Hoe studenten omgaan met corona

Hoe studenten omgaan met corona

‘Ik voelde me heel schuldig tegenover m’n ouders’

Hoe voelt het om corona te hebben? Twee studenten vertellen hoe ze omgingen met de situatie, toen ze Covid-19 kregen. ‘Voordat ik het kreeg maakten mijn vrienden er altijd grapjes over.’
Door Sara Rommes en Sofia Strodt
25 september om 11:14 uur.
Laatst gewijzigd op 25 september 2020
om 11:14 uur.
september 25 at 11:14 AM.
Last modified on september 25, 2020
at 11:14 AM.

Mira’s coronabesmetting begon met verschrikkelijke hoofdpijn. De volgende dag werd die alleen maar erger. Ze mat haar temperatuur: ‘38,5 graden. Ik wist direct: ik heb corona.’

De volgende ochtend belde Mira direct de GGD, waar ze gelukkig onmiddelijk terecht kon. Ze voelde zich wel schuldig dat ze naar buiten moest om zich te laten testen. ‘Ik heb op de fiets iedereen zo veel mogelijk vermeden.’

Haar voorzichtigheid bleek gegrond; ze was positief. Toch was ze ook opgelucht. ‘Ik was blij dat ik tenminste mijn ouders of grootouders niet recent had opgezocht en dat ik sowieso niet zo veel mensen had gezien de laatste tijd.’

Ouders

Niet iedere student die een positieve uitslag kreeg had dat geluk. Joyce verbleef bij haar ouders toen ze erachter kwam dat ze besmet was. Ze was getest op Schiphol toen ze terugkwam van haar vakantie in Mexico. ‘Ik voelde me prima en had destijds helemaal geen symptomen’, zegt de student international business.

De ouders van Joyce moesten daarom ook getest worden. Gelukkig hadden ze het virus niet. Toch moesten ze met z’n drieën tien dagen in quarantaine. ‘Ik voelde me zo schuldig tegenover mijn ouders. Ik was zo stom geweest om te denken dat er niks was gebeurd tijdens mijn vakantie’, zegt ze.

Dichtbij

Joyce was een van de eersten van haar vrienden die corona kreeg. ‘Iedereen was geschokt. Voordat ik het kreeg maakte iedereen altijd grapjes over ziek worden’, zegt ze. Hoewel ze aanvankelijk geen symptomen had kon ze na een tijd niets meer proeven. Haar longen deden ook pijn. ‘Ik rook nu veel minder omdat het in het begin ontzettend pijn deed.’

Mira voelde zich minder opgelucht toen zij symptomen begon te krijgen. ‘Ik had koorts. Ik was zo moe. Ik denk echt dat het virus me verzwakt heeft.’

Ze maakte zich ook zorgen omdat het virus plotseling zo dichtbij was gekomen. ‘Ik vroeg me af hoe groot de kans was dat ik echt heel ziek zou worden van het virus. Wat als ik een van de weinige jongeren was die hele erge symptomen kreeg?’

Paniek

Toen Mira haar vrienden en huisgenoten liet weten dat ze het virus had, raakte een van haar huisgenoten ook een beetje in paniek. Ze dacht dat ze misschien ook besmet was. ‘Iedereen stuurde hele lieve berichtjes, maar ik merkte wel dat we ons allemaal wat onzeker voelden. Dit betekende dat iedereen het kon krijgen.’

Mira en haar huisgenoten bedachten een nieuwe routine. ‘We hebben gelukkig twee badkamers. Zodra ik wist dat ik koorts had, heb ik nog maar één badkamer gebruikt terwijl de rest de andere gebruikte’, zegt ze.

Ze keken ook wat ze konden doen om te voorkomen dat het coronavirus hun huis ooit weer binnendrong. ‘We rekenden uit dat als we alle zes het virus op een ander moment kregen we in totaal samen zestig dagen in quarantaine moesten zitten. Dat is twee maanden. Wie wil dat nou?’

Voorzichtiger

Toen Joyce eenmaal weer naar buiten mocht, bleken haar vrienden toch wat terughoudend om met haar af te spreken. Joyce zegt dat haar instelling wel veranderd is nu ze ziek is geweest. ‘Ik zie mijn vrienden nog wel, maar ik vind dat we allemaal voorzichtiger moeten zijn, vooral om de zwakkere mensen in de samenleving te beschermen.’

Mira heeft ook een andere kijk op corona nu ze het zelf overleefd heeft. ‘Ik denk dat studenten die zich daadwerkelijk aan de regels willen houden toch vaak een beetje met de nek aan worden gekeken. Dat vind ik heel vervelend’, zegt ze. ‘We moeten ons realiseren dat degene die ziek is anderen dwingt om van alles af te zeggen. Anderen kunnen niet naar hun werk, hun stage, of hun ouders omdat jij je niet aan de regels hebt gehouden.’

Bij UKrant: Een podium voor verschillende geluiden

Bij UKrant: Podium voor verschillende geluiden

24 september om 13:40 uur.
Laatst gewijzigd op 24 september 2020
om 14:19 uur.
september 24 at 13:40 PM.
Last modified on september 24, 2020
at 14:19 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

24 september om 13:40 uur.
Laatst gewijzigd op 24 september 2020
om 14:19 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

september 24 at 13:40 PM.
Last modified on september 24, 2020
at 14:19 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Elke dag vraagt de redactie van UKrant zich af: waar schrijven we over, waarom schrijven we erover en hoe? Een kijkje achter de schermen.

En, vroegen we twee weken geleden aan onze student-redacteuren tijdens de brainstormvergadering – op 1,5 meter overigens, beperkt gezelschap, grote ruimte, namen van de aanwezigen genoteerd voor-het-geval-dat – hoe gáát het eigenlijk bij jullie? Met colleges? In jullie studentenhuizen?

Eén van de studenten vertelde dat ze op een groot feest was geweest waar uiteindelijk de politie op de stoep had gestaan. En hoe moeilijk ze het vond om nog een beetje te léven in deze tijd. Ze kwam met doordachte en pittige argumenten.

Dat was nog voor de corona-uitbraak bij diverse studentenverenigingen in Groningen. Maar in Rotterdam en Utrecht kwamen al steeds meer waarschuwingen over besmettingen rond jonge mensen. Hier kwamen er klachten over overlast door studentenfeestjes in de Schildersbuurt en de Korrewegbuurt.

Harde verwijten

Zorgwekkend, dat vonden we het. Tegelijkertijd vroegen we ons af waaróm deze jonge mensen de coronaregels zo makkelijk naast zich neerleggen.  De voortdurende oproepen van bestuurders aan studenten om hun verantwoordelijkheid te nemen, werkten duidelijk niet. De harde verwijten – studenten egoïstisch en asociaal noemen – ook niet. In heel Nederland zoeken tienduizenden mensen – heus niet alleen studenten – naar manieren om elkaar te ontmoeten

‘Wil je dat opschrijven?’ vroegen we de studente. ‘Wil je het uitleggen? Want jouw stem is de stem van duizend Groningse studenten die hetzelfde doen, maar het niet hardop durven toe te geven.’ Dat wilde ze wel.

Dat hebben we geweten.

Het artikel is massaal gelezen en gedeeld. Er zijn tientallen reacties op de site, honderden op social media. Mensen schrijven zich boos uit voor de nieuwsbrief, mailen UKrant met het verwijt dat we onverantwoordelijk bezig zijn, de studente zelf wordt weggezet als hedonistisch en egoïstisch. Dit stuk, vinden de meesten, had nooit geschreven mogen worden.

Afwijkende geluiden

Toch staan wij – als redactie – nog steeds vierkant achter plaatsing van dit artikel.

Zijn wij het eens met alles wat onze student-redacteur schreef? Zeker niet. Maar dat hoéft ook niet. Het is onze taak als UKrant om te verslaan wat er gaande is in de academische gemeenschap van Groningen. Het is een trieste wereld waarin media alleen nog maar ruimte geven aan de communis opinio en afwijkende geluiden weigeren.

Het is een trieste wereld waarin media alleen nog maar ruimte geven aan de communis opinio

Wij publiceerden deze week óók adviezen over wat je moet doen als je klachten hebt, maar de GGD geen tijd voor je heeft: thuisblijven! We publiceerden óók de oproepen van de student-assessoren en cvb-voorzitter Jouke de Vries: ‘Studenten neem je verantwoordelijkheid.’

Tegenstrijdig

En nee, dat is niet tegenstrijdig, zoals mensen stelden op Instagram. Dat is hoe een medium als UKrant moet werken. Zodat er vervolgens een kritische discussie op gang kan komen.

Overigens – niet onbelangrijk – ze zegt in dit stuk niet dat ze lak heeft aan de regels. Ze geeft aan ervoor te kiezen om sociaal te zijn in haar eigen cirkel en afstand te houden van anderen.

Het lijkt misschien alsof onze student-redacteur de enige is. Op de website en op de socials krijgt zij de volle laag. Maar zij is degene die het lef had om op te schrijven wat ze vindt en haar naam erbij te zetten. En daar zijn we trots op, want duizenden en wellicht tienduizenden anderen in Stad handelen zoals zij, maar komen daar niet openlijk voor uit.

Preken

We kunnen net doen alsof dat niet zo is, onze ogen stijf dichtknijpen en roepen dat al die duizenden studenten hedonistisch, egoïstisch en onverantwoordelijk zijn. We kunnen tegen ze preken en met onze vingertjes zwaaien. En wat zij doen – getuige de oplopende besmettingscijfers – is braaf knikken, terwijl ze vervolgens hun eigen gang aan.

Wat we óók kunnen doen is naar hen luisteren.  We kunnen met ze in gesprek gaan en een manier proberen te vinden om tot werkbare oplossingen te komen.

De bijdrage van onze student-redacteur is een startschot voor een relevante discussie. En nu zien of er mensen zijn die de discussie willen aangaan.

Beschaafd, kritisch en respectvol.

Christien Boomsma is adjunct-hoofdredacteur van UKrant

Beurspromovendus zou liever werknemer zijn

Beurspromovendus zou liever werknemer zijn

Als het aan beurspromovendi ligt, dan zijn ze liever werknemer dan dat ze een beurs ontvangen. Het Promovendi Netwerk Nederland concludeert dat na een rondvraag onder 225 beurspromovendi.
22 september om 16:36 uur.
september 22 at 16:36 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

22 september om 16:36 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

september 22 at 16:36 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Van de 225 ondervraagden zegt maar liefst 74,4 procent dat ze liever een aanstelling hadden gehad. Ze kozen voor hun plek omdat het de enige beschikbare plekken waren, of omdat ze als werknemerpromovendus achter het net visten. 

Van de ondervraagde promovendi geeft 8,8 procent wel de voorkeur aan de student-status.

Zelfde werk

PNN is niet verbaasd. ‘Beurspromovendi verdienen minder dan werknemerpromovendi, bouwen geen pensioen op. Vermeende voordelen, zoals het hebben van meer vrijheid in het opstellen van hun project, lijken niet te worden waargemaakt. Voor de beurspromovendi is het duidelijk dat ze gewoon hetzelfde werk doen als werknemerpromovendi, maar onder slechtere voorwaarden’, zegt PNN-voorzitter Lucille Mattijssen.

Ze ziet dan ook liever dat het experiment promotieonderwijs zo snel mogelijk stopt. ‘Het is duidelijk dat een bursalenstelsel vooral iets is wat bestuurders willen, maar voor promovendi is het geen verbetering.’

Overigens is het PNN wel te spreken over de ‘top-up’-beurzen voor internationale promovendi. Wanneer een promovendus met een externe beurs naar de RUG komt, vult de universiteit die aan tot het niveau van een reguliere beurspromovendus. 

Manifest

De bevindingen van het PNN sluiten aan bij de lopende kritiek op het experiment promotieonderwijs. Vorige jaar publiceerden Groningse beurspromovendi een manifest waarin ze eisten dat de RUG zou stoppen met het experiment. Ze stelden daarin hetzelfde werk te doen als hun werknemer-collega’s, maar voor minder geld. Ook hebben ze geen recht op regelingen voor werknemers.

Het manifest werd meer dan 900 maal ondertekend. Van die handtekeningen waren er 236 afkomstig van beurspromovendi. Ondanks de kritiek besloot de RUG toch door te gaan. In de komende jaren kunnen nog 650 beurspromovendi worden geworven. 

Corona-uitbraak bij Navigators

Het pand van de Navigators

Dertien studenten besmet

Corona-uitbraak bij de Navigators

Christelijke studentenvereniging de Navigators (N.S.G.) is getroffen door een coronauitbraak. Dertien studenten zijn positief getest. Activiteiten van de vereniging zijn stilgelegd.
11 september om 12:42 uur.
Laatst gewijzigd op 14 september 2020
om 13:15 uur.
september 11 at 12:42 PM.
Last modified on september 14, 2020
at 13:15 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

11 september om 12:42 uur.
Laatst gewijzigd op 14 september 2020
om 13:15 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

september 11 at 12:42 PM.
Last modified on september 14, 2020
at 13:15 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

De studenten werden niet in één keer positief getest. ‘We hoorden op 8 september van de eerste besmetting’, zegt externus Rixt Oving. ‘Toen maakten we ons nog niet zoveel zorgen.’ De dagen daarna druppelden de andere positieve testen binnen.  De teller staat inmiddels op dertien.

De oorsprong van de besmettingen is nog niet duidelijk. Weliswaar heeft de vereniging net de introducties achter de rug, maar daarbij zijn de regels strikt in acht genomen, zegt Oving. Verder is steeds samengewerkt met de GGD en de Veiligheidsregio. ‘En voor de activiteiten is ontheffing verleend.’

Milde klachten

Alle dertien studenten hebben tot nu toe milde klachten. ‘De meeste zijn gelukkig alweer opgeknapt’, zegt Oving. Hen is gevraagd om in quarantaine te gaan in hun studentenhuizen. ‘En onze leden nemen wel heel erg hun verantwoordelijkheid.’

De GGD is intussen begonnen met het contactonderzoek. Er is geen sprake van dat nu de hele vereniging – tussen de vierhonderd en vijfhonderd leden – getest moet worden. ‘We houden het gewone testbeleid aan. Je kunt je laten testen als er sprake is van milde klachten. Is dat niet het geval, dan is dat niet nodig’, zegt woordvoerder Mark Dijkhuis van de GGD Groningen. ‘We vragen mensen al wanneer ze in de teststraat hun gegevens achterlaten, om na te denken met wie ze in de afgelopen periode ‘nauw contact hebben gehad’, zegt hij. ‘Die nauwe contacten bieden we dan een test aan.’

Actief sociaal leven

Wel kan het nog een flinke klus worden, want ‘van studenten is bekend dat ze een actief sociaal leven hebben’. Volgens Dijkhuis verloopt het contact met de studentenvereniging ‘constructief’.

Oving zegt dat er echter geen aanwijzingen zijn dat studenten aanwezig zijn geweest op grote feesten. ‘We krijgen gelukkig heel veel hulp en steun’, zegt ze. ‘Mensen brengen eten of laten weten dat ze voor ons bidden. Dat is heel fijn.’

PNN: Beurspromovendi toch niet zo vrij

PNN: Beurspromovendi toch niet zo vrij

Beurspromovendi hebben niet meer vrijheid om hun project in te vullen dan werknemerpromovendi. Dat geldt voor zowel de invloed die ze hebben op het schrijven van hun onderzoeksvoorstel, als voor eigen input tijdens het onderzoek.
10 september om 16:30 uur.
Laatst gewijzigd op 14 september 2020
om 13:29 uur.
september 10 at 16:30 PM.
Last modified on september 14, 2020
at 13:29 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

10 september om 16:30 uur.
Laatst gewijzigd op 14 september 2020
om 13:29 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

september 10 at 16:30 PM.
Last modified on september 14, 2020
at 13:29 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Die constatering doet het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) in een nieuw rapport naar aanleiding van een enquête onder ruim vierduizend PhD’s in Nederland. Belangrijker voor de mate van vrijheid is uit welke geldpot hun project is gefinancierd: eerste geldstroomprojecten of externe financiers. Daarnaast blijkt het vakgebied belangrijk. Promoveer je bij letteren of rechten, dan heb je veel vrijheid, terwijl medisch en bètaonderzoek juist veel minder mogelijkheden geeft.

Projectmanager Marjan Koopmans van de Groningen Graduate Schools zegt dat de grotere vrijheid van beurspromovendi vooral tot uiting komt bij de thematiek van een onderzoeksvoorstel. ‘Bij de uitvoering is er minder verschil’, zegt ze. ‘Dat is waar. Maar beurspromovendi hoeven ook niet op vaste uren te werken en kunnen op vakantie wanneer ze willen.’

Representatief

Daarnaast wijst ze op het feit dat de PNN-enquête niet representatief is. ‘Uiteindelijk hebben er 120 promovendi van de RUG meegedaan, en iets van zestig beurspromovendi.’ De lage aantallen en het feit dat PNN zijn eigen kanalen gebruikt om de vragenlijsten te verspreiden, kunnen de uitkomsten hebben beïnvloed, zegt ze.

Ook stelde het PNN vragen over de kwaliteit van de begeleiding. Promovendi zijn behoorlijk tevreden over hun dagelijkse begeleider, die in veel gevallen niet de promotor of copromotor is. Ze geven hen gemiddeld een 7,3. Wel voelen veel PhD’s zich vaak onder druk gezet, 43 procent geeft dat aan. Vaak gaat dat dan om bagatellisering van de werkdruk – in 21 procent van de gevallen.

Ook zoeken begeleiders vaak ’s nachts en in het weekend contact met hen. Van de ondervraagden gaf 13 procent aan druk te voelen om extra taken op zich te nemen. Ook gebeurt het dat de supervisor als co-auteur genoemd wil worden bij publicaties, terwijl zijn of haar bijdrage minimaal is.   

Begeleiding

Het PNN pleit ervoor om de dagelijkse begeleiders die goed functioneren, de erkenning te geven die ze verdienen. Dat zou kunnen door hen het promotierecht te geven, dat nu vooral is voorbehouden aan hoogleraren. Ook stellen ze voor om onafhankelijke procedures in het leven te roepen die PhD’s de mogelijkheid bieden om problemen aan te kaarten.

Koopmans denkt niet dat het geven van het promotierecht aan de dagelijks begeleiders de oplossing voor de problemen is. Volgens haar is het voor beurspromovendi wel makkelijker om van begeleider te wisselen – iets dat volgens de enquête ook vaak voor problemen zorgt. ‘Dat heb ik een paar keer meegemaakt. Je doet dat nooit voor je lol, want het is heel vervelend, maar ze hebben een persoonlijke beurs en dat maakt het wel gemakkelijker.’

Experiment

Ten slotte roept het PNN op om te stoppen met het Experiment Promotieonderwijs, of de ‘beurspromovendi’. ‘Het enige voordeel van het bursalenstelsel zou voor promovendi zijn dat zij meer vrijheid zouden hebben in hun project. Dit voordeel lijkt echter niet te zijn gematerialiseerd’, schrijft het PNN.

Joy zit opgesloten in een Covid-huis

Geneeskundestudent Joy Adekanmi in haar kamer in het Covid-huis.

Hoe een reisje Mallorca een nachtmerrie werd

Opgesloten in een Covid-huis

Geneeskundestudent Joy Adekanmi wist niet wat haar overkwam toen ze terugkeerde van vakantie. GGD-medewerkers brachten haar naar een Covid-huis en de deuren gingen op slot. Pas na zes dagen en contact met UKrant, realiseerde ze zich dat ze vrij was om te gaan.
Yelena Kilina en Christien Boomsma
2 september om 12:00 uur.
Laatst gewijzigd op 24 september 2020
om 15:28 uur.
september 2 at 12:00 PM.
Last modified on september 24, 2020
at 15:28 PM.

Toen de Spaanse Joy drie weken geleden naar Mallorca vertrok voor een vakantie, was er nog geen vuiltje aan de lucht. Het reisadvies was geel, dus er was geen enkele reden om niet naar het eiland te gaan en te genieten van de zon, voordat ze begon met haar baantje als student-assistent bij de Green Office.

Maar toen werd het reisadvies – door het oplopende aantal Covid-infecties –plotseling oranje. Reizigers kregen het advies om tien dagen in quarantaine te gaan. Precies wat Joy van plan was te gaan doen in haar studentenhuis. ‘Ik heb weliswaar drie huisgenoten, maar ik was van plan een mondkapje te dragen en de gezamenlijke keuken niet te gebruiken. Ik dacht dat dat voldoende was.’

Alarmbellen

Maar toen ze vorige week op Groningen Airport Eelde landde, werd ze tegengehouden door twee medewerkers van de GGD. Die ondervroegen haar over haar woonsituatie. ‘Ik vertelde ze de waarheid, natuurlijk.’ Blijkbaar liet het woord ‘studentenhuis’ de alarmbellen afgaan.

‘Ze vroegen me vervolgens of ik voorzieningen deelde. Ja. Of ik een studio kon huren en mezelf zo isoleren? Dat was geen optie. Toen vertelden ze me dat ik het openbaar vervoer ook niet mocht gebruiken, anders zou ik de richtlijnen niet volgen. Dus toen ze zeiden “Je kunt niet naar huis, maar moet met ons mee”, volgde ik.’

Joy begrijpt nog altijd niet goed wat er is gebeurd. Voor ze het wist zat ze in een taxi die haar naar Heerenveen bracht. Ze kreeg een kamer toegewezen en de deuren gingen achter haar op slot.

In shock

Ze was zo overdonderd, dat ze nauwelijks vragen stelde. Niet over de procedure en ook niet over testen op Covid-19. ‘Ik werkte maar gewoon mee en werd naar Heerenveen gebracht in een speciale taxi. Ik was nog in shock, denk ik.’

Joy had het gevoel dat ze geen andere keus had dan te doen wat ze haar zeiden. ‘Als een zwart persoon word ik iedere keer dat ik naar het vliegveld ga etnisch geprofileerd en ondervraagd door de politie. “Ben je hier op vakantie? Waar woon je? Wat studeer je?” Zulke willekeurige checks zijn onderdeel van mijn leven hier.’

Toen ze zeiden dat ik met hen mee moest, volgde ik

In Heerenveen – op ongeveer 60 kilometer afstand van Eelde én Groningen – staat een speciaal Covid-huis, waar mensen kunnen verblijven als ze niet in staat zijn om zichzelf te isoleren. Verblijf daar is volledig vrijwillig. Joy is niet de enige student in het huis. Er is ook een Spaanse student die met zijn studie aan de RUG had moeten beginnen en zou verhuizen naar een studentenhuis. ‘We zitten met elkaar opgescheept.’

Ze krijgt er drie maaltijden per dag – ‘We krijgen heel veel brood voor ontbijt en lunch’ – of bestelt voedsel online. Er is een algemene ruimte en zelfs een tuin, maar Joy gaat daar niet heen. Contact met andere mensen wordt afgeraden, hoewel ze hen wel kan horen.

Covid-huis

Een woordvoerder van de Veiligheidsregio Drenthe zegt dat het de standaardprocedure is dat GGD-medewerkers in gesprek gaan met reizigers die terugkeren uit oranje gebieden. Deze mensen krijgen een informatiebrief in Nederlands én Engels over het coronavirus in Nederland en het advies in quarantaine te gaan.

‘Vervolgens vragen ze of er mensen zijn die geen eigen woonruimte hebben of met het OV naar huis gaan. Met deze mensen wordt in samenspraak gekeken naar een oplossing. Ze krijgen het advies een taxi te bellen of de quarantainelocatie in Heerenveen te gebruiken.’

Maar voor Joy voelde het helemaal niet als een ‘advies’. Ze was ervan overtuigd dat ze pas op 5 september, na tien dagen isolatie, zou mogen vertrekken. Pas toen ze met Ukrant had gepraat en de medewerkers in het Covidhuis expliciet vroeg of haar verblijf vrijwillig was, bleek dat ze vrij was.

‘Ze vertelden me dat ik in theorie vrij was om te vertrekken en dat we in een vrijwillige quarantaine zaten. Maar dat vertelden ze me niet op het vliegveld.’

Stressvol

Haar verblijf is bijzonder stressvol geweest, zegt ze. ‘Ik heb geen vrijheid, ik kan niet doen wat ik wil. Ik heb niet wat ik nodig heb om me thuis te voelen.’ Vorig weekend had ze een breakdown en vroeg om een therapeut.

Ik ben hier nu al zes dagen. Ik kan net zo goed de laatste dagen nog blijven

Zo nu en dan kijken zij en haar vrienden via het internet samen films. ‘Het helpt me om me niet zo alleen te voelen.’ Hoewel haar vrienden tegenwoordig grapjes maken dat ze ontvoerd is. ‘In mijn hoofd is het een droom. Het is ongelooflijk.’

Ze vindt dat de autoriteiten op het vliegveld de situatie niet goed hebben uitgelegd. Ook de staf in het Covidhuis was weliswaar vriendelijk, maar niet in staat de situatie goed uit te leggen.

Zes dagen

Als ze had geweten dat de hele procedure vrijwillig was, dan zou ze nooit naar het Covid-huis zijn gegaan, zegt ze. Ze zou naar huis zijn gegaan en zich daar zo goed mogelijk hebben afgeschermd van anderen. Toch is ze nu niet meer van plan te vertrekken. ‘Ik ben hier nu al zes dagen. Ik kan net zo goed de laatste dagen nog blijven.’

De GGD kan niet ingaan op individuele situaties, zegt de woordvoerder. Wel benadrukt ze dat het in studentenhuizen lastig kan zijn om je af te zonderen. ‘En dan kun je naar Heerenveen.’

Vier op de tien promovendi overwegen te stoppen

Hoge werkdruk en mentale problemen

Vier op de tien promovendi overwegen te stoppen

Promovendi lijden onder werkdruk, lopen grote kans op mentale problemen en burn-out. Bijna 40 procent overweegt te stoppen tijdens hun traject. En dat geldt niet alleen voor de Groningse beurspromovendi.
2 september om 10:14 uur.
Laatst gewijzigd op 3 september 2020
om 13:07 uur.
september 2 at 10:14 AM.
Last modified on september 3, 2020
at 13:07 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 september om 10:14 uur.
Laatst gewijzigd op 3 september 2020
om 13:07 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

september 2 at 10:14 AM.
Last modified on september 3, 2020
at 13:07 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Dat promovendi het niet gemakkelijk hebben, was al langer bekend. Toch liegen de cijfers van een recente enquête van het Promovendi Netwerk Nederland er niet om. Het PNN onderzocht ruim 1600 promovendi van Nederlandse universiteiten. 

47 procent heeft een vergroot risico op mentale klachten. Dat geldt vooral voor internationals, bij wie ruim 55 procent risico loopt. Ook werkdruk is een probleem. 60 procent noemt die (te) hoog. Ook is er het voortdurende risico van burn-out: bijna 39 procent vertoont ernstige symptomen. 

41,6 procent van de promovendi zegt bovendien wel eens overwogen te hebben om te stoppen. 6 procent overweegt dat regelmatig. Promovendi twijfelen aan de wetenschap als geheel, hun werksituatie of hebben problemen met begeleiders. 

Corona

Overigens heeft de coronacrisis wel enige invloed gehad, zegt PNN-voorzitter Lucille Mattijssen. Anderhalve week na de start van de enquête brak de crisis los. ‘We hebben de promovendi gevraagd corona uit hun antwoorden te proberen te filteren’, zegt Matthijssen. ‘Maar dat is niet helemaal gelukt.’

Toch blijven de resultaten staan, zegt ze. ‘Dit is niet het eerste onderzoek dat aantoont dat veel promovendi te maken hebben met mentale gezondheidsklachten en een hoge werkdruk. Maar het is wel het eerste dat dit op nationaal niveau laat zien.’ 

Ontnuchterend

Ze noemt het rapport ‘ontnuchterend’. De werkdruk is consistent hoog bij alle instellingen en alle types promovendi. ‘We zien op nationaal niveau geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, of disciplines’, zegt ze. Ook is er geen verschil te zien tussen de beurspromovendi en werknemerpromovendi. Verschillen die er zijn, zijn terug te voeren op het verschil tussen internationals en Nederlandse promovendi.

Overigens is dat voor Mattijssen geen reden om terug te komen op eerdere kritiek op het stelsel van de beurspromovendi. ‘We blijven erbij dat promoveren werk is dat je hoort te belonen met een arbeidsovereenkomst’, zegt ze. 

‘Het is nu aan universiteiten, UMC’s en onderzoeksinstellingen om hun werkomgeving gezonder te maken, anders lopen ze het risico dat veel promovendi de wetenschap definitief de rug zullen toekeren.’

Ad van Liempt was wél integer

Foto: Rolf Baas

Tweemaal vrijgepleit van plagiaat

Ad van Liempt was wél integer

Ad van Liempt pleegde geen plagiaat en heeft de wetenschappelijke integriteit niet geschonden in zijn proefschrift over kampcommandant Albert Gemmeker, blijkt uit het oordeel van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI).
31 augustus om 10:57 uur.
Laatst gewijzigd op 31 augustus 2020
om 11:19 uur.
augustus 31 at 10:57 AM.
Last modified on augustus 31, 2020
at 11:19 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

31 augustus om 10:57 uur.
Laatst gewijzigd op 31 augustus 2020
om 11:19 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

augustus 31 at 10:57 AM.
Last modified on augustus 31, 2020
at 11:19 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Van de honderden klachten die journalist Bart Droog tegen de historicus indiende, bleef slechts een handvol onzorgvuldigheden over. Daarmee is ‘de affaire Van Liempt’ na anderhalf jaar eindelijk voorbij. 

De kwestie begon toen Frits Barend in een opiniestuk in Het Parool de integriteit van Van Liempt – bekend vanwege vele publicaties en tv-programma’s over de Tweede Wereldoorlog – in twijfel trok. Bart Droog pikte de zaak op en beschuldigde Van Liempt van plagiaat en falsificaties in het proefschrift waarop hij in mei 2019 zou promoveren. 

De Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de RUG oordeelde al in december 2019 dat Van Liempt zich niet schuldig had gemaakt aan schending van de wetenschappelijk integriteit. Wel wees het CWI op enkele onzorgvuldigheden. Droog ging daarop in hoger beroep. Hij noemde het CWI en college van bestuur ‘vooringenomen’, sprak van een ‘rookgordijnen’ en vond dat het proefschrift nooit goedgekeurd had mogen worden.  

Advies

Het LOWI wijst Droogs claims af, maar adviseert wel dat Van Liempt de onzorgvuldigheden herstelt in de pdf-versie. Zo verwees Van Liempt naar een interview dat niet op 30 januari 1982 was verschenen, maar op 29 januari 1983. Hij parafraseerde een Canadese collega, maar plaatste diens tekst wel tussen aanhalingstekens. Dat was onzorgvuldig. Op enkele plekken zouden ook meer verwijzingen naar primaire bronnen moeten staan. Maar waar het oordeel van het CWI nog was dat Van Liempt ook meer secundaire bronnen had moeten noemen, vindt het LOWI dat dit niet nodig is. 

Bij de tweede of derde druk komen er altijd enkele correcties

Het college van bestuur heeft het advies overgenomen en trekt bovendien een eerder verwijt in dat Van Liempt ‘niet correct’ had gehandeld omdat zijn proefschrift al voor de promotiedatum in de winkel lag. Dit bleek bij nader inzien namelijk te zijn afgesproken met de afdeling communicatie van de RUG. ‘Ik heb daar meteen tegen geprotesteerd’, zegt hij. ‘Want ik heb meermalen gevraagd of het een probleem was. Maar de persoon met wie ik contact had, gaf me alle ruimte.’ Hoewel het college tweemaal aangaf op de kwestie terug te komen, is dat niet gebeurd. 

Onaangename periode

Van Liempt noemt het een ‘prettige gedachte’ dat hij nu vrijgepleit is. Opgelucht wil hij het niet noemen. ‘Dan lijkt het net alsof ik bang was. Maar ik wist dat ik geen inbreuk had gepleegd op de integriteit. Ik heb het boek zelf geschreven.’

De gevonden onzorgvuldigheden zal hij corrigeren, zegt hij. ‘Maar eerlijk gezegd: ik heb meer boeken geschreven en bij de tweede of derde druk komen er altijd enkele correcties. Het blijft vervelend, want je hoopt elke keer het perfecte boek te schrijven. En dat lukt dan niet.’

Het is een onaangename periode geweest, geeft hij toe, mede doordat de procedure lang heeft geduurd. ‘Dat is het nadeel van het prachtig systeem, waarbij zo’n klacht heel goed en serieus wordt onderzocht. Maar er zijn ergere dingen, dat hebben we de laatste maanden aan den lijve ondervonden.’

Zand in de machine

Ook promotoren Hans Renders en Doeko Bosscher zijn blij dat de kwestie na anderhalf jaar eindelijk voorbij is. Niet alleen Van Liempt had immers te lijden onder de kwestie. Ook zij kwamen onder vuur te liggen. Renders noemt het oordeel van het LOWI een ‘keurig en serieus stuk’, ook omdat ze ingaan op de toon en grote woorden van Droogs beschuldigingen.

Dit zou mijn score waarschijnlijk ook geweest zijn

Bosscher wil de periode nu het liefst afsluiten. ‘Maar ik moet ook zeggen, wij waren er allemaal allang klaar mee. We wísten dat Van Liempt integer was.’ Van de fouten is hij niet onder de indruk. ‘Iedereen maakt wel eens een fout,’ zegt hij. ‘Dit zou mijn score waarschijnlijk ook geweest zijn.’

Wel vindt hij het zorgwekkend dat ‘iemand die overduidelijk niet weet hoe het werkt, zoveel mensen zo lang van de straat kan houden’.  ‘Daaruit blijkt dat de machine heel kwetsbaar is voor het kleinste beetje zand’, zegt hij.

Bart Droog is overduidelijk niet blij met het oordeel. ‘Het proefschrift moet worden aangepast en dat lijkt me genoeg’, laat hij telefonisch weten. En verbreekt de verbinding. 

Natuurkundigen bedenken draagbare detector voor zwaartekrachtgolven

Natuurkundige Steven Hoekstra: ‘Het is supermoeilijk en het zal zeker nog tientallen jaren duren.’ Foto Reyer Boxem

Idee van RUG-natuurkundigen:

Draagbare detector voor zwaartekrachtgolven

Groningse wetenschappers komen met een plan om een detector voor zwaartekrachtgolven te maken die vierduizend keer kleiner is dan het huidige LIGO-experiment.
2 juli om 17:46 uur.
Laatst gewijzigd op 7 juli 2020
om 10:16 uur.
juli 2 at 17:46 PM.
Last modified on juli 7, 2020
at 10:16 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juli om 17:46 uur.
Laatst gewijzigd op 7 juli 2020
om 10:16 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juli 2 at 17:46 PM.
Last modified on juli 7, 2020
at 10:16 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het is nog maar vijf jaar geleden dat de detectoren van LIGO de allereerste zwaartekrachtgolf maten; een prestatie die de bouwers meteen een Nobelprijs opleverde. Want zwaartekrachtgolven – rimpels in de ruimte die door het heelal trekken als golven in een vijver – maken het mogelijk om metingen in het heelal te doen, die nooit eerder mogelijk waren. Een nieuwe set van ‘ogen en oren’.

Maar de huidige detectoren zijn wel vier kilometer lang. Dat is nodig, want ze meten de zwaartekrachtgolven door een laser af te vuren op spiegels in de armen. Wanneer een zwaartekrachtgolf langs trekt, doet de ene laser daar net iets langer over dan de andere.

Draagbaar

Volgens de Groningse wetenschappers Steven Hoekstra en Anupam Mazumdar, en vakgenoten van het Britse UCL, kan het echter ook anders. In een artikel dat binnenkort verschijnt in de New Journal of Physics stellen ze voor een ‘draagbare’ detector te bouwen.

‘Zo’n detector zou veel lagere frequenties kunnen meten dan de huidige detectoren’, zegt Hoekstra. ‘Hij is in dat gebied veel gevoeliger. Bovendien kun je er een heel netwerk van detectoren mee opzetten, omdat hij veel kleiner is.’

Voor de metingen willen ze een piepklein diamantje gebruiken – denk aan een massa van 10 tot de macht -17 kilogram – dat ze in een ‘kwantumsuperpositie’ brengen. Dat kan doordat het diamantje een ingebouwde oneffenheid heeft: één enkel stikstofatoom tussen al de koolstofatomen.

Vervolgens kun je dat diamantje beschieten met fotonen – licht dus. Dan krijg je een bizarre situatie die hoort bij de kwantummechanica. Het foton wordt tegelijk wel en níet geabsorbeerd door het elektron van het stikstofatoom. Er ontstaat dan een superpositie van twee deeltjes: het ene gevoelig voor een magnetisch veld, het andere niet.

Zwaartekrachtgolf

‘En die deeltjes kunnen we vervolgens door een magnetisch veld ongeveer een meter uit elkaar trekken’, legt Hoekstra uit. ‘Als we dat veld vervolgens weer omkeren, komen de deeltjes weer bij elkaar.’

Maar – en daar komt het – als er een zwaartekrachtgolf voorbij is gekomen en de wereld daardoor op de ene plek een beetje samenkrimpt, en op de andere een beetje uitzet, dan doet de ene daar net wat langer over dan de andere, waardoor ze een verschillend golfpatroon hebben. En dat kun je meten.

In theorie, vult Hoekstra nadrukkelijk aan. Een dergelijk experiment zoekt immers de absolute grens op tussen de kwantummechanica en de ‘echte wereld’. ‘Het in superpositie brengen – en lang genoeg in die toestand houden – van zo’n diamantje is supermoeilijk’, zegt Hoekstra.

Deels omdat het ultragevoelig is, want zelfs licht of de warmtestraling van een object op kamertemperatuur zou de metingen al verstoren. En deels omdat het zo groot is – voor een experimenteel natuurkundige, dan, die gewend is aan het werken met atomen. Het moet daarnaast niet slechts één keer goed gaan, maar aan de lopende band. Het experiment bestaat immers uit het voortdurend ‘beschieten’ van andere diamantjes.

Supermoeilijk

Een stabiel magneetveld creëren is een volgende uitdaging. En dan moeten de diamantjes ook nog heel precies dezelfde massa hebben.

Maar, zegt Hoekstra, het kan wel. ‘Dat is het mooie van dit idee, waarbij experimenteel natuurkundigen samenwerken met theoretici zoals Mazumdar’, zegt hij.

‘Het is enorm moeilijk en het zal zeker tientallen jaren duren voor je zover bent, maar we zien op dit moment geen reden waarom het uiteindelijk niet zou kunnen werken.’

FSE wil speciaal fonds voor afgewezen voorstellen

FSE wil speciaal fonds voor afgewezen voorstellen

De Faculty of Science and Engineering (FSE) wil een fonds instellen om onderzoeksvoorstellen te financieren die net buiten de boot vielen bij de nationale en Europese subsidierondes.
2 juli om 15:24 uur.
Laatst gewijzigd op 2 juli 2020
om 15:31 uur.
juli 2 at 15:24 PM.
Last modified on juli 2, 2020
at 15:31 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juli om 15:24 uur.
Laatst gewijzigd op 2 juli 2020
om 15:31 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juli 2 at 15:24 PM.
Last modified on juli 2, 2020
at 15:31 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het idee staat in het concept-strategisch plan voor de periode 2021-2026 dat de faculteitsraad van FSE afgelopen week besprak.

Het is de bedoeling op deze manier de werkdruk van het wetenschappelijk personeel te verlichten. Mensen, die – zoals decaan Jasper Knoester het verwoordde – ‘toch al het gevoel hebben dat ze in een loterij zitten’.

Gevolgen crisis

Waar het geld vandaan moet komen, is nog onduidelijk. Zeker omdat niet helder is wat de gevolgen zijn van de coronacrisis voor de universiteit.

Ook is het nog niet duidelijk welke voorstellen het meeste kans maken. Maar, stelde Knoester, de kans is klein dat voorstellen die binnen kernthema’s van de faculteit vallen, prioriteit krijgen.

Nu al voelen veel onderzoekers een grote druk om voorstellen in te dienen die binnen een bepaald programma passen. ‘En ongebonden onderzoek is toch al ondergefinancierd.’

Een stap dichterbij een computerbrein

Het mysterie van nikkelaat

Een stap dichterbij een computerbrein

Wetenschappers van de RUG hebben grote vooruitgang geboekt in hun zoektocht naar een materiaal om de neuronen van het menselijk brein na te bootsen. Vorige week publiceerden ze een artikel over hun vondst in Nature Communications.
25 juni om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 29 juni 2020
om 11:54 uur.
juni 25 at 14:59 PM.
Last modified on juni 29, 2020
at 11:54 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

25 juni om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 29 juni 2020
om 11:54 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 25 at 14:59 PM.
Last modified on juni 29, 2020
at 11:54 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Hoewel het menselijk brein relatief klein is, kan het enorme hoeveelheden informatie verwerken. Het gaat ook heel erg efficiënt met energie om. Wetenschappers proberen al jaren een computer te bouwen die net zo goed werkt, maar dat is een enorme uitdaging.

‘De neuronen in onze hersenen hebben duizenden dendrieten, een soort kleine beentjes, die via synapsen vastzitten aan de dendrieten van duizenden andere neuronen. Dat betekent dat informatie via allerlei verschillende kanalen tegelijk kan worden verzonden’, zegt hoogleraar Beatriz Noheda van onderzoekscentrum CogniGron.

‘Maar gewone computers gebruiken transistors die informatie alleen maar in een reeks kunnen verwerken. Een op een, dus.’

Te veel ruimte

Het brein gaat zo efficiënt met energie om doordat het informatie zowel opslaat als verwerkt in de neuronen. Een gewone computer heeft daar twee verschillende locaties voor nodig.

Bovendien zorgt de neuroplasticiteit van het brein ervoor dat neuronen connecties sterker of zwakker kunnen maken. ‘Als je bijvoorbeeld iets aan het leren bent, gaat er meer energie door die neuronen heen. Maar als de verbinding verzwakt, kan je herinneringen kwijtraken.’

Als de verbinding verzwakt, kan je herinneringen kwijtraken

Grote bedrijven zoals IBM en Intel hebben al eerder geprobeerd het brein na te bootsen, met computerchips waarin duizenden transistors naast elkaar een enkele neuron vormen. Dat scheelde veel energie, maar de duizenden neuronen die nodig zijn om een heel ‘brein’ te creëren zouden simpelweg te veel ruimte innemen.

Andere onderzoekers hebben zogeheten memristors gemaakt: elektrische apparaatjes waarmee je de weerstand kunt aanpassen door ionen te laten bewegen, net zoals het brein doet met de synapsen tussen neuronen. ‘Maar dat experiment viel niet te reproduceren’, zegt Noheda.

Handelbaar

Noheda en haar team proberen een memristormechanisme te bouwen waarbij ze geen elektronische componenten nodig hebben. Het is gebaseerd op hoe elektronen getransporteerd worden. ‘Die zijn sneller, maar veel handelbaarder’, zegt ze. Het is verdiepend, fundamenteel onderzoek dat nog maar een paar jaar aan de gang is.

Vorige week publiceerden zij en haar promovendus Qikai Guo hun artikel over hun zoektocht naar een materiaal dat dit kan doen in Nature Communications.

Ze hadden hun hoop gevestigd op neodymium nikkeloxide (NdNiO3), een materiaal dat de overgang van een metaal naar een isolator kan maken. Dat betekent dat het op het ene moment heel goed geleidt, maar op een ander moment juist heel erg isoleert. Dit is essentieel als je een apparaat wilt hebben waarin je de weerstand aan kunt passen.

Normaliter kan je dit soort materialen manipuleren door middel van temperatuur. Maar dit spul was stukken mysterieuzer dan de wetenschappers aanvankelijk dachten. Sommige onderzoekers zeiden dat het een normaal metaal was, en dat het elektriciteit geleidt op dezelfde manier als koper.

De verklaring voor deze conductiviteit zou zijn dat elektronen reageren op vibrerende atomen. ‘Maar andere onderzoekers hadden het idee dat er iets spannenders aan de hand was. Zij dachten dat de elektronen juist op elkaar reageerden’, zegt Noheda. Beide kanten hadden experimenten gedaan die hun standpunt bevestigden.

Discussie

Guo en Noheda gingen aan het werk om de discussie te beslechten. Maar hoe zorgvuldig ze hun tests ook deden, ze kregen telkens een ander resultaat. ‘We kregen letterlijk iedere keer een andere waarde, ook waardes die niemand ooit eerder had gehad.’

Wat als het niet aan de vervorming zelf lag, maar aan iets wat de vervorming verzoorzaakte?

De onderzoekers wisten lang niet waar die resultaten vandaan kwamen. Wat ze wel wisten, was dat hoe goed het materiaal geleidde niet alleen door de temperatuur kwam, maar ook door het materiaal waar ze hun nikkelaat op ‘kweekten’.

‘We hadden ongelooflijk dun materiaal gemaakt. Het was duizend maal dunner dan een menselijke haar. We deden dat op een kristallen substraat dat een iets andere structuur had’, zegt Noheda.

De atomen in dat substraat lagen net iets verder uit elkaar of dichter bij elkaar dan die in nikkelaat. Omdat ze het verdampte nikkelaat op de substraat neer lieten dalen, dwongen ze de nikkelaatatomen zich te rearrangeren. ‘Het kristal werkte als een sjabloon.’

Rearrangeren

Noheda en Guo kwamen erachter dat naarmate ze hun nikkelaat meer forceerden, de conductiviteit steeds hoger werd. Maar de vervorming alleen kon de resultaten niet verklaren; daarvoor was het effect te groot. ‘Wat als het niet door de vervorming kwam, maar juist door iets wat de vervorming veroorzaakte?’

Verdere experimenten toonden aan dat de vervorming van de lagen nikkelaat er voor zorgde dat het nikkelaat zuurstof verliest. Normaliter heeft het metaal een nikkelatoom, een neodymiumatoom en drie zuurstofatomen, waardoor het een kristal vormt.

‘Maar we zagen dat er af en toe een zuurstofatoom ontbrak. Daardoor gingen de andere atomen zich een beetje rearrangeren’, zegt Noheda. En dat verklaarde dus de veranderde conductiviteit.

Dit betekent dat de onderzoekers twee belangrijke dingen hebben gedaan. Niet alleen hebben ze iets toegevoegd aan de fundamentele kennis over nikkelaatmetalen, maar ze zijn ook een belangrijke stap dichterbij hun droom van een computer die werkt als een menselijk brein.

‘We hebben nu controle over het materiaal’, zegt ze. ‘We hebben nu een knop waarvan we eerst niet eens wisten dat die bestond.’

Een Spinoza én een Stevin voor de RUG-wetenschappers

Foto’s Reyer Boxem/RUG

Prijzen voor Pauline Kleingeld en Linda Steg

Een Spinoza én een Stevinpremie voor de RUG

De RUG gaat er dit jaar met twee van de meest prestigieuze wetenschapsprijzen van Nederland vandoor. Filosoof Pauline Kleingeld wint een Spinozapremie, ook wel de ‘Nederlands Nobelprijs’ genoemd. Milieupsycholoog Linda Steg krijgt een Stevin.
19 juni om 8:02 uur.
Laatst gewijzigd op 22 juni 2020
om 13:21 uur.
juni 19 at 8:02 AM.
Last modified on juni 22, 2020
at 13:21 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

19 juni om 8:02 uur.
Laatst gewijzigd op 22 juni 2020
om 13:21 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 19 at 8:02 AM.
Last modified on juni 22, 2020
at 13:21 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Linda Steg was even stil toen ze het telefoontje kreeg van onderzoeksfinancier NWO met de mededeling dat ze een Stevinpremie kreeg van 2,5 miljoen euro. ‘Wat?’ wist ze tenslotte uit te brengen. ‘Ik moet dit even tot me door laten dringen.’

En daarna mocht ze het nog aan niemand vertellen ook. Alleen haar vriend mocht het weten. En natuurlijk de communicatiemensen en journalisten die het nieuws te horen kregen onder strikte beloftes van geheimhouding.

Ook Pauline Kleingeld was overdonderd. Zij krijgt een van de vier Spinozapremies. Ook ter waarde van 2,5 miljoen euro. En nee, dit had ze nooit verwacht. ‘Er zijn zoveel mensen die goed onderzoek doen.’

Beide premies belonen het werk van excellente onderzoekers. Waar de Spinozapremie vooral fundamenteel wetenschappelijk onderzoek wil stimuleren, gaat het bij de Stevin meer om de maatschappelijke impact.

Invloedrijk

Steg krijgt haar prijs voor haar werk in de milieupsychologie. Een vak waarin ze, aldus de jury, een van de meest invloedrijke en innovatieve pioniers is. Ze wil weten waarom mensen milieuvriendelijk gedrag vertonen – of niet. En wanneer ze bereid zijn hun persoonlijke gemakken opzij te zetten voor het hogere belang.

Haar belangrijkste vondst is dat het hen niet enkel gaat om ‘rationele’ feiten of kosten-batenanalyses. Morele- en milieuoverwegingen blijken ook van groot belang. Ze schreef een invloedrijk klimaatrapport voor de VN en stond al vijf keer op de lijst ‘most influential scientific minds’ van Thomas Reuters.

Filosoof Kleingeld krijgt de premie vanwege haar vernieuwende blik op het werk van de achttiende-eeuwse filosoof Kant. Niet alleen laat ze zien dat Kants racistische en seksistische vooroordelen doorschemeren in zijn werk, ook zet ze haar visie op Kants ethiek in om met nieuwe inzichten te komen op het gebied van moreel universalisme en de vrije wil.

Op het Academiegebouw hangt een vlag met felicitaties aan Pauline Kleingeld en Linda Steg. Die werd uitgerold door (vlnr) bestuurslid Hans Biemans, decaan Kees Aarts van de Faculteit GMW, bestuursvoorzitter Jouke de Vries, decaan Lodi Nauta van de Faculteit Wijsbegeerte, rector magnificus Cisca Wijmenga en Stephan van Galen, directeur Bureau van de Universiteit.

Geen feestje

De onderzoekers missen door de coronacrisis het feestje rond de bekendmaking op het jaarlijkse congres voor wetenschapscommunicatie Bessensap. Niet heel erg, vinden ze. Al vindt vooral Steg het jammer dat ze haar collega’s niet zal zien als ze het nieuws horen. ‘Toen ik afgelopen jaar een lintje kreeg, wist iedereen ervan, maar ik niet. Nu is het andersom, maar kan ik hun gezichten niet zien.’

Beide onderzoekers weten al wat ze met hun prijs willen doen. Kleingeld wil proberen of ze met haar interpretatie van Kants ethiek een bijdrage kan leveren in hedendaagse discussies over moreel universalisme. ‘Een beetje tegen de stroom in, want we leven in een tijd van relativisme en scepticisme’, zegt ze.

Steg wil proberen haar sociaalwetenschappelijk onderzoek te integreren in klimaatmodellen. ‘Want al die modellen gaan uiteindelijk over mensen en menselijk gedrag.’

Meer winnaars

Naast Pauline Kleingeld, ontvangen ook biofysicus Nynke Dekker van de TU Delft, bio-organisch chemicus Jan van Hest van de TU Eindhoven en immunoloog Sjaak Neefjes van het Leids Universitair Centrum een Spinozapremie. Kankeronderzoeker Ton Schumacher van het Antoni van Leeuwenhoek is de tweede ontvanger van een Stevinpremie.

Het is de eerste Stevinpremie voor de RUG sinds deze in 2018 in het leven is geroepen. Spinozapremies bestaan al veel langer. Eerdere RUG-winnaars waren de natuurkundige George Sawatzky (1996), medisch bioloog Dirkje Postma (2000) en chemicus en latere Nobelprijswinnaar Ben Feringa (2004).

Na tien jaar stilte volgden daarna trekvogelprofessor Theunis Piersma in 2014 en geneticus en huidig rector magnificus Cisca Wijmenga in 2015. In 2016 wonnen filosoof Lodi Nauta en technisch natuurkundige Bart van Wees. Vorig jaar was sterrenkundige Amina Helmi aan de beurt.

UKrant sprak afgelopen week met beide laureaten:

Zoektocht naar een rechtvaardige wereld

Bestaan er universele waarden in deze wereld? Principes die gelden voor ieder mens? RUG-filosoof Pauline Kleingeld wil haar Spinozapremie gebruiken om dat te onderzoeken. ‘Veel mensen denken tegenwoordig dat die niet bestaan. Maar ik wil het toch proberen.’ Lees hier het interview met Pauline Kleingeld.

Milieuonderzoeker, maar geen activist

Ze was al een van de meest invloedrijke psychologen ter wereld. Nu krijgt milieupsycholoog Linda Steg de Stevinprijs voor haar onderzoek naar milieubewust handelen. ‘Een activistische houding is niet goed. Niet als het gaat om wetenschap.’ Lees hier het interview met Linda Steg.

Ziekteverzuim bij FSE blijft stijgen, oorzaak onduidelijk

Oorzaak is moeilijk aan te wijzen

Ziekteverzuim bij FSE blijft stijgen

Het langdurig ziekteverzuim bij de Faculty of Science and Engineering blijft maar stijgen, blijkt uit het onlangs gepresenteerde Health Safety and Environment Report. Maar de oorzaak is moeilijk aan te wijzen.
18 juni om 18:55 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2020
om 11:45 uur.
juni 18 at 18:55 PM.
Last modified on juni 19, 2020
at 11:45 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

18 juni om 18:55 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2020
om 11:45 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 18 at 18:55 PM.
Last modified on juni 19, 2020
at 11:45 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het ziekteverzuim onder het personeel bij de bètafaculteit is de afgelopen zes jaar verdubbeld. Waar stafleden in 2014 nog maar 0,9 procent van hun tijd afwezig waren, is dat nu 1,8 procent. Kijk je daarbij specifiek naar de vrouwen, dan is het verzuim gestegen van 1,2 procent naar 2,9. En bij PhD’s is de stijging nog veel sterker: van 0,9 naar 2,6 procent.

Ook het ondersteunend- en beheerspersoneel is vaker afwezig: van 3,5 procent naar 5,7 procent. En ook hier is de stijging onder vrouwen veel hoger dan die onder mannen.

Frustrerend

Het is een probleem, erkent Theodora Tiemersma van de facultaire dienst van FSE. ‘We hebben erover gesproken met de bedrijfsarts. Ook het bestuur vindt het zorgelijk. Maar het is frustrerend, want we kunnen de vinger niet op de zere plek leggen.’

Dat werkdruk een rol speelt, ligt voor de hand. Bovendien constateert Tiemersma dat de uitval vooral onder jonge onderzoekers hoog is. Dus niet alleen onder PhD’s, maar ook onder postdocs.

‘Academici aan het begin van hun carrière’, zegt ze. ‘Voor die groep komt alles samen, de stress van moeten presteren, maar ook het opbouwen van een gezin. Dan hou je heel veel ballen in de lucht.’

Oplossing

Tegelijk is het lastig een oplossing te vinden. De faculteit heeft de afgelopen jaren verschillende programma’s in het leven geroepen, zoals ‘efficiënter werken’ of ‘leiding geven’. ‘Maar de opkomst bij die cursussen is vaak maar beperkt.’ Bovendien betwijfelt Tiemersma of degenen die dergelijke programma’s volgen, wel de mensen zijn die ze het meeste nodig hebben.

Het ziekteverzuim aan de RUG als geheel is veel minder snel gestegen. Onder wetenschappelijk personeel is het vrijwel hetzelfde gebleven. Maar onder het administratief en ondersteunend personeel steeg het van 4,2 procent per staflid in 2014 tot 6,4 procent.

Experts in koolstofdatering lossen eeuwenoud raadsel op

Luchtopname van Por-Bazjyn gezien vanuit het westen. Foto: Andrei Panin

Experts in koolstofdatering lossen eeuwenoud raadsel op

Niemand wist waarom het mysterieuze fort van Por-Bazjyn in Siberië was gebouwd en waarom het nooit gebruikt werd. Deze week kwamen RUG-wetenschappers met de oplossing van het raadsel, dankzij een nieuwe methode van koolstofdateren.
8 juni om 21:01 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juni 2020
om 15:05 uur.
juni 8 at 21:01 PM.
Last modified on juni 9, 2020
at 15:05 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

8 juni om 21:01 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juni 2020
om 15:05 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 8 at 21:01 PM.
Last modified on juni 9, 2020
at 15:05 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Het eilandfort van Por-Bazjyn, gelegen in de permafrost van Siberië, is misschien wel net zo mysterieus als Machu Picchu. Het is minder bekend dan zijn Peruaanse broertje, maar de vragen rond het enorme bouwwerk van klei, stammend uit de achtste eeuw en omgeven door twaalf meter hoge muren, houden wetenschappers al decennia bezig. Wie heeft het gebouwd? Was het een paleis? Een fort? Een klooster? En waarom zijn er geen haarden in aangebracht? Waarom zijn er geen gebruikerssporen?

In een artikel dat deze week verscheen in PNAS, geven wetenschappers van de RUG het definitieve antwoord door de bouw te dateren in de zomer van 777. Ze maakten daarvoor gebruik van een nieuwe methode, waarbij ze zoeken naar pieken van de isotoop koolstof-14 in de jaarringen van bomen. Die uitschieters zijn veroorzaakt door zeldzame zonnevlammen, waarvan er eentje voorkwam in het jaar 775 en een ander in 994. 

Oeigoerse vorst

‘Deze studie laat perfect zien hoe deze recent ontwikkelde methode kan worden toegepast om een archeologische vindplaats van onbekende datum te dateren’, zegt eerste auteur Margot Kuitems. ‘We vonden de piek in de twee na laatste ring van een balk uit het complex. Bovendien had de laatste ring alleen voorjaarshout. Daardoor weten we dat de boom gekapt is in de zomer van het jaar 777.’

Door die precieze datering kon de de Oeigoerse vorst Tengri Bögü Khan worden aangewezen als de bouwer van het complex. En omdat archeologen al eerder hadden ontdekt dat de bouw ongeveer twee jaar in beslag had genomen, leverde de ontdekking ook meteen een plausibel antwoord op andere openstaande vragen.

‘Bögü Khan had zich namelijk bekeerd tot het manicheïsme’, zegt Kuitems. Deze christelijke stroming ging uit van gelijkwaardigheid van goed en kwaad en werd door de rooms-katholieke kerk als ketters beschouwd. ‘In 779 werd Bögü Khan echter vermoord tijdens een anti-manicheïstische opstand.’

Klooster

Het lijkt daarom waarschijnlijk dat Por-Bazjyn bedoeld was om een klooster te worden. Maar omdat Bögü Khan ten val kwam, is het complex nooit in gebruik genomen.

Kuitems is dolblij met de vondst, want de datering via zonnevlammen kan dus inderdaad archeologische raadsels oplossen. Het had bovendien maar een haar gescheeld of het was niet gelukt. ‘Bij een eerder houtmonster vonden we de piek niet’, zegt ze. ‘Dus we waren behoorlijk teleurgesteld. Maar toen bleek dat dát monster de laatste jaarringen miste.’

Bij het tweede monster dat die jaarringen wel had, was het wel raak. ‘Het was echt op het nippertje. Dus we hebben enorme mazzel gehad.’

App gaat aanwezigheid in gebouwen FSE automatisch registreren

Foto Reyer Boxem

App moet personeel bij FSE automatisch registreren

De Faculty of Science and Engineering wil de aanwezigheid van personeelsleden in gebouwen automatisch registreren via Eduroam. De bestaande app FSE Presence moet daarvoor worden aangepast.
2 juni om 17:26 uur.
Laatst gewijzigd op 3 juni 2020
om 13:57 uur.
juni 2 at 17:26 PM.
Last modified on juni 3, 2020
at 13:57 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

2 juni om 17:26 uur.
Laatst gewijzigd op 3 juni 2020
om 13:57 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

juni 2 at 17:26 PM.
Last modified on juni 3, 2020
at 13:57 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Personeelsleden van de Faculty of Science and Engineering die na sluitingstijd aanwezig zijn in gebouwen als Nijenborgh 4 of de Linnaeusborg – gebouwen met grote laboratoria dus – moeten hun aanwezigheid melden via een website, of de bijbehorende app FSE Presence. Dat is belangrijk, want als er iets mis gaat, moeten reddingswerkers weten waar mensen zich bevinden. Maar in de praktijk wordt die registratie weinig gebruikt. 

‘Het systeem werkt niet goed genoeg. Het hangt heel erg van jezelf af’, zegt biochemicus en faculteitsraadslid Andy Thunissen. ‘Ik heb de app ook op mijn telefoon’, zegt faculteitsraadsvoorzitter en sterrenkundige Mariano Mendez. ‘Maar bijna niemand gebruikt die app.’ 

Vandaar dat er nu gewerkt wordt aan een nieuwe versie die gebruik maakt van checkpoints van Eduroam.  Medewerkers hoeven dan maar eenmaal in te loggen bij het wifi-netwerk en daarna wordt hun aanwezigheid automatisch opgepikt door het systeem. Bovendien hoopt het CIT de informatie ook te kunnen gebruiken om vast te stellen waar in het gebouw de medewerker zich bevindt. 

Privacy eerbiedigen

Op zichzelf een prima idee, oordeelde de faculteitsraad onlangs. ‘Het is heel belangrijk dat men weet waar mensen zich in het gebouw bevinden om de veiligheid te waarborgen’, vindt Thunissen. ‘Wel is het belangrijk dat de privacy van de gebruikers wordt geëerbiedigd.’

Daar hoeft hij zich geen zorgen over te maken, zegt veiligheidsexpert Theodora  Tiemersma-Wegman van FSE. ‘Je kunt zo’n app niet ontwikkelen zonder dat je daar heel zorgvuldig mee omgaat.’ Er worden dus geen persoonlijke details aan de aanwezigheidsdetectie gekoppeld. De vergaarde data worden niet opgeslagen en zijn bovendien alleen beschikbaar voor de mensen die het echt nodig hebben. ‘En de app werkt alleen in FSE-gebouwen. Dus het is niet zo dat als je in Rome op het netwerk van Eduroam komt, je daar wordt geregistreerd.’

Toch zal niet iedereen de app altijd gebruiken. ‘Sommige mensen zijn hier heel principieel in’, zegt Thunissen. ‘Dus daarom hebben we nog extra benadrukt dat hier zorgvuldig mee omgesprongen moet worden.’ Bovendien, vindt Thunissen, kan het niet zo zijn dat dit het enige systeem is. ‘Het is belangrijk dat mensen kunnen zeggen: ik wil dit niet.’ 

Principiële bezwaren

Of gebruik van de nieuwe app verplicht wordt of niet, durft Tiemersma-Wegman nog niet te zeggen. ‘Daar zijn we nog niet aan toe.’ Wel is ze zich ervan bewust dat er altijd mensen zullen zijn die hun telefoon vergeten, misschien zelfs geen smartphone hebben of principiële bezwaren hebben. ‘Geen enkel systeem is waterdicht’, benadrukt ze. ‘Maar dit is wat ons betreft al zo’n enorme stap voorwaarts dat we het willen ontwikkelen.’

Op dit moment loopt er een proef in de gebouwen van FSE die moet vaststellen of de dekking van het wifi-netwerk voldoende is. Tiemersma-Wegman hoopt de app zo snel mogelijk definitief te kunnen implementeren. Zeker omdat het vanwege corona extra belangrijk is om te weten hoeveel mensen er in de gebouwen zijn en waar die zijn. Een harde datum voor invoering kan ze nog niet noemen. ‘Maar we koersen op oktober.’

Dit jaar geen ontgroeningen bij Vindicat en Albertus

Het pand van Albertus aan de Brugstraat.

‘Online kennismaken is best lastig’

Dit jaar geen ontgroeningen bij Vindicat en Albertus

De introductietijd van aspirant-leden bij Vindicat en Albertus gaat dit jaar niet door. De regels rond ‘social distancing’ maken de roemruchte traditie onmogelijk.
4 mei om 17:13 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 10:34 uur.
mei 4 at 17:13 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 10:34 AM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

4 mei om 17:13 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 10:34 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

mei 4 at 17:13 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 10:34 AM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

‘Het wordt allemaal heel lastig’, erkent rector Floris Hamann van Vindicat. De kans dat aspirant-leden een traditionele introductie krijgen met een vierdaags kamp en een daaropvolgende binnenweek ‘is natuurlijk nihil’. ‘Daar ga je nooit een vergunning voor krijgen’, zegt hij. Ook bij Albertus gaat vicepreses Emma Visser ervan uit dat een traditionele ontgroening niet doorgaat.

Géén introductie is echter ook geen optie, zegt Hamann. ‘Je wilt niet dat mensen die zich aanmelden na een paar weken concluderen: hier heb ik niet zoveel mee.’

Boekjes en video’s

Hij denkt aan boekjes, video’s van diverse commissies en filmpjes á la ’73 questions’ (‘maar dan 27’), waarin leden de vereniging laten zien. Ook wil hij, als het mag, studenten in kleine groepjes een route door de vereniging laten lopen. ‘En dat dan in elke zaal de belangrijkste verhalen worden verteld.’

Groot voordeel is volgens Hamann dat 90 procent van de leden in een Vindicathuis woont. ‘En die kan ik een grote rol laten spelen in het vertellen van de verhalen en het enthousiasmeren.’

Online kennismaken

Maar een traditionele ontgroening, inclusief de ‘fysiek zware’ onderdelen, zit er niet in. En als het echt online moet, is het erg lastig om onderling kennis te maken, erkent hij. ‘Daar hou ik wel mijn hart voor vast. Dit kan het eerste jaar zijn dat dit allemaal niet heeft en dat mensen alleen maar een aantal verhalen te horen krijgen.’

Hij is niet bang dat de huizen dan zelf maar gaan ontgroenen. ‘Als ze zulke capriolen uithalen, is de impact enorm’, zegt hij. Een huis zou de titel van ‘cool huis’ verliezen en niet meer in huisverband naar de vereniging mogen.

Jaarclub

Ook Albertus is druk aan het nadenken over de introductietijd. En ook daar wordt nagedacht over rondleidingen en online manieren om de vereniging onder de aandacht te brengen. ‘We kijken nu naar wat we moeten vertellen en wat er echt nodig is’, zegt Visser. ‘Het belangrijkste is dat de nieuwe leden in een jaarclub komen. Daar draait onze vereniging op.’

Hoewel de kans klein is, wil Visser de mogelijkheid voor een introductie later in het jaar nog niet uitsluiten. Studenten kunnen zich dan wel inschrijven, maar hoeven dan bijvoorbeeld geen contributie te betalen tot de vereniging weer open is. ‘Daar gaan we het nog over hebben.’

RUG-psycholoog dwingt NWO tot schadevergoeding

Stephan Schleim. Foto Elsbeth Hoekstra

25.000 voor vertraging onderzoek

RUG-psycholoog dwingt NWO tot schadevergoeding

Theoretisch psycholoog Stephan Schleim van de RUG heeft recht op 25.000 euro schadevergoeding van onderzoeksfinancier NWO. Dat heeft de Raad van State bepaald. Het is het slotstuk van een acht jaar durende strijd om een VENI-subsidie.
30 april om 17:50 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 12:42 uur.
april 30 at 17:50 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 12:42 PM.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

30 april om 17:50 uur.
Laatst gewijzigd op 6 mei 2020
om 12:42 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 30 at 17:50 PM.
Last modified on mei 6, 2020
at 12:42 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

‘Het was toch een emotioneel moment’, bekent Stephan Schleim, toen hij de uitspraak van de Raad van State zag. Het is immers acht jaar jaar geleden dat hij de strijd aanbond met onderzoeksfinancier NWO en er zijn periodes geweest waarin hij twijfelde aan de rechtsgang in Nederland.

Maar nu is het voorbij: niet alleen heeft hij de VENI-subsidie van 250.000 euro gekregen die hem in 2012 – naar later bleek onterecht – werd onthouden, ook krijgt hij een schadevergoeding. Het onderzoek ging uiteindelijk namelijk pas in 2017 van start en kost door de vertraging meer geld.  

Het verhaal begon in 2011. De Duitse Schleim, die toen nog maar net werkzaam was aan de RUG, diende een aanvraag in voor een VENI. Hij wilde onderzoeken hoe je het individu een plaats kunt geven in neurowetenschappelijk onderzoek, dat vaak uitspraken probeert te doen over groepen.

Zijn aanvraag werd echter afgewezen op, vindt hij, onterechte gronden. Aanvankelijk maakte hij zich daar niet heel druk om en hij kwam in 2012 met een verbeterde aanvraag. ‘Maar toen die werd afgewezen, waren er dusdanig duidelijke fouten gemaakt dat ik besloot bezwaar aan te tekenen’, zegt hij.

Derde plaats

Schleim ontving bij de eerste beoordeling van alle NWO-referenten de hoogst mogelijke beoordeling, A+. Hij stond daarbij op de derde plaats van 59 aanvragen en werd uitgenodigd voor een interview in de tweede ronde. Daar zakte hij ineens naar de negentiende plek en zo liep hij de subsidie alsnog mis.

‘Ik kreeg drie korte alinea’s met informatie die niet klopte’, zegt hij. Zo werd er gesteld dat Schleim onvoldoende duidelijk had gemaakt hoe het onderzoek kon bijdragen aan de maatschappij.  ‘Juist dat was voor mij een heel sterk punt’, zegt hij. ‘Maar daar hadden we het in het gesprek niet over gehad.’

Hij vermoedt dat zijn keuze om het interview in het Nederlands te doen – een poging om te laten zien dat hij zich wilde verbinden aan Nederland – slecht uitgepakt heeft. ‘Dat was mijn fout, want mijn Nederlands was nog niet zo goed.’

Bovendien werd zijn interview gedaan door een geneticus, voor wie dit onderzoek ver buiten diens vakgebied lag, en een sociaal psycholoog. ‘En zij zei zelf dat ze het niet begreep.’ Hij denkt dat de motivering van de afwijzing die hij ontving, een geval van ‘copy-paste is geweest’. 

Bezwaar gegrond

Zijn bezwaar werd gegrond verklaard, maar NWO kwam vervolgens met een nieuwe reden waarom de aanvraag was afgewezen. ‘De tweede keer stelden ze dat ik al te ver was in mijn carrière, de derde keer dat ik niet meewerkte aan een oplossing.’ 

In 2014 was Schleim al naar de bestuursrechter gestapt. ‘Toen voerden ze de regel in dat als je ten onrechte was afgewezen, je opnieuw de procedure in moest. Ik accepteerde dat niet, maar ik weet dat andere onderzoekers daar “ja” op hebben gezegd en die hebben allemaal verloren.’

Uiteindelijk wees de bestuursrechter de subsidie alsnog toe. Maar Schleim ging toch in hoger beroep. ‘Ik wilde dat de rechter ook inhoudelijk zou reageren op de afwijzing van de subsidie en de gang van zaken bij NWO.’

Hij kreeg ook in hoger beroep gelijk, al ontbrak opnieuw de inhoudelijke reactie. Vervolgens startte hij in 2016 een procedure voor een schadevergoeding, omdat zijn onderzoek door de vertraging niet meer binnen het budget van 250.000 euro paste. Daarvoor kent de Raad van State hem nu 25.000 euro toe. 

Geschokt

Hij heeft nooit spijt gehad van zijn gevecht met NWO. ‘Als je terugkijkt, heeft het heel veel werk en tijd gekost. Maar het was ook een leuke manier om beter Nederlands te leren’, zegt hij laconiek. ‘Ik hou van schrijven en ik heb geprobeerd het positief te zien.’

Toch is hij ook geschokt door de manier waarop de onderzoeksfinancier omgaat met de wetenschappers en de verdeling van subsidies. ‘Ik hoor van heel veel onderzoekers dat de motivering niet klopt’, zegt hij. ‘Maar meestal laten ze het erbij zitten. Ze vrezen op een zwarte lijst te komen.’

Te oud

Hijzelf is in elk geval nooit meer gevraagd om subsidieaanvragen te beoordelen voor NWO, wat voor 2012 nog wel eens gebeurde. Ook is het onmogelijk geworden een VIDI aan te vragen, de vervolgsubsidie voor ervaren onderzoekers. ‘Je mag geen VIDI aanvragen als er nog een gesubsidieerd project loopt’, zegt hij. En om dat zijn VENI-project met vier jaar vertraging startte, is hij nu te ver in zijn carrière voor een VIDI.

NWO stelt in een reactie dat NWO en Schleim van inzicht verschilden over het causaal verband tussen de vergoeding en de eerdere afwijzing. ‘De rechtbank had NWO daarbij in eerste instantie in het gelijk gesteld. We nemen kennis van de uitspraak van de Raad van State en we zullen deze uitspraak uitvoeren.’