Dijbeen niet van apostel Jacobus, wijst koolstofdatering uit

Sint Jacobus de meerdere, schilderij door Guido Reni.

Koolstofdatering wijst uit:

Dijbeen kan niet van apostel Jacobus zijn

Al meer dan vijftienhonderd jaar komen pelgrims naar de Santi XII Apostoli-basiliek in Rome om daar het dijbeen van de apostel Jacobus te zien. Jammer maar helaas: onderzoek wijst uit dat de relikwie aan iemand anders toebehoorde.
1 februari om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 3 februari 2021
om 11:56 uur.
februari 1 at 14:59 PM.
Last modified on februari 3, 2021
at 11:56 AM.


Door Christien Boomsma

1 februari om 14:59 uur.
Laatst gewijzigd op 3 februari 2021
om 11:56 uur.

By Christien Boomsma

februari 1 at 14:59 PM.
Last modified on februari 3, 2021
at 11:56 AM.

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Een internationaal team van wetenschappers, waaronder koolstof 14-expert Hans van der Plicht en godsdienstwetenschapper Lautaro Roig Lanzillotta van de RUG, laat zien hoe het wél zit met de eeuwenoude relikwieën. 

Het dijbeen van Jakobus – die een broer of een neef van Jezus geweest zou zijn – ligt al sinds de zesde eeuw in de Santi XII Apostoli-basiliek, samen met een scheenbeen en een voet die zouden hebben toebehoord aan een andere apostel: Filippus. Maar de koolstof 14-datering door Van der Plicht laat zien dat het dijbeen stamt uit de periode tussen 214 en 340 na Christus: 160 tot 240 jaar na de tijd dat Jacobus leefde. Het kán dus niet van Jakobus zijn.

Geen opzet

Van kwade opzet was overigens geen sprake, denken de onderzoekers. In de vroege eeuwen van het christendom werd volop gezocht naar de lichamen van heiligen. Ze deden dit vooral op oude christelijke begraafplaatsen. Het is waarschijnlijk dat degene die met de beenderen van Jakobus en Filippus aan kwam zetten, ook zelf geloofde dat ze hadden toebehoord aan de apostelen.

De voet van Filippus.

Onderzoekers hebben ook een monster genomen van het scheenbeen van Filippus. Dat bleek echter ongeschikt voor analyse. Een ander monster van olie, gevonden in een kanaaltje in het oorspronkelijke reliekschrijn, bleek uit de zesde eeuw te stammen, net als een keramische scherf. Dat komt overeen met het moment dat de beenderen in Rome terecht zijn gekomen.

Verkoopverbod

Het verplaatsen van de lichamen van heiligen werd populair in de tweede helft van de vierde eeuw. De heilige Babylas van Antiochië werd in 354 verplaatst naar een kerk die keizer Constantius Gallus speciaal voor hem had laten bouwen. Een jaar later gingen de overblijfselen van de heiligen Timoteüs, Andreas en Lucas naar Constantinopel. 

Gelovigen begonnen de relikwieën te vereren, ondanks de kritiek van kerkelijke autoriteiten op de praktijk. Het was zelfs zo populair dat er verboden werden uitgevaardigd op het opgraven van lichamen en verkopen van relieken. Tegelijkertijd werden relieken verhandeld door heel Europa, om de reputatie van kerken te vergroten.

English