Wetenschap

Jongeren te laat naar psycholoog

Amper meer het huis uit

Al op de basisschool had ze concentratieproblemen, maar pas op haar 23e zocht Anna psychische hulp. Na twee mislukte studies weet ze eindelijk wat eraan schort. Veel te laat eigenlijk, aldus RUG-socioloog Dennis Raven. Maar studente Anna blijkt alles behalve een uitzondering.
Door Anne Floor Lanting / Illustratie door Kalle Wolters

Jongeren met psychische problemen wachten vaak lang met hulp zoeken. Dat blijkt uit een onderzoek dat socioloog Dennis Raven uitvoerde bij het UMCG.

Anna had al vanaf de basisschool last van concentratieproblemen, maar is pas op haar 23e gediagnosticeerd met ADHD.

Noud gleed gedurende drie jaar langzaam af in een depressie voordat hij hulp zocht. Bij depressies zoeken jongeren relatief het snelst hulp, maar ook bij deze stoornis wachten jongeren eigenlijk te lang, aldus Raven.

Jongeren en hun omgeving ontwikkelen vaak (onbewust) strategieën om met hun symptomen om te gaan, zonder om hulp te hoeven vragen. Nouds strategie was liegen.

Raven vindt het belangrijk dat jongeren met psychiatrische stoornissen hulp zoeken, omdat de problemen anders alleen maar groter worden.

De onderzoeker richtte zich op tal van psychiatrische stoornissen onder 1584 jongeren. Voor zijn onderzoek gebruikte hij de gegevens van TRAILS.

 

Leestijd: 7 minuten (1282 woorden)

Jongeren met psychische problemen wachten vaak veel te lang met het inschakelen van professionele hulp, concludeert socioloog Dennis Raven. Bij het UMCG deed hij onderzoek naar psychische problemen bij jongeren. ‘Veel stoornissen ontwikkelen zich al vroeg in het leven en daarbij is regelmatig vele jaren later pas contact met hulpverleners.’

Dat geldt ook voor Anna* (26). Al op de basisschool merkte ze dat ze niet stil kon zitten in de klas. En concentreren lukte ook niet zo best. ‘Ik lette nooit echt op in de les en wilde wel mijn huiswerk maken, maar qua discipline lukte het me gewoon niet. Ook op de middelbare school had ik hier erg veel last van. Ik deed heel erg mijn best, maar haalde het vaak net niet’, vertelt ze.

Inmiddels weet ze wat eraan schort: ze heeft ADHD. Maar de diagnose heeft lang op zich laten wachten. ‘Op sociaal vlak functioneerde ik goed, ik had veel vriendinnen en ik werd nooit gepest. Thuis was er over het algemeen vrij weinig aandacht voor mij, omdat het merendeel daarvan uitging naar mijn broer: die heeft een zware vorm van autisme. Daardoor ben ik er niet op tijd achter gekomen wat er echt aan de hand was’, legt Anna uit.

Opluchting

Tijdens haar studie had ze nog steeds veel moeite om bij de les te blijven. Uiteindelijk heeft ze haar grootste klacht, concentratieproblemen, ingetypt op Google. De resultaten wezen naar ADHD. Hierop nam de studente eindelijk, op haar drieëntwintigste, de stap naar de huisarts. Die verwees haar door naar de psycholoog.

‘Het intakegesprek was zo’n opluchting’, herinnert Anna zich. ‘Er werden vragen gesteld die heel herkenbaar waren. Het was een emotioneel moment: toen pas realiseerde ik me dat het niet aan mij lag en dat het normaal was dat ik die problemen had.’

Ze is ervan overtuigd dat haar leven anders was gelopen als ze de diagnose eerder had gekregen. ‘Dan had ik speciale aandacht kunnen krijgen op school en op mijn drieëntwintigste afgestudeerd kunnen zijn. Ik ben nu tot drie keer toe aan een nieuwe studie begonnen. Over twee maanden loopt mijn studiefinanciering af en moet ik veel gaan lenen.’

Problemen voorkomen

Volgens Raven is het essentieel om symptomen van psychiatrische stoornissen tijdig te herkennen, zodat er sneller hulp kan worden gezocht. Maar dan moet de bekendheid van veelvoorkomende stoornissen en hun symptomen wel worden vergroot, stelt de onderzoeker. ‘Niet alleen het herkennen en behandelen is van belang, een deel van de problemen kan ook voorkomen worden.’ Als voorbeeld noemt hij pesten op school, volgens Raven een belangrijke voorspeller van psychiatrische problemen bij jongeren.

‘In de kindertijd komen voornamelijk fobieën, scheidingsangst, ADHD/ADD en gedragsstoornissen als oppositioneel-opstandig gedrag tot uiting. Depressies en andere stemmingsstoornissen ontstaan vanaf halverwege de adolescentie en verslavingen ontstaan vanaf het eind van de adolescentie’, vertelt de socioloog, wiens onderzoek door de European Psychiatric Association is uitgeroepen tot beste publicatie in de kinder- en jeugdpsychiatrie van het afgelopen jaar.

Het is afhankelijk van de stoornis hoe lang het duurt voordat jongeren hulp zoeken, ontdekte Raven. ‘Bij angststoornissen duurde het wel twaalf tot dertien jaar voordat 30 procent contact had met hulpverleners. En bij ADD duurde het zo’n elf jaar voordat 50 procent hulp inschakelde. Ter vergelijking: van de jongeren met een depressie zocht een derde binnen één jaar na de eerste klachten hulp. Dit is een stuk sneller dan bij andere stoornissen, maar ook deze groep wacht eigenlijk te lang.’

Zware depressie

Informaticastudent Noud* (25) lijdt aan een zware depressie en posttraumatische stress. Hoewel hij sneller hulp zocht dan Anna, heeft het ook bij hem even geduurd voordat hij aan de bel trok. ‘Achteraf gezien had ik veel eerder moeten merken dat er iets was’, geeft hij toe. Pas vorig jaar april drong het tot hem door dat er echt iets mis was. ‘Toen was het veel te laat.’

Zo’n drie jaar lang gleed Noud geleidelijk af. Hij deed steeds minder voor zijn studie en sloeg meer en meer tentamens en colleges over. Uiteindelijk deed hij vorig jaar helemaal niets meer. ‘Ik kreeg steeds meer moeite om me tot dingen te zetten. Niet alleen op de universiteit, maar eigenlijk met alles. Ik zonderde me af, had geen zin meer in sociale aangelegenheden, zegde vaak dingen af. Ik ging amper meer het huis uit.’

Raven heeft niet onderzocht waaróm jongeren zo lang wachten met hulp zoeken, maar heeft daar wel zo zijn ideeën over. ‘De jongere en zijn omgeving kunnen, vaak onbewust, strategieën ontwikkelen om met de symptomen om te gaan. Wat voor strategieën dit precies zijn en hoe ze in elkaar zitten, daar moet nog meer onderzoek naar worden gedaan.’

Web van leugens

Nouds strategie was liegen. Zijn vrienden en omgeving vertelde hij niets over zijn situatie, hij verzon smoezen en hield de schijn op. ‘Er ontstond een web van leugens’, erkent hij. ‘Liegen was geen bewuste keuze, het was een soort automatisme dat ik gebruikte om mezelf te beschermen. Het ging niet goed met me. Maar als ik deed alsof het allemaal wél goed ging, dan zou het wel loslopen.’

Uiteindelijk realiseerde hij zich dat hij weleens een depressie zou kunnen hebben. Na een onlinetest belandde hij bij de huisarts, die hem doorverwees naar de crisisdienst van Lentis. Twee maanden later kon zijn specialistische behandeling van start. Noud heeft nu nog wekelijkse afspraken bij de psycholoog. ‘Ik kan weer redelijk zelfstandig de boel stabiel houden, maar actie ondernemen is nu nog steeds moeilijk. Studeren is iets wat ik altijd heel fijn gevonden heb. Ik wil echt heel graag, maar ik kan me er nog met geen enkele mogelijkheid toe zetten.’

Drempelvrees

Noud had als kind ook al eens een psycholoog bezocht. Daardoor was de drempel om later weer psychiatrische hulp in te schakelen niet hoog. Maar dat geldt lang niet voor alle jongeren met psychische klachten, weet Raven. ‘Toch is het heel belangrijk dat deze jongeren zorg krijgen, want anders kunnen de problemen in de toekomst alleen nog maar groter worden. Van psychiatrische stoornissen is namelijk bekend dat ze later in het leven terug kunnen keren of andere psychiatrische problemen kunnen veroorzaken.’

Ook Nouds klachten lijken voort te komen uit een eerder trauma. Zijn ouders scheidden toen hij nog heel jong was. Eerst trok hij in bij zijn moeder, maar daar werd hij fysiek mishandeld door zijn stiefvader. ‘Uiteindelijk kwam ik bij mijn vader te wonen’, zegt Noud. Ook daar botste het. ‘Er waren problemen met mijn vaders opvoedingstechniek, maar ook gewoon met mij.’

Vier jaar lang ging hij naar de kinderpsycholoog. ‘Toen leek het probleem opgelost.’ Niet dus, denken Nouds behandelaars nu: volgens hen heeft het trauma van toen opnieuw de kop opgestoken. ‘Ik dacht gewoon dat ik last had van een depressie, maar er blijkt dus wat meer achter te zitten.’

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Anna en Noud gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

English