Afrikaanse vrouwen

Foto Reyer Boxem

Afrikaanse vrouwen

Een beeld van Afrikaanse vrouwen sleepte student-columnist Laura Mijnders door menig dipje tijdens het studeren. ‘Alsof ze over me waakten.’ Maar in de kerstvakantie ging het helemaal mis.
Door Laura Mijnders
6 januari om 9:22 uur.
Laatst gewijzigd op 6 januari 2021
om 10:11 uur.
januari 6 at 9:22 AM.
Last modified on januari 6, 2021
at 10:11 AM.

 

Wat andere studenten hebben gedaan tijdens deze eerste coronakerstvakantie weet ik niet, maar ik heb het vrij sober gehouden. Behoefte aan verzwegen feestjes in discobussen had ik niet. Evenmin aan het gezelschap van familie. Niet dat ik een ouwe chagrijn ben, nee, het is meer dat het virus en de daaraan verbonden restricties om een meer sobere manier van leven vragen.

En daar raak je aan gewend, misschien zelfs wel gehecht. Dit jaar dus geen kerstinkopen en een te vroege koffie met Baileys bij Huis de Beurs, maar een goed alternatief: eindelijk beginnen met het opknappen van de stoeptegel waaronder ik woon, onder het genot van goedkope slobberwijn.

Een van mijn beste vrienden en ik besloten om als eerste de studeerkamer om te gooien. Daar staat al een aantal maanden op mijn bureau een beeld van vier Afrikaanse vrouwen die in hun handen een speer houden.

Ik kreeg hem van de buurvrouw. Omdat ze ging verhuizen. Lang durfde ik hem niet in de woonkamer te laten staan. Na alle discussies over Zwarte Piet en doodgeschoten mensen, begon ik me af te vragen of het beeld mij als verborgen racist zou classificeren. Dus verstopte ik het.

Ik heb vaak jaloers naar de vrouwen op mijn bureau gekeken

Ik heb vaak jaloers naar de vrouwen op mijn bureau gekeken. De kracht die ze uitstraalden, hun kleurige gewaden die me moed gaven wanneer ik aan een zoveelste paper zat te werken. Het voelde een beetje alsof ze over me waakten.

Enfin, terug naar de studeerkamer. Mijn partner in crime en ik begonnen enthousiast te schuiven, zonder alle spullen eerst van het bureau te verwijderen. En ja, natuurlijk gebeurde het. Een van de poten van mijn bureau bleek los te zitten, waardoor het blad tijdens het schuiven loskwam en schuin op de resterende poot kwam te liggen. 

Werkelijk alles flikkerde op de grond. Mijn printer, mijn potloden, mijn boeken. En de vrouwen.

Toen we klaar waren met het weglachen van onze domheid, zag ik pas wat we gedaan hadden. Twee van de vier Afrikaanse vrouwen waren onthoofd en eentje had nu een geamputeerde arm. De vrouwen die nog een hoofd hadden, staarden ons aan. Gekwetst. Of eerder onthutst.

Het beeld staat nu in de bijkeuken, klaar om gelijmd te worden, terwijl ik me afvraag of zoveel verdeeldheid überhaupt wel te lijmen is.