‘Tim schonk de u-raad gravitas, de ernst waaruit ontzag rijpt’

Tim Huiskes (rechts), met een delegatie van de RUG in China in 2017.

RUG neemt afscheid van voorzitter

‘Tim schonk de u-raad gravitas’

Voorzitter Tim Huiskes van de universiteitsraad heeft donderdag zijn laatste vergadering voorgezeten, na enkele tumultueuze jaren die vooral in het teken stonden van Yantai. Antoon de Baets, nestor van de raad, zwaaide hem uit.
12 december om 19:23 uur.
Laatst gewijzigd op 12 december 2019
om 22:37 uur.
december 12 at 19:23 PM.
Last modified on december 12, 2019
at 22:37 PM.

Waarde voorzitter van de Universiteitsraad, beste Tim,

Waarde collega’s en toehoorders,

Ik vraag u: als we een kloeke universiteitsraadsvoorzitter nemen, hem voorzichtig soppen in een papje van reglementen, hem besprenkelen met enkele amandelschilfertjes gezag, en hem vervolgens loslaten door het Bestuursgebouw, krijgen we dan Tim Huiskes? Ik dacht het niet. Dát zou veel te simpel zijn. Tim is uniek. Mijn betoog is pas geslaagd als ik jullie daarvan kan overtuigen.

Dat unieke van Tim blijkt onder meer uit zijn lange en ingewikkelde mails. Zijn zinnen waren ranke rapsodieën, wervelende derwisjdansen, capricieuze Colombiaanse cumbia’s. Men begint aan een mail van Tim en men voelt zich OK; men eindigt met die mail van Tim en men voelt zich KO.

Tims zinnen vormen een geheel nieuw genre, de absolute tegenpool van de Japanse haiku. Ooit fluisterde een lid van het college van bestuur mij in het oor, vrij naar Roland Holst: ‘Zijn spreken in het openbaar is voor mij een bewijs dat de eeuwigheid een begin heeft.’

Mondeling was het beter te dragen. Dat kwam omdat je er ineens geluid bij had. Tims gesproken interventies werkten kalmerend, ze leken op een meanderend beekje waarvan je wist, nu nog deze hobbel en dan nog die bocht en om de hoek sterft het zachtjes snikkend weg.

Tim gebruikte zijn verbale pirouettes in het voordeel van de raad. Als geen ander kon hij zeurderige tussenkomsten van raadsleden puntig samenvatten. Meer dan één keer kwam het voor dat ik de woordvoering van mijn collega’s pas begreep door Tims ingekorte versie.

Hij moest daarbij de strijd aangaan met 24 raadsleden, allemaal kikkers in de kruiwagen van de medezeggenschap. Tim kan hetzelfde zeggen over de universiteitsraad als wat de Franse minister Talleyrand opmerkte tijdens zijn ballingschap in de Verenigde Staten: ‘Ik heb een land gevonden met 24 godsdiensten en maar één saus!’

De raadsleden van hun kant hebben ook wel eens op Tim gescholden, zij het vooral in stilte en al dan niet per volmacht. Hij moet wel af en toe over ons gedacht hebben: wat een stelletje zoetwaterpiraten! Dat klopt niet: wij raadsleden zijn geen zoetwaterpiraten. Wij zijn verkozen omwille van onze hoge moppercoëfficiënt, niet omwille van onze hoge moppencoëfficiënt.

Hoe dan ook, onder aanvoering van Tim hebben wij als sumoworstelaars gevochten met al onze reglementen, voorschriften, richtlijnen en convenanten. Onneembare bolwerken zijn het.

Neem artikel 17 van ons Reglement van Orde, alleen bestemd voor fijnproevers. Lid 1 van dat artikel luidt: ‘Indien ná de in artikel 16, tweede lid, bedoelde termijn het vereiste aantal leden nog niet is opgekomen of indien op grond van artikel 15, vijfde lid, de voorzitter de vergadering sluit, kan de voorzitter in afwijking van artikel 11 en met inachtneming van het tweede lid van dit artikel, dag en uur van het vervangende tijdstip der vergadering vaststellen.’

De verlossende woorden vallen pas in lid 2. Dat zegt: ‘Tussen het verzenden van bericht over het in het eerste lid bedoelde tijdstip en het tijdstip der vergadering zelve moeten ten minste vijf werkdagen verlopen.’ Vijf werkdagen. Ten minste! Glashelder!! Hoe we daar zelf niet zijn opgekomen!!!

Na een zware universiteitsraadsvergadering – over Yantai of over de prijs van de koffie – strompelden we wel eens afgemat en dorstig naar café Corps de Garde. Naar goede gewoonte riep ik dan bij binnenkomen: ‘Ober, twee Duvels!’ Waarop Tim er snel aan toevoegde: ‘Voor mij ook.’

Behalve als hij die twee Duvels ophad, hield Tim zich uitstekend staande. Vergeet niet dat het raadsvoorzitterschap een ondankbare job is, niet ongelijk aan een slepende ziekte. Lang geleden vroeg Immanuel Kant zich af of er regels bestaan om regels toe te passen. Zijn antwoord was: neen, regels toepassen is een vaardigheid die je oefent.

Daarin is Tim tot grote hoogte gestegen. En dat terwijl praktisch zijn gehele voorzittersloopbaan getekend werd door het aambeeld van Yantai. Hij moest zijn pirouettes uitvoeren als een balletdanser om niet tussen de voorhamers van bestuur en raad terecht te komen.

Verklaart dit alles nu het unieke van Tim Huiskes? Ik dacht het niet. Er is nog een laatste aspect dat alle andere met één klap in de schaduw zet. Wat is het? Het is gravitas. Tim schonk de universiteitsraad gravitas, de ernst waaruit ontzag rijpt.

Dát was het unieke van zijn voorzitterschap. En we wensen zijn opvolgster Liesbeth de Jong vele van Tims gaven en ook een streepje gravitas toe. Dan komt het goed. Voor alles, van harte dank, Tim.