat die jaarringen wel had, was het wel raak. ‘Het was echt op het nippertje. Dus we hebben enorme mazzel gehad.’

App gaat aanwezigheid in gebouwen FSE automatisch registreren

Foto Reyer Boxem

App moet personeel bij FSE automatisch registreren

De Faculty of Science and Engineering wil de aanwezigheid van personeelsleden in gebouwen automatisch registreren via Eduroam. De bestaande app FSE Presence moet daarvoor worden aangepast.
2 juni om 17:26 uur.
Laatst gewijzigd op 3 juni 2020
om 13:57 uur.
juni 2 at 17:26 PM.
Last modified on juni 3, 2020
at 13:57 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juni om 17:26 uur.
Laatst gewijzigd op 3 juni 2020
om 13:57 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 2 at 17:26 PM.
Last modified on juni 3, 2020
at 13:57 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Personeelsleden van de Faculty of Science and Engineering die na sluitingstijd aanwezig zijn in gebouwen als Nijenborgh 4 of de Linnaeusborg – gebouwen met grote laboratoria dus – moeten hun aanwezigheid melden via een website, of de bijbehorende app FSE Presence. Dat is belangrijk, want als er iets mis gaat, moeten reddingswerkers weten waar mensen zich bevinden. Maar in de praktijk wordt die registratie weinig gebruikt. 

‘Het systeem werkt niet goed genoeg. Het hangt heel erg van jezelf af’, zegt biochemicus en faculteitsraadslid Andy Thunissen. ‘Ik heb de app ook op mijn telefoon’, zegt faculteitsraadsvoorzitter en sterrenkundige Mariano Mendez. ‘Maar bijna niemand gebruikt die app.’ 

Vandaar dat er nu gewerkt wordt aan een nieuwe versie die gebruik maakt van checkpoints van Eduroam.  Medewerkers hoeven dan maar eenmaal in te loggen bij het wifi-netwerk en daarna wordt hun aanwezigheid automatisch opgepikt door het systeem. Bovendien hoopt het CIT de informatie ook te kunnen gebruiken om vast te stellen waar in het gebouw de medewerker zich bevindt. 

Privacy eerbiedigen

Op zichzelf een prima idee, oordeelde de faculteitsraad onlangs. ‘Het is heel belangrijk dat men weet waar mensen zich in het gebouw bevinden om de veiligheid te waarborgen’, vindt Thunissen. ‘Wel is het belangrijk dat de privacy van de gebruikers wordt geëerbiedigd.’

Daar hoeft hij zich geen zorgen over te maken, zegt veiligheidsexpert Theodora  Tiemersma-Wegman van FSE. ‘Je kunt zo’n app niet ontwikkelen zonder dat je daar heel zorgvuldig mee omgaat.’ Er worden dus geen persoonlijke details aan de aanwezigheidsdetectie gekoppeld. De vergaarde data worden niet opgeslagen en zijn bovendien alleen beschikbaar voor de mensen die het echt nodig hebben. ‘En de app werkt alleen in FSE-gebouwen. Dus het is niet zo dat als je in Rome op het netwerk van Eduroam komt, je daar wordt geregistreerd.’

Toch zal niet iedereen de app altijd gebruiken. ‘Sommige mensen zijn hier heel principieel in’, zegt Thunissen. ‘Dus daarom hebben we nog extra benadrukt dat hier zorgvuldig mee omgesprongen moet worden.’ Bovendien, vindt Thunissen, kan het niet zo zijn dat dit het enige systeem is. ‘Het is belangrijk dat mensen kunnen zeggen: ik wil dit niet.’ 

Principiële bezwaren

Of gebruik van de nieuwe app verplicht wordt of niet, durft Tiemersma-Wegman nog niet te zeggen. ‘Daar zijn we nog niet aan toe.’ Wel is ze zich ervan bewust dat er altijd mensen zullen zijn die hun telefoon vergeten, misschien zelfs geen smartphone hebben of principiële bezwaren hebben. ‘Geen enkel systeem is waterdicht’, benadrukt ze. ‘Maar dit is wat ons betreft al zo’n enorme stap voorwaarts dat we het willen ontwikkelen.’

Op dit moment loopt er een proef in de gebouwen van FSE die moet vaststellen of de dekking van het wifi-netwerk voldoende is. Tiemersma-Wegman hoopt de app zo snel mogelijk definitief te kunnen implementeren. Zeker omdat het vanwege corona extra belangrijk is om te weten hoeveel mensen er in de gebouwen zijn en waar die zijn. Een harde datum voor invoering kan ze nog niet noemen. ‘Maar we koersen op oktober.’

Dit jaar geen ontgroeningen bij Vindicat en Albertus

Het pand van Albertus aan de Brugstraat.

‘Online kennismaken is best lastig’

Dit jaar geen ontgroeningen bij Vindicat en Albertus

De introductietijd van aspirant-leden bij Vindicat en Albertus gaat dit jaar niet door. De regels rond ‘social distancing’ maken de roemruchte traditie onmogelijk.
4 mei om 17:13 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 10:34 uur.
mei 4 at 17:13 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 10:34 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

4 mei om 17:13 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 10:34 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

mei 4 at 17:13 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 10:34 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

‘Het wordt allemaal heel lastig’, erkent rector Floris Hamann van Vindicat. De kans dat aspirant-leden een traditionele introductie krijgen met een vierdaags kamp en een daaropvolgende binnenweek ‘is natuurlijk nihil’. ‘Daar ga je nooit een vergunning voor krijgen’, zegt hij. Ook bij Albertus gaat vicepreses Emma Visser ervan uit dat een traditionele ontgroening niet doorgaat.

Géén introductie is echter ook geen optie, zegt Hamann. ‘Je wilt niet dat mensen die zich aanmelden na een paar weken concluderen: hier heb ik niet zoveel mee.’

Boekjes en video’s

Hij denkt aan boekjes, video’s van diverse commissies en filmpjes á la ’73 questions’ (‘maar dan 27’), waarin leden de vereniging laten zien. Ook wil hij, als het mag, studenten in kleine groepjes een route door de vereniging laten lopen. ‘En dat dan in elke zaal de belangrijkste verhalen worden verteld.’

Groot voordeel is volgens Hamann dat 90 procent van de leden in een Vindicathuis woont. ‘En die kan ik een grote rol laten spelen in het vertellen van de verhalen en het enthousiasmeren.’

Online kennismaken

Maar een traditionele ontgroening, inclusief de ‘fysiek zware’ onderdelen, zit er niet in. En als het echt online moet, is het erg lastig om onderling kennis te maken, erkent hij. ‘Daar hou ik wel mijn hart voor vast. Dit kan het eerste jaar zijn dat dit allemaal niet heeft en dat mensen alleen maar een aantal verhalen te horen krijgen.’

Hij is niet bang dat de huizen dan zelf maar gaan ontgroenen. ‘Als ze zulke capriolen uithalen, is de impact enorm’, zegt hij. Een huis zou de titel van ‘cool huis’ verliezen en niet meer in huisverband naar de vereniging mogen.

Jaarclub

Ook Albertus is druk aan het nadenken over de introductietijd. En ook daar wordt nagedacht over rondleidingen en online manieren om de vereniging onder de aandacht te brengen. ‘We kijken nu naar wat we moeten vertellen en wat er echt nodig is’, zegt Visser. ‘Het belangrijkste is dat de nieuwe leden in een jaarclub komen. Daar draait onze vereniging op.’

Hoewel de kans klein is, wil Visser de mogelijkheid voor een introductie later in het jaar nog niet uitsluiten. Studenten kunnen zich dan wel inschrijven, maar hoeven dan bijvoorbeeld geen contributie te betalen tot de vereniging weer open is. ‘Daar gaan we het nog over hebben.’

RUG-psycholoog dwingt NWO tot schadevergoeding

Stephan Schleim. Foto Elsbeth Hoekstra

25.000 voor vertraging onderzoek

RUG-psycholoog dwingt NWO tot schadevergoeding

Theoretisch psycholoog Stephan Schleim van de RUG heeft recht op 25.000 euro schadevergoeding van onderzoeksfinancier NWO. Dat heeft de Raad van State bepaald. Het is het slotstuk van een acht jaar durende strijd om een VENI-subsidie.
30 april om 17:50 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 12:42 uur.
april 30 at 17:50 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 12:42 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

30 april om 17:50 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 12:42 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 30 at 17:50 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 12:42 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

‘Het was toch een emotioneel moment’, bekent Stephan Schleim, toen hij de uitspraak van de Raad van State zag. Het is immers acht jaar jaar geleden dat hij de strijd aanbond met onderzoeksfinancier NWO en er zijn periodes geweest waarin hij twijfelde aan de rechtsgang in Nederland.

Maar nu is het voorbij: niet alleen heeft hij de VENI-subsidie van 250.000 euro gekregen die hem in 2012 – naar later bleek onterecht – werd onthouden, ook krijgt hij een schadevergoeding. Het onderzoek ging uiteindelijk namelijk pas in 2017 van start en kost door de vertraging meer geld.  

Het verhaal begon in 2011. De Duitse Schleim, die toen nog maar net werkzaam was aan de RUG, diende een aanvraag in voor een VENI. Hij wilde onderzoeken hoe je het individu een plaats kunt geven in neurowetenschappelijk onderzoek, dat vaak uitspraken probeert te doen over groepen.

Zijn aanvraag werd echter afgewezen op, vindt hij, onterechte gronden. Aanvankelijk maakte hij zich daar niet heel druk om en hij kwam in 2012 met een verbeterde aanvraag. ‘Maar toen die werd afgewezen, waren er dusdanig duidelijke fouten gemaakt dat ik besloot bezwaar aan te tekenen’, zegt hij.

Derde plaats

Schleim ontving bij de eerste beoordeling van alle NWO-referenten de hoogst mogelijke beoordeling, A+. Hij stond daarbij op de derde plaats van 59 aanvragen en werd uitgenodigd voor een interview in de tweede ronde. Daar zakte hij ineens naar de negentiende plek en zo liep hij de subsidie alsnog mis.

‘Ik kreeg drie korte alinea’s met informatie die niet klopte’, zegt hij. Zo werd er gesteld dat Schleim onvoldoende duidelijk had gemaakt hoe het onderzoek kon bijdragen aan de maatschappij.  ‘Juist dat was voor mij een heel sterk punt’, zegt hij. ‘Maar daar hadden we het in het gesprek niet over gehad.’

Hij vermoedt dat zijn keuze om het interview in het Nederlands te doen – een poging om te laten zien dat hij zich wilde verbinden aan Nederland – slecht uitgepakt heeft. ‘Dat was mijn fout, want mijn Nederlands was nog niet zo goed.’

Bovendien werd zijn interview gedaan door een geneticus, voor wie dit onderzoek ver buiten diens vakgebied lag, en een sociaal psycholoog. ‘En zij zei zelf dat ze het niet begreep.’ Hij denkt dat de motivering van de afwijzing die hij ontving, een geval van ‘copy-paste is geweest’. 

Bezwaar gegrond

Zijn bezwaar werd gegrond verklaard, maar NWO kwam vervolgens met een nieuwe reden waarom de aanvraag was afgewezen. ‘De tweede keer stelden ze dat ik al te ver was in mijn carrière, de derde keer dat ik niet meewerkte aan een oplossing.’ 

In 2014 was Schleim al naar de bestuursrechter gestapt. ‘Toen voerden ze de regel in dat als je ten onrechte was afgewezen, je opnieuw de procedure in moest. Ik accepteerde dat niet, maar ik weet dat andere onderzoekers daar “ja” op hebben gezegd en die hebben allemaal verloren.’

Uiteindelijk wees de bestuursrechter de subsidie alsnog toe. Maar Schleim ging toch in hoger beroep. ‘Ik wilde dat de rechter ook inhoudelijk zou reageren op de afwijzing van de subsidie en de gang van zaken bij NWO.’

Hij kreeg ook in hoger beroep gelijk, al ontbrak opnieuw de inhoudelijke reactie. Vervolgens startte hij in 2016 een procedure voor een schadevergoeding, omdat zijn onderzoek door de vertraging niet meer binnen het budget van 250.000 euro paste. Daarvoor kent de Raad van State hem nu 25.000 euro toe. 

Geschokt

Hij heeft nooit spijt gehad van zijn gevecht met NWO. ‘Als je terugkijkt, heeft het heel veel werk en tijd gekost. Maar het was ook een leuke manier om beter Nederlands te leren’, zegt hij laconiek. ‘Ik hou van schrijven en ik heb geprobeerd het positief te zien.’

Toch is hij ook geschokt door de manier waarop de onderzoeksfinancier omgaat met de wetenschappers en de verdeling van subsidies. ‘Ik hoor van heel veel onderzoekers dat de motivering niet klopt’, zegt hij. ‘Maar meestal laten ze het erbij zitten. Ze vrezen op een zwarte lijst te komen.’

Te oud

Hijzelf is in elk geval nooit meer gevraagd om subsidieaanvragen te beoordelen voor NWO, wat voor 2012 nog wel eens gebeurde. Ook is het onmogelijk geworden een VIDI aan te vragen, de vervolgsubsidie voor ervaren onderzoekers. ‘Je mag geen VIDI aanvragen als er nog een gesubsidieerd project loopt’, zegt hij. En om dat zijn VENI-project met vier jaar vertraging startte, is hij nu te ver in zijn carrière voor een VIDI.

NWO stelt in een reactie dat NWO en Schleim van inzicht verschilden over het causaal verband tussen de vergoeding en de eerdere afwijzing. ‘De rechtbank had NWO daarbij in eerste instantie in het gelijk gesteld. We nemen kennis van de uitspraak van de Raad van State en we zullen deze uitspraak uitvoeren.’

De grutto is de nieuwe dodo

Weidevogelbeheer kan neergang niet stoppen

De grutto is de nieuwe dodo

Tientallen jaren van weidevogelbeheer zijn voorbijgegaan, miljoenen euro’s aan subsidies uitgegeven en ontelbare uren gespendeerd om grutto’s te beschermen. Maar het gaat de grutto niet redden, concludeert de groep van trekvogelprofessor Theunis Piersma.
29 april om 11:42 uur.
Laatst gewijzigd op 29 april 2020
om 16:23 uur.
april 29 at 11:42 AM.
Last modified on april 29, 2020
at 16:23 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

29 april om 11:42 uur.
Laatst gewijzigd op 29 april 2020
om 16:23 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 29 at 11:42 AM.
Last modified on april 29, 2020
at 16:23 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het paradijs op aarde bevindt zich in de Skriezekrite Idzega. 

Hoog in de lucht zingt een leeuwerik boven een weide vol met gele vlekken van paardenbloemen. Een vroege kikker kwaakt tussen de pinksterbloemen aan de slootkant. Grutto’s paraderen langs een plasdras – een poel waar de waterstand hoog wordt gehouden om de biodiversiteit te bevorderen – terwijl een zwerm van zo’n veertig zeldzame kemphaantjes neerdaalt aan de overkant van het water.

Er zijn kieviten, tureluurs. Scholeksters boren hun feloranje snavels in de harde aarde. Een torenvalk blijft hangen boven de weide en ogenblikkelijk klinkt een waarschuwende roep van een grutto op de grond. De zon schijnt warm. Verkeersgeluiden zijn nauwelijks te horen.

Het is moeilijk te geloven dat dit paradijsje stervende is. En toch is dat zo.

Idyllisch

Grutto-onderzoeker Egbert van der Velde zit in het gras. Hij is bijna klaar met de gegevens voor de Gruttomonitor 2012-2019, de eindrapportage van acht jaar grutto-onderzoek in de Friese Zuidwesthoek die op korte termijn zal verschijnen. Al acht jaar lang trekt hij ieder jaar het veld in om in de Skriezekrite Idzega – een verzameling polders van ruim 1500 hectare boerenland – gruttonesten te monitoren, kuikens te ringen en uit te zoeken: hoeveel nesten komen er eigenlijk uit? En als ze uitgekomen zijn, worden er genoeg kuikens volwassen om de populatie in stand te houden? 

Het is alsof je de dodo onderzoekt in de jaren voor zijn uitsterven

Het sombere antwoord is ‘nee’. En dat terwijl juist hier, in dit idyllische stukje Friesland, waar boeren supergemotiveerd zijn om weidevogels te helpen beschermen, waar veel percelen pas na 15 juni worden gemaaid, waar plasdrassen zijn aangelegd en veel weiden vol staan met kruiden in plaats van eiwitrijk raaigras, juist hier zou je verwachten dat het goed gaat. Als het hier al niet lukt, waar dan wel?

Van der Velde schudt het hoofd, terwijl twee ganzen in het water landen. Nergens, denkt hij. ‘Het is alsof je de dodo onderzoekt, in de laatste jaren voor zijn uitsterven. En ik zou me ermee kunnen verzoenen als dat betekende dat er iets voor in de plaats kwam. Dat de biodiversiteit in stand blijft. Maar dat is ook niet zo.’

Raaigras

Hij wijst op een ander perceel, schuin achter zich. Daar groeiden vorig jaar ook nog de kruiden en de paardenbloemen, maar de boer besloot dat het mooi geweest was, ging er met een ploeg overheen en zaaide raaigras in. Wég tientallen jaren oud grasland. ‘Dat perceel is nu dood’, zegt Van der Velde. ‘Op een industrieterrein zie je meer biodiversiteit.’

Hij staat erbij en kan er niets tegen doen, maar hij heeft zich er een beetje bij neergelegd. Twee jaar geleden nog veroorzaakte hij grote opschudding toen hij in een artikel in het Dagblad van het Noorden stelde dat boeren en grutto’s niet samengaan en dat het ecosysteem razendsnel instort. Landbouworganisatie LTO eiste rectificatie van de RUG – wat niet gebeurde – en er werden zelfs Kamervragen over gesteld. 

En nog steeds holt de weidevogelstand achteruit. Weer zijn er minder grutto’s: 18,5 procent minder dan in 2012. En je zou kunnen denken dat het wel meevalt in de Skriezekrite Idzega, want daar zie je een lichte stijging van 4,6 procent. ‘Maar dat blijkt nu te komen doordat jonge grutto’s uit de kuststrook hier gaan nestelen’, zegt hij. ‘In de kuststrook is de teruggang nog veel groter. Maar ook hier worden niet voldoende kuikens volwassen.’ 

Kwetsbaar

De belangrijkste reden: al jaren zijn de maatregelen er vooral op gericht om zoveel mogelijk nesten te laten uitkomen. Maar als het kuiken eenmaal uit het ei is, is het nog lang niet klaar voor de trek naar Afrika. En als het voor die tijd alsnog wordt opgegeten of wordt vermalen in de messen van een maaimachine, dan ben je nog nergens.

Vrijwel alle gruttokuikens zijn ondervoed

De kuikens zijn immers enorm kwetsbaar door de aanhoudende aantasting van hun biotoop. ‘Vrijwel alle gruttokuikens die je ziet zijn ondervoed’, zegt Van der Velde. ‘En dat wordt erger naarmate het seizoen vordert.’ Een relatie met de teruggelopen hoeveelheid insecten – het voer voor de kuikens – ligt voor de hand. Hoe dat komt? 

De monocultuur in de agrarische sector is verdachte nummer één. Landbouwgif staat ook hoog op het lijstje en daarnaast denken de onderzoekers dat de insectenpiek door een steeds warmer voorjaar vroeger valt, wat late kuikens minder kans geeft om te overleven. Als het dan ook nog eens droog is, zoals in de zomer van 2018, komen de grotere kuikens niet met hun snavels de grond in en kunnen ze geen calorierijke wormen eten.’ En die wormen zijn dus ook nog minder makkelijk bereikbaar, vanwege de kunstmest en de geforceerd lage waterstand in veel boerengebieden. 

Buizerds

Het gebrek aan voedsel maakt ze kwetsbaar voor predatie, al kun je de buizerds, meeuwen, marters en vossen maar moeilijk de schuld geven. Immers: die moeten ook eten en als de boeren het gras hebben weggemaaid, zodat het kuiken zich nergens meer kan verstoppen, wordt het wel heel makkelijk. 

Aan de Friese kust werd het benodigde ‘bruto territoriaal succes’ van 65 procent in acht jaar tijd geen enkele keer gehaald. In rampjaar 2016 kwam het zelfs maar net boven de 20 procent uit. Dat lukte in de Skriezekrite nog wel in 2013 en 2014. Maar de andere jaren werd ook daar de ondergrens niet gehaald. 

Al die miljoenen die de overheid uitgeeft om boeren te compenseren voor uitgesteld maaien zullen de grutto’s dus niet redden. ‘En dat zijn ook nog eens subsidies om boeren te laten doen wat ze uiteindelijk al wettelijk verplicht zijn’, zegt Van der Velde. ‘De Wet Natuurbescherming heeft het goed geregeld: je mag vogels niet verstoren. Dus doen gemeenten hun snoeiwerk vóór 15 april, omdat ze anders nesten kunnen verstoren. Of moet een wegenbouwer zijn werk stilleggen als er oeverzwaluwen nestelen in een berg zand.’

Maar die regels gelden niet meer als het de agrarische sector betreft. ‘Die wordt beloond met miljoenen voor zaken waartoe ze wettelijk verplicht zijn. Het is zo’n scheve wereld!’

Tijdcapsule

Hij herinnert zich de streek rond Buitenpost toen hij nog een klein ‘eierzoekertje’ was. Honderden weidevogels zaten daar toen. Maar nu? Allemaal verdwenen. Dus toen hij in 2012 in de Skriezekrite Idzega begon was hij dolblij. Want hier, híer waren ze nog. Maar inmiddels is het hem duidelijk dat het een aflopende zaak is. ‘Dit gebied is een tijdcapsule, een plek waar alles langzamer gaat.’ 

Dit is een tijdcapsule, een plek waar alles langzamer gaat

De enige oplossing is een complete verandering van het systeem. Het uitbannen van de intensieve landbouw, die gericht is op veel koeien en hoge productie. ‘En dat is niet eens zo onrealistisch, gezien de stikstofproblematiek en de CO2-problematiek.’

Maar of hij dat nog gaat meemaken? Of de boeren werkelijk inzien dat ze hun eigen land kapot maken door te focussen op de korte termijn? ‘De oudere boeren, die willen nog wel’, denkt hij. ‘Die weten nog hoe het vroeger was.’ Maar verder? Veel boeren zitten vast in het systeem. Ze hebben gigantische investeringen moeten doen en worstelen met torenhoge schulden. ‘Ze moeten rondkomen met een lage melkprijs en hoge  kosten.’ En dan is de agrarische sector ook nog eens verschrikkelijk conservatief en de lobby ongekend krachtig. Wie kan daar tegenop?

Baltsroep

In de verte klinkt de baltsroep van de grutto. De vogels gaan gewoon door, al zijn ze dit jaar wat laat met hun nesten door de droogte. En dus gaat Van der Velde straks gewoon weer het veld in om de nesten te zoeken. 

‘Dit is eigenlijk de mooiste tijd’, mijmert hij. ‘Een tijd waarin nog niets aan de hand is. Wanneer de eieren nog moeten worden gelegd en alles nog mogelijk is. Je weet hoe het gaat lopen, maar toch. Nu kán het nog.’ 

Mensen kunnen onzekerheid prima begrijpen

Een docent – niet Anne Marthe van der Bles – geeft college. Foto Boudewijn Bollmann

Corona als wake-upcall

Mensen kunnen onzekerheid prima begrijpen

Wetenschappers vrezen vaak dat het publiek hun onzekerheidsmarges niet kan begrijpen. Maar als de coronacrisis één ding laat zien, is dat de mensen het prima aankunnen. ‘Heel spannend’, vindt onzekerheidsdeskundige Anne Marthe van der Bles.
16 april om 14:08 uur.
Laatst gewijzigd op 13 mei 2020
om 11:57 uur.
april 16 at 14:08 PM.
Last modified on mei 13, 2020
at 11:57 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

16 april om 14:08 uur.
Laatst gewijzigd op 13 mei 2020
om 11:57 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 16 at 14:08 PM.
Last modified on mei 13, 2020
at 11:57 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Hoe ernstig is dat coronavirus nu eigenlijk? Het doodt minder dan één op de honderd geïnfecteerden, zeggen sommige wetenschappers.  Het doodt misschien wel dríe op de honderd patiënten, zegt een ander. Maar feit is: we weten het – nog – niet.

En hoe gemakkelijk verspreidt het zich? Wel mondkapjes? Geen mondkapjes? Alleen maar heel goede mondkapjes? En hoe lang gaat dit eigenlijk duren? Twee maanden? Een half jaar? Twee jaar? Zijn we immuun na besmetting? Of niet? Of alleen maar even? 

Prognoses

Als er één ding duidelijk is in de berichtgeving over het coronavirus, is dat wetenschappers het gewoon niet weten. ‘Onwijs interessant’, vindt sociaal-psycholoog Anne Marthe van der Bles, die zich bezighoudt met het communiceren van onzekerheid.

‘Vooral om te zien dat in Nederland heel duidelijk naar voren wordt gebracht dat het beleid stoelt op wetenschap, maar ook dat – zoals Rutte dat zei – 100 procent van de beslissingen gemaakt moeten worden met 50 procent van de kennis.’

Er is nooit onderzocht of weifelende wetenschappers minder betrouwbaar worden gevonden

Er is ook weinig keus, beseft ze. We hebben nu eenmaal te maken met een heel nieuw virus waar nog veel niet over bekend is. Maar de manier waarop dat naar buiten wordt gebracht, waarop Jaap van Dissel van het RIVM de Tweede Kamer bijpraat met zijn grafiekjes en prognoses met enorme onzekerheidsmarges, terwijl het hele land kan meekijken via de livestream, dat is ‘heel erg spannend’, vindt Van der Bles.

Klimaat

Waarom? 

Omdat heel lang gedacht is dat burgers dat niet aankonden. Dat je als wetenschapper niet al te weifelend moest overkomen, omdat dat zou afdoen aan je rol als expert, aan hoe betrouwbaar je als wetenschapper overkomt. En niet helemaal zonder reden, natuurlijk. Wetenschappelijke onzekerheid werd ‘gekaapt’ in belangrijke debatten als die over het klimaat. 

‘Het grappige alleen is dat nooit echt onderzocht was of wetenschappers werkelijk minder betrouwbaar werden gevonden als ze vertelden over de onzekerheidsmarges in hun onderzoek’, vertelt Van der Bles. En dat heeft zij dus gedaan in een onderzoek bij het Winton Centre for Risk and Evidence Communication van Cambridge University en nu bij sociale psychologie aan de RUG.

Eerder onderzoek laat zien dat mensen ongemakkelijk worden van ‘aleatorische’ onzekerheid, oftewel onzekerheid die voortkomt uit kans of toeval. ‘Maar onzekerheid die voortkomt uit gebrek aan data, kennis dus die kan worden ingevuld als je maar meer onderzoek doet en meer informatie verzamelt, daarover kun je mensen prima vertellen zonder dat het afdoet aan het vertrouwen dat ze hebben in de cijfers óf in jou als wetenschapper.’

Terughoudend

Zelfs met belangrijke medische informatie – ze deed een klein onderzoek naar prognoses bij borstkanker en in hoeverre patiënten die willen kennen, mét onzekerheidsmarges –  lijken veel mensen prima te kunnen en wíllen omgaan, ‘terwijl de artsen daar vaak erg terughoudend in zijn’. Maar, zegt ze, die conclusie is nog heel voorzichtig. 

De onzekerheid over je vondst is óók relevante informatie

Maar als wetenschappers en beleidsmakers zwijgen over dergelijke onzekerheden – denk aan Trump die maar blijft volhouden dat hydrochloroquine een werkzaam medicijn is tegen Covid-19 – zet je mensen totaal op het verkeerde been. ‘De onzekerheid over je vondst is óók relevante informatie’, benadrukt Van der Bles. ‘Laat je dat weg, dan laat je belangrijke informatie weg.’

Wat er nu gebeurt, zegt Van der Bles, is één grote wake-upcall voor het communiceren van onzekerheid. Want nu wetenschappers en overheden geen keus hebben dan laten zien hoeveel aannames ze eigenlijk moeten doen, wordt ook duidelijk hoe het publiek reageert. 

Ingewikkeld

‘De NRC maakte een goed artikel, waarin ze lieten zien hoe kleine verschuivingen in de modellen enorme effecten opleverden over het aantal IC-bedden dat nodig is. Maar ik vind het heel interessant dat men dit nu steeds beter gaat uitleggen aan mensen, zodat ze begrijpen hoe ingewikkeld het is.’

De pandemie, hoopt Van der Bles, laat zien hoeveel onzekerheid er is en dat die een plaats heeft in de wetenschap. Juist de wereldleiders die dat niet accepteerden – Trump, Bolsonaro – zijn degenen die laat reageerden op de dreiging. En het publiek blijkt prima te kunnen omgaan met het feit dat noch de regering, noch de wetenschap alles al weet. 

‘De crux is dat je door te communiceren wat je niet weet, ook kunt vertelllen wat je wél weet’, zegt Van der Bles. ‘Er zijn experts die kunnen helpen met het beleid te bepalen: de beste schatting die we kunnen maken is deze. En daar kunnen mensen best voor gaan staan. Je kunt confident zijn terwijl er ook onzekerheid is.’

Student mag ov-kaart drie maanden langer gebruiken

Student mag ov-kaart drie maanden langer gebruiken

Studenten mogen hun ov-kaart drie maanden langer blijven gebruiken. Vanwege de coronacrisis reizen ze nu immers nauwelijks.
14 april om 17:29 uur.
Laatst gewijzigd op 15 april 2020
om 21:20 uur.
april 14 at 17:29 PM.
Last modified on april 15, 2020
at 21:20 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

14 april om 17:29 uur.
Laatst gewijzigd op 15 april 2020
om 21:20 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 14 at 17:29 PM.
Last modified on april 15, 2020
at 21:20 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het ministerie van Onderwijs maakte dinsdag bekend dat de ov-kaart drie maanden langer geldig blijft. Met de maatregel loopt het ministerie ook vooruit op studievertraging die studenten mogelijk oplopen.

Voorwaarde is wel dat een student in die drie maanden recht heeft op studiefinanciering en in maart ook recht had op een studiereisproduct. Mbo’ers vallen buiten deze regeling, want die hebben al een langer reisrecht dan hbo- en wo-studenten.

Afhankelijk van de duur van de coronacrisis wordt later gekeken of de periode van drie maanden lang genoeg is. De extra tijd gaat automatisch in, zodra het reisrecht is verlopen.

Compenseren

DUO krijgt al geruime tijd talloze vragen over het gebruik van de ov-kaart binnen tijdens de coronocrisis. Studenten willen weten of ze de kaart kunnen stopzetten, of ze de maanden dat ze de kaart niet gebruiken kunnen opsparen en of ze gecompenseerd worden.

Doordat universiteiten en hogescholen hun onderwijs online geven, hoeven ze niet meer naar de instelling te reizen.

Geloven we in de coronamaatregelen? Arie Dijkstra doet online onderzoek

Arie Dijkstra doet online onderzoek

Geloven we dat de coronamaatregelen werken?

Wat vinden mensen eigenlijk van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus? Geloven we dat ze werken? Gedragspsycholoog Arie Dijkstra zette razendsnel een online vragenlijst op.
6 april om 16:41 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 20:24 uur.
april 6 at 16:41 PM.
Last modified on april 6, 2020
at 20:24 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

6 april om 16:41 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 20:24 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 6 at 16:41 PM.
Last modified on april 6, 2020
at 20:24 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Arie Dijkstra hoort van alles om zich heen de laatste twee weken. ‘Die-en-die hield geen anderhalve meter, hoe kán dat nou?’ vragen mensen. Of: ‘Nou, ligt er iemand op de IC en wil de familie er per se bij. Snappen ze nou niet dat…’

De strikte regels die het kabinet heeft opgelegd staan of vallen met de manier waarop het grote publiek ze ervaart. ‘Heeft het zin?’ En een andere vraag, die daar nauw verband mee houdt: hoe erg denken mensen dat het is? ‘Als iets heel erg is, ben je bereid om flink te investeren’, legt Dijkstra uit.. ‘En dan denken mensen dat het zin heeft, omdat het om iets substantieels gaat.’  

Eigen inschatting

Dijkstra zet in op een korte, snelle meting. Is het zo dat mensen massaal denken dat een bepaalde maatregel niet werkt? Zijn de maatregelen duidelijk genoeg? En maakt het uit of je iets doet voor jezelf of voor anderen? ‘Afstand houden doe je immers ook voor jezelf. Maar in je elleboog niezen, of dat met die zakdoekjes, dat doe je voor anderen.’

Het is uniek dat de overheid zoveel gedragingen oplegt aan mensen, weet Dijkstra. Maar tegelijk zullen mensen hun eigen inschatting daarvan maken. ‘Mensen vinden het concept van bacteriën en virussen ingewikkeld. Ze zijn er aan de ene kant bang voor, maar aan de andere kant: ze zien niets, dus er is niets.’

Mensen zullen wat ze horen langs de meetlat van hun eigen kennis en ervaringen gaan leggen, weet hij. ‘En dat maakt dat er nog altijd mensen zijn die zich niet aan die regels houden. Hoewel ik het opvallend vind, hoe goed we het doen met zijn allen.’

Tipping point

Heel lang zal dat alleen niet meer duren, zegt Dijkstra. In de eerste tijd stellen mensen hun vertrouwen in de overheid en het RIVM. Maar dan zullen ze merken dat het kosten heeft. Dat je gedrag soms gênant is, dat je dingen jammer vindt en dat je moeite moet doen. 

‘Dan gaan ze opnieuw zoeken en denken: is het nu wel echt nodig? Als je elke dag naar de winkel moet en je hebt nog steeds geen corona en je ziet al die andere mensen, dan denk je: blijkbaar loopt het zo’n vaart niet. Mensen gaan hun eigen bewijs genereren.’

Dan kan er een tipping point komen, zegt Dijkstra, waarop de maatregelen niet meer zullen werken om het virus in te dammen. 

Dijkstra heeft minimaal driehonderd respondenten nodig, maar hoopt dat het er meer worden. Het is immers belangrijk dat er voldoende spreiding is tussen bijvoorbeeld hoog- en laagopgeleide respondenten, mannen en vrouwen, enzovoort.

En dan? De gedragspsycholoog verwacht dat hij er over twee of drie weken mee aan de slag kan. ‘Dan hoop ik het snel aan een Nederlands tijdschrift te kunnen aanbieden’, zegt hij. ‘En hopelijk kan ik de resultaten dan ook meteen met UKrant delen.’ 

Meedoen? Check de vragenlijst.

Al 43.000 reacties op onderzoek Lifelines

Al 43.000 reacties op onderzoek Lifelines

Al 43.000 deelnemers van Lifelines vulden de vragenlijsten in voor het onderzoek naar het coronavirus dat vorige week van start ging. Nog 87.000 te gaan.
6 april om 15:57 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 16:51 uur.
april 6 at 15:57 PM.
Last modified on april 6, 2020
at 16:51 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

6 april om 15:57 uur.
Laatst gewijzigd op 6 april 2020
om 16:51 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 6 at 15:57 PM.
Last modified on april 6, 2020
at 16:51 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Geneticus Lude Franke, hoofdonderzoeker van het Lifelines-onderzoek naar corona, is tevreden. Hij hoopte al dat er een goede respons zou komen vanuit de deelnemers aan het Groningse Lifelines-onderzoek, maar zeker weten doe je het natuurlijk nooit. 

Hij stuurde in totaal 130.000 verzoeken rond per mail. ‘Ik hoop heel erg dat nog meer mensen de moeite willen nemen de vragenlijsten in te vullen’, zegt hij. ‘Iedereen heeft het natuurlijk razend druk momenteel. Maar hoe meer mensen het invullen, hoe waardevoller het onderzoek wordt.’

Meer respondenten zorgt voor minder bias: bijvoorbeeld dat meer mensen die zich niet goed voelen de vragen beantwoorden, omdat ze gemotiveerder zijn. Het zorgt ook dat het effect wordt opgeheven van het feit dat er minder mannen meedoen aan Lifelines dan vrouwen.

Genenprofiel

Met het onderzoek hoopt Franke te achterhalen of je genenprofiel misschien mede bepaalt hoe ziek je wordt van een coronabesmetting. Maar ook wil hij meer weten over de verspreiding van ‘corona-achtige’ klachten. Daarmee kan hij inschatten hoeveel mensen mogelijk al een besmetting achter de rug hebben, zonder dat ze het in de gaten hadden.

‘Al die informatie is zinvol’, benadrukt hij. ‘Ik denk heus niet dat we hier hét verschil gaan maken. Maar dergelijke informatie helpt het RIVM en de GGD om in te schatten in hoeverre het virus zich al heeft verspreid.’

De eerste resultaten hoopt hij al heel snel te hebben. Die zullen gaan over hoe mensen zich op dit moment voelen door de coronacrisis.

Wie wordt er ziek van corona?

Lude Franke zoekt het in de genen

Wie wordt er ziek van corona?

Waarom maakt het coronavirus sommige mensen doodziek en anderen niet? Geneticus Lude Franke denkt dat hun genen daar iets mee te maken hebben. Franke staat aan het hoofd van een groot onderzoek van Lifelines naar coronaverschijnselen dat deze week begint.
31 maart om 12:17 uur.
Laatst gewijzigd op 1 april 2020
om 10:16 uur.
maart 31 at 12:17 PM.
Last modified on april 1, 2020
at 10:16 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

31 maart om 12:17 uur.
Laatst gewijzigd op 1 april 2020
om 10:16 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

maart 31 at 12:17 PM.
Last modified on april 1, 2020
at 10:16 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Dat heb je snel gedaan! Meestal kost het toch wel wat meer tijd om een onderzoek op te zetten.

‘Ja, dat klopt. Wij lazen natuurlijk ook de berichten dat het virus sommige mensen heel erg ziek maakt en anderen nauwelijks. We vermoedden al dat de genetische component hierbij een belangrijke rol speel. En natuurlijk hebben wij via biobank Lifelines de genetische informatie van 135.000 mensen uit Noord-Nederland. Zo’n twee weken geleden kwam het idee om daar iets mee te gaan doen.

Toen zijn we gaan schakelen. Ik heb alles stilgezet en ik ben – met een groot team – alleen maar hiermee bezig geweest. Iedereen dacht ook meteen: dit is bij uitstek wat wij hier kunnen doen. We doen dat natuurlijk niet alleen.

We doen het in nauwe samenwerking met de RUG, Lifelines en de Aletta Jacobs School of Public Health. Het was flink aanpoten en veel afstemmen, maar nu kunnen we van start.’

De deelnemers van Lifelines wonen in Noord-Nederland, het deel van Nederland dat – gelukkig – nog niet zwaar getroffen is. Kun je zo’n onderzoek hier dan wel doen?

‘We gaan eerst kijken naar mensen die griepklachten hebben. Dus: heeft u klachten en wat zijn die? Dat zou natuurlijk gewoon griep kunnen zijn, maar ook een corona-infectie.

Vervolgens gaan we kijken naar plekken in het DNA die klachten kunnen verklaren. En als je die plekken eenmaal hebt gevonden, dan heb je mensen nodig die een bewezen corona-infectie hebben. We gaan dan kijken of we het effect van die grote groep ook kunnen terugvinden bij de veel kleinere groep van bewezen coronapatiënten.

Ik heb alles stilgezet en ik ben met een groot team alleen maar hiermee bezig geweest

Doordat we zo’n tweetrapsraket gebruiken, hoef je maar een beperkt aantal bewezen Covid19-positieve mensen te bestuderen en heb je toch nog genoeg statistische slagkracht.’

Hebben jullie al enig idee waar je die genetische afwijking moet zoeken?

‘Er is een plek op chromosoom 6 waarvan we weten dat die veel immuunziektes veroorzaakt. We vermoeden dat patiënten die zo’n heftige afweerreactie hebben, daar wel eens een afwijking zouden kunnen hebben. Dus het HLA-gebied op chromosoom 6 en het KIR-gebied op chromosoom 19. Maar we moeten natuurlijk eerst onze gegevens op orde hebben. Dan kunnen we pas gaan kijken.’

En dan moeten we zeker nog een of twee jaar wachten tot jullie het allemaal hebben uitgevogeld?

‘Nee! Juist niet. We wilden snel aan de slag, zodat we ook snel iets kunnen bijdragen. Zodra we de informatie van de vragenlijsten van deelnemers van Lifelines hebben, doen we de eerste analyses. Dat doen we bovendien niet alleen, maar samen met andere grote biobanken, zoals in Rotterdam en het Nederlands Tweelingen Register. Ik hoop echt dat het een kwestie is van weken dat we de eerste resultaten zullen zien.’

Kunnen ziekenhuizen dan patiënten testen op zo’n specifiek genenprofiel?

‘Nou… We zullen vermoedelijk heel snel iets vinden op het DNA, maar ik verwacht niet dat we op korte termijn een testje kunnen maken of voorkomen dat mensen ziek worden. Maar als we die plekken gevonden hebben, kunnen we wel kijken naar wat ze eigenlijk doen. Wat voor genen beïnvloeden ze, welke cellen? Welke biologische processen raken hierdoor verstoord?

We hebben geen idee waarom het immuunsysteem helemaal losgaat

Nu hebben we namelijk geen idee hoe het komt dat het immuunsysteem helemaal losgaat en de longen vol met vocht lopen. Maar als je dat eenmaal begrijpt, kun je de medicijnontwikkelaars voeden met kennis, zodat zij weten waar ze hun pijlen op moeten richten.’

Jullie willen ook onderzoek doen naar de verspreiding van het virus. Maar hoe gaat dat dan? Want ook hier geldt: hoe weet je nu wie werkelijk een coronapatiënt is?

‘Waar iedereen op zit te wachten is de zogeheten serologische test. Op dit moment bepaalt de Covid19-test of iemand de ziekte heeft, maar als ze genezen zijn, is het virus weg. Als je de antilichamen kunt opsporen die je beschermen tegen herinfectie, dan kun je vaststellen of iemand het eerder heeft gehad. En dan kun je ook in de populatie kijken en een veel nauwkeuriger schatting maken van hoe dodelijk het is.

Wat we daarom nu heel hard nodig hebben, is grote internationale funding om dit onderzoek meer body te geven. Nu betalen we het uit eigen zak: we kregen geld van de RUG, het UMCG en Lifelines.

Maar om op een later moment die serologische tests te gaan doen is meer nodig. En dát zou ons in staat stellen te begrijpen wat er nu eigenlijk is gebeurd. En de vragenlijsten uit dit onderzoek zullen heel waardevol zijn, als we precies kunnen zien wie het nu eigenlijk gehad heeft.’

Dat moet nu toch niet zo moeilijk zijn?

‘Dat zou je hopen, want dit is echt van nationaal belang. Eergister nog zat Harvardviroloog Jaap Goudsmit bij Buitenhof en zei: we moeten dit heel systematisch in kaart brengen met biobanken als de Rotterdamstudie en Lifelines. En hij wist niet dat we dit een dag later gingen aankondigen.

Wat we nu heel hard nodig hebben, is grote internationale funding om dit onderzoek meer body te geven

Kijk, dit biobankonderzoek is echt ongelofelijk belangrijk, maar het is lastig dat bij beleidsmakers helder te maken. En dit is het moment om duidelijk te maken dat dit soort onderzoek essentieel is om gezondheid beter te begrijpen.

Dit heeft economisch zulke kolossale effecten. Stop hier wat geld in! Hoogstwaarschijnlijk levert het beter inzicht en meer kennis op. En als meer overheden dat doen met hun biobanken, dan denk ik dat dit wel degelijk zal renderen.’

Tentamens zorgen nog altijd voor onzekerheid

Tentamens zorgen nog altijd voor onzekerheid

Bijna twee weken nadat de universiteit het fysieke onderwijs platlegde, is er nog steeds grote onzekerheid over de tentamens. Studenten overspoelen docenten met mails. Maar de docenten weten het ook niet.
25 maart om 11:41 uur.
Laatst gewijzigd op 25 maart 2020
om 15:21 uur.
maart 25 at 11:41 AM.
Last modified on maart 25, 2020
at 15:21 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

25 maart om 11:41 uur.
Laatst gewijzigd op 25 maart 2020
om 15:21 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

maart 25 at 11:41 AM.
Last modified on maart 25, 2020
at 15:21 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Sinds maandag is het mogelijk tentamens online af te nemen. Docenten kunnen kiezen voor mondelinge tentamens en presentaties via Blackboard Collaborate. Een andere optie is het online geschreven tentamen. Maar geen enkele optie is ideaal. ‘Voor tentamens gelden bepaalde regels en die zijn online moeilijker in te vullen’, zegt woordvoerder Gernant Deekens van de RUG. ‘Dat is aan de facultaire examencommissies en de faculteiten.’

Een tentamen moet immers voldoen aan de juiste eisen. Het moet de stof op een representatieve manier toetsen en de juiste leerdoelen beslaan, zoals opgedane kennis of analytische vermogen. Maar grote multiplechoicetentamens zijn een no-go, vervangende opdrachten vaak veel te arbeidsintensief om na te kijken. En hoe voorkom je dat studenten de antwoorden niet gewoon op het internet opzoeken?

Openboektentamens

‘Ik vermoed dat we veel openboektentamens zullen zien’, zegt hoogleraar Brigit Toebes van gezondheidsrecht. ‘Daar is bij ons in elk geval veel discussie over.’ Ze vermoedt dat het niet eens zo’n heel slechte oplossing is. ‘Uiteindelijk benadert het de praktijksituatie veel meer dan een gewoon tentamen. Wij zoeken tijdens ons werk immers ook heel veel op’, zegt ze.

Hoogleraar farmacie Eelko Hak is vooral heel veel heen en weer aan het mailen met de examencommissie, vertelt hij. ‘Het online collegegeven gaat wel goed, maar ik me zorgen over de tentamens. Doet de student het wel echt zelf? Hebben ze wel een goede laptop en internet om het te maken? En hoe stel ik de tentamenvragen zo dat het de leerdoelen goed toetst?’

Student pledge

Om fraude te voorkomen heeft de universiteit in elk geval een student pledge toegevoegd aan de online toetsomgeving. De student belooft hierin het tentamen zelfstandig te maken en alleen toegestane materialen te gebruiken. Daarnaast wordt hen op het hart gedrukt dat fraude of plagiaat zeer ernstig wordt genomen en zal worden doorgegeven aan de examencommissie.

Tenslotte krijgen docenten het advies steekproeven te doen, waarbij ze hun studenten via videoconferencing extra vragen stellen of extra uitleg vragen. 

Tentamens in juni

Maar intussen is er van herplanning van de tentamens zelf nog lang geen sprake. ‘We hebben daar nog niets over gehoord’, zegt docent bedrijfskunde Derk-Jan Heslinga. Hij volgde een webinar over online toetsen, maar duidelijkheid is er nog allerminst. 

Vandaar dat hij pleit voor het massaal uitstellen van de tentamens tot juni. ‘Wat mij betreft zou het het beste zijn om in juni en juli een lange tentamenperiode in te lassen van zes of zeven weken. Dan geef je docenten de kans zich goed voor te bereiden en het ESI de mogelijkheid om de online mogelijkheden goed uit te rollen. Een tentamen is immers geen kwestie van uitproberen. Dat moet in één keer goed.’

Ook twee eeuwen geleden ging de RUG vanwege ziekte dicht

De visbanken aan het Hoge der Aa, C.C.A. Last, Collectie Groninger Archieven

In 1826 sloot de uni ook vanwege een ziekte

RUG niet voor het eerst op slot

Het is niet de eerste keer dat de RUG haar deuren sluit vanwege een mysterieuze ziekte. Toen in 1826 de Groninger ziekte huishield in de stad, werden colleges zelfs maandenlang opgeschort, weet RUG-historicus Klaas van Berkel.
13 maart om 17:29 uur.
Laatst gewijzigd op 16 maart 2020
om 3:04 uur.
maart 13 at 17:29 PM.
Last modified on maart 16, 2020
at 3:04 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

13 maart om 17:29 uur.
Laatst gewijzigd op 16 maart 2020
om 3:04 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

maart 13 at 17:29 PM.
Last modified on maart 16, 2020
at 3:04 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Meer dan tien procent van de Groningers overleed in 1826 aan een mysterieuze ziekte die de boeken in zou gaan als de ‘Groninger ziekte’. ‘Er kon simpelweg geen college worden gegeven’, zegt Klaas van Berkel. ‘Studenten en docenten zaten zelf ook ziek thuis.’

Anderen waren in de weer met het bestrijden van de ziekte die ook wel ‘tussenpozende koortsen’ werd genoemd. Mensen lagen met hoge koorts in bed en er waren veel te weinig artsen beschikbaar.

Hoogleraar sterrenkunde Seerp Brouwer, ooit afgestudeerd als medicus, ging weer als arts aan de slag. Geneeskundestudenten schoten te hulp. En de hoogleraren Thomas á Thuessink en Bakker leidden een noodhospitaal dat was ingericht in het arsenaal, of ammunitiehuis, dat stond op de plek van het huidige Praedinius Gymnasium aan de Turfsingel.

Paniek

‘Er was paniek in de stad’, vertelt Van Berkel. ‘Niemand snapte wat er aan de hand was. En ook toen had je sociale mijding en angst.’

Lang is gedacht dat malaria de oorzaak was van de Groninger ziekte. Maar volgens recent onderzoek van Ulco Kooystra van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, klopt dat niet. Kooystra werkt aan een boek over Sibrandus Stratingh, dezelfde die in 1835 als eerste een rijdend elektrisch ‘autootje’ bouwde, die twee maanden lang geveld was.

‘Ik vond malaria altijd al een vreemde verklaring’, zegt hij. ‘De ziekte was toen weliswaar endemisch, maar was hier vrij mild. Alleen de mensen die oud en zwak waren gingen eraan dood. Net als bij corona eigenlijk. Dus waarom zouden er ineens wel allemaal mensen aan dood gaan?’ 

‘Drekstoep’

Zijn verklaring is veel prozaïscher. ‘Ik denk dat het een mengeling was van tyfus, vlektyfus en andere “darmziekten”, veroorzaakt door een verontreiniging van het oppervlaktewater.’

Kort daarvoor was Groningen immers overgestapt op het ‘tonnenstelsel’ om ‘poep en fecaliën’ aan huis op te halen. De enorme hoeveelheden ontlasting moesten dan uitlekken op de ‘drekstoep’. Als alles wat droger was geworden, werd het vervolgens afgevoerd naar de Veenkoloniën als mest.

Die drekstoep was aan het begin van het Winschoterdiep aan de zuidoostkant van de stad, waar de Drentse Aa de stad binnenstroomde. ‘Maar het zat in een open bak, die overstroomde als het regende. En die lekkage verontreinigde het schone water dat de grachten instroomde.’ 

Grachtwater

Mensen dronken het grachtwater en poepten het weer uit, inclusief bacteriën. ‘Dat was het mechanisme.’ Niet voor niets werden vooral de arme wijken getroffen door de ziekte. De mensen die daar woonden hadden geen geld om bier of wijn te drinken.

De ziekte kwam uiteindelijk onder controle door gebruik van het toen hypermoderne chloor, waar ook Stratingh voor pleitte. ‘Chloor en chloorverbindingen waren toen net ontdekt. Men wist nog niet van bacteriën, maar vermoedde dat door de sterke geur de ziekteverwekkende miasma’s in de lucht werden gedood’, zegt Kooystra.

Chloor

Groningen was de allereerste stad die chloor gebruikte om een epidemie te bestrijden. ‘En mogelijk waren mensen er ook minder gevoelig voor’, vermoedt Kooystra.

Uiteindelijk kon de universiteit pas in december, vlak voor de kerstvakantie, de colleges hervatten. Maar van kalmpjes de draad weer oppakken was geen sprake.

‘Ze hebben de achterstand ingehaald door het jaar erop de vakanties te schrappen’, zegt Van Berkel. ‘Dat gebeurde overigens ook na de oorlog. Het onderwijs was in het laatste jaar van de oorlog de facto stil komen te liggen – al was de universiteit officieel nog open. Na de bevrijding hebben ze ook twee jaar studie in één gestopt.’